Dertiende zondag door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord

Door ons doopsel zijn we met Jezus één geworden,
zodat wij nu al leven van en in zijn liefde.
Daarvoor mogen wij hem danken;
en ook de Vader die ons zijn Zoon geschonken heeft.
Dat doen we in deze eucharistie,
waarin wij Gods gunsten willen bezingen,
zijn trouw aan elke generatie opnieuw.

Eerste Lezing             2 Kon. 4,8-11.14-16a

Deze man is een heilige man Gods; laat hij hier blijven.

Uit het tweede boek Koningen

Op zekere dag kwam de profeet Elisa langs Sunem.
Daar woonde een welgestelde vrouw,
die hem met aandrang uitnodigde
bij haar te komen eten.
En iedere keer
dat de profeet in het vervolg daar in de buurt kwam,
ging hij daar eten.

Daarom zei de vrouw tot haar echtgenoot:
“Luister eens, ik heb gemerkt
dat hij die altijd bij ons aan huis komt,
een heilige man Gods is.
“Laten we op ons huis een kleine kamer voor hem metselen
en er een bed, een tafel, een stoel en een lamp in zetten;
als hij dan bij ons aankomt,
kan hij daar zijn intrek nemen.”

Toen Elisa er dus op zekere dag weer aankwam,
kon hij de bovenkamer betrekken
en er zich te rusten leggen.
Daarop vroeg hij aan Gechazi, zijn knecht:
“Kunnen we werkelijk niets voor haar doen?”

Gechazi antwoordde:
“Zij heeft helaas geen zoon en haar man is oud.”

Toen zei Elisa:
“Roep haar.”
de knecht riep haar en zij bleef in de deuropening staan.

En Elisa zei:
“Volgend jaar om deze tijd
zult u een zoon aan uw hart drukken.”

Antwoordpsalm                    Ps. 89(88), 2-3, 16-17, 18-19

Keervers
Uw gunsten, Heer, wil ik bezingen.

Uw gunsten, Heer, wil ik bezingen,
uw trouw verkondigen aan elk geslacht.
Gij hebt gezegd: “Mijn gunst blijft eeuwig duren!”
de hemel is de grondslag van uw trouw.

Gelukkig is het volk dat weet wat blijdschap is,
omdat het leeft, Heer, in het licht van uw gelaat.
Omdat het heel de dag uw Naam verheerlijkt,
in uw gerechtigheid zijn glorie vindt.

Want Gij zijt onze roem en onze sterkte,
uw gunst maakt ons een groot en machtig volk.
Want van de Heer ontvingen wij ons schild,
de Heilige van Israël gaf ons een koning.

Tweede lezing                   Rom. 6, 3-4.8-11

Door de doop zijn wij met Hem begraven, opdat wij een nieuw leven zouden leiden.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,

Gij weet dat de doop,
waardoor wij één zijn geworden met Christus Jezus,
ons heeft doen delen in zijn dood?
Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven,
opdat ook wij een nieuw leven zouden leiden
zoals Christus,
die door de macht van zijn Vader
uit de doden is opgewekt.

Indien wij dan met Christus gestorven zijn,
geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven;
want wij weten dat Christus, eenmaal van de doden verrezen,
niet meer sterft:
de dood heeft geen macht meer over Hem.
Door de dood die Hij gestorven is,
heeft Hij eens en voor al afgerekend met de zonde;
het leven dat Hij leeft,
heeft alleen met God van doen.
Zo moet ook gij uzelf beschouwen:
als dood voor de zonde
en levend voor God in Christus Jezus.

Vers voor het evangelie                    1 Petr. 2, 9

Alleluia.
Gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap,
een heilige natie,
bestemd om de roemruchte daden te verkondigen van Hem
die u uit de duisternis heeft geroepen tot zijn wonderbaar licht.
Alleluia.

EVANGELIE                     Mt. 10, 37-42

Wie zijn kruis niet opneemt, is Mij niet waardig; wie u opneemt, neemt Mij op.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn apostelen:

“Wie vader of moeder meer bemint dan Mij,
is Mij niet waardig;
wie zoon of dochter meer bemint dan Mij,
is Mij niet waardig.
“En wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt,
is Mij niet waardig.
“Wie zijn leven vindt, zal het verliezen,
en wie zijn leven verliest om Mijnentwil,
zal het vinden.

“Wie u opneemt, neemt Mij op;
en wie Mij opneemt,
neemt Hem op die Mij gezonden heeft.

“Wie een profeet opneemt, omdat het een profeet is,
zal ook het loon van een profeet ontvangen;
en wie een deugdzaam mens opneemt,
omdat het een deugdzaam mens is,
zal ook het loon van een deugdzame ontvangen.
“En wie een van deze kleinen
al was het maar een beker koud water geeft,
omdat hij mijn leerling is,
voorwaar, Ik zeg u:
zijn loon zal hem zeker niet ontgaan.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

 

Laudato Si

 

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS

 

Over de zorg voor het gemeenschappelijk huis door Paus Franciscus

92. Anderzijds is, wanneer het hart waarlijk open staat voor een universele gemeenschap, niets en niemand van die broederschap uitgesloten. Dientengevolge is het ook waar dat onverschilligheid of wreedheid tegen de andere schepselen van deze wereld uiteindelijk altijd op de een of andere manier wordt overgedragen op de wijze waarop wij andere mensen behandelen. Het hart is één en het zal niet lang duren voordat de verachtelijkheid die iemand ertoe brengt een dier te mishandelen, zichtbaar wordt in de relatie met andere mensen. Iedere wreedheid tegenover welk schepsel dan ook “is in strijd met de menselijke waardigheid”. Wij kunnen ons niet beschouwen als mensen die werkelijk liefhebben, als wij een gedeelte van de werkelijkheid buitensluiten. “Vrede, gerechtigheid en behoud van de schepping zijn drie kwesties die nauw met elkaar zijn verboden, die men nooit zal kunnen scheiden, zodat ze afzonderlijk kunnen worden behandeld, op straffe van opnieuw te vervallen tot reductionisme”. Alles staat in relatie en alle mensen zijn verenigd als broeders en zusters in een wonderbaarlijke pelgrimstocht, verbonden door de liefde die God voor elk van zijn schepselen heeft en die ons ook onderling met tedere genegenheid verenigt met broeder zon, zuster maan, broeder rivier en moeder aarde.

 

Wordt vervolgd. Voor alle voorgaande publicaties scroll omlaag                 

 

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: