Vrijdag in de veertiende week

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging

Nogmaals zien we hoe gans het Jozefverhaal in het teken staat van de tussentijd tussen patriarchen en exodus. De exodus zweeft de auteur voortdurend voor de geest. “Ikzelf zal u naar Egypte vergezellen en Ik zal u ook weer terugbrengen”. In de letterlijke zin kan dit slaan op de dood van Jakob en zijn begrafenis in Makpela. Tegelijk slaat dit op de terugkeer van het volk. God zorgt voor zijn kinderen. Laten wij toe dat Hij voor ons zorgt?

EERSTE LEZING Gen. 46, 1-7.28-30

Laat de dood nu maar komen !
Ik heb u nu weer gezien en weet dat ge nog leeft !

Uit het boek Genesis

 

In die dagen ging Israël op weg met al de zijnen.
Hij kwam in Berséba en droeg daar slachtoffers op
aan de God van zijn vader Isaäk.
En God sprak tot Israël in een nachtelijk visioen:
“Jakob, Jakob!”
Hij antwoordde:
“Hier ben ik.”
God zei: “Ik ben God, de God van uw vader.
Gij moet er niet tegen opzien naar Egypte te trekken;
want Ik zal daar een groot volk van u maken.
Ikzelf zal u naar Egypte vergezellen
en Ik zal u ook weer terugbrengen.
Jozef zal u de ogen sluiten.”
Toen verliet Jakob Berséba.
Israëls zonen lieten hun vader Jakob,
hun kleine kinderen en hun vrouwen reizen op de wagens
die Farao daarvoor had meegegeven.
Ook hun veestapel en hun bezittingen namen ze mee,
alwat ze in Kanaän verworven hadden.
Zo trok Jakob met al zijn nakomelingen naar Egypte.
Zijn zonen en kleinzonen, zijn dochters en kleindochters,
al zijn nakomelingen nam hij mee naar Egypte.
Jacob stuurde Juda naar Jozef met het verzoek,
in Gosen bij hem te komen.
Toen zij in Gosen aangekomen waren,
liet Jozef zijn wagen inspannen en reed naar Gosen
om zijn vader Israël te begroeten.
Toen hij hem ontmoette,
viel hij hem om de hals
en bleef lange tijd op zijn schouder schreien.
Israël sprak tot Josef:
“Laat de dood nu maar komen!
Ik heb u nu weer gezien en weet dat ge nog leeft!”

TUSSENZANG                    Ps. 37(36), 3-4, 18-19, 27-28, 39-40

Het heil van de vromen komt van de Heer.

Vertrouw op de Heer en doe wat goed is,
dan zult gij veilig uw land bewonen.
Zoek uw geluk bij de Heer,
Hij geeft u wat uw hart begeert.

De Heer draagt zorg voor het leven der vromen,
hun erfdeel blijft voor altijd bijeen.
Zij staan niet verlegen in tijden van rampspoed,
maar worden verzadigd bij hongersnood.

Blijft ver van het kwaad en doe wat goed is,
dan moogt ge voor eeuwig hier wonen ;
want God bemint de gerechtigheid,
verlaat zijn getrouwen niet.

Het heil van de vromen komt van de Heer ;
Hij is hun toevlucht in tijden van kwelling.
De Heer staat hen bij en bevrijdt hen,
Hij redt die zich tot Hem wenden.

ALLELUIA                          1 Sam. 3, 9; Joh. 6, 69b

Alleluia.
Spreek Heer, uw dienaar luistert ;
uw woorden zijn woorden van eeuwig leven.
Alleluia.

EVANGELIE                                   Mt. 10, 16-23

Niet gij zijt het die spreekt,
maar door u spreekt de Geest van de Vader.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.

 

In die tijd zei Jezus tot de twaalf:
“Zie, Ik zend u als schapen tussen wolven.
Weest dus omzichtig als slangen en argeloos als duiven.
Neemt u in acht voor de mensen.
Zij zullen u overleveren aan de rechtbanken
en u geselen in hun synagogen.
Gij zult voor stadhouders en koningen gebracht worden
omwille van Mij,
om zo ten overstaan van hen en de heidenen
getuigenis af te leggen.
Maakt u echter, wanneer men u overlevert,
niet bezorgd over het hoe en wat van uw spreken:
op dat ogenblik zal u worden ingegeven wat gij moet zeggen.
Want niet gij zijt het die spreekt,
maar door u spreekt dan de Geest van uw Vader.
De ene broer zal de andere overleveren om hem te laten doden;
de vader zijn kind;
de kinderen zullen opstaan tegen hun ouders
en hen ter dood doen brengen.
Ge zult een voorwerp van haat zijn voor allen,
omwille van mijn Naam.
Wie echter ten einde toe volhardt,
hij zal gered worden.
Wanneer men u in de ene stad vervolgt
vlucht dan naar een andere.
Voorwaar, Ik zeg u:
Gij zult niet gereed gekomen zijn met de steden van Israël
op het ogenblik dat de Mensenzoon komt.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: