Woensdag in de drieëndertigste week

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.
Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.
Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven.

Overweging
De verklaringen van de gemartelde personen uit het tweede Makkabeeënboek lijken soms wat gekunsteld of oratorisch geforceerd. Dat kan, maar wat een gevoel, wat een verfijning, wat een ironie zitten in dit verhaal van moeder en zoon: het spelen met het verschil in taal, de diepe religieuze bewogenheid, de bijtende spot met de tiran. Psalm 17 geeft de nodige liturgische echo.

EERSTE LEZING                  II Makk. 7, 1.20-31

De Schepper van de wereld zal u in zijn barmhartigheid de levensadem teruggeven.

Uit het tweede boek van de Makkabeeën

In die dagen werden ook zeven broers met hun moeder aangehouden en op bevel van de koning met roeden en riemen geslagen om ze zo te dwingen het verboden varkensvlees te eten. Buitengewoon bewonderenswaardig was de moeder en haar nagedachtenis verdient in ere te blijven. Zij zag haar zeven zonen op één dag sterven, maar hield moedig stand, omdat zij op de Heer vertrouwde. Bezield met edele gevoelens moedigde zij ieder van hen in hun moedertaal aan en sprak tot hen: “Ik weet niet hoe gij in mijn schoot gevormd zijt; niet ik heb u de levensadem geschonken, niet ik heb de bestanddelen waaruit ieder van u bestaat, tot een harmonisch geheel geordend, maar de Schepper van de wereld; Hij bewerkt het ontstaan van de mens, zoals Hij van alles de oorsprong is. Hij zal u in zijn barmhartigheid de levensadem teruggeven, omdat gij omwille van zijn wet uzelf nu niet spaart.” Antíochus meende dat de vrouw op hem smaalde en hij verdacht haar van beledigende taal. Daarom trachtte hij haar jongste zoon, de enige die nog in leven was, niet alleen met vermanende woorden over te halen de voorvaderlijke zeden te loochenen, maar hij beloofde ook onder ede, dat hij hem rijk en gelukkig zou maken, dat hij hem zou opnemen onder zijn vrienden en hem het beheer van staatszaken zou toevertrouwen. Toen de jongen daar in het geheel geen aandacht aan schonk riep de koning de moeder en spoorde haar aan het ventje aan zijn verstand te brengen dat het om zijn welzijn ging. Daar hij er bij haar met klem op aandrong, stemde zij er tenslotte in toe haar zoon te overtuigen. Zij boog zich naar hem toe en de spot drijvend met de wrede despoot, zei ze tot hem in hun moedertaal: “Kind, heb medelijden met mij. Ik heb je negen maanden in mijn schoot gedragen, je drie jaar gevoed en je gekoesterd en opgevoed tot de jongen die je nu zijt. Ik smeek je, mijn kind, beschouw de hemel en de aarde met al wat ze bevatten en bedenk dat God dit alles uit het niet gemaakt heeft en dat ook het menselijk geslacht op dezelfde wijze is ontstaan, Wees niet bang voor die beul, maar toon je je broers waardig en aanvaard de dood, dan zal ik je met je broers terugkrijgen op de dag dat God zich over ons ontfermt.” Nauwelijks had zij dit gezegd, of de jongen riep uit: “Waar wacht u op? Ik gehoorzaam niet aan het bevel van de koning: ik gehoorzaam aan wat de wet beveelt, die door Mozes aan onze voorvaders gegeven is. Gij zijt de oorzaak van heel de rampspoed die de Hebreeën treft, maar gij zult niet ontkomen aan de hand van God.”

TUSSENZANG           Ps. 17(16), 1, 5-6, 8b, 15

Uw aanblik, Heer,
verzadigt mij als ik ontwaak.

Luister, Heer, want mijn zaak is rechtvaardig,
let op mijn luid geroep.
Wil mijn gebed aanhoren ;
mijn lippen bedriegen U niet.

Standvastig volg ik het pad van de wet,
mijn voet struikelt niet op uw wegen.
Nu roep ik U aan, want Gij zult mij verhoren,
wend dus uw oor naar mij, hoor naar mijn stem.

Verberg mij onder de schuts van uw vleugels.
Ik ben rechtschapen en mag U aanschouwen,
uw aanblik verzadigt mij als ik ontwaak.

ALLELUIA                 Hebr. 4, 12

Alleluia.
Het woord van God is levend en krachtig,
en het dringt door tot het raakpunt van ziel en geest.
Alleluia.

EVANGELIE                Lc. 19, 11-28

Waarom heb je mijn geld niet naar de bank gebracht?

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas .

In die tijd was Jezus dichtbij Jeruzalem gekomen, en daar men meende, dat het Rijk Gods onmiddellijk ging verschijnen, vertelde Hij deze gelijkenis: “Een man van hoge geboorte ging op reis naar een ver land om het koningschap te verkrijgen en dan terug te keren. Hij riep tien van zijn dienaars, gaf hun tien pond en sprak tot hen: Doet daar tijdens mijn afwezigheid zaken mee. Zijn landgenoten evenwel haatten hem en stuurden hem een gezantschap achterna om te zeggen: Wij willen niet dat deze man koning over ons wordt. Toen hij was teruggekeerd, na het koningschap toch verkregen te hebben, liet hij die dienaars roepen aan wie hij zijn geld gegeven had; hij wilde weten wat ieder voor zaken gedaan had. De eerste kwam en zei: Heer, uw pond heeft er tien opgeleverd. Hij antwoordde: Uitstekend, goede dienaar! Omdat gij in iets kleins trouw zijt geweest zult gij gezag hebben over tien steden. Daarop kwam de tweede en sprak: Heer, uw pond heeft er vijf opgebracht. Ook hem antwoordde de heer: en gij, gij zult macht hebben over vijf steden. Toen kwam de derde en zei: Heer, hier is uw pond; ik heb het weggestopt in een doek en zo bewaard; ik had angst voor u omdat ge een streng man zijt die terugeist wat ge niet hebt uitgezet en die oogst wat ge niet hebt gezaaid. Aan hem antwoordde de heer: Met je eigen woorden zal ik je veroordelen, slechte knecht. Je wist, dat ik een streng man ben die terugeist wat ik niet uitgezet en die oogst wat ik niet gezaaid heb. Waarom heb je dan mijn geld niet naar de bank gebracht? Dan had ik het bij mijn terugkomst met rente kunnen opvragen. En aan degenen die erbij stonden, beval hij: Neemt hem dat pond af en geeft het aan hem die de tien ponden heeft. Ze wierpen op: Heer, die heeft al tien ponden. Maar hij ging verder: Ik zeg u: Aan ieder die heeft, zal gegeven worden; maar aan wie niet heeft, zal nog ontnomen worden zelfs wat hij heeft. En die vijanden van mij, die mensen die niet wilden dat ik koning over hen werd: brengt ze hier en steekt ze voor mijn ogen neer.”

Nadat Jezus deze woorden gesproken had trok Hij verder en ging op naar Jeruzalem.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overweging uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Gepubliceerd door leopardoel

I am an 89-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: