Donderdag – Tweede week door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging in het kader van deze gebedsweek
‘Al biddend dringt tot me door dat ik met God verbonden ben, door Hem bemind, in zijn handen, ook als ik op duisternis en weerstand bots. Onthutsend is deze liefde,een bijna niets, een ragfijn draadje door de duisternis. En ik weet dat het mij kan ontglippen als ik dat ene uur verzuim dat mij werd gevraagd te waken ‘om niet in bekoring te vallen’. Daarom geloof ik samen met heel wat spirituele meesters uit andere religieuze tradities van de mensheid dat we moeten volharden in het gebed. Ik moet bidden zonder iets terug te verwachten.’
(Broeder Christian de Chergé, L’invincible espérance)

EERSTE  LEZING                               I Sam 18, 6-9; 19, 1-7

Mijn vader Saul wil je doden.

Uit het eerste Boek Samuël

Toen David in die dagen
terugkeerde van zijn overwinning op de Filistijn,
trokken de vrouwen uit alle steden van Israël
koning Saul zingend en dansend tegemoet,
met tamboerijnen, vreugdeliederen en triangels.
De dansende vrouwen hieven een beurtzang aan en zongen :
“Bij duizenden sloeg Saul ze neer,
maar David bij tienduizenden !”
Saul was zeer ontstemd
en ergerde zich hevig aan die woorden ; hij zei :
“Aan David geven zij tienduizenden, aan mij duizenden ;
alleen het koningschap ontbreekt hem nog maar !”
Vanaf dat ogenblik bekeek Saul David met afgunst !”
Hij deelde zijn zoon Jonatan en al zijn hovelingen mee
dat hij David wilde doden.
Daarop liet Jonatan weten
aan David, die hij bijzonder genegen was :
“Mijn vader Saul wil je doden.
“Wees morgenochtend op je hoede ;
zoek een schuilplaats en houd je verborgen.
“Ik ga dan de stad uit
en kom met mijn vader in jouw nabijheid staan.
“Dan spreek ik met mijn vader over jou
en wat ik te horen krijg laat ik je weten.”
Jonatan pleitte dus voor David bij zijn vader Saul
en zei tot hem :
“Laat de koning zich niet vergrijpen aan zijn dienaar David.
“Hij heeft niets tegen u misdaan.
“Integendeel, wat hij gedaan heeft
is u zeer voordelig geweest.
“Hij heeft zijn leven op het spel gezet ;
hij heeft de Filistijnen verslagen
en de Heer heeft Israël een grote overwinning geschonken.
“Gij hebt het gezien en u erover verheugd.
“Waarom zoudt u zich dan vergrijpen
aan onschuldig bloed en David zonder enige reden doden?”
Saul luisterde naar Jonatan en zwoer :
“Zowaar de Heer leeft, David wordt niet gedood !”
Toen riep Jonatan David
en vertelde hem alles wat er gezegd was.
Hij bracht David bij Saul
en David diende Saul opnieuw zoals voorheen.

TUSSENZANG                        Ps. 56(55), 2-3, 9-10, 11, 12-13

Op de Heer vertrouw ik zonder vrees.

Wees genadig, God, nu mensen mij vertrappen,
steeds bestoken en benadelen zij mij.
Mijn bestrijders kwellen mij voortdurend,
vallen op mij aan met man en macht.

Heel mijn zwerversleven kent Gij,
al mijn tranen hebt Gij opgevangen in uw kruik.
Maar mijn vijand wijkt als ik U aanroep,
ja, ik weet het, God verlaat mij niet !

Op de Heer en zijn belofte,
op de Heer vertrouw ik zonder vrees ;
hoe zou dan een mens mij deren ?

Wat ik U beloofd heb, God, zal ik volbrengen,
U breng ik het offer van mijn lof.

Want door U ben ik de dood ontkomen,
Gij behoedt mijn voeten voor de val.
Daardoor kan ik voortgaan voor Gods Aanschijn
in het licht dat alle levenden verlicht.

ALLELUIA                         Ps. 119(118), 27

Alleluia.
Leid mij op de weg van uw bevelen, Heer,
dan zal ik uw daden indachtig zijn.
Alleluia.

EVANGELIE                             Mc. 3, 7-12

De onreine geesten schreeuwden : Gij zijt de zoon van God.
Maar Hij verbood hun nadrukkelijk Hem bekend te maken.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd trok Jezus met zijn leerlingen weg
in de richting van het meer,
maar een grote volksmenigte uit Galilea ging Hem achterna.
Er kwamen ook veel mensen uit Judea, Jeruzalem, en Iduméa,
uit het Overjordaanse
en uit de streek rond Tyrus en Sidon tot Hem,
omdat ze hoorden wat Hij allemaal deed.
Hij droeg zijn leerlingen op
te zorgen dat er een bootje voor Hem bij de hand was,
als voorzorg tegen het opdringen van de menigte.
Want Hij had er al velen genezen,
met het gevolg dat allen die aan kwalen leden
op Hem aandrongen om Hem aan te raken.
Zelfs de onreine geesten vielen
als zij Hem zagen,
voor Hem neer en schreeuwden :
“Gij zijt de Zoon van God.”
Maar Hij verbood hun nadrukkelijk Hem bekend te maken.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: