Zaterdag – in de negentiende week

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven.

OVERWEGING

Voortbordurend op de lezingen van gisteren stellen we de vraag: hoe kunnen wij iets zichtbaar maken van Gods verbond met mensen? Het begint met een levenshouding: met de manier waarop wij met mensen omgaan. Of ze nu oud of jong zijn, of ze goed bezig zijn of juist verdwalen in hun dagelijkse zorgen; of we ze nu goed kennen of wanneer zij anders zijn, vreemd zijn: God dienen en trouw blijven wordt zichtbaar in onze omgang met al deze mensen. Elke dag opnieuw kunnen wij God dienen door mensen te dienen. Dan kiezen we, in de woorden van Jozua, voor de aanpak van de Heer.

EERSTE LEZING                Joz. 24, 14-29

Als gij de Heer niet wilt dienen, kies dan nu wie ge wel dienen wilt.

Uit het boek Jozua

In die tijd sprak Jozua tot het volk:
“Vrees dan de HEER en dien Hem oprecht en trouw.
Doe de goden weg, die uw voorouders
aan de overkant van de Rivier en in Egypte hebben vereerd,
en wees dienaren van de HEER.
Als gij de HEER niet wilt dienen,
kies dan nu wie ge wel dienen wilt:
de goden die uw voorouders
aan de overkant van de Rivier hebben vereerd,
of de goden van de Amorieten, in wier land gij woont.
Ik en mijn familie, wij dienen de HEER.”
Het volk antwoordde:
“Wij denken er niet aan de HEER te verlaten
en andere goden te vereren.
De HEER onze God heeft ons en onze vaderen
uit Egypte geleid, uit het land van de slavernij.
Hij heeft voor onze ogen
grote tekenen verricht en ons beschermd
op al onze tochten en tegen alle volken,
waarmee wij in aanraking kwamen.
De HEER heeft al die volken voor ons verdreven,
evenals de Amorieten die dit land bewonen.
Ook wij willen de HEER dienen, Hij is onze God.”
Toen zei Jozua tot het volk:
“Gij zult wel niet bij machte zijn de HEER te dienen,
want Hij is een heilige God, een jaloerse God,
die uw overtredingen en zonden niet vergeeft,
maar als ge de HEER verlaat en vreemde goden vereert,
zal Hij u met nieuwe rampen treffen en u vernietigen,
ondanks de weldaden die Hij u vroeger heeft bewezen.”
Maar het volk herhaalde:
“Toch willen wij de HEER dienen.”
Toen zei Jozua tot het volk:
“Dan zijt ge zelf getuigen,
dat ge voor de dienst van de HEER gekozen hebt.”
En zij antwoordden:
“Ja, dat zijn wij.”
En Jozua hernam:
“Doe dan die vreemde goden bij u weg
en geef u helemaal aan de HEER, de God van Israël.”
En het volk antwoordde:
“De HEER onze God willen wij dienen
en naar Hem willen wij luisteren.”
Zo sloot Jozua op die dag te Sichem een verbond met het volk.
Hij bepaalde voor hen wat wet is en recht,
en hij schreef alles op in het wetboek van God.
Daarop liet hij onder de eik
in het heiligdom van de HEER een grote steen oprichten
en sprak tot het hele volk:
“Deze steen zal tegen ons getuigen,
want hij heeft alles gehoord
wat de HEER tot ons gesproken heeft.
Hij zal tegen u blijven getuigen,
zodat gij uw God niet verloochent.”
Daarop ontbond Jozua de vergadering
en ieder keerde terug naar zijn eigen gebied.

Na deze gebeurtenissen stierf Jozua, de zoon van Nun,
de dienaar van de HEER, op de leeftijd van honderd en tien jaar.

TUSSENZANG           Ps. 16(15), 1-2a, 5, 7-8, 11

De Heer is mijn erfdeel, mijn dronk uit de beker.

Behoed mij, God, tot U neem ik mijn toevlucht ;
Gij zijt mijn Heer, ik erken het.
De Heer is mijn erfdeel, mijn dronk uit de beker,
Hij heeft mijn lot in zijn hand.

Ik dank de Heer die mij altijd geleid heeft,
Hij spreekt ook des nachts in mijn hart.
Steeds houd ik mijn ogen gericht op de Heer,
ik val niet, want Hij staat naast mij.

Gij zult mij de weg van het leven wijzen
om heel mijn vreugde te vinden bij U,
bestendig geluk aan uw zijde.

ALLELUIA                                       I Tess. 2, 13

Alleluia.
Ontvangt het goddelijk woord,
niet als een woord van mensen
maar als wat het inderdaad is : het woord van God.
Alleluia.

EVANGELIE                               Mt. 19, 13-15

Laat de kinderen begaan,
want aan hen die zijn zoals zij behoort het Rijk der hemelen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd werden er kleine kinderen bij Jezus gebracht,
opdat Hij hun de handen zou opleggen
en een gebed over hen spreken.
Maar bars wezen de leerlingen ze af.
Jezus echter zei:
“Laat die kinderen toch begaan
en verhindert ze niet bij Mij te komen.
Want aan hen die zijn zoals zij,
behoort het Rijk der hemelen.”
En nadat Hij hun de handen had opgelegd
vertrok Hij vandaar.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: