Overweging

In de heilige Schrift is een bruiloft een messiaans beeld. Een bruiloftsfeest is verfrissend, verjongend en vernieuwend. Het is vol van de toekomst. Het is een nieuw begin. Dat wil de Heer ook met zijn volk realiseren. Altijd opnieuw beginnen, vreugde ontvangen, vreugde schenken. Daaraan mogen wij meewerken.

EERSTE LEZING           Am. 9, 11-15

Ik herstel mijn volk Israël
en Ik zal hen planten in hun eigen grond.

Uit de Profeet Amos

Zo spreekt de Heer:
“Op die dag herstel Ik de bouwvallige hut van David,
dicht Ik haar scheuren,
zet Ik weer overeind wat is neergehaald
en bouw Ik haar op als weleer.
“Wat er is overgebleven van Edom
en van al de volken waarover mijn Naam is uitgeroepen,
dat nemen zij dan in bezit,”
– zo luidt de godsspraak van de Heer, die dit voltrekt.
“Zie de dagen komen – zegt de Heer –
dat de ploeger de maaier op de voet volgt
en de druiventreder de zaaier,
dat de bergen stromen van de most
en all heuvels ervan druipen.
“Dan herstel Ik mijn volk Israël
in zijn vroegere staat,
dan herbouwen zij de verwoeste steden en bewonen die weer,
dan planten zij wijngaarden en drinken hun wijn,
leggen zij boomgaarden aan en eten hun vruchten.
“Ik zal hen planten in hun eigen grond
en zij worden niet meer weggerukt
uit de grond die Ik hun heb gegeven.”
Zo spreekt de Heer, uw God.

TUSSENZANG             Ps. 85(84), 9, 11-12, 13-14

Aanhoren zal ik wat God tot mij zegt,
voorzeker een woord van verzoening.

Aanhoren zal ik wat God tot mij zegt,
voorzeker een woord van verzoening.
Een woord voor zijn volk, voor al wie Hem dient,
voor elk die zijn hart voor Hem opent.

Als trouw en erbarmen elkaar tegemoet gaan,
als vrede en recht elkander omhelzen;
dan zal de trouw uit de aarde ontspruiten,
en ziet uit de hemel gerechtigheid neer.

Dan zal de Heer ons zijn zegen schenken
en draagt ons land rijke vrucht.
Dan zal voor Hem uit gerechtigheid gaan
en voorspoed zijn schreden volgen.

ALLELUIA      Ps. 19(18), 9

Alleluia.
Uw voorschriften, Heer, zijn betrouwbaar,
onwetenden maken zij wijs.
Alleluia.

EVANGELIE       Mt. 9, 14-17

De vrienden van de bruidegom kunnen toch niet bedroefd zijn
zolang de bruidegom bij hen is?

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

Op zekere dag
kwamen de leerlingen van Johannes tot Jezus met de vraag:
“Waarom vasten wij en de Farizeeën wel,
maar uw leerlingen niet?”
Jezus sprak tot hen:
“De vrienden van de bruidegom
kunnen toch niet bedroefd zijn
zolang de bruidegom bij hen is?
“Er zullen dagen komen
dat de bruidegom van hen is weggenomen;
dan zullen zij vasten.
“Niemand gebruikt voor een oud kleed
een verstellap van ongekrompen stof;
want het ingezette stuk trekt aan het kleed
en de scheur wordt nog groter.
“Ook doet men geen jonge wijn in oude zakken,
anders bersten de zakken,
de wijn loopt er uit en de zakken gaan verloren.
“Maar jonge wijn doet men in nieuwe zakken;
dan blijven beide behouden.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Laudato Si

 

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS

 

Over de zorg voor het gemeenschappelijk huis door Paus Franciscus

 98. Jezus leefde in volledige harmonie met de schepping en de anderen stonden verbaasd: “Wat voor iemand is dat toch, dat zelfs de winden en de zee Hem gehoorzamen?” (Mat. 8, 27). Hij verscheen niet als een van de wereld gescheiden asceet of als een vijand van de aangename dingen van het leven. Met verwijzing naar zichzelf zei Hij: “Kijk, die gulzigaard en wijndrinker” (Mat. 11, 19). Hij stond ver af van de filosofieën die het lichaam, de materie en de dingen van deze wereld verachtten. Toch hebben deze ongezonde dualismen in de loop der eeuwen een aanzienlijke invloed gehad op sommige christelijke denkers en het evangelie misvormd. Jezus werkte met zijn handen en stond dagelijks in contact met de door God geschapen materie om daaraan met zijn vaardigheid van handwerksman vorm te geven. Hier dient te worden gewezen op het feit dat het grootste gedeelte van zijn leven is gewijd aan deze inspanning om een eenvoudig bestaan vorm te geven dat geen enkele verwondering wekte: “Is dat niet de timmerman, de zoon van Maria?” (Mar. 6, 3). Zo heeft Hij het werk geheiligd en er een bijzondere waarde aan verleend tot rijping van ons. De heilige Johannes Paulus II leerde dat “wanneer de mens door in vereniging met Christus die voor ons is gekruisigd, de inspanning van het werk verdraagt, hij in zekere zin met de Zoon van God meewerkt aan de verlossing van de mensheid”.

 

Wordt vervolgd. Voor alle voorgaande publicaties scroll omlaag