Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Met onrecht en lijden krijgt iedere mens wel te maken. De gelovige ontsnapt daar evenmin aan. Paulus toont ons wat de reactie van een christen is. Hij mag zich door lijden, haat, spot en onrecht niet laten neerdrukken. Zich in een hoekje wegsteken kan de indruk geven dat men zich gewonnen geeft, de overmacht van het kwaad aanvaardt. Soms moet men wegtrekken. Dat is niet hetzelfde als vluchten. Aanvaardt men ons getuigenis hier niet, dan kunnen wij het elders brengen. Er zullen plaatsen en mensen zijn die de Blijde Boodschap wel aanvaarden, daar kunnen we van op aan!

EERSTE LEZING                      Hand. 17,15.22-18,1

Wat ge vereert zonder het te kennen dat kom Ik u verkondigen.

Uit de Handelingen van de Apostelen

In die dag brachten Paulus’ begeleiders hem weg tot Athene
en vertrokken met de boodschap voor Silas en Timóteüs
om zich zo snel mogelijk weer bij hem te voegen.
In Athene aangekomen
ging Paulus midden op de Areópagus staan
en nam het woord :
“Mannen van Athene,
ik zie aan alles hoeveel ontzag gij hebt voor hogere wezens.
“Want toen ik rondliep en bekeek wat gij zoal vereert
ontdekte ik zelfs een altaar met het opschrift :
Aan een onbekende god.
“Welnu,
wat gij vereert zonder het te kennen
dat kom ik u verkondigen.
“De God die de wereld gemaakt heeft en alles wat daarin is,
woont niet in door handen gemaakte tempels.
“Ook wordt Hij niet door mensenhanden verzorgd
alsof Hij iemand nodig had,
want zelf geeft Hij aan ieder leven en adem
ja alles.
“Heel het mensengeslacht deed Hij uit één ontstaan,
om de gehele oppervlakte van de aarde te bewonen,
waarbij Hij de seizoenen vaststelde
en de grenzen van hun woongebied ;
en om God te zoeken,
of zij misschien al tastende Hem zouden vinden.
“Hij is immers niet ver van ieder van ons.
“Want door Hem hebben wij het leven,
het bewegen en het zijn ;
zoals sommigen van uw eigen dichters hebben gezegd :
Want wij zijn van zijn geslacht.
“Als wij dus tot Gods geslacht behoren,
moeten we niet menen
dat het goddelijke gelijken zou op goud of zilver of steen,
op een voortbrengsel van menselijke kunde en vernuft.
“Zonder acht te slaan op die tijden van onwetendheid,
laat God thans aan de mensen de boodschap brengen
dat zij zich allen en overal moeten bekeren.
“Hij heeft immers een dag vastgesteld,
waarop Hij de wereld naar rechtvaardigheid gaat oordelen
door een man die Hij daartoe heeft bestemd.
“Aan allen gaf Hij het bewijs daarvan
door Hem uit de doden te doen opstaan.”

Maar toen zij van de opstanding der doden hoorden
spotten sommigen daarmee
terwijl anderen zeiden :
“Daarover zullen wij u bij gelegenheid nog wel eens horen.”
Zo ging Paulus van hen weg.
Toch sloten sommigen zich bij Hem aan
en kwamen tot het geloof,
onder wie Dionysius de Areopagiet
en een vrouw die Dámaris heette
en nog anderen.
Hierna vertrok Paulus uit Athene en kwam in Korinte.

TUSSENZANG          Ps. 148, 1-2, 11-12ab, 12c-14a, 14bcd

Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheied.
of : Alleluia.

Looft de Heer, vanuit de hemel;
looft Hem, al wat hierboven is.
Looft Hem, al zijn engelenscharen,
looft Hem, heel zijn legermacht.

Vorsten der aarde met al uw volken,
heren en rechters in heel het land ;
jonge mannen en jonge meisjes,
grijsaards en kinderen, allen bijeen :

Laat hen nu prijzen de Naam van de Heer,
want deze Naam is alleen verheven.
Roemrijk is Hij boven aarde en hemel.

Roemvol maakte Hij ook zijn volk.
Hij is de glorie van al zijn getrouwen,
van Israëls volk, zijn eigen bezit.

ALLELUIA

Alleluia.
Hij die alles riep in het bestaan
en zich ontfermde over ons, zijn mensen,
Hij is verrezen, Christus, de Heer !
Alleluia.

EVANGELIE                   Joh. 16, 12-15

De Geest der waarheid zal u tot de volle waarheid brengen.

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
“Nog veel heb Ik u te zeggen,
maar gij kunt het nu niet verdragen.
“Wanneer Hij echter komt, de Geest der waarheid,
zal Hij u tot de volle waarheid brengen ;
Hij zal niet uit zichzelf spreken
maar spreken al wat Hij hoort
en u de komende dingen aankondigen.
“Hij zal Mij verheerlijke omdatt Hij aan u zal verkondigen
wat Hij van Mij ontvangen heeft.
“Ik zei dat Hij aan u zal verkondigen
wat Hij van Mij ontvangen heeft,
omdat al wat de Vader heeft het mijne is.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.