Vierde zondag in de veertigdagentijd

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord

Mensen zijn er niet om te leven in de duisternis.
En toch is er soms veel wat ons bedrukt en ons onzeker maakt.
Waar is God dan?
In Jezus was Hij te zien:
in wat Jezus zei en deed.
Daarom is Jezus voor ons ‘het licht van de wereld’;
de bron van ons geloof en onze hoop,
de bron ook van onze verbondenheid
met mensen in het Zuiden die zoeken naar toekomst.

Keren wij dan tot onze Heer Jezus
en vragen wij om zijn barmhartigheid over ons en alle mensen.

EERSTE LEZING         I Sam. 16, 1b.6-7.10-13a

David wordt gezalfd tot koning over Israël.

Uit het eerste boek Samuël:

In die dagen zei de Heer tot Samuël:
“Vul een hoorn met olie:
Ik zend u naar Isaï, de Betlehemiet,
want een van zijn zonen heb Ik voor het koningschap bestemd.”

Toen Samuël daar aankwam, viel zijn blik op Eliab en hij dacht:
Die daar voor de Heer staat, is ongetwijfeld zijn gezalfde!
Maar de Heer zei tot Samuël:
“Ga niet af op zijn voorkomen of zijn rijzige gestalte;
hem wil Ik niet.
“Want God ziet niet zoals een mens ziet;
een mens kijkt naar het uiterlijk,
maar de Heer naar het hart.”
Zo stelde Isaï zeven van zijn zonen aan Samuël voor,
maar Samuël zei tot Isaï:
“Geen van hen heeft de Heer uitverkoren.”
Daarop vroeg hij aan Isaï:
“Zijn dat al uw jongens ?’
En deze antwoordde:
“Alleen de jongste ontbreekt; die hoedt de schapen.”

Toen zei Samuël tot Isaï:
“Laat die dan halen, want we gaan niet aan tafel
voordat hij hier is.”
Isaï liet hem dus halen.
De jongen was rossig,
had mooie ogen en een prettig voorkomen.
Nu zei de Heer:
“Hem moet gij zalven: hij is het.”
Samuël nam dus de hoorn met olie
en zalfde hem te midden van zijn broers.
Sedert die dag
was de geest van de Heer vaardig over David.

Antwoordpsalm                Ps. 23(22), 1-3a, 3b-4, 5, 6

Keervers
De Heer is mijn herder,
niets kom ik tekort.

De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort;
Hij laat mij weiden op groene velden.
Hij brengt mij aan water, waar ik kan rusten,
Hij geeft mij weer frisse moed.

Mijn schreden leidt Hij langs rechte paden
omwille van zijn Naam.
Al voert mijn weg door donkere kloven,
ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt.
Uw stok en uw herdersstaf
geven mij moed en vertrouwen.

Gij nodigt mij aan uw tafel
tot ergernis van mijn bestrijders.
Met olie zalft Gij mijn hoofd,
mijn beker is overvol.

Voorspoed en zegen verlaten mij nooit,
elke dag van mijn leven.
Het huis van de Heer zal mijn woning zijn
voor alle komende tijden.

TWEEDE     LEZING                     Ef. 5, 8-14

Sta op uit de dood en Christus’ licht zal over u stralen.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze

Broeders en zusters,

Eens waart gij duisternis,
nu zijt gij licht door uw gemeenschap met de Heer.
Leeft dan ook als kinderen van het licht.
De vrucht van het licht kan alleen maar zijn:
goedheid, gerechtigheid, waarheid.
Tracht te ontdekken wat de Heer behaagt.
Neemt geen deel aan duistere en onvruchtbare praktijken,
brengt ze liever aan het licht.
Wat die mensen in het geheim doen,
is te schandelijk om er ook maar over te spreken.
Alles echter wat aan het licht wordt gebracht,
komt in het licht tot helderheid.
En alles wat verhelderd wordt,
is zelf “licht” geworden.
Zo zegt de hymne:
“ontwaak, slaper,
sta op uit de dood
en Christus’ licht zal over u stralen.”

Vers voor het evangelie                 Joh. 8, 12b

Lof en eer zij U, Heer Jezus.
Ik ben het licht van de wereld, zegt de Heer,
wie Mij volgt, zal het levenslicht bezitten.
Lof en eer zij U, Heer Jezus.

EVANGELIE                   Joh. 9, 1-41

Hij ging, waste zich en kwam ziende terug.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd zag Jezus in het voorbijgaan een man die blind was
van zijn geboorte af.

Zijn leerlingen vroegen Hem:
“Rabbi, wie heeft gezondigd,
hijzelf of zijn ouders,
dat hij blind geboren werd?”

Jezus antwoordde:
“Noch hij, noch zijn ouders hebben gezondigd,
maar de werken Gods moeten in hem openbaar worden.
“Wij moeten de werken van Hem die Mij gezonden heeft,
verrichten zolang het dag is.
“Er komt een nacht
en dan kan niemand werken.
“Zolang Ik in de wereld ben,
ben Ik het licht van de wereld.”
Toen Hij dit gezegd had,
spuwde Hij op de grond,
maakte met het speeksel slijk,
bestreek daarmee de ogen van de man
en zei tot hem:
“Ga u wassen in de vijver van Siloam,”
-wat betekent: gezondene-
De blinde ging ernaar toe, waste zich
en kwam er ziende vandaan.
Zijn buren nu
en degenen die hem vroeger hadden zien bédelen, zeiden:
“Is dat niet de man, die zat te bédelen ?”
Sommigen zeidfen:
“Inderdaad, hij is het.”
Anderen:
“Neen, hij lijkt alleen maar op hem.”
Hijzelf zei:
“Ik ben het.”

Toen vroegen ze hem:
“Hoe zijn dan uw ogen geopend ?”
Hij antwoordde:
“De man die Jezus heet, maakte slijk,
bestreek daarmee mijn ogen en zei tot mij:
Ga naar de Siloam en was u.
“Ik ben dus gegaan, waste mij en kon zien.”
Ze vroegen hem toen:
“Waar is die man ?”
Hij zei:
“Ik weet het niet.”

Men bracht nu de man die blind geweest was,
bij de Farizeeën;
de dag waarop Jezus slijk had gemaakt en zijn ogen geopend,
was namelijk een sabbat.
Ook de Farizeeën vroegen hem dus,
hoe hij het gezicht herkregen had.
Hij zei hun:
“De man die Jezus heet, deed slijk op mijn ogen,
ik waste mij en ik zie.”
Toen zeiden sommige Farizeeën:
“Die man komt niet van God,
want Hij onderhoudt de sabbat niet.”
Anderen zeiden:
“Hoe zou een zondig mens zulke tekenen kunnen doen?”
Zo was er verdeeldheid onder hen.
Zij richtten zich opnieuw tot de blinde en vroegen:
“Wat zegt gijzelf van Hem,
daar Hij u toch de ogen geopend heeft?”
Hij antwoordde:
“Het is een profeet.”

De joden wilden niet van hem aannemen,
dat hij blind was geweest en het gezicht herkregen had,
eer zij de ouders van de genezene hadden laten komen.
Zij stelden hun toen de vraag:
“Is dit uw zoon,
die volgens uw zeggen blind geboren is ?
“Hoe kan hij dan zien?”
Zijn ouders antwoordden:
“Wij weten dat dit onze zoon is
en dat hij blind is geboren,
maar hoe hij nu zien kan, weten we niet;
of wie zijn ogen geopend heeft,
wij weten het niet.
“Vraagt het hemzelf,
hij is oud genoeg
en zal zelf zijn woord wel doen.”
Zijn ouders zeiden dit omdat zij bang waren voor de joden,
want de joden hadden reeds afgesproken
dat al wie Jezus als Messias beleed,
uit de synagoge gebannen zou worden.
Daarom zeiden zijn ouders:
Hij is oud genoeg, vraagt het hemzelf.

Voor de tweede maal
riepen de Farizeeën nu de man die blind was geweest, bij zich
en zeiden hem:
“Geef eer aan God.
“Wij weten dat die man die Jezus heet, een zondaar is.”
Hij echter antwoordde:
“Of Hij een zondaar is, weet ik niet.
“Eén ding weet ik wel:
dat ik blind was en nu zie.”
Daarop vroegen zij hem wederom:
“Wat heeft Hij met u gedaan?
“Hoe heeft Hij uw ogen geopend ?”
Hij antwoordde:
“Dat heb ik al verteld, maar gij hebt niet geluisterd.
“Waarom wilt gij het opnieuw horen ?
“Wilt ook gij soms leerlingen van Hem worden ?”
Toen zeiden zij smalend tot hem:
“Jij bent een leerling van die man,
wij zijn leerlingen van Mozes.
“Wij weten dat God tot Mozes gesproken heeft,
maar van deze weten we niet waar Hij vandaan is.”
De man gaf hun ten antwoord:
“Dit is toch wel wonderlijk,
dat gij niet weet vanwaar Hij is;
en Hij heeft mij nog wel de ogen geopend.
“Wij weten dat God niet naar zondaars luistert,
maar als iemand godvrezend is en zijn wil doet,
dan luistert Hij naar zo iemand.
“Nooit in der eeuwigheid heeft men gehoord,
dat iemand de ogen van een blindgeborene heeft geopend.
“Als deze man niet van God kwam,
had Hij zoiets nooit kunnen doen.”

Zij voegden hem toe:
“In zonden ben je geboren,
zo groot als je bent,
en jij wilt ons de les lezen ?”
Toen wierpen ze hem buiten.

Jezus vernam dat men hem buitengeworpen had,

en toen Hij hem aantrof, zei Hij:
“Gelooft ge in de Mensenzoon ?”
Hij antwoordde:
“Wie is dat, Heer ?
“Dan zal ik in Hem geloven.”
Jezus zei hem:
“Gij ziet Hem,
het is degene die met u spreekt.”
Toen zei hij:
“Ik geloof, Heer,”
en hij wierp zich voor Hem neer.

En Jezus sprak:
“Tot een oordeel ben Ik in deze wereld gekomen,
opdat de niet-zienden zouden zien
en de zienden blind worden.”
Enkele Farizeeën die bij Hem stonden,
hoorden dit en zeiden tot Hem:
“Zijn wij soms blind ?”
Jezus antwoordde:
“Als gij blind waart, zoudt gij geen zonde hebben,
maar nu gij zegt: wij zien,
blijft uw zonde.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties bij de zondagse eucharistieviering.

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: