Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Jezus’ leerlingen mogen niet vergeten dat God eigenlijk geen individuen uitkiest, maar een volk. Hij wil alle mensen in het geloof samenbrengen. Het belangrijkste is de aandacht te bewaren voor wat de mensen onderling verbindt: het geloof in de Drieëne God. Onze zending is dan ook ondergeschikt aan het geheel van de geloofsgemeenschap. Verdeeldheid tussen christenen is niet goed, het is een tegengetuigenis. De eenheid is en blijft een broos gegeven. Gods Geest alleen kan ze bewerken.

EERSTE LEZING          Hand. 22, 30; 23, 6-11

Gij zult voor mijn zaak getuigen in Rome.

Uit de Handelingen der Apostelen

In die dagen wilde de bevelhebber nauwkeurig weten
waarvan Paulus door de Joden beschuldigd werd,
liet hem daarom daags daarna uit de gevangenis halen
en gaf bevel
dat de hogepriesters en heel het Sanhedrin zouden bijeenkomen.
Daarna liet hij Paulus erheen brengen
en vóór hen plaats nemen.
Wetend dat het Sanhedrin ten dele uit Sadduceeën
en ten dele uit Farizeeën bestond,
riep Paulus nu in het Sanhedrin uit :
“Mannen broeders,
ik ben een Farizeeër en een zoon van Farizeeën.
“Om de verwachting en de opstanding der doden sta ik terecht.”
Toen hij dit gezegd had
ontstond er twist tussen de Farizeeën en Sadduceeën
en de vergadering raakte verdeeld.
De Sadduceeën houden immers dat er geen opstanding is
en dat er geen engelen of geesten bestaan,
terwijl de Farizeeën beide aannemen.
Zo ontstond er groot tumult
en enige schriftgeleerden van de partij der Farizeeën
verzekerden met grote heftigheid :
“We vinden niets verkeerds in deze man !
“Als er eens een geest of een engel tot hem gesproken heeft?”
Daar de onenigheid nog erger werd
en daar de bevelhebber begon te vrezen
dat zij Paulus zouden verscheuren,
gelastte hij de soldaten naar beneden te komen
om hem haastig uit hun midden weg te halen
en naar de kazerne te brengen.
In de volgende nacht stond de Heer vóór hem en sprak :
“Houd goede moed ;
want zoals gij voor mijn zaak getuigd hebt in Jeruzalem,
zo zult ge het ook in Rome moeten doen.”

TUSSENZANG                                 Ps. 16(15), 1-2a, 5, 7-8, 9-10, 11

Behoed mij, God, tot U neem ik mijn toevlucht.
of : Alleluia.

Behoed mij, God, tot U neem ik mijn toevlucht ;
Gij zijt mijn Heer, ik erken het.
De Heer is mijn erfdeel, mijn dronk uit de beker,
Hij heeft mijn lot in zijn hand.

Ik dank de Heer die mij altijd geleid heeft,
Hij spreekt ook des nachts in mijn hart.
Steeds houd ik mijn ogen gericht op de Heer,
ik val niet, want Hij staat naast mij.

Daarom ben ik vrolijk en blij van geest,
daarom kan ik rustig gaan slapen.
Mijn ziel laat Gij niet aan het dodenrijk over,
Gij levert uw dienaar niet uit aan het graf.

Gij zult mij de weg van het leven wijzen
om heel mijn vreugde te vinden bij U,
bestendig geluk aan uw zijde.

ALLELUIA                  Joh. 16, 7 en 13

Alleluia.
De Geest der waarheid zal Ik tot u zenden, zegt de Heer,
en Hij zal u tot de volle waarheid brengen.
Alleluia.

EVANGELIE                       Joh. 17, 20-26

Dat zij volmaakt één zijn !

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en bad :
“Heilige Vader,
niet voor hen alleen bid Ik
maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven,
opdat zij allen één mogen zijn
zoals Gij, Vader in Mij en Ik in U :
dat zij ook in Ons moge zijn opdat de wereld gelove
dat Gij Mij gezonden hebt.
“Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die Gij Mij geschonken hebt,
opdat zij één zijn zoals Wij één zijn :
“Ik in hen en Gij in Mij, opdat zij volmaakt één zijn
en opdat de wereld zal erkennen, dat Gij Mij hebt gezonden
en hen hebt liefgehad zoals Gij Mij hebt liefgehad.
“Vader, Ik wil dat zij die Gij Mij gegeven hebt
met Mij mogen zijn waar Ik ben,
opdat zij mijn heerlijkheid mogen aanschouwen,
die Gij Mij gegeven hebt
daar Gij Mij lief hebt gehad
vóór de grondvesting van de wereld.
“Rechtvaardige Vader, al heeft de wereld U niet erkend,
Ik heb U erkend,
en dezen hier hebben erkend dat Gij Mij gezonden hebt.
“Uw naam heb Ik hun geopenbaard
en Ik zal dit blijven doen,
opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad
in hen moge zijn en Ik in hen.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.