Dinsdag in de twaalfde week door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging Een ontroerend gebaar: Hizkia die de berg opgaat en de brief voorlegt aan God. We horen het hem bijna zeggen: Hier, Heer, lees nu eens welk ultimatum ze mij geven…Het is een gebaar van alle tijden: men opent zich voor God, spreekt de angsten en zorgen uit. Wanneer een volk, wanneer iemand zijn hoop op God stelt, dan kunnen er wonderlijke dingen gebeuren. De geschiedenis leert ons dat Jeruzalem gered zal worden door de komst van een Egyptisch leger en het uitbreken van de pest. Het werd door Israël gelezen als een teken van de hemel. Het gebeurt ook dat het meest trouwe en volhardende gebed niet verhoord wordt. Dan blijft het geloof in zijn meest pure vorm over, namelijk het leggen van het eigen leven in Gods handen, zonder iets terug te verwachten.

EERSTE LEZING         II Kon. 19, 9b-11.14-21. 31-35a. 36

Ik neem deze stad onder mijn hoede om haar te redden,
omwille van Mijzelf en omwille van David, mijn dienaar.

Uit het tweede Boek der Koningen

In die dagen
zond Sanherib van Assur opnieuw gezanten naar Hizkia,
met de boodschap :
“Dit moet gij zeggen tot Hizkia, de koning van Juda :
Laat u niet bedriegen door uw God, op wie ge vertrouwt,
en meen niet dat Jeruzalem
aan de handen van de koning van Assur zal ontsnappen.
“Gij hebt toch zelf gehoord
wat de koningen van Assur alle landen hebben aangedaan,
die ze met de ban geslagen hebben?
“En zoudt gij dan gered worden?”
Hizkia nam de boodschap van de gezanten aan en las die.
Toen ging hij naar de tempel
en legde de brief open voor de Heer.
En voor de Heer sprak Hizkia daar het volgende gebed :
“Heer, God van Israël, die op de kerubs troont,
Gij alleen zijt God over alle koninkrijken der aarde,
Gij die de hemel en de aarde hebt gemaakt.
“Heer, neig uw oor en luister ;
Heer, open uw ogen en zie toe :
hoor met welke woorden Sanherib
de levende God laat honen.
“Inderdaad, Heer,
de koningen van Assur
hebben de volken en hun landen verwoest
en hebben hun goden in het vuur geworpen :
het waren dan ook geen goden,
maar slechts maaksels van mensenhanden, hout en steen ;
daarom konden zij die vernietigen.
“Maar Gij, Heer onze God, verlos ons toch uit zijn greep,
opdat alle koninkrijken der aarde erkennen
dat alleen Gij, Heer, God zijt.”
Toen liet Jesaja, de zoon van Amos, tot Hizkia zeggen :
“Zo spreekt de Heer, de God van Israël :
Ik heb het gebed gehoord dat gij tot Mij hebt gericht
omwille van Sanherib, de koning van Assur.
“Dit is het woord dat de Heer tegen hem heeft uitgesproken :
Zij veracht u, zij bespot u,
de maagd, de dochter Sion ;
achter uw rug schudt zij het hoofd,
de dochter van Jeruzalem !
“Want uit Jeruzalem komt een rest,
van de berg Sion komt wat gespaard blijft ;
de ijverzuchtige liefde van de Heer zal dit bewerken.
“Daarom spreekt de Heer aldus over de koning van Assur :
Hij komt deze stad niet binnen,
geen pijl schiet hij op haar af,
met geen schild komt hij haar te na,
geen wal werpt hij tegen haar op.
“Langs de weg die hij gekomen is keert hij terug,
en deze stad komt hij niet binnen.
“Zo luidt het orakel van de Heer :
Ik neem deze stad onder mijn hoede om haar te redden,
omwille van Mijzelf en omwille van David, mijn dienaar.”

Die nacht trok de engel van de Heer uit
en hij doodde in de legerplaats van de koning van Assur
honderdvijfentachtigduizend man.
Sanherib, de koning van Assur, brak op,
keerde naar zijn land terug en bleef in Nineve.

TUSSENZANG                 Ps. 48(47), 2, 3-4, 10-11

De stad van de Heer,
God houdt haar voor eeuwig in stand.

Groot is de Heer, Hij zij hooggeprezen
in onze Godsstad Jeruzalem.
Zijn heilige berg rijst daar schitterend op,
een vreugde voor ieder op aarde.

Voor ons is de Sion de Godenberg,
de stad van de Grote Koning.
God zelf, die binnen haar burchten verblijft,
Hij toont zich een veilige vesting.

Wij vieren uw goedertierenheid, God,
hier binnen uw tempelmuren.
Zover als uw Naam reikt, reikt ook uw roem
tot aan de grenzen der aarde.
Weldadig is alles wat komt uit uw hand.

ALLELUIA              Ps. 130(129), 5

Alleluia.
Op de Heer stel ik mijn hoop,
op zijn woord vertrouw ik.
Alleluia.

EVANGELIE                  Mt. 7,6. 12-14

Alles wat gij wilt dat de mensen voor u doen,
doet dat ook voor hen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
“Geeft het heilige niet aan de honden
en werpt uw paarlen niet voor de zwijnen,
opdat zij ze niet met hun poten vertrappen,
zich omkeren en u verscheuren.
“Alles wat gij wilt dat de mensen voor u doen
doet dat ook voor hen.
“Dat is Wet en Profeten.
“Gaat binnen door de nauwe poort ;
want de weg die naar de ondergang voert is wijd en breed,
en velen zijn er die hem inslaan.
“Hoe nauw toch is de poort
en hoe smal is de weg
die voert naar het leven,
en weinigen zijn er die hem vinden.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Laudato Si

 

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS

 

Over de zorg voor het gemeenschappelijk huis door Paus Franciscus

 87. Wanneer men zich de weerspiegeling van God in alles wat bestaat realiseert, bespeurt het hart het verlangen de Heer te prijzen om al zijn schepselen en Hem samen met hen te aanbidden, zoals zichtbaar wordt in het zeer mooie lied van de heilige Franciscus van Assisi:

Wees geprezen, mijn Heer, met al uw schepselen
vooral zuster zon, die de dag is, en door wie Gij ons verlicht.
En zij is schoon en stralend met grote glans:
van U, Allerhoogste, is zij het zinnebeeld…

Wees geprezen, mijn Heer, om zuster maan en de sterren,
aan de hemel hebt Gij ze gevormd, helder en kostbaar en mooi.

 Wees geprezen, mijn Heer, om broeder wind
en om de lucht en de wolken en het kalme weer en ieder jaargetijde,
waardoor Gij uw schepselen ondersteuning geeft.

Wees geprezen, mijn Heer, om zuster water,
die zeer nuttig en nederig en kostbaar en zuiver is.

Wees geprezen, mijn Heer, om broeder vuur,
waardoor Gij de nacht verlicht:
en hij is mooi en vrolijk en krachtig en sterk”.

Wordt vervolgd  Voor voorgaande publicaties scroll omlaag

Gepubliceerd door leopardoel

I am an 89-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: