Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Zelfs als zij in de gevangenis geworpen worden blijven zij vertrouwen op de Heer. Ze gaan niet over tot geweld. Zij kiezen voor het stille verzet, zoals ook Christus dat deed. Ze beginnen te bidden en te zingen. De andere gevangenen snappen er niets meer van. Paulus en Silas kunnen zingen en bidden omdat zij geloven in Gods bevrijding. Als ze daarover ondervraagd worden zeggen ze klaar en duidelijk: ‘Geloof in de Heer Jezus, dan zult gij en uw huis gered worden.’ Hun gebed en hun gezangen zijn een krachtig geloofsgetuigenis. Is dat bij ons ook al zo?

Eerste Lezing                       Hand. 16, 22-34

 Geloof in de Heer Jezus, dan zult gij en uw huis gered worden.

Uit de Handelingen van de Apostelen

In die dagen liep het volk van Filippi
tegen Paulus en Silas te hoop,
waarop de magistraten bevel gaven
hun de kleren van het lijf te rukken
en hen met roeden te geselen.
Nadat men hun een flink aantal slagen had toegediend
wierp men hen in de gevangenis
en gaf opdracht aan de gevangenbewaarder
ze streng te bewaken.
Op dit nadrukkelijk bevel
zette deze hen in de binnenste kerker
en sloot hun voeten in het blok.
Rond middernacht
waren Paulus en Silas in gebed en zongen Gods lof
terwijl de gevangenen naar hen luisterden.
Plotseling kwam er een zo hevige schok
dat de gevangenis beefde op haar fundamenten.
Meteen vlogen alle deuren open
en sprongen de boeien van alle gevangenen los.
De gevangenbewaarder schrok wakker,
en toen hij zag dat de deuren van de gevangenis open stonden
trok hij zijn zwaard
en wilde zelfmoord plegen,
omdat hij dacht dat de gevangenen ontsnapt waren.
Maar Paulus riep met luide stem:
“Doe uzelf geen kwaad,
we zijn allen nog hier.”
De man vroeg nu om licht,
snelde naar binnen
en viel sidderend Paulus en Silas te voet.
Hij leidde hen naar buiten en zei:
“Heren, wat moet ik doen om gered te worden?”
Zij antwoordden:
“Geloof in de Heer Jezus,
dan zult gij en uw huis gered worden.”
Daarop verkondigden zij het woord des Heren
aan hem en al zijn huisgenoten.
Nog in dat nachtelijke uur nam hij hen mee
en hij waste hun wonden.
Terstond daarna werd hij met al de zijnen gedoopt.
Hij bracht ze naar zijn woning,
en zette hun een maaltijd voor,
verheugd omdat hij met heel zijn gezin nu in God geloofde.

Tussenzang                  Ps. 138(137), 1-2a, 2bc-3, 7c-8

Steeds is uw uitgestrekte hand mijn redding, Heer.
Alleluia.

U wil ik prijzen, Heer, uit heel mijn hart,
omdat Gij naar mijn bidden hebt geluisterd.
Ik zing voor U en alle hemelmachten
en werp mij neer, gebogen naar uw heiligdom.

U prijs ik om uw goedheid en uw trouw,
want uw belofte hebt Gij mateloos vervuld.
Wanneer ik tot U riep hebt Gij mij steeds verhoord,
Gij hebt mij altijd nieuwe moed gegeven.

Steeds is uw uitgestrekte hand mijn redding:
de Heer voltooit voor mij al wat ik onderneem.
Uw goedheid, Heer, blijft duren zonder einde;
vergeet het maaksel van uw handen niet!

Alleluia

Alleluia.
Christus stond op uit het graf
en werd een Licht voor allen
die Hij vrijkocht in zijn bloed
Alleluia.

Evangelie                    Joh. 16, 5-11

Als Ik niet heenga, zal de Helper niet tot u komen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Thans ga ik naar Hem die mij gezonden heeft,
en niemand van u vraagt Mij:
Waar gaat Gij heen?”
Omdat ik u dit gezegd heb is uw hart vol droefheid.
Toch zeg Ik u de waarheid:
het is goed voor u dat Ik heen ga;
want als Ik niet heenga, zal de Helper niet tot u komen.
Nu Ik wel ga zal Ik Hem tot u zenden.
Eenmaal gekomen
zal Hij de wereld het overtuigend bewijs leveren
van wat zonde, gerechtigheid en oordeel is:
van wat zonde is omdat zij niet in Mij geloven;
van wat gerechtigheid is,
omdat Ik naar de Vader ga, zodat gij Mij niet meer ziet;
van wat oordeel is, omdat de vorst dezer wereld geoordeeld is.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.