Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord
Vijftig dagen nadat de joden met Pasen
de bevrijding uit Egypte hadden gevierd,
vierden zij op Pinksteren
het Verbond dat God met zijn volk sloot op de berg Sinaï.
Het was de bezegeling van het joodse paasfeest.
In de voorbije vijftig dagen mochten wij volop Pasen vieren:
de bevrijding van de mens
en de doortocht van Jezus doorheen de dood.
Ook ons paasfeest wordt bezegeld op het feest van Pinksteren,
want de Heilige Geest schrijft de wet van liefde in ons hart.
De Geest geeft ons nieuwe adem en bezielt ons
om Pasen dag aan dag waar te laten worden en ervan te getuigen.
Openen wij ons hart
opdat de Geest ook ons  kan aanraken en vernieuwen.

EERSTE LEZING                                      Hand. 2, 1-11

Zij werden allen vervuld van de heilige Geest en zij begonnen te spreken.

Uit de Handelingen van de Apostelen

Toen de dag van Pinksteren aanbrak,
waren allen bijeen op dezelfde plaats.
Plotseling kwam uit de hemel
een gedruis alsof er een hevige wind opstak
en heel het huis waar zij gezeten waren, was er vol van.
Er verscheen hun iets dat op vuur geleek
en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette.
Zij werden allen vervuld van de heilige Geest
en zij begonnen te spreken in vreemde talen,
naargelang de Geest hun te vertolken gaf.

Nu woonden er in Jeruzalem joden,
vrome mannen
die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel.
Toen dat geluid ontstond, liepen die te hoop
en tot hun verbazing
hoorde iedereen hen spreken in zijn taal
Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering:

“Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileeërs ?
“Hoe komt het dan
dat ieder van ons hen hoort spreken
in zijn eigen moedertaal ?
“Parten, Meden en Elamieten,
bewoners van Mesopotamië, van Judea en Kappadocië,
van Pontus en Asia,
van Frygië en Pamfylië,
Egypte en het gebied van Libië bij Cyrene,
de Romeinen die hier verblijven,
joden zowel als proselieten,
Kretenzen en Arabieren,
wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden.”

Antwoordpsalm              Ps. 104(103), 1ab en 24ac, 29bc-30, 31 en 34

Keervers
Zend uw geest
en maak uw schepping weer nieuw.

Verheerlijk, mijn ziel, de heer,
wat zijt Gij groot, Heer mijn God!
Hoeveel is het wat Gij gedaan hebt, Heer,
de aarde is vol van uw schepsels.

Neemt Gij hun geest weg, dan komen zij om,
en keren terug tot de aarde.
Maar zendt Gij uw geest, dan komt er weer leven,
dan maakt Gij uw schepping weer nieuw.

De roem van de Heer blijve eeuwig bestaan,
Hij vinde zijn vreugde in al zijn schepsels.
Mogen mijn woorden Hem aangenaam zijn,
dan zal ik mij in de Heer verheugen.

TWEEDE LEZING                       1 Kor. 12, 3b-7.12-13

In één en dezelfde Geest zijn wij door de doop één enkel lichaam geworden.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de
christenen van Korinte

Broeders en zusters,

Niemand kan zeggen:
“Jezus is de Heer”
tenzij door de heilige Geest.

Er zijn verschillende gaven maar slechts één Geest.
Er zijn vele vormen van dienstverlening
maar slechts één Heer.
Er zijn allerlei soorten werk
maar er is slechts één God
die alles in allen tot stand brengt.
Maar aan ieder van ons
wordt de openbaring van de Geest meegedeeld
tot welzijn van allen.

Het menselijk lichaam vormt met zijn vele ledematen één geheel;
alle ledematen, hoevele ook, maken tezamen één lichaam uit.
Zo is het ook met Christus.
Wij allen, joden en Grieken, slaven en vrijen,
zijn immers in de kracht van één en dezelfde Geest
door de doop één enkel lichaam geworden
en allen werden wij gedrenkt met één Geest.

Sequentie

Kom, o Geest des Heren, kom
uit het hemels heiligdom,
waar Gij staat voor Gods gezicht.
Kom der armen troost, daal neer,
kom en schenk uw gaven, Heer,
kom, wees in de harten licht.

Kom, o trooster, heil’ge Geest,
zachtheid die de ziel geneest,
kom, verkwikking zoet en mild.
Kom, o vrede in de strijd,
lafenis voor ’t hart dat lijdt,
rust die alle onrust stilt.

Licht dat vol van zegen is,
schijn in onze duisternis,
neem de harten voor U in.
Zonder uw geheime gloed
is er in de mens geen goed,
is de ziel niet rein van zin.

Was wat vuil is en onrein,
overstroom ons dor domein,
heel de ziel die is gewond,
maak weer zacht wat is verstard,
koester het verkilde hart,
leid wie zelf de weg niet vond.

Geef uw gaven zevenvoud
ieder die op U vertrouwt,
zich geheel op U verlaat.
Sta ons met uw liefde bij,
dat ons einde zalig zij,
geef ons vreugd die niet vergaat.

Vers voor het evangelie

Alleluia
Kom, heilige Geest, vervul het hart van uw gelovigen
en ontsteek in hen het vuur van uw liefde.
Alleluia.

EVANGELIE                    Joh. 20, 19-23

Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u: ontvangt de heilige Geest.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In de avond van de eerste dag van de week,
toen de deuren van de verblijfplaats van de leerlingen
gesloten waren uit vrees voor de joden,
kwam Jezus binnen,
ging in hun midden staan en zei:
“Vrede zij u.”
Na dit gezegd te hebben
toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde.
De leerlingen
waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen.

Nogmaals zei Jezus tot hen:
“Vrede zij u.
“Zoals de Vader Mij gezonden heeft,
zo zend Ik u.”

Na deze woorden blies Hij over hen en zei:
“Ontvangt de heilige Geest.
“Als gij iemand zonden vergeeft,
dan zijn ze vergeven,
en als gij ze niet vergeeft,
zijn ze niet vergeven.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007. Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.