Dinsdag in de drieëndertigste week door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
De daglezing springt gewoon heen en weer tussen de twee Makkabeeënboeken. Vandaag hebben we een sublieme lezing over de oude Eleazar. Wetten kunnen in onze ogen soms erg tijdsgebonden en relatief lijken, maar de diepste levensovertuiging van een mens moet zich vaak uiten in zeer concrete omstandigheden en daden. Dit verhaal heeft niets met legalisme of schijnvroomheid te maken. Het richt zich juist tegen het ophouden van de schijn en een louter uiterlijke plichtsvervulling. De fundamentele boodschap van Eleazar grijpt zo diep aan, omdat ze naar de kern gaat: werkelijkheid gaat boven alle schijn.

EERSTE  LEZING                                         2 Makk. 6, 18-31
Ik laat de jongeren een edel voorbeeld na
van hoe men vrijwillig en fier kan sterven
voor de eerbiedwaardige en heilige wet.

Uit het tweede boek van de Makkabeeën
.

In die dagen werd Eleázar,
een van de voornaamste schriftgeleerden,
een man op jaren en een indrukwekkende verschijning,
met geweld gedwongen de mond te openen
en varkensvlees te eten.
Maar hij verkoos een roemvolle dood boven een besmeurd leven;
hij spuwde het weer uit en ging vrijwillig naar de pijnbank,
zoals allen dat zouden doen
die de moed hebben spijzen te weigeren, waarvan het genot
niet door de liefde voor het leven gewettigd kan worden.
Degenen die belast waren met de leiding
bij dat afschuwelijk offermaal,
namen Eleázar, die een oude bekende van hen was, terzijde
en spoorden hem aan vlees te halen dat hij eten mocht;
hij zou het zelf klaar kunnen maken,
als hij maar deed alsof hij at van het offervlees,
dat door de koning was voorgeschreven.
Deed hij dat, dan zou hij niet gedood worden,
maar op grond van hun oude vriendschap
vriendelijk worden bejegend.
Maar Eleázar nam een nobel besluit, zijn leeftijd waardig
en passend bij het aanzien dat zijn ouderdom hem gaf,
bij de adel van zijn grijze haren, die hij met ere droeg,
bij het voorbeeldig leven
dat hij van zijn jeugd af geleid had,
een besluit dat bovenal in overeenstemming was
met de heilige wet, door God zelf gegeven,
en verklaarde zonder enige aarzeling,
dat men hem maar naar het dodenrijk moest sturen.
“Want”, zo zei hij, “op onze leeftijd past het niet te huichelen.
Veel jongemannen zouden dan geloven
dat de negentigjarige Eleázar
de zeden van de heidenen had aangenomen;
en door mijn huichelarij, waardoor ik mijn leven
een heel klein beetje kan verlengen,
zouden zij op een dwaalspoor worden gebracht,
en daar ik voor die dwaling verantwoordelijk zou zijn,
zou ik schande en smaad brengen over mijn oude dag.
En al ontkom ik voor het ogenblik
aan een bestraffing door de mensen, nooit, hetzij levend of dood,
ontkom ik aan de hand van de Almachtige.
Daarom geef ik er de voorkeur aan
nu moedig van dit leven afscheid te nemen;
dan toon ik mij mijn ouderdom waardig,
en laat ik de jongeren een edel voorbeeld na
van hoe men vrijwillig en fier kan sterven
voor de eerbiedwaardige en heilige wet.”
Na deze woorden ging hij naar de pijnbank.
Degenen die hem zojuist nog welwillend gezind waren,
voerden hem nu vol haat naar de folterplaats,
daar wat hij gezegd had in hun ogen krankzinnig was.
Voordat Eleázar onder de slagen bezweek, verzuchtte hij:
“De Heer weet in zijn heilige wijsheid,
dat ik aan de dood kon ontkomen:
en al lijd ik in mijn lichaam door de geseling gruwelijke pijnen,
in mijn ziel voel ik vreugde
dit alles uit eerbied voor Hem te ondergaan.”
Zo stierf Eleázar
en liet door zijn dood niet alleen aan de jongeren,
maar ook aan het grootste deel van het volk
een voorbeeld na van edele gezindheid en onvergetelijke deugd.

TUSSENZANG                                      Ps. 3, 2-3, 4-5, 6-7

De Heer staat mij bij.

Heer, hoe talrijk zijn zij die mij kwellen,
dreigend komen zij op mij af.
Overal hoor ik ze roepen :
redding bij God vindt hij niet !

Toch zijt Gij, Heer, mijn schild,
Gij geeft mij eer en aanzien.
Altijd wanneer ik roep tot de Heer
antwoordt Hij mij van zijn heilige berg.

Veilig kan ik gaan rusten en slapen,
veilig weer opstaan, want Hij staat mij bij
Duizenden vijanden zal ik niet vrezen,
ook al dringen zij wild om mij heen.
Heer, richt u op en kom nader,
kom mij te hulp, mijn God !

ALLELUIA                                                     

EVANGELIE                                           Lc. 19, 1-10
De Mensenzoon is gekomen om te zoeken,
en om te redden wat verloren was.

 Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

 

In die tijd ging Jezus Jericho binnen.
Terwijl Hij er doorheen trok,
poogde een zekere Zacheüs,
hoofdambtenaar bij het tolwezen en een rijk man,
te zien wie Jezus was.
Maar hij slaagde daarin niet vanwege de menigte,
want hij was klein van gestalte.
Om Hem toch te zien liep hij hard vooruit
en klom in een wilde vijgeboom
omdat Jezus daar langs zou komen.
Toen Jezus bij die plaats kwam
keek Hij omhoog en zei tot hem:
“Zacheüs, kom vlug naar beneden,
want vandaag moet Ik in uw huis te gast zijn.”
Zacheüs kwam snel naar beneden en ontving Hem vol blijdschap.
Allen zagen dat en merkten morrend op:
“Hij is bij een zondaar zijn intrek gaan nemen!”
Maar Zacheüs trad op de Heer toe en sprak:
“Heer, bij deze schenk ik de helft van mijn bezit aan de armen;
en als ik iemand iets afgeperst heb
geef ik het hem vierdubbel terug.”
Jezus sprak tot hem:
“Vandaag is dit huis heil ten deel gevallen,
want ook deze man is een zoon van Abraham.
De Mensenzoon is immers gekomen om te zoeken,
en om te redden wat verloren was.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overweging uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.
             

Gepubliceerd door leopardoel

I am an 89-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: