Uitnodiging

Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?

Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.

Elke morgen vanaf 7 uur ter beschikking

Overweging
Zowel in het kindheidsevangelie van Lucas als in het evangelie van Marcus – dat begint met de doop van Jezus door Johannes – verwijst Johannes de Doper naar wie na hem komt. Johannes en Jezus, die in de Bijbel omschreven worden als familieleden, ervaren een sterke verwantschap: ze herkennen zich in elkaars leer.  Jezus laat zich dan ook dopen door Johannes, terwijl Johannes beseft dat Jezus hem en vele anderen nog dichter bij God kan brengen. De gelijkenis tussen Jezus en Johannes wordt nog uitgebreid naar Jeremia, in de eerste lezing. Zo wordt duidelijk dat Jezus in de grote profetische traditie staat.

EERSTE LEZING       Jer. 1, 17-19

Zeg tot het volk alles wat Ik u opdraag.
Laat u door hen niet afschrikken.

Uit de Profeet Jeremia

In die dagen kwam het woord van de Heer tot mij :
“Omgord uw lenden ;
sta op en zeg tot het volk
alles wat Ik u opdraag.
“Laat u door hen niet afschrikken;
anders jaag Ik u voor hun ogen de schrik op het lijf.
“Ikzelf maak u heden
tot een versterkte stad,
een ijzeren zuil,
een koperen muur
tegenover het hele land,
voor de koningen en edelen van Juda,
de priesters en de burgers van het land.
“Zij zullen u bestrijden, maar niets tegen u vermogen.
“Want Ik ben bij u om u te redden.”
Zo spreekt de Heer.

TUSSENZANG  Ps. 71(70), 1-2, 3-4a, 5-6ab,
15ab en 17

Ik zal uw rechtvaardigheid prijzen.

Tot U, Heer, neem ik mijn toevlucht,
stel mij toch nimmer teleur.
Gij zijt rechtvaardig, red en bevrijd mij,
luister en kom mij te hulp.

Wees mij een vluchtoord, een veilige plaats ;
mijn rots en mijn burcht zijt Gij altijd geweest.
Bevrijd mij, mijn God, uit de handen der zondaars,
de vuist die mij wreed omklemt.

Want Gij, mijn God, Gij zijt mijn verwachting,
mijn hoop zijt Gij, Heer, sinds mijn vroegste jeugd.
Vanaf de moederschoot steun ik op U,
Gij waart mijn beschermer sinds mijn geboorte,
op U heb ik altijd vertrouwd.

Ik zal uw rechtvaardigheid prijzen,
uw bijstand de hele dag.
Van jongsaf heb ik het ondervonden,
en nu nog prijs ik uw daden.

ALLELUIA           Mt. 5, 10

Alleluia.
Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid,
want hun behoort het Rijk der hemelen.
Alleluia.

EVANGELIE              Mc. 6, 17-29

Ik wil dat u mij op staande voet op een schotel
het hoofd van Johannes de Doper geeft.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd had Herodes Johannes laten grijpen
en in de gevangenis in boeien geslagen omwille van Herodias,
de vrouw van zijn broer Filippus,
want hij had haar tot vrouw genomen.
Johannes had immers tot Herodes gezegd :
“Het is u niet geoorloofd de vrouw van uw broer te hebben.”
Herodias was daarom op hem gebeten en wilde hem doden,
maar zij kreeg geen kans
want Herodes had ontzag voor Johannes.
Hij wist dat hij een rechtschapen en heilig man was
en nam hem in bescherming.
Telkens wanneer hij hem gehoord had verkeerde hij in tweestrijd
maar toch luisterde hij graag naar hem.
Er kwam echter een gunstige dag,
toen Herodes bij zijn verjaardag
een maaltijd aanrichtte voor zijn hoogwaardigheidsbekleders,
zijn hoofdofficieren en vooraanstaanden van Galilea.
De dochter van Herodias trad op met een dans
en zij beviel aan Herodes en zijn tafelgenoten.
De koning zei tot het meisje :
“Vraag me wat je wilt en ik zal het je geven.”
En hij bevestigde haar met een eed :
“Wat je me ook vraagt, ik zal het je geven
al is het de helft van mijn koninkrijk.”
Zij ging naar buiten en vroeg aan haar moeder :
“Wat zou ik vragen ?”
Deze antwoordde :
“Het hoofd van Johannes de Doper.”
Zij haastte zich naar binnen, naar de koning
en zei hem haar verlangen :
“Ik wil
dat u mij op staande voet
op een schotel
het hoofd van Johannes de Doper geeft.”
Dit deed de koning leed,
maar om zijn eed gestand te doen en ook wegens zijn tafelgenoten
wilde hij haar niet afwijzen.
Terstond stuurde de koning dus een lijfwacht
en gelastte hem het hoofd van Johannes te brengen.
De man ging en onthoofdde hem in de gevangenis.
Hij bracht het hoofd op een schotel en gaf het aan het meisje ;
het meisje gaf het weer aan haar moeder.
Toen zijn leerlingen er van gehoord hadden
kwamen ze zijn lijk halen en legden het in een graf.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.
Laudato Si Officiële Nederlandse vertaling.