Naäman keerde naar de man Gods terug en bekende dat God bestaat.

Uit het tweede boek Koningen

In die dagen ging de Syriër Naäman naar de Jordaan
en dompelde zich zevenmaal onder,
zoals Elisa, de man Gods, gezegd had.

Zijn huid werd weer als die van een klein kind
en hij was gereinigd van zijn melaatsheid.
Hij keerde met heel zijn gevolg naar de man Gods terug,
trad het huis binnen, ging vóór hem staan en zei:
“Nu weet ik dat er in Israël een god is,
en nergens anders op aarde.
Wil daarom een huldeblijk van uw dienaar aanvaarden.”
Maar Elisa antwoordde:
“Zowaar de Heer leeft, wiens dienaar ik ben,
ik neem niets van u aan.”
En hoewel Naäman er bij hem op aandrong iets aan te nemen,
bleef hij weigeren.
Toen zei Naäman:
“Geef mij dan tenminste een vracht aarde mee,
zoveel als een koppel muildieren kan dragen,
want uw dienaar wil aan geen andere goden
brand- of slachtoffers meer opdragen,
dan aan de HEER alleen.”

Antwoordpsalm                 Ps. 98(97) 1, 2-3ab, 3cd-4

Keervers
De Heer openbaarde zijn heil aan de volken.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang
omdat Hij wonderen deed.
Zijn hand deed zich krachtig gelden,
de macht van zijn heilige arm.

De Heer openbaarde zijn heil,
gerechtigheid toonde Hij aan de volken;
Hij bleef zijn erbarmen indachtig,
zijn trouw jegens Israëls huis.

De hele aarde aanschouwde
het heil van de Heer, onze God.
Verheerlijkt de Heer, alle landen,
weest blij, verheugt u en zingt.

TWEEDE LEZING                  2 Tim. 2, 8-13

Als wij volharden, zullen wij met Christus heersen.

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan Timóteüs

Dierbare,

Houd Jezus Christus in gedachten,
Davids Nazaat, die uit de dood is opgestaan.
Zo luidt de boodschap die ik verkondig
en waarvoor ik zelfs als een misdadiger
gevangenschap heb te lijden.
Maar het woord van God laat zich niet in boeien slaan.
Daarom ben ik bereid alles te verdragen,
terwille van de uitverkorenen,
opdat ook zij het heil verwerven in Christus Jezus
en eeuwige heerlijkheid.
Hoe waar is dit woord:
“Als wij met Hem gestorven zijn
zullen wij met Hem leven.
Als wij volharden,
zullen wij met Hem heersen.
Als wij Hém verloochenen
zal Hij óns verloochenen.
Als wij ontrouw zijn
blijft Hij trouw:
zichzelf verloochenen kan Hij niet.”

Vers voor het evangelie               1 Tess. 5,18

Alleluia.
Dankt God voor alles;
dit is het wat God van u verlangt
in Christus Jezus.
Alleluia.

EVANGELIE               Lc. 17, 11-19

Is er niemand teruggekeerd om aan God eer te brengen dan alleen deze vreemdeling?

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

Op zijn reis naar Jeruzalem

trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea.
Toen Hij een dorp binnenging
kwamen Hem tien melaatsen tegemoet;
zij bleven op een grote afstand staan en riepen luidkeels:
“Jezus, Meester, ontferm U over ons!”
Hij zag hen en sprak:
“Gaat u laten zien aan de priesters.”
En onderweg werden zij gereinigd.
Een van hen keerde terug toen hij zag dat hij genezen was,
en hij verheerlijkte God met luide stem.
Vol dankbaarheid wierp hij zich voor Jezus’ voeten neer,
en deze man was een Samaritaan.
Hierop vroeg Jezus:
“Zijn niet alle tien gereinigd?
Waar zijn dan de negen anderen?
Is er niemand teruggekeerd om aan God eer te brengen
dan alleen deze vreemdeling?”
En Hij sprak tot hem:
“Sta op en ga heen; uw geloof heeft u gered.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.