Eerste zondag in de veertigdagentijd

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord
De weg van veertig dagen naar Pasen is ingezet.
Aswoensdag herinnerde onze drukdoende wereld eraan
dat we broos en kwetsbaar zijn, van stof en as.
Niet om ons terneer te drukken
maar om te beseffen dat de kracht om écht mens te zijn
een geschenk is van Godswege.

God wil de ziel zijn van ons leven, van onze verlangens,
Hij wil het mooiste in ons naar boven halen.
Daarom nodigt Hij ons ook uit
om niet onszelf centraal te stellen,
maar Hém lief te hebben
en de mensen rondom ons, de kleinen het eerst.
Laten wij dan de weg gaan van bekering en vernieuwing.

EERSTE LEZING                Gen. 2, 7-9; 3,1-7
Schepping van het eerste mensenpaar en zondeval.

Uit het boek Genesis

In het begin boetseerde God de Heer de mens uit stof,
van de aarde genomen,
en Hij blies hem de levensadem in de neus:
zo werd de mens een levend wezen.
Daarna legde God de Heer een tuin aan in Eden,
ergens in het oosten,
en daarin plaatste Hij de mens
die Hij geboetseerd had.
God de Heer liet uit de grond allerlei bomen opschieten,
aanlokkelijk om te zien
en heerlijk om van te eten;
daarbij was ook de boom van het leven
midden in de tuin
en de boom van de kennis van goed en kwaad.

Van alle dieren die God de Heer gemaakt had,
was er geen zo sluw als de slang.
Ze zeide tot de vrouw:
“Heeft God werkelijk gezegd
dat ge van geen enkele boom in de tuin moogt eten ?”
De vrouw zei tot de slang:
“Wij mogen wel eten
van de vruchten van de bomen in de tuin.
“God heeft alleen gezegd:
Van de vruchten van de boom
die midden in de tuin staat,
moogt ge niet eten;
ge moogt ze zelfs niet aanraken;
anders zult ge sterven.”
Maar de slang zei tot de vrouw:
“Gij zult helemaal niet sterven.
“God weet dat uw ogen open zullen gaan
als ge eet van die boom,
en dat ge dan gelijk zult worden aan God
door de kennis van goed en kwaad.”

Toen zag de vrouw
dat het goed eten was van die boom,
en dat hij een lust was voor het oog,
en hoe aantrekkelijk het was
er inzicht door te krijgen.
Zij plukte dus een vrucht en at ervan;
zij gaf er ook van aan haar man die bij haar stond,
en ook hij at ervan.
Nu gingen hun beide ogen open
en zij ontdekten dat zij naakt waren.
Daarom hechtten ze vijgenbladen aaneen
en maakten daar lendeschorten van.

Antwoordpsalm             Ps. 51(50), 3-4, 5-6a, 12-13, 14 en 17

Keervers
Heer, ontferm U, wij hebben gezondigd.

God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid,
delg mijn zondigheid in uw erbarmen.
Was mijn schuld volkomen van mij af,
reinig mij van al mijn zonden.

Ik erken dat ik misdreven heb,
altijd heb ik mijn vergrijp voor ogen.
Jegens U alleen heb ik gezondigd,
wat U tegenstaat heb ik gedaan.

Schep in mij een zuiver hart, mijn God,
geef mij weer een vastberaden geest.
Wil mij niet verstoten van uw aanschijn,
neem uw heilige Geest niet van mij weg.

Geef mij weer de weelde van uw zegen,
maak mij sterk in edelmoedigheid.
Heer, maakt Gij mijn lippen los,
dat mijn mond uw lof kan zingen.

TWEEDE LEZING              Rom. 5, 12-19 of 12.17-19
Waar de dood begon te heersen, kwam de gave der gerechtigheid tot overvloed.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,

Door één mens is de zonde in de wereld gekomen
en met de zonde de dood;
en zo is de dood over alle mensen gekomen,
aangezien allen gezondigd hebben.

Er was immers reeds zonde in de wereld,
vóór de wet er was.
Maar de zonde wordt niet aangerekend, waar geen wet is.
Toch heeft de dood als koning geheerst
in de tijd van Adam tot Mozes,
dus ook over hen
die zich niet op de wijze van Adam schuldig hadden gemaakt
aan de overtreding van een gebod.
Adam nu is het beeld van Hem die komen moest.
Maar de genade van God
laat zich niet afmeten naar de misstap van Adam.
De fout van één mens bracht allen de dood,
maar God schonk allen rijke vergoeding
door de grote gave van zijn genade:
de ene mens Jezus Christus.
Zijn gave is sterker dan die ene zonde.
De rechtspraak die volgde op de ene misstap,
liep uit op een veroordeling,
maar de gratie die na zoveel overtredingen verleend werd,
betekende volledige kwijtschelding.

Door toedoen van één mens begon de dood te heersen,
als gevolg van de val van die mens.
Zoveel heerlijker zullen zij
die de overvloed der genade
en de gave der gerechtigheid ontvangen,
leven en heersen,
dankzij de ene mens Jezus Christus.
Dit betekent:
één fout leidde tot veroordeling van allen,
maar één goede daad leidde tot vrijspraak
en leven voor allen.
En zoals door de ongehoorzaamheid van één mens
allen zondaars werden,
zo zullen door de gehoorzaamheid van Een
allen worden gerechtvaardigd.

Vers voor het evangelie                    Mt. 4, 4b

Lof en eer zij U, Heer Jezus.
Niet van brood alleen leeft de mens,
maar van alles wat uit de mond van God voortkomt.
Lof en eer zij U, Heer Jezus.

EVANGELIE                      Mt. 4, 1-11
Jezus vast gedurende veertig dagen en wordt bekoord.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tid werd Jezus door de Geest naar de woestijn gevoerd
om door de duivel op de proef gesteld te worden.
Nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast,
kreeg Hij honger.

Nu trad de verleider op Hem toe en sprak:
“Als Gij de Zoon van God zijt,
beveel dan dat deze stenen hierin brood veranderen.”
Hij gaf ten antwoord:
“Er staat geschreven:
Niet van brood alleen leeft de mens,
maar van elk woord dat komt uit de mond van God.”

Vervolgens nam de duivel Hem mee naar de heilige stad,
plaatste Hem op de bovenbouw van een tempelpoort
en sprak tot Hem:
“Als Gij de Zoon van God zijt, werp U dan naar beneden,
want er staat geschreven:
Aan zijn engelen zal Hij omtrent U een bevel geven,
dat zij U op de handen nemen,
opdat Ge uw voet niet zult stoten aan een steen.”
Jezus zei tot hem:
“Er staat geschreven:
Gij zult de Heer uw God niet op de proef stellen.”

Tenslotte nam de duivel Hem mee naar een heel hoge berg,
vanwaar hij Hem alle koninkrijken van de wereld
toonde in hun heerlijkheid.
En hij zei:
“Dat alles zal ik U geven,
als Gij in aanbidding voor mij neervalt.”
Toen zei Jezus hem:
“Weg, Satan; er staat geschreven:
De Heer uw God zult gij aanbidden
en Hem alleen dienen.”
Nu let de duivel Hem met rust
en er kwamen engelen om Hem te dienen.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties bij de zondagse eucharistieviering.

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: