Donderdag in de zevenentwintigste week door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven.

Overweging
We kennen heel goed het probleem dat hier door de profeet Maleachi behandeld wordt: diegenen die kwaad doen, lijkt het voor de wind te gaan, en diegenen die God verzoeken brengen het er goed af. Het is het probleem dat in vele psalmen terugkomt; in het boek Job lezen we hoe de theologie in de loop der tijden op dit probleem een antwoord trachtte te formuleren. Is het ook niet een gegeven dat ons bezig houdt ? Het probleem van zo vele mensen vandaag ? De lezing reikt een antwoord aan: de dag komt waarop gerechtigheid geschiedt. Aan ons om daarop te vertrouwen. Onze protesten, onze opstandigheid, ons steigeren bij onrechtvaardige toestanden: we mogen alles toevertrouwen aan een God die luistert – en die eens gerechtigheid zal laten geschieden.

EERSTE LEZING                  Mal. 3, 13-20a

De dag gaat komen, die brandt als een oven.

Uit de Profeet Maleachi

“Uw woorden ergeren Mij”, zegt de heer.
Gij vraagt :
“Wat was er in onze gesprekken dan tegen U gericht ?”
Gij hebt gezegd :
“Het is zinloos God te dienen.
“Wat winnen wij er mee, dat wij zijn geboden onderhouden
en voor de Heer van de legerscharen
in boetekleren lopen ?
“Het is immers zo,
dat wij degenen die God trotseren gelukkig prijzen ;
degenen die kwaad doen, gaat het voor de wind
en degenen die God verzoeken brengen het er goed af.”
Toen spraken degenen die de Heer vrezen, met elkaar.
En de Heer heeft geluisterd en het gehoord.
En voor zijn aangezicht werd een gedenkschrift opgesteld
aangaande hen die de Heer vrezen,
hen die zijn naam eerbiedigen.
“Zij zullen mijn eigendom zijn,
zegt de Heer van de hemelse machten,
op de dag die Ik ga maken.
“Dan zal Ik hen sparen,
zoals een man zijn zoon spaart, wanneer die hem dient.
“Dan zult gij opnieuw het verschil zien
tussen de rechtvaardige en de boosdoener,
tussen degene die God dient en degene die Hem niet dient.
“Want weet wel : de dag gaat komen, die brandt als een oven.
“Al degenen die God trotseren en al degenen die kwaad doen,
zij worden dan als kaf.
“De dag die gaat komen steekt hen in brand
– zegt de Heer van de hemelse machten –
de dag, die wortel noch tak van hen overlaat.
“Maar voor u, die mijn naam vreest,
gaat dan de zon van de gerechtigheid op,
die met haar vleugels genezing brengt.”

TUSSENZANG                  Ps. 1, 1-2, 3, 4, 6

Gelukkigis de man, die op de Heer zijn hoop stelt
(Ps. 40 (39), 5a).

Gelukkig de man die weigert te doen
wat goddelozen hem raden ;
die niet de wegen der zondaars gaat,
niet zit te midden der spotters ;
maar die zijn geluk vindt in ’s Heren wet,
haar dag en nacht overweegt.

Hij is als een boom aan het water geplant,
die vruchten draagt op zijn tijd ;
des zomers verdorren zijn bladeren niet,
maar al wat hij doet brengt hem voorspoed.

De goddelozen vergaat het zo niet :
de wind blaast hen weg als kaf.
De Heer immers let op de weg der gerechten,
de weg van de zondaars loopt dood.

ALLELUIA              1 Petr. 1, 25

Alleluia.
Het woord des Heren blijft in eeuwigheid ;
en dit woord is de boodschap
die u in het evangelie is verkondigd.
Alleluia.

EVANGELIE                    Lc. 11, 5-13

Vraagt en u zal gegeven worden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
“Stel dat iemand van u een vriend heeft.
“Midden in de nacht gaat hij naar hem toe en zegt :
Vriend, leen mij drie broden,
want een vriend van mij is van een reis bij mij aangekomen
en ik heb niets om hem voor te zetten.
“Zou die ander van binnen uit dan antwoorden :
Val me niet lastig;
de deur is al op slot en mijn kinderen en ik liggen in bed ;
ik kan nietopstaan om het te geven?
“Ik zeg u,
als hij al niet opstaat en het hem geeft omdat hij zijn vriend is,
zal hij toch opstaan en hem geven al wat hij nodig heeft,
om zijn onbescheiden aandringen.
“Tot u zeg Ik hetzelfde :
Vraagt en u zal gegeven worden ;
zoekt en gij zult vinden ;
klopt en er zal worden opengedaan.
“Want al wie vraagt verkrijgt ; wie zoekt vindt;
en voor wie klopt doet men open.
“Is er soms onder u een vader die aan zijn zoon een steen zal geven,
als deze hem om een brood vraagt ?
“Of als hij om een vis vraagt
zal hij hem toch in plaats van vis geen slang geven ?
“Of als hij een ei vraagt
zal hij hem toch geen schorpioen geven ?
“Als gij dus – ofschoon ge slecht zijt –
goede gaven aan uw kinderen weet te geven,
hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel
de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

 

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: