Maandag in de tiende week door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
De moeilijkheden die we ondervinden, dragen wej in verbondenheid met Christus. Ook Hem werd het lijden niet gespaard. Christus is voor ons een bron van troost. In Hem laat God immers zien hoezeer Hij zich schaart aan de zijde van kwetsbare mensen. Dat verkondigt Jezus ook in de zaligsprekingen: de echte en diepste troost komt dus van God. Wie op Hem vertrouwt, mag daarom zalig genoemd worden. Die kan dan op zijn beurt omgaan met een medemens, zoals ook God met mensen omgaat: Hij zorgt dat uw voet niet struikelt, Hij slaapt niet, die waakt over u. (Ps 121)

EERSTE LEZING                                               1 Kon. 17, 1-6

Elia in dienst van de Heer, de God van Israël.

Uit het eerste boek der Koningen

In die dagen zei Elia, de Tisbiet in Gilead, tot Achab :
“Zowaar de Heer leeft, de God van Israël,
in wiens dienst ik sta :
er zal in de volgende jaren geen dauw of regen komen
tenzij op mijn woord.”
En het woord van de Heer kwam tot Elia :
“Vertrek van hier, ga naar het oosten
en houd u verborgen in het dal van de Kerit
die in de Jordaan uitmondt.
“Uit de beek kunt ge drinken en aan de raven heb Ik bevolen
u daar van voedsel te voorzien.”
Elia deed wat de Heer gezegd had
en ging wonen in het dal van de Kerit
die in de Jordaan uitmondt.
De raven brachten hem ’s morgens en ’s avonds
brood en vlees,
en hij dronk uit de beek.

TUSSENZANG                              Ps. 121(120), 1-2, 3-4, 5-6, 7-8

Mijn hulp zal komen van God de Heer,
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Omhoog naar de bergen richt ik mijn ogen :
van waar kan ik hulp verwachten ?
Mijn hulp zal komen van God de Heer,
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Hij zorgt dat uw voet niet struikelt,
Hij slaapt niet, die waakt over u.
Hij sluimert niet en Hij suft niet,
die over Israël waakt.

De Heer is het die u behoedt,
Hij staat als een wacht aan uw zijde.
Bij dag zal de zon u niet deren,
bij nacht doet de maan u geen kwaad.

De Heer bewaart u voor onheil,
uw leven houdt Hij in stand.
De Heer is bezorgd voor uw komen en gaan
op deze dag en altijd.

ALLELUIA                                                 1 Joh. 2, 5

Alleluia.
Wie het woord van de Heer bewaart,
in hem is waarlijk Gods liefde volkomen.
Alleluia.

EVANGELIE                                                        Mt. 5, 1-12

Zalig de armen van geest.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteus

Toen Jezus de menigte zag, ging Hij de berg op,
en nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem.
Hij nam het woord en onderrichtte hen aldus :
“Zalig de armen van geest,
want aan hen behoort het Rijk der hemelen.
“Zalig de treurenden,
want zij zullen getroost worden.
“Zalig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.
“Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden.
“Zalig de barmhartigen,
want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
“Zalig de zuiveren van hart,
want zij zullen God zien.
“Zalig die vrede brengen,
want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
“Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid,
want hun behoort het Rijk der hemelen.
“Zalig zijt gij wanneer men u beschimpt, vervolgt
en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil :
“Verheugt u en juicht,
want groot is uw loon in de hemel.”
“Zo immers hebben ze de profeten vervolgd
die vóór u geleefd hebben.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.

 

Laudato Si

 

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS

 

Over de zorg voor het gemeenschappelijk huis door Paus Franciscus

 71. Ook al “was de boosheid van de mensen toegenomen” (Gen. 6, 5) en “kreeg” God “spijt dat Hij de mens op aarde had gemaakt” (vgl. Gen. 6, 6), toch heeft God door Noach, die nog zuiver en rechtschapen bleef, besloten een weg tot redding te openen. Zo heeft Hij de mensheid de mogelijkheid van een nieuw begin gegeven. Een goede mens is nodig, wil er hoop zijn! De bijbelse traditie stelt duidelijk vast dat dit eerherstel de herontdekking van en het respect voor het ritme dat door de hand van de Schepper in de natuur is gelegd, met zich meebrengt. Dat toont bij voorbeeld het sabbat-gebod. De zevende dag rustte God uit van al zijn werken. God gaf Israël de opdracht dat iedere zevende dag moest worden gevierd als een dag van rust, een sabbat ( vgl. Gen. 2, 2-3; Ex. 16, 23; 20, 10). Anderzijds werd ook ieder zevende jaar een sabbatjaar voor Israël en zijn land vastgesteld (vgl. Lev. 25, 1-4), waarin men het land volkomen rust gunde, niet zaaide en alleen het noodzakelijke oogstte om te overleven en gastvrijheid te bieden (vgl. Lev. 25, 4-6). Ten slotte vierde men na verloop van zeven sabbatjaren, dat wil zeggen negen en veertig jaar, het jubeljaar, het jaar van de universele vergeving en het jaar dat “iedereen wordt hersteld in zijn vroegere bezit en terugkeert naar zijn familie” (Lev. 25, 10). De ontwikkeling van deze wetgeving heeft getracht het evenwicht en de gelijkheid in de relaties van de mens met de ander en het land waar hij leefde en werkte, te waarborgen. Maar tegelijkertijd was er een erkenning van het feit dat een gave van het land met zijn vruchten het hele volk toebehoort. Zij die het gebied bebouwden en bewaakten, moesten de vruchten ervan delen, in het bijzonder met de armen, de weduwe, de wezen en de vreemdelingen. “Als gij uw oogst van het land haalt, moog gij uw akker niet tot de rand afmaaien en wat is blijven liggen niet bijeenrapen. Gij moogt in uw wijngaard geen nalezing houden en de afgevallen druiven niet bijeenrapen. Dat alles is bestemd voor de arme en de vreemdeling” (Lev. 19, 9-10).

Wordt vervolgd Voor voorgaande publicaties scroll omlaag

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: