Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord

Welkom, nu wij ons weer verzamelen
binnen de muren van dit huis van God.
Hier kunnen wij een ander woord vernemen
dan de geluiden van onze wereld.
Het Woord van Jezus
klinkt vandaag tegelijk hoopvol en streng.
Hij geeft hoop aan alle mensen en alle volken.
Maar tegelijk zoekt Hij naar mensen
die bereid zijn zich in te spannen
voor een wereld van gerechtigheid.

Verwelkomen wij de Heer,
die tot ons komt met het vuur van zijn liefde,
maar ook met zijn barmhartigheid.

EERSTE LEZING                                  Jes. 66, 18-21

Zij brengen uit alle volken uw broeders en zusters bijeen.

Uit de profeet Jesaja

Dit zegt de HEER:
“Ik ken hun werken en hun gedachten,
Ik ga alle volkeren en talen bijeenroepen
en zij zullen komen en mijn glorie aanschouwen.
Voor hun ogen zal Ik tekenen verrichten.
Die gespaard gebleven zijn
zal Ik uitzenden naar de volkeren,
zelfs naar de verwijderde kusten
waar mijn faam nog niet is doorgedrongen,
en waar ze mijn glorie nog niet hebben aanschouwd;
onder alle volkeren zullen zij mijn glorie verkondigen.
En op paarden en wagens, in karossen,
op muildieren en dromedarissen
zullen zij uit alle volkeren uw broeders bijeenbrengen
op mijn heilige berg in Jeruzalem
en ze de HEER aanbieden als een offergave,
zoals de Israëlieten in reine vaten hun spijsoffers aanbieden
in de tempel van de HEER.
En ook uit de volkeren zal Ik mijn priesters kiezen en levieten,”
zo spreekt de HEER.

Antwoordpsalm                                       Ps. 117(116) 1, 2:

 

Keervers
Gaat uit over de hele wereld
en verkondigt het evangelie.

Looft nu de Heer, alle naties der aarde,
huldigt de Heer, alle volken rondom.

Omdat Hij bij ons zijn goedheid getoond heeft;
de trouw van de Heer houdt in eeuwigheid stand.

TWEEDE LEZING                                    Hebr. 12, 5-7.11-13

De Heer tuchtigt hen die Hij liefheeft.

Uit de brief aan de Hebreeën

Broeders en zusters,

Gij zijt het schriftwoord vergeten
dat u als kinderen aanspreekt en vermaant:
“Kind, minacht de tucht van de Heer niet,
laat u door zijn straf niet ontmoedigen.
Want de Heer tuchtigt hen die Hij liefheeft,
Hij straft ieder die Hij als zijn kind erkent.”

Het lijden dient om u te verbeteren en op te voeden;
God behandelt u als kinderen.
Ieder kind wordt wel ooit door zijn vader gestraft.
Tucht is nooit prettig,
op het moment zelf is er meer verdriet dan blijdschap;
maar op lange termijn
levert ze voor degenen die zich door haar lieten vormen
de heilzame vrucht op van een heilig leven.
Daarom, heft op de slappe handen,
strekt de wankele knieën,
laat uw voeten rechte wegen gaan;
het kreupele lid mag niet ontwricht worden maar moet genezen.

Vers voor het evangelie                                 Joh. 14,6

Alleluia.
Ik ben de weg, de waarheid en het leven, zegt de Heer,
niemand komt tot de Vader tenzij door Mij.
Alleluia.

EVANGELIE                                       Lc. 13, 22-30

Zij zullen komen uit het oosten en het westen en zij zullen aanzitten in het koninkrijk Gods.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd trok Jezus rond door steden en dorpen,
en gaf er onderricht
en Hij zette zijn reis voort naar Jeruzalem.
Iemand vroeg Hem:
“Heer, zijn het er weinig die gered worden?”
Maar Hij sprak tot hen:
“Spant u tot het uiterste in
om door de nauwe deur binnen te komen,
want, Ik zeg u, velen zullen proberen binnen te komen,
maar zij zullen daar niet in slagen.
Als eenmaal de huisvader is opgestaan en de deur gesloten heeft
en als gij dan buiten op de deur begint te kloppen
en begint te roepen: Heer, doe open!
zal Hij u antwoorden: Ik weet niet waar gij vandaan komt.
Dan zult ge opwerpen:
In uw tegenwoordigheid hebben we gegeten en gedronken,
en in onze straten hebt ge onderricht gegeven.
Maar weer zal zijn antwoord zijn:
Ik weet niet waar gij vandaan komt.
Gaat weg van Mij, gij allen, die ongerechtigheid bedrijft.
Daar zal geween zijn en tandengeknars,
wanneer gij Abraham, Isaäk en Jakob en al de profeten
zult zien in het Rijk Gods,
terwijl ge zelf buitengeworpen zult zijn.
Zij zullen komen uit het oosten en het westen,
uit het noorden en het zuiden,
en zij zullen aanzitten in het koninkrijk Gods.
Denkt eraan:
er zijn laatsten die eersten en eersten die laatsten zullen zijn.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.