Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord

‘Laat uw hart niet verontrust worden’.
Jezus zegt het bij wijze van afscheid
aan zijn leerlingen, maar ook aan ons vandaag.
Allemaal kennen we, om tal van redenen,
momenten van onrust.
Jezus zelf belooft ons een helper
en stelt ons gerust.
Wie vredig en liefdevol is
hoeft niet te vrezen.
Laten we hier in geloof
en vol vertrouwen op Gods voorzienigheid
samen eucharistie vieren.

Eerste Lezing                                              Hand. 15,1-2.22-29
De heilige Geest en wij hebben besloten u geen zwaardere last op te leggen dan het strikt noodzakelijke.

Uit de Handelingen van de Apostelen
.

In die dagen verkondigden enige mensen
die van Judea waren gekomen, aan de broeders de leer:
“Indien ge u niet naar Mozaïsch gebruik laat besnijden,
kunt ge niet gered worden.”
Toen hierover onenigheid ontstond
en Paulus en Barnabas
in een felle woordenwisseling met hen raakten,
droeg men Paulus en Barnabas
en enkele andere leden van de gemeente op
met deze strijdvraag
naar de apostelen en oudsten in Jeruzalem te gaan.
Deze besloten samen met de hele gemeente
enige mannen uit hun midden te kiezen
en met Paulus en Barnabas naar Antiochíë te sturen:
Judas, bijgenaamd Barsabbas,
en Silas, mannen van aanzien onder de broeders,
en hun het volgende schrijven mee te geven:
“De apostelen en de oudsten zenden hun broederlijke groet
aan de broeders uit de heidenen in Antiochíë,
Syrië en Cilícië.
Daar wij gehoord hebben
dat sommigen van ons
u door woorden in verwarring hebben gebracht
en uw gemoederen hebben verontrust,
zonder dat ze van ons enige opdracht hebben gekregen
hebben wij eenstemmig besloten
enige mannen uit te kiezen en naar u toe te sturen,
in gezelschap van onze dierbare Barnabas en Paulus,
mensen die zich geheel en al hebben ingezet
voor de naam van onze Heer Jezus Christus.
Wij hebben dus Judas en Silas afgevaardigd,
die ook mondeling hetzelfde zullen overbrengen.
De heilige Geest en wij hebben namelijk besloten
u geen zwaardere last op te leggen
dan het strikt noodzakelijke: namelijk
u te onthouden van spijzen die aan afgoden geofferd zijn,
van bloed, van verstikt vlees
en van ontucht.
Als gij uzelf daarvoor in acht neemt
zal het u goed gaan.
Vaarwel!”

Antwoordpsalm                                         Ps. 67(66) 2-3, 5, 6 en 8

Keervers
Geef dat de volken u eren, o God.

God zij ons genadig en zegene ons,
Hij late zijn aanschijn over ons lichten.
Opdat men op aarde uw wegen mag kennen,
in alle landen uw heil.

Laat alle naties van vreugde juichen
omdat Gij de volken rechtvaardig regeert
en alles op aarde bestuurt.

Geef dat de volken U eren, o God,
dat alle volken U eren.
God geve ons zo zijn zegen
dat heel de aarde Hem vreest.

Tweede Lezing                                              Apok. 21, 10-14.22-23
Hij toonde mij de heilige Stad die uit de hemel neerdaalde.

 

Uit het boek Openbaring van de heilige apostel Johannes
.

Een engel bracht mij, Johannes,
in de geest op een zeer hoge berg
en toonde mij de heilige Stad, Jeruzalem,
terwijl zij van God uit de hemel neerdaalde,
stralend van de heerlijkheid Gods:
zij schitterde als het kostbaarste gesteente
en als kristalheldere jaspis.
De Stad
was omringd door een zeer hoge muur met twaalf poorten
en aan de poorten stonden twaalf engelen:
namen waren daarop gegrift,
de namen van de twaalf stammen van Israël.
Er waren drie poorten op het oosten, drie op het noorden,
drie op het zuiden en drie op het westen.
En de stadsmuur had twaalf grond-stenen
en daarop stonden de twaalf namen
van de twaalf apostelen van het Lam.
Maar een tempel zag ik er niet
want God, de Heer, de Albeheerser is haar tempel
zoals ook het Lam.
En de Stad heeft het licht van zon en maan niet nodig,
want de luister van God verlicht haar
en haar lamp is het Lam.

Vers voor het Evangelie                                    Joh. 14,23

Alleluia.
Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden;
mij Vader zal hem liefhebben
en Wij zullen tot hem komen.
Alleluia.

Evangelie                                     Joh. 14,23-29
De heilige Geest zal u alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Als iemand Mij liefheeft
zal hij mijn woord onderhouden;
mijn Vader zal hem liefhebben
en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen.
Wie Mij niet liefheeft
onderhoudt mijn woorden niet;
en het woord dat gij hoort is niet van Mij
maar van de Vader die Mij gezonden heeft.
Dit zeg Ik u terwijl Ik nog bij u ben,
maar de Helper,
de heilige Geest die de Vader in mijn Naam zal zenden,
Hij zal u alles leren
en u alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb.
Vrede laat Ik u na;
mijn vrede geef Ik u.
Niet zoals de wereld die geeft, geef Ik hem u.
Laat uw hart niet verontrust of kleinmoedig worden.
Gij hebt Mij horen zeggen:
Ik ga heen maar Ik keer tot u terug.
Als gij Mij zoudt liefhebben
zoudt gij er blij om zijn dat Ik naar de Vader ga
want de Vader is groter dan Ik.
Nu, eer het gebeurt, zeg Ik het u,
opdat gij, wanneer het gebeurt, zult geloven.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aanDe Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.