Vrijdag Eenendertigste week door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Het woord dat Paulus verkondigt heeft hij niet ontvangen van mensen. Het is een woord van Godswege, en Paulus getuigt ervan omdat God hem daartoe geroepen heeft. Zijn taak is niet onlosmakelijk verbonden aan één particuliere gemeenschap – de christengemeenschap van Rome is niet door Paulus gesticht, maar door Petrus. De roeping die Paulus ervaart sterkt zich uit tot alle geloofsgemeenschappen, en zal de jonge Kerk, die zich stilaan begint uit te breiden, toelaten om de zending die Jezus haar gaf waar te maken: het evangelie verkondigen van Jeruzalem tot aan de uiteinden der aarde.

EERSTE LEZING                                            Rom. 15, 14-21
God heeft mij bestemd voor de heilige dienst van Christus Jezus,
om Hem de volken aan te bieden als een welkome gave.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome
.

Broeders en zusters,

Ik voor mij twijfel er niet aan
of gij zijt best in staat elkaar van advies te dienen,
want ge zijt volop voorzien van goedheid
en kennis van allerlei soort.
Toch heb ik u
hier en daar met een zekere vrijmoedigheid geschreven
om u een en ander in herinnering te brengen,
uit kracht van de genade die mij van Godswege is geschonken.
Hij heeft mij bestemd
voor de heilige dienst van Christus Jezus onder de heidenen,
om het evangelie van God te bedienen,
om Hem de volken aan te bieden als een welkome gave,
geheiligd door de heilige Geest.
Hierop mag ik mij in Christus Jezus bij God beroemen.
Want ik verstout mij niet over iets anders te spreken
dan over hetgeen Christus door mij tot stand heeft gebracht
voor de bekering der heidenen,
door woord en werk,
door machtige wondertekenen,
in de kracht van de Geest.
Zo heb ik de prediking van het evangelie van Christus voltooid,
van Jeruzalem en omgeving tot de kust van Dalmatië.
Alleen was het mij een erezaak het nergens te verkondigen
waar de naam van Christus reeds genoemd was.
Ik wil niet bouwen op een fundament dat door anderen is gelegd,
maar houd mij aan het woord van de Schrift:
“Zij zullen aanschouwen
die geen boodschap over Hem hebben vernomen.
Zij moeten tot inzicht komen
die nog niet van Hem hebben gehoord.”

TUSSENZANG                                         Ps. 98(97), 1, 2-3ab, 3cd-4

Zijn weldaden deed de Heer ons kennen,
de volkeren zijn gerechtigheid.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang
omdat Hij wonderen deed.
Zijn hand deed zich krachtig gelden,
de macht van zijn heilige arm.

Zijn weldaden deed Hij ons kennen,
de volkeren zijn gerechtigheid.
Opnieuw bleek zijn goedheid en trouw
ten gunste van Israëls huis.

Geheel de aarde aanschouwde
wat onze God voor ons deed.
Verheerlijkt de Heer, alle landen,
weest blij, verheugt u en zingt.

ALLELUIA                                                     Joh. 14,23

Alleluia.
Als iemand Mij liefheeft,
zal hij mijn woord onderhouden ;
mijn Vader zal hem liefhebben
en Wij zullen tot hem komen.
Alleluia.

EVANGELIE                                             Lc. 16, 1-8
De kinderen van deze wereld handelen onderling met meer overleg
dan de kinderen van het licht.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
.

In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen:
“Er was eens een rijk man die een rentmeester had,
die bij hem werd aangeklaagd dat hij zijn bezit verkwistte.
Hij riep hem dus en vroeg:
Wat hoor ik daar van u?
Geef rekenschap van uw beheer,
want gij kunt niet langer rentmeester blijven.
Toen redeneerde de rentmeester bij zichzelf:
Wat zal ik doen nu mijn heer mij het rentmeesterschap afneemt?
Spitten kan ik niet, en bedelen: daarvoor schaam ik mij.
Ik weet al wat ik ga doen,
opdat ik, na mijn ontslag als rentmeester, onderdak vind.
Hij ontbood de schuldenaars van zijn heer, één voor één,
en zei tot de eerste:
Hoeveel zijt ge aan mijn meester schuldig?
Deze antwoordde: Honderd vaten olie.
Maar hij zei:
Hier hebt ge uw schuldbekentenis;
ga gauw zitten en schrijf: vijftig.
Daarop vroeg hij nog aan een tweede:
En hoeveel zijt gij schuldig?
Deze antwoordde: Honderd maten tarwe.
Hij zei hem:
Hier hebt ge uw schuldbekentenis; schrijf: tachtig.
De heer prees het in de onrechtvaardige rentmeester
dat hij met overleg had gehandeld,
want de kinderen van deze wereld
handelen onderling met meer overleg
dan de kinderen van het licht.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overweging uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Gepubliceerd door leopardoel

I am an 89-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: