Zaterdag H. Clemens 1, paus en mrt. – H. Columbanus, abt.

Inleiding
Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.
Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.
Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven.

Overweging
Met zichtbaar genoegen verhaalt de auteur van het eerste boek der Makkabeeën de opeenvolgende tegenslagen van de aartsvijand koning Antiochus. De klap op de vuurpijl is vanzelfsprekend het bericht van de smadelijke nederlaag van zijn keurtroepen door de joden. Antiochus wordt beschreven als door zware depressie overmand. De bekentenis van zijn wandaden is voor de schrijver tegelijk een hulde aan God. Vandaar ook psalm 9 als zegevierende antwoordpsalm.

EERSTE LEZING                   I Makk. 6, 1-13

Omwille van al het kwaad dat ik Jeruzalem heb berokkend,
kom ik om van verdriet en ellende.

Uit het eerste Boek van de Makkabeeën

In die dagen hoorde koning Antiochus
op zijn tocht door de hoger gelegen gebieden,
van een stad in Elam in Perzië,
die beroemd was om haar rijkdom, haar zilver en goud.
Haar tempel moest zeer rijk zijn
en in het bezit van de gouden schilden,
helmen, borstpantsers en wapens
die de Macedonische koning Alexander,
de zoon van Filippus, de eerste koning der Grieken,
daar had achtergelaten.
Koning Antiochus trok er dus heen
en trachtte de stad in te nemen en te plunderen,
maar hij slaagde er niet in,
omdat zijn voornemen aan de inwoners bekend was geworden.
Gewapenderhand verzetten zij zich tegen de koning
en hij moest de vlucht nemen.
Diep teleurgesteld keerde Antiochus naar Babel terug.
Hij bevond zich nog in Perzië,
toen men hem kwam melden, dat de legers
die naar het land van Juda waren getrokken, verslagen waren ;
ook Lysias, die aan het hoofd van een sterk leger was opgerukt,
had voor de joden de wijk moeten nemen.
Dezen waren door hun wapens, hun troepenmacht
en de grote buit, op de verslagen legers behaald,
een geduchte macht geworden.
De gruwel die hij op het brandofferaltaar
in Jeruzalem had laten oprichten,
hadden ze afgebroken
en de hoge muren rondom de tempel hersteld ;
ook zijn stad Bet-Sur hadden ze ommuurd.
Toen koning Antiochus dat hoorde, stond hij verbijsterd ;
hevig geschokt wierp hij zich op zijn bed
en werd ziek van verdriet,
omdat het hem niet was gegaan, zoals hij had verlangd.
Zo lag hij daar vele dagen lang
ten prooi aan herhaalde aanvallen van grote zwaarmoedigheid.
Toen hij dacht dat hij ging sterven,
ontbood hij al zijn vrienden en zei tot hen :
“De slaap is van mijn ogen geweken
en mijn hart is van kommer gebroken.
“Ik heb tot mezelf gezegd :
wat een kwelling is mijn bestaan geworden
en wat een vloed van leed is over mij gekomen,
terwijl ik toch zo mild was en bemind ondanks mijn macht.
“Maar nu herinner ik mij al het kwaad
dat ik Jeruzalem heb berokkend
door beslag te leggen op al het zilveren en gouden vaatwerk
en door zonder reden de bewoners van Juda te laten uitroeien.
“Dat moet de reden zijn waarom deze rampen mij treffen
en ik van verdriet en ellende omkom op vreemde bodem.”

TUSSENZANG                   Ps. 9, 2-3, 4, 6, 16b, 19

In de poort van Sions stad zal ik U prijzen, Heer,
en jubelen van vreugde om uw hulp.

U wil ik danken, Heer, uit heel mijn hart
en al uw wonderen verhalen.
Verheugd en opgetogen over wat Gij doet
wil ik uw Naam bezingen, Allerhoogste.

Want al mijn tegenstanders zijn gevlucht,
gestruikeld en gevallen voor uw aanschijn.
De heidenen hebt Gij bedreigd,
de zondaars neergeslagen,
hun naam hebt Gij voor eeuwig uitgewist.

De heidenen zijn in hun eigen kuil gestort,
hun voet kwam in de strik, die zij mij spanden.
De arme blijft niet voor altijd vergeten,
nooit wordt de hoop van de behoeftige beschaamd.

ALLELUIA                      I Joh. 2, 5

Alleluia.
Wie het woord van de Heer bewaart,
in Hem is waarlijk Gods liefde volkomen.
Alleluia.

EVANGELIE                    Lc. 20, 27-40

De Heer is geen God van doden maar van levenden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd kwamen er enigen van de Sadduceeën,
die de verrijzenis loochenen
bij Jezus met de vraag :
“Meester, wij zien bij Mozes geschreven staan :
Als iemand een getrouwde broer heeft die kinderloos sterft,
dan moet zijn broer diens vrouw nemen
om aan zijn broer een nageslacht te geven.
“Nu waren er eens zeven broers.
“De eerste trouwde en stierf kinderloos.
“De tweede en de derde namen de vrouw
en op dezelfde manier stierven alle zeven
zonder kinderen na te laten.
“Het laatste stierf ook de vrouw.
“Van wie van hen is zij nu bij de verrijzenis de vrouw?
“Alle zeven toch hebben haar tot vrouw gehad.”
Jezus sprak tot hen :
“De kinderen van deze wereld
huwen en worden ten huwelijk gegeven,
maar zij die waardig gekeurd zijn
deel te krijgen aan de andere wereld
en aan de verrijzenis uit de doden,
huwen niet en worden niet ten huwelijk gegeven.
“Zij kunnen immers niet meer sterven
omdat zij gelijk engelen zijn ;
en, als kinderen van de verrijzenis zijn zij kinderen van God.
“Dat de doden verrijzen,
heeft ook Mozes aangeduid
waar het gaat over de braamstruik,
doordat hij de Heer noemt:
de God van Abraham, de God van Isaäk en de God van Jakob.
“De Heer is toch geen God van doden maar van levenden
want voor Hem zijn allen levend.”
Sommigen van de schriftgeleerden merkten op :
“Meester dat hebt Gij goed gezegd.”
Zij waagden het dan ook niet meer Hem nog maar iets te vragen.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Gepubliceerd door leopardoel

I am an 89-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: