Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Wij mogen ons niet laten ontmoedigen. Dat is de boodschap die Paulus ons brengt. Wij mogen ons steentje bijdragen tot de verkondiging. Geen steentje is te min of te klein. Dat is duidelijk in de heilsgeschiedenis waaruit blijkt welke lange weg God met de mens wil gaan. Wij bouwen aan iets nieuws. Christus is de hoeksteen én de sluitsteen van dat nieuwe gebouw waartoe ook wij mogen bijdragen. Paulus was zich bewust van zijn zending. Hij verkondigde niet zichzelf maar het evangelie van Gods genade. Het is nu aan ons om Gods naam bekend te maken. De Heilige Geest zal ons daarbij helpen.

EERSTE LEZING             Hand. 20, 17-27

Mijn loopbaan is ten einde en de taak die ik van de Heer Jezus ontvangen heb.

Uit de Handelingen van de Apostelen

In die dagen zond Paulus vanuit Milete een bode naar Éfeze
om de oudsten van die kerk te ontbieden.
Toen zij bij hem aangekomen waren
sprak hij hen aldus toe :
“Gij weet hoe ik
vanaf de eerste dag dat ik in Asia kwam,
al die tijd onder u heb geleefd ;
hoe ik de Heer in alle nederigheid heb gediend,
onder tranen
en in beproevingen
die mij overkwamen door de aanslagen der Joden ;
hoe ik niets wat nuttig kon zijn
heb nagelaten u te verkondigen en te leren
in het openbaar en bij u thuis,
terwijl ik Joden en Grieken bezwoer
zich te bekeren tot God
en te geloven in onze Heer Jezus.
“En nu bevind ik mij,
gebonden door de Geest als ik ben,
op weg naar Jeruzalem,
zonder dat ik weet wat mij daar zal overkomen ;
alleen verzekert mij de heilige Geest van stad tot stad
dat boeien en kwellingen mij wachten.
“Maar aan mijn leven hecht ik voor mijzelf niet de minste waarde,
als ik mijn loopbaan maar ten einde breng
en de taak die ik van de Heer Jezus ontvangen heb
om getuigenis af te leggen van het evangelie van Gods genade.
“En nu weet ik dat gij mijn gelaat niet meer zult zien,
gij allen bij wie ik rondgegaan ben
om het Koninkrijk te prediken.
“Daarom verzeker ik u op de dag van heden
dat ik onschuldig ben aan het bloed van wie ook.
“Want ik heb niets nagelaten
om u Gods raadsbesluit in zijn volle omvang te verkondigen.

TUSSENZANG                Ps. 68(67), 10-11, 20-21

Zingt nu voor God, koninkrijken der aarde.
of : Alleluia.

Een voedzame regen kwam neer uit de hemel,
uw uitgeput erfdeel hebt Gij verkwikt.
Uw kudde heeft daar zijn rustplaats gevonden,
die Gij in uw goedheid voor haar hadt bereid.

De Heer zij geloofd, dag aan dag :
Hij draagt onze lasten, de God van ons heil.
Want onze God is een God die verlost,
de Heer onze God ontrukt aan de dood.

ALLELUIA                    Joh. 17, 1-11a

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

Vader, verheerlijk uw Zoon

In die tijd sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en zei :
“Vader, het uur is gekomen.
“Verheerlijk uw Zoon
opdat de Zoon U verheerlijke.
“Gij hebt Hem immers macht gegeven over alle mensen
om eeuwig leven te schenken
aan allen die Gij Hem gegeven hebt.
“En dit is het eeuwige leven
dat zij U kennen, de enige ware God
en Hem die Gij hebt gezonden, Jezus Christus.
“Ik heb U op aarde verheerlijkt
door het werk te volbrengen dat Gij Mij hebt opgedragen te doen.
“Gij, Vader, verheerlijk Mij thans bij Uzelf
en geef Mij de heerlijkheid
die Ik bij U had eer de wereld bestond.
“Ik heb uw Naam geopenbaard
aan de mensen die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt.
“U behoorden ze toe;
Mij hebt Gij ze gegeven
en zij hebben Uw woord onderhouden.
“Nu weten zij dat al wat Gij Mij gegeven hebt van U komt.
“Want de boodschap die Gij Mij hebt meegedeeld,
heb Ik hun meegedeeld,
en zij hebben ze aangenomen
en naar waarheid erkend dat Ik van U ben uitgegaan,
en zij hebben geloofd dat Gij Mij hebt gezonden.
“Ik bid voor hen.
“Niet voor de wereld bid Ik
maar voor degenen die Gij Mij gegeven hebt,
omdat zij U toebehoren.
“Al het mijne is van U en het uwe is van Mij.
“Zo ben Ik in hen verheerlijkt.
“Ik blijf niet langer in de wereld ;
zij echter blijven in de wereld terwijl Ik naar U toe kom.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.