Zaterdag – Vijfde dag in de Kerstnoveen

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
De heuvels van de eerste lezing corresponderen met het bergland in het evangelie. De gazel en het hert roepen de spoed van de reis op. De geliefde die nabij komt zal in het evangelie de Heer zelf zijn. Moeten wij de woorden ‘zalig zij die geloofd heeft’ uit de mond van Elisabeth verstaan als een allusie op de woorden van de engel aan Zacharias: omdat gij mijn woorden niet geloofd hebt’? De tegenstelling tussen het ongeloof van Zacharias en het geloof van Maria is hoe dan ook niet vergezocht, aangezien het tweemaal over een reactie gaat op een engel die de komst van de Messias aankondigt. Hoe koppelt men het Hooglied aan het bezoek van Maria aan Elisabeth? Het zijn twee idyllische taferelen.

EERSTE LEZING                                                  Hoogl. 2, 8-14

Indien wenselijk, kan men ook lezing 43a nemen.
Lofzang op de geliefde die komt.

Uit het Hooglied

 

Hoor, daar is mijn geliefde;
kijk, daar komt hij aan,
over de heuvels snelt hij voort.
Mijn geliefde is als een gazel,
hij lijkt wel het jong van een hert.
Daar staat hij achter de muur van ons huis.
Hij ziet door het raam
en kijkt door de tralies naar binnen.
Nu roept mijn geliefde en zegt tegen mij:
“Sta op, mijn liefste, kom toch, mijn schoonste!
Kijk maar, de winter is voorbij,
de regen is voorgoed verdwenen.
Kijk, op het veld staan weer bloemen,
de tijd om te zingen breekt aan;
de roep van de tortel klinkt over het land.
De vijgenboom draagt zijn eerste vruchten al,
en wat ruikt de bloeiende wijnstok heerlijk!
Sta op, mijn liefste, kom toch, mijn schoonste!
Mijn duif, die u verscholen hebt
in de kloven van het gesteente,
in de holte van de rotsen,
laat mij uw gezicht zien,
laat mij uw stem horen,
want uw stem is zo mooi,
uw gezicht zo lieftallig!”

of

EERSTE lezing                                                 Sef. 3, 14-18a

De Heer en Koning van Israël is in uw midden.
Uit de Profeet Sefanja
Sion, jubel van vreugde,
juich, Israël,
verheug u en wees blij, Jeruzalem,
met heel uw hart!
Het vonnis dat op u drukte,
werd door de HEER vernietigd,
Hij heeft uw vijand verjaagd.
De HEER, de Koning van Israël, blijft bij u:
nu hoeft gij geen onheil meer te vrezen!
Op die dag zal er tot Jeruzalem gezegd worden:
Vrees niet, Sion,
en laat uw handen niet verslappen.
De HEER uw God is bij u
als een reddende held.
Uitermate verheugt Hij zich om u,
door zijn liefde maakt Hij u nieuw;
Hij jubelt om u van vreugde.

TUSSENZANG                                              Ps. 33(32), 2-3, 11-12, 20-21

Jubelt, gerechtigen, voor de Heer,
zingt voor de Heer een nieuw gezang.

Eert dan de Heer met citerspel,
en speelt voor Hem op de harp.
Zingt voor de Heer een nieuw gezang,
een schoon en schallend refrein.

Eeuwig blijft staan het plan van de Heer,
wat Hij heeft beraamd geldt voor alle geslachten.
Zalig het volk dat de Heer heeft als God,
de natie door Hem tot zijn erfdeel gekozen.

Daarom vertrouwt ons hart op de Heer,
is Hij ons een schild en een helper.
Daarom is Hij de vreugd van ons hart,
zijn heilige Naam onze toevlucht.

ALLELUIA

Alleluia.
Zon der gerechtigheid,
weerglans van het eeuwige licht :
kom hen verlichten die in duisternis zitten
en in de schaduw van de dood.
Alleluia.

EVANGELIE                                                  Lc. 1, 39-45

Waaraan heb ik het te danken
dat de moeder van de Heer naar mij toe komt?

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas
In die dagen reisde Maria met spoed naar het bergland,

naar een stad in Juda.
Zij ging het huis van Zacharias binnen en groette Elisabet.
Zodra Elisabet de groet van Maria hoorde,
sprong het kind op in haar schoot.
Elisabet werd vervuld met de heilige Geest
en riep met luide stem uit:
“Gij zijt gezegend onder de vrouwen
en gezegend is de vrucht van uw schoot.
Waaraan heb ik het te danken
dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt?
Zie, zodra de klank van uw groet mijn oor bereikte
sprong het kind van vreugde op in mijn schoot.
Zalig zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen
wat haar vanwege de Heer gezegd is.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Gepubliceerd door leopardoel

I am an 89-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: