Inleiding
Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.
Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.
Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.
Openingswoord
De tweede paaszondag wordt
de ‘zondag van de goddelijke barmhartigheid’ genoemd.
Het is inderdaad Gods overgrote liefde die wij hier mogen vieren.
De verrezen Heer roept ons samen
om naar zijn Woord te luisteren
en Hem eensgezind te danken voor het leven
dat wij telkens opnieuw ontvangen.
Laten we ons daarom in deze eucharistieviering
toevertrouwen aan zijn barmhartigheid.
EERSTE LEZING Hand. 2, 42-47
Allen die het geloof hadden aangenomen, waren eensgezind en bezaten alles gemeenschappelijk.
Uit de Handelingen van de Apostelen
De eerste christenen legden zich ernstig toe
op de leer van de apostelen,
bleven trouw aan het gemeenschappelijk leven
en ijverig in het breken van het brood en het gebed.
Ontzag beving eenieder,
want door de apostelen
werden vele wonderbare tekenen verricht.
Allen die het geloof hadden aangenomen,
waren eensgezind en bezaten alles gemeenschappelijk.
Ze waren gewoon hun bezittingen en goederen te verkopen
en die onder allen te verdelen naar ieders behoefte.
Dagelijks bezochten ze trouw en eensgezind de tempel,
braken het brood in een of ander huis,
genoten samen hun voedsel
in blijdschap en eenvoud van hart,
loofden God en stonden bij het hele volk in de gunst.
En elke dag bracht de Heer er meer bijeen,
die gered zouden worden.
Antwoordpsalm Ps. 1185117), 2-4, 13-15, 22-24
Keervers
Brengt dank aan de Heer, want Hij is genadig.
Herhaalt het, stammen van Israël:
eindeloos is zijn erbarmen!
Herhaalt het, zonen van Aäron:
eindeloos is zijn erbarmen !
Herhaalt het, dienaren van de Heer:
eindeloos is zijn erbarmen !
Zij stootten mij weg en sloegen mij neer,
maar Hij heeft mij ondersteund.
Mijn kracht is de Heer en mijn lofzang:
Hij heeft mij redding gebracht !
Nu klinkt er gejuich van feest en geluk
in alle tenten der vromen.
De steen die de bouwers hebben versmaad,
die is tot hoeksteen geworden.
Het is de Heer, die dit heeft gedaan,
een wonder voor onze ogen.
Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt,
wij zullen hem vieren in blijdschap.
TWEEDE LEZING 1 Petr. 1, 3-9
Hij deed ons herboren worden tot een leven van hoop door de opstanding
van Jezus Christus uit de dood.
Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus
Dierbaren,
Gezegend is God,
de Vader van onze Heer Jezus Christus,
die ons in zijn grote barmhartigheid
deed herboren worden tot een leven van hoop
door de opstanding van Jezus Christus uit de dood.
Een onvergankelijke, onbederfelijke, onaantastbare erfenis
is voor u weggelegd in de hemel.
In Gods kracht geborgen door het geloof,
wacht gij op het heil, dat al gereed ligt
om op het eind van de tijd geopenbaard te worden.
Dan zult gij juichen,
ook al hebt gij nu, als het zo moet zijn,
voor een korte tijd te lijden
onder allerlei beproevingen.
Maar die zijn nodig
om de deugdelijkheid van uw geloof te bewijzen,
uw geloof,
dat zoveel kostbaarder is dan vergankelijk goud
dat toch ook door vuur gelouterd wordt.
Dan zal, wanneer Jezus Christus zich openbaart,
lof, heerlijkheid en eer uw deel zijn.
Hem hebt gij lief zonder Hem ooit gezien te hebben.
In Hem gelooft gij,
ofschoon gij Hem ook nu niet ziet.
Hoe onuitsprekelijk,
hoe hemels zal uw vreugde zijn,
als gij het einddoel van uw geloof,
uw redding, bereikt.
Vers voor het evangelie Joh. 20,29
Alleluia.
Omdat gij Mij gezien hebt, Tomas, gelooft ge,
zegt de Heer,
zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.
Alleluia
EVANGELIE Joh. 20, 19-31
Acht dagen later kwam Jezus.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes
Op de avond van de eerste dag van de week,
toen de deuren van de verblijfplaats van de leerlingen
gesloten waren uit vrees voor de joden,
kwam Jezus binnen,
ging in hun midden staan en zei:
“Vrede zij u.”
Na dit gezegd te hebben
toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde.
De leerlingen waren vervuld van vreugde
toen zij de Heer zagen.
Nogmaals zei Jezus tot hen:
“Vrede zij u.
“Zoals de Vader Mij gezonden heeft,
zo zend Ik u.”
Na deze woorden blies Hij over hen en zei:
“ontvangt de heilige Geest.
“Als gij iemand zonden vergeeft,
dan zijn ze vergeven,
en als gij ze niet vergeeft,
zijn ze niet vergeven.”
Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd,
was echter niet bij hen toen Jezus kwam.
De andere leerlingen vertelden hem:
“Wij hebben de Heer gezien.”
Maar hij antwoordde:
“Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagelen zie,
en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken,
en mijn hand in zijn zijde leggen,
zal ik zeker niet geloven.”
Acht dagen later
waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen,
en nu was Tomas erbij.
Hoewel de deuren gesloten waren, kwam Jezus binnen
ging in hun midden staan en zei:
“Vrede zij u.”
Vervolgens zei Hij tot Tomas:
“Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen.
“Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde
en wees niet langer ongelovig maar gelovig.”
Toen riep Tomas uit:
“Mijn Heer en mijn God!”
Toen zei Jezus tot hem:
“Omdat ge Mij gezien hebt , gelooft ge?
“Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.”
In het bijzijn van zijn leerlingen
heeft Jezus nog vele andere tekenen gedaan
die niet in dit boek zijn opgetekend
maar deze hier zijn opgetekend opdat gij moogt geloven
dat Jezus de Christus is,
de Zoon van God,
en opdat gij door te geloven
leven moogt in zijn Naam.
De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties bij de zondagse eucharistieviering.