Ik zie de Mensenzoon staande aan Gods rechterhand.

Uit de Handelingen der Apostelen
.

In die dagen staarde Stefanus,
vervuld van de heilige Geest,
naar de hemel en zag Gods heerlijkheid
en Jezus staande aan Gods rechterhand
en hij riep uit:
“Ik zie de hemel open
en de Mensenzoon staande aan Gods rechterhand.”
Maar zij begonnen luidkeels te schreeuwen,
stopten hun oren toe
en stormden als één man op hem af.
Zij sleepten hem buiten de poort en stenigden hem.
De getuigen legden hun mantels neer
aan de voeten van een jongeman die Paulus heette.

Terwijl zij Stefanus stenigden
bad hij:
“Heer Jezus, ontvang mijn geest.”
Toen viel hij op zijn knieën
en riep met luide stem:
“Heer, reken hun deze zonde niet aan.”
Na deze woorden ontsliep hij.

Antwoordpsalm                                       Ps. 97(96) 1 en 2b, 6 en 7c, 9

Keervers
De Heer is Koning,
Hij is de allerhoogste!

De Heer is Koning, de aarde mag juichen,
blij zijn de landen rondom de zee.
Recht en gerechtigheid dragen zijn troon.

De hemel verkondigt zijn heiligheid
en alle volken aanschouwen zijn glorie.
Voor Hem werpen alle goden zich neer.

Want heel de aarde staat onder uw macht,
Gij zijt de hoogste der goden.

Tweede Lezing                                        Apok. 22, 12-14.16-17.20

Kom, Heer Jezus.

Uit de Openbaring van de heilige apostel Johannes

Ik, Johannes, hoorde een stem, die tot mij sprak:
“Zie, Ik kom spoedig,
en mijn loon breng Ik mee
om ieder te vergelden naar zijn werk.
Ik ben de Alfa en de Omega,
de Eerste en de Laatste,
de Oorsprong en het Einde.
Zalig zij die hun kleren rein wassen.
Zij zullen recht krijgen op de boom des levens
en door de poorten mogen ingaan in de Stad.

Ik, Jezus, heb mijn engel gezonden
om u deze openbaringen aangaande de kerken
bekend te maken.
Ik ben de Wortel uit het geslacht van David,
de stralende Morgenster.”

De Geest en de Bruid zeggen:
“Kom!”
Laat wie het hoort zeggen: “Kom!”
Wie dorst heeft kome.
Wie wil, neme het water des levens, om niet.
Hij die dit alles waarborgt, spreekt:
“Ja, Ik kom spoedig.”
Amen.
Kom, Heer Jezus!

Vers voor het Evangelie                                Joh. 14, 18

Alleluia.
Ik zal u niet verweesd achterlaten, zegt de Heer,
Ik ga en Ik keer tot u terug, en uw hart zal zich verblijden.
Alleluia.

Evangelie                                              Joh. 17, 20-26

Mogen zij volmaakt één zijn.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en bad:
“Heilige Vader, niet alleen voor hen bid Ik
maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven,
opdat zij allen één mogen zijn
zoals Gij, Vader in Mij en Ik in U:
dat zij ook in Ons mogen zijn opdat de wereld gelove
dat Gij Mij gezonden hebt.
Ik heb hun de heerlijkheid gegeven
die Gij Mij geschonken hebt,
opdat zij één zijn zoals Wij één zijn:
Ik in hen en Gij in Mij,
opdat zij volmaakt één zijn
en opdat de wereld zal erkennen, dat Gij Mij hebt gezonden
en hen hebt liefgehad zoals Gij Mij hebt liefgehad.
Vader, Ik wil dat zij die Gij Mij gegeven hebt
met Mij mogen zijn waar Ik ben,
opdat zij mijn heerlijkheid mogen aanschouwen,
die Gij Mij gegeven hebt
daar Gij Mij lief hebt gehad
vóór de grondvesting van de wereld.
Rechtvaardige Vader, al heeft de wereld U niet erkend,
Ik heb U erkend,
en dezen hier hebben erkend dat Gij Mij gezonden hebt.
Uw Naam heb Ik hun geopenbaard
en Ik zal dit blijven doen,
opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad
in hen moge zijn en Ik in hen.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.