Zaterdag in de zeventiende week

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven.

Overweging
We luisteren vandaag naar een grote joodse droom (een droom die eigenlijk droom gebleven is) – het jubeljaar. Om de vijftig jaar zou men slaven vrijlaten, het land verdelen, zich verzoenen. Misschien is niet alles droom. Zelfs niet-gelovigen spreken van een herziening van schulden voor de armste landen, van een afschaffing van de doodstraf, van genademaatregelen (ons jubeljaar komt van het Hebreeuwse jubel).

EERSTE LEZING                    Lev. 25. 1. 8-17

In het vijftigste jaar wordt iedereen hersteld
in zijn vroeger bezit.

Uit het boek Leviticus

God sprak tot Mozes op de berg Sinaï:
“Na verloop van zeven sabbatjaren, zevenmaal zeven jaar,
tezamen negenenveertig jaar,
moet gij op de dag van verzoening,
de tiende dag van de zevende maand,
luid de bazuin laten klinken.
In heel uw land moet gij de bazuin laten schallen.
Dat vijftigste jaar moet een heilig jaar voor u zijn:
dan moet ge in het land afkondigen
dat alle bewoners hun slaven vrijlaten.
Het moet een jubeljaar voor u zijn,
iedereen wordt hersteld in zijn vroeger bezit
en keert terug naar zijn familie.
Het vijftigste jaar is een jubeljaar voor u;
ge moogt dan niet zaaien, de nagroei niet oogsten
en de druiven van uw ongesnoeide wijngaard niet plukken,
want het is het jubeljaar; dat moet heilig voor u zijn.
Alleen wat het land uit zichzelf voortbrengt, moogt ge eten.
In het jubeljaar
zal iedereen in zijn vroeger bezit worden hersteld.
Wanneer gij een stuk grond verkoopt aan een volksgenoot
of grond van hem koopt, moogt ge elkaar niet benadelen.
Koopt gij grond van een volksgenoot,
dan moet ge bij het vaststellen van de prijs
rekening houden met het aantal jaren sinds het laatste jubeljaar.
En hij moet de verkoopprijs berekenen
naar het aantal jaren, dat het nog oogst opbrengt.
De prijs zal hoger zijn, als er nog veel jaren komen,
en lager, als er weinig jaren moeten verstrijken,
want hij verkoopt u een aantal oogstjaren.
Benadeel uw volksgenoot niet;
heb eerbied voor uw God.
Ik ben de HEER, uw God.”

TUSSENZANG                 Ps. 67(66), 2-3, 5, 7-8

Geef dat de volken U eren, o God,
dat alle volken U eren !

God, wees ons barmhartig en zegen ons,
toon ons het licht van uw aanschijn ;
opdat men op aarde uw wegen mag kennen,
in alle landen uw heil.

Laat alle naties van vreugde juichen
omdat Gij de volken rechvaardig regeert
en alles op aarde bestuurt.

De aarde gaf ons haar vruchten,
de zegen van onze God.
Gog geve ons zo zijn zegen
dat heel de aarde Hem vreest.

ALLELUIA                     Joh. 6, 64b, 69b

Alleluia.
Uw woorden, Heer, zijn geest en leven ;
uw woorden zijn woorden van eeuwig leven.
Alleluia.

EVANGELIE                        Mt. 14, 1-12

Herodes gaf opdracht Johannes te onthoofden.
Zijn leerlingen gingen het aan Jezus melden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
.

In die tijd begon Jezus’ vermaardheid
tot de viervorst Herodes door te dringen,
en hij zei daarom tot zijn hovelingen:
“Dat moet Johannes de Doper zijn; hij is uit de doden opgestaan;
vandaar dat die wonderkrachten in hem werken.”
Want omwille van Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus,
had Herodes Johannes laten grijpen
en geboeid in de gevangenis geworpen,
omdat Johannes tot hem gezegd had:
Het is u niet geoorloofd haar als vrouw te hebben.
Daarom had Herodes hem eigenlijk ter dood willen brengen,
maar hij was hiervoor teruggeschrokken
omdat het volk Johannes voor een profeet hield.
Toen de dochter van Herodias echter
op de verjaardag van Herodes voor het gezelschap danste,
beviel zij hem zozeer dat hij een eed zwoer
haar alles te zullen geven wat zij zou vragen.
Haar moeder had haar het antwoord ingescherpt
en daarom zei ze:
“Geef mij, hier nog, op een schotel
het hoofd van Johannes de Doper.”
Ofschoon dit de koning aan zijn hart ging wilde hij toch,
ook wegens zijn tafelgenoten, zijn eed gestand doen
en hij gelastte het te geven.
Hij gaf daarom opdracht
Johannes in de gevangenis te onthoofden.
Zijn hoofd werd op een schotel binnengebracht
en aan het meisje gegeven dat het aan haar moeder bracht.
Zijn leerlingen kwamen het lijk halen en begroeven het;
Daarna gingen zij het aan Jezus melden.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: