Vrijdag in de twaalfde week

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
De eerste lezing van vandaag getuigt van gruwelijke feiten, die in het Israël van toen echter courant plaatsvonden. Dit is dus het einde van de laatste koning van Israël,het einde van een dynastie die door God voorbestemd was om eeuwig te regeren. Laat God zijn volk in de steek? Het antwoord op die vraag is te vinden in de toekomst: het volk zal terugkeren uit de ballingschap, en het zal de mooiste bladzijden uit de Bijbel vullen. Is het antwoord op Jezus’ uitroep op het kruis – ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten’- ook niet te vinden in de toekomst: de verrijzenis? Maar wat is het moeilijk om daarin te geloven wanneer men midden in de  nacht zit!

EERSTE  LEZING      II Kon. 25, 1_12

Zo werd Juda uit zijn land in ballingschap weggevoerd.

Uit het tweede Boek der Koningen

In het negende regeringsjaar van Sidkia,
in de tiende maand, op de tiende dag van de maand,
trok Nebukadnessar, de koning van Babel, in eigen persoon
met heel zijn krijgsmacht op tegen Jeruzalem;
hij sloeg er zijn kamp op en wierp er een wal omheen.
De belegering duurde tot aan het elfde regeringsjaar van Sidkia.
Op de negende dag van de maand,
toen de hongersnood al zo nijpend was geworden
dat er voor het volk van het land geen brood meer was,
werd er een bres in de stadsmuur geslagen.
Ofschoon de Chaldeeën rondom de stad lagen,
verlieten de krijgslieden ’s nachts de stad
door de poort tussen de beide muren bij de koninklijke tuin
en vluchtten in de richting van de Araba.
Het leger van de Chaldeeën zette koning Sidkia achterna
en haalde hem in op de vlakte van Jericho,
nadat zijn leger uiteengevallen was.
Zij namen de koning gevangen
en brachten hem naar de koning van Babel in Ribla.
Deze sprak het vonnis over hem uit.
De zonen van Sidkia werden voor zijn ogen afgeslacht
en vervolgens liet hij Sidkia de ogen uitsteken
en hem geboeid met twee bronzen kettingen
naar Babel wegvoeren.
In de vijfde maand, op de zevende dag van de maand
in het negentiende regeringsjaar van Nebukadnessar,
de koning van Babel,
trok Nebukadnessar,
commandant van de lijfwacht
en adjudant van de koning van Babel,
Jeruzalem binnen.
Hij stak de tempel van de Heer, het koninklijk paleis
en alle huizen van Jeruzalem in brand;
alle grote gebouwen liet hij in vlammen opgaan.
Het leger van de Chaldeeën,
dat onder bevel stond van de commandant van de lijfwacht,
sloopte de muur van Jeruzalem.
Wat van het volk in de stad nog was overgebleven,
alsook degenen die naar de koning van Babel waren overgelopen,
de rest van de bevolking,
werd door Nebuzaradan, de commandant van de lijfwacht,
in ballingschap weggevoerd.
Alleen de armsten van het volk
liet de commandant van de lijfwacht achter
om te zorgen voor wijngaarden en akkers.

Tussenzang    Ps 137(136), 1-2, 3, 4-5, 6

Moge mijn tong in mijn mond blijven kleven
als ik aan u niet meer denk!

Wij zaten aan Babylons stromen en weenden
denkend aan Sion;
en aan de wilgen die daar staan
hingen de citers.

Onze ontvoerders vroegen gezangen,
onze verdrukkers een vrolijk lied:
zingt ons van Sion!

Zouden wij dan van de Heer kunnen zingen
hier in dit vreemde land?
Als ik, Jeruzalem, u ooit vergeet
moge mijn hand verlammen.

Moge mijn tong in mijn mond blijven kleven
als ik aan u niet meer denk;
als ik Jeruzalem zou willen ruilen
voor wat plezier.

Alleluia          cf. Ef. 1, 17-18

Alleluia
De God van onze Heer Jezus Christus
moge ons innerlijk oog verlichten,
om te zien, hoe groot de hoop is
waartoe Hij ons roept.
Alleluia.

EVANGELIE           Mt. 8, 1-4

Als Gij wilt, Heer, kunt Gij mij reinigen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

Toen Jezus van de berg was afgedaald
volgde Hem een talrijke menigte.
Een melaatse kwam naar Hem toe
en smeekte Hem op zijn knieën:
“Als Gij wilt, Heer, kunt Gij mij reinigen.”
Jezus stak de hand uit, raakte hem aan en zei:
“Ik wil, word rein.”
En terstond werd hij van zijn melaatsheid gereinigd.
Jezus sprak tot hem:
“Zorgt er voor dat ge het niemand zegt,
maar ga u laten zien aan de priester
en offer de gave die Mozes heeft voorgeschreven,
om ze het bewijs te leveren.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Laudato Si

 

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS

 

Over de zorg voor het gemeenschappelijk huis door Paus Franciscus

90. Dit betekent niet om alle levende wezens gelijk te stellen en de mens de bijzondere waarde te ontnemen die tegelijkertijd een ontzettende verantwoordelijkheid inhoudt. En dit brengt evenmin een vergoddelijking van de aarde met zich mee, die ons de roeping zou ontnemen om met haar samen te werken en de broosheid ervan te beschermen. Deze opvattingen zouden uiteindelijk een nieuwe onevenwichtigheid teweeg brengen in een poging de werkelijkheid die ons uitdaagt te ontvluchten. Men ziet soms een obsessie om de menselijke persoon iedere superioriteit te ontzeggen. Het moet ons echter met zorg vervullen dat er met de andere levende wezens op een onverantwoordelijke wijze wordt omgegaan. Maar wij zouden vooral verontwaardigd moeten zijn over de geweldige ongelijkheid die er onder ons mensen bestaat, omdat wij het blijven tolereren dat sommigen zich waardiger dan de ander beschouwen. Wij merken niet meer dat sommigen zich voortslepen in een vernederende ellende, zonder mogelijkheden die te boven te komen terwijl anderen zelfs niet weten wat ze moeten doen met hetgeen ze bezitten, ijdel te koop lopen met een vermeend superioriteitsgevoel en een dergelijk niveau van verspilling bereiken dat men onmogelijk zou kunnen veralgemeniseren zonder te planeet te verwoesten.  Wij blijven in feite toestaan dat sommigen zich meer mens dan anderen voelen, alsof ze met grotere rechten geboren waren.

 

Wordt vervolgd. Voor alle voorgaande publicaties scroll omlaag                 

Gepubliceerd door leopardoel

I am an 89-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: