Donderdag H. Dominicus, pr

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Indien U door omstandigheden niet in staat bent geweest om Eucharistie te vieren, dan kunt U op deze site altijd de Overweging, de Eerste Lezing en het Evangelie nalezen. Dagelijks ter beschikking vanaf 7 uur in de morgen.

Overweging

We beëindigen de lezingen uit het boek Numeri met de dood van Mirjam en het gekende thema van het gemor. Maar hier wordt Mozes zelf gestraft en dit is voor velen een probleem. Wat heeft hij dan zo verkeerd gedaan? Na al die ervaringen met het volk in de woestijn is zijn optreden toch goed te begrijpen. Is het zo dat Mozes misschien niet twijfelde aan Gods macht, maar juist aan Gods goedheid? Toch is het zo dat hij herhaaldelijk pleitte voor het volk tegen een straffende God (Het gaat allicht over meerdere tradities en over een poging tot oplossing nl. 1) feit: Mozes kwam niet in Kanaän. 2) Dat moet een verklaring hebben. 3) In die context kon alleen aan een straf van God gedacht worden. 4) Dus hij schoot te kort).

EERSTE LEZING                                       Num. 20, 1-13
Gij moet in het bijzijn van de gemeenschap
de rots gebieden water te geven.

Uit het boek Numeri

In die dagen
kwam heel de gemeenschap van de Israëlieten in de woestijn Sin.
Tijdens het verblijf van het volk in Kades
overleed Mirjam en werd ter plaatse begraven.
Eens was er geen water voor de gemeenschap.
Het volk liep toen te hoop tegen Mozes en Aäron
en begon Mozes verwijten te doen. Zij zeiden:
“Waren wij maar door ingrijpen van de HEER gestorven
zoals onze broeders!
Hebt gij de gemeente van de HEER
naar deze woestijn geleid om er mens en dier
de dood te laten vinden?
Waarom hebt ge ons uit Egypte geleid
naar dit ellendig oord waar geen koren is,
geen vijg, geen wijnstok, geen granaatappel,
en zelfs geen water?”
Toen verwijderden Mozes en Aäron zich van de gemeente
en wierpen zich ter aarde.
De heerlijkheid van de HEER verscheen hun
en God sprak tot Mozes:
“Neem de staf en roep met uw broer Aäron de gemeente bijeen.
Gij moet in hun bijzijn de rots gebieden water te geven;
dan zult gij uit die rots water doen stromen
en de gemeenschap en het vee laten drinken.”
Mozes nam de staf uit het heiligdom,
zoals de HEER hem gezegd had.
Toen riepen Mozes en Aäron de gemeente voor de rots bijeen.
Mozes zei tot hen:
“Luistert, weerspannigen!
Zullen wij voor mensen als u
water uit deze rots laten stromen?”
Mozes hief zijn hand op
en sloeg met zijn staf op de rots, tweemaal:
toen stroomde er volop water uit,
zodat de gemeenschap en het vee konden drinken.
Maar de HEER zei tot Mozes en Aäron:
“Uw vertrouwen op Mij is niet zo groot geweest,
dat gij tegenover de Israëlieten
mijn heiligheid hebt hooggehouden.
Daarom zult gij deze gemeente niet binnenleiden
in het land, dat Ik hun gegeven heb.”

Dat water is het water van Meriba,
waar de Israëlieten de HEER verwijten deden
en Hij bij hen zijn heiligheid openbaarde.

TUSSENZANG                                   Ps. 95(94), 1-2, 6-7, 8-9

Luistert heden naar de stem van de Heer,
en weest niet halsstarrig.

Komt, laat ons de Heer met gejubel begroeten,
juichen wij toe de Rots van ons heil.
Laat ons verschijnen voor Hem met een lofzang,
Hem met liederen eren.

Komt, laat ons aanbiddend ter aarde vallen,
neerknielen voor Hem die ons schiep.
Hij is onze God en wij zijn volk,
Hij is de herder en wij zijn kudde.

Luistert heden dan naar zijn stem :
weest niet halsstarrig als eens in Meriba,
zoals in Massa in de woestijn ;
waar uw vaderen Mij wilden tarten
ofschoon zij mijn daden hadden gezien.

ALLELUIA                                              Joh. 14,23

Alleluia.
Als iemand Mij liefheeft,
zal hij mijn woord onderhouden ;
mijn Vader zal hem liefhebben
en Wij zullen tot hem komen.
Alleluia.

EVANGELIE                                      Mt. 16, 13-23
Gij zijt Petrus ;
Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
.

Toen Jezus in de streek van Caesaréa van Filippus gekomen was,
stelde Hij zijn leerlingen deze vraag:
“Wie is
volgens de opvatting van de mensen,
de Mensenzoon?”
Zij antwoordden:
“Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia,
weer anderen Jeremia of een van de profeten.”
“Maar gij – sprak Hij tot hen –
wie zegt gij dat Ik ben?”
Simon Petrus antwoordde:
“Gij zijt de Christus,
de Zoon van de levende God.”
Jezus hernam:
“Zalig zijt gij Simon, zoon van Jona,
want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard,
maar mijn Vader die in de hemel is.
Op mijn beurt zeg Ik u:
Gij zijt Petrus;
en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen
en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.
Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen
en wat gij zult binden op aarde,
zal ook in de hemel gebonden zijn
en wat gij zult ontbinden op aarde,
zal ook in de hemel ontbonden zijn.”
Daarop verbood Hij zijn leerlingen nadrukkelijk
iemand te zeggen, dat Hij de Christus was.
Van dat ogenblik af
begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken
dat Hij naar Jeruzalem moest gaan;
dat Hij daar veel zou moeten lijden van de oudsten,
de hogepriesters en de schriftgeleerden,
maar dat Hij, na ter dood gebracht te zijn,
op de derde dag zou verrijzen.
Toen nam Petrus Jezus ter zijde
en begon Hem ernstig daarover te onderhouden:
“Dat verhoede God, Heer!
Zoiets mag U nooit overkomen!”
Maar Hij keerde zich om en zei tot Petrus:
“Ga weg, satan, terug!
Gij zijt Mij een aanstoot,
want gij laat u leiden door menselijke overwegingen
en niet door wat God wil.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: