Palmzondag – Passie van de Heer

Uitnodiging
Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?
Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.
Elke morgen vanaf 7 uur ter beschikking

Openingswoord

Wij staan aan het begin van de Goede Week.
Jezus was te goed voor deze wereld.
Hij werd afgewezen en stierf op het kruis
omdat Hij zich bij zijn optreden durfde te beroepen op God.

Wij die hier samen zijn, wij geloven wél in Jezus
en zo willen wij Hem op deze Palm- en Passiezondag ook eren.
Wij beginnen onze viering vandaag met de zegening van deze groene takken.
Zo begroeten ook wij Jezus
als de mens die God ons gegeven heeft, als de Dienaar en Zoon van God.

EERSTE LEZING                  Jes. 50,4-7

Mijn gezicht heb ik niet afgewend van wie Mij smaadden
maar ik weet dat ik niet te schande zal worden.

Uit de profeet Jesaja

God de Heer heeft mij de gave van het woord geschonken:
ik versta het de ontmoedigden moed in te spreken.
Elke morgen spreekt Hij zijn woord,
elke morgen richt Hij het woord tot mij
en ik luister met volle overgave.
God de Heer heeft tot mij gesproken
en ik heb mij niet verzet,
ik ben niet teruggedeinsd.
Mijn rug bood ik aan wie mij sloegen,
mijn wangen aan wie mij de baard uitrukten,
en mijn gezicht heb ik niet afgewend
van wie mij smaadden en mij bespuwden.
God de Heer zal mij helpen:
daarom zal ik niet beschaamd staan
en zal ik geen spier vertrekken.
ja, ik weet dat ik niet te schande zal worden.

Antwoordpsalm                 Ps. 22(21), 8-9, 17-18a, 19-20, 23-24

Keervers
Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij?

Ze lachen met mij, allen die mij zien,
ze grijnzen en ze schudden met het hoofd.
“Hij steunt toch op de Heer? Laat die hem redden
en hem bevrijden, als Hij hem bemint”.

Een meute honden jaagt mij op,
een bende booswichten houdt mij omsingeld.
Mijn handen en mijn voeten hebben zij doorboord,
mijn beenderen kan ik wel tellen.

Nu delen zij mijn kleren onderling
en dobbelen om mijn gewaad.
Ach, Heer, houd U niet ver van mij,
mijn steun, kom haastig om mij bij te staan.

Uw Naam zal ik verheerlijken onder mijn broeders,
uw lof verkondigen voor heel het volk.
Gij, dienaars van de Heer, verheerlijkt Hem,
heel het geslacht van Jakob, brengt Hem hulde.

TWEEDE LEZING                Fil. 2, 6-11

Christus heeft zich vernederd, daarom heeft God Hem hoog verheven.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van
Filippi

Broeders en zusters,

Hij die bestond in goddelijke majesteit,
heeft zich niet willen vastklampen
aan de gelijkheid met God.
Hij heeft zichzelf ontledigd
en het bestaan van een slaaf op zich genomen.
Hij is aan de mensen gelijk geworden.
En als mens verschenen,
heeft Hij zich vernederd,
door gehoorzaam te worden tot de dood,
tot de dood aan het kruis.
Daarom heeft God Hem hoog verheven
en Hem de naam verleend
die boven alle namen is.
Opdat bij het noemen van zijn Naam
zich iedere knie zou buigen
in de hemel, op aarde en onder de aarde;
en iedere tong zou belijden,
tot eer van God de Vader:
Jezus Christus is de Heer.

Vers voor het evangelie              Fil. 2, 8-9

Lof en eer zij U, Heer Jezus.
Christus is voor ons gehoorzaam geworden tot de dood,
tot de dood aan een kruis.
Daarom heeft God Hem hoog verheven
en Hem de naam verleend die boven alle namen is.
Lof en eer zij U, Heer Jezus

EVANGELIE                                         Mc. 14,1 – 15, 47

Het lijden van onze Heer Jezus Christus.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Marcus

Over twee dagen was het feest van Pasen
en van het ongedesemde brood.
De hogepriesters en schriftgeleerden zochten
op welke manier zij Jezus door list zouden kunnen grijpen
en Hem ter dood brengen.
Want ze dachten:
“Niet op het feest;
er mochten anders eens onlusten ontstaan onder het volk.”

Terwijl Jezus zich te Betanië bevond
in het huis van Simon de Melaatse
en daar aan tafel aanlag,
kwam er een vrouw met een albasten vaasje,
echte, zeer dure nardusbalsem.
Zij brak het vaasje stuk en goot de inhoud uit over zijn hoofd.
Sommigen waren er zeer verontwaardigd over
en zeiden onder elkaar:
“Waar is die verkwisting van de balsem nu voor nodig geweest?
“De balsem had voor meer dan driehonderd tienlingen
verkocht kunnen worden ten bate van de armen.”
Toen zij tegen haar uitvoeren, sprak Jezus:
“Laat haar met rust.
“Waarom valt ge haar lastig?
“Het is toch een goed werk dat zij aan Mij heeft gedaan.
“Armen hebt gij altijd in uw midden
en gij kunt hun weldoen wanneer ge maar wilt;
maar Mij hebt gij niet altijd.
“Zij heeft gedaan wat in haar macht was;
zij heeft mijn lichaam op voorhand gezalfd
met het oog op mijn begrafenis.
“Voorwaar, Ik zeg u:
waar ook ter wereld
de Blijde Boodschap verkondigd zal worden,
zal tevens ter herinnering aan haar
verhaald worden wat zij gedaan heeft.”

Hierop ging Judas Iskariot, een van de twaalf,
naar de hogepriesters om Jezus aan hen uit te leveren.
Dezen waren blij toen ze dat hoorden en beloofden hem geld.
Judas zocht naar een gunstige gelegenheid om Jezus uit te leveren.

Op de eerste dag van het ongedesemde brood,
de dag waarop men het paaslam slacht,
zeiden zijn leerlingen tot Jezus:
“Waar wilt Gij dat wij voorbereidselen gaan treffen
zodat Gij het paasmaal kunt houden?”
Hij zond daarop twee van zijn leerlingen uit met de opdracht:
“Gaat naar de stad
en daar zult ge een man tegenkomen
die een kruik water draagt;
volgt hem
en zegt aan de eigenaar van het huis waar hij binnengaat:
de Meester laat vragen:
Waar is de zaal voor Mij
waar Ik met mijn leerlingen het paasmaal kan houden?
“Hij zal u dan een grote bovenzaal laten zien
met rustbedden en al het nodige voorzien;
maakt daar alles voor ons klaar.”
De leerlingen vertrokken,
gingen de stad binnen,
vonden alles zoals Jezus het hun gezegd had
en maakten het paasmaal gereed.

Toen de avond gevallen was, kwam Hij met de twaalf.
Terwijl zij aan tafel aanlagen
en de maaltijd aan de gang was, zei Jezus:
“Voorwaar, Ik zeg u:
een van u zal mij overleveren,
een die met Mij eet.”
Droefheid maakte zich van hen meester
en zij begonnen, de een na de ander, Hem te vragen:
“Ik ben het toch niet?”
Hij antwoordde hun:
“Een van de twaalf, die met Mij de schotel doopt.
“Wel gaat de Mensenzoon heen zoals van Hem geschreven staat,
maar wee de mens
door wie de Mensenzoon wordt overgeleverd!
“Het zou beter voor hem zijn als hij niet geboren was,
die mens!”

Onder de maaltijd nam Jezus brood,
sprak de zegen uit,
brak het en gaf het hun, met de woorden:
“Neemt,
dit is mijn lichaam.”
Daarna nam Hij de beker
en na het spreken van het dankgebed reikte Hij die toe
en zij dronken allen daaruit.
En Hij sprak tot hen:
“Dit is mijn bloed van het Verbond,
dat vergoten wordt voor velen.
“Voorwaar, Ik zeg u:
Ik zal niet meer drinken van wat de wijnstok voortbrengt
tot op de dag waarop Ik het, nieuw
zal drinken in het Koninkrijk van God.”

Nadat zij de lofzang gezongen hadden,
gingen zij naar de Olijfberg.
Toen sprak Jezus tot hen:
“Allen zult gij ten val komen,
want er staat geschreven:
Ik zal de herder slaan en de schapen zullen verstrooid worden.
“Maar na mijn verrijzenis zal Ik u voorgaan naar Galilea.”
Toen zei Petrus:
“Al komen allen ten val, ik zeker niet.”
Jezus antwoordde hem:
“Voorwaar, Ik zeg u:
nog heden,
nog deze nacht,
voordat de haan tweemaal kraait,
zult juist gij Mij driemaal verloochenen.”
Maar met nog meer nadruk verzekerde Petrus:
“Al moest ik met U sterven,
in geen geval zal ik U verloochenen.”
In diezelfde geest spraken allen.
Zij kwamen nu aan een landgoed dat Getsemane heette.
Daar zei Hij tot zijn leerlingen:
“Blijft hier zitten terwijl Ik bid.”
Hij nam Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee
en begon zich ontsteld en beangst te voelen.
Hij sprak tot hen:
“Ik ben bedroefd tot stervens toe.
“Blijft hier en waakt.”
Nadat Hij een weinig verder was gegaan,
wierp Hij zich ter aarde
en bad dat dit uur, als het mogelijk was,
aan Hem mocht voorbijgaan.
“Abba, Vader,”
– zo bad Hij –
voor U is alles mogelijk;
laat deze beker Mij voorbijgaan.
“Maar toch: niet wat Ik, maar wat Gij wilt.”
Toen ging Hij terug en vond hen in slaap;
en Hij sprak tot Petrus:
“Simon, slaapt ge?
“Ging het dan uw krachten te boven één uur te waken?
“Waakt en bidt
dat gij niet op de bekoring ingaat.
“De geest is wel gewillig maar het vlees is zwak.”
Opnieuw verwijderde Hij zich en bad met dezelfde woorden.
En teruggekomen, vond Hij hen weer in slaap
want hun oogleden waren zwaar;
ze wisten niet wat ze Hem moesten antwoorden.
Toe Hij voor de derde maal terugkwam, sprak Hij tot hen:
“Slaapt dan maar door en rust uit.
“Het is zover,
het uur is gekomen;
zie, de Mensenzoon
wordt overgeleverd in de handen van de zondaars.
“Staat op,
laten we gaan:
mijn verrader is nabij.”
Hij was nog niet uitgesproken of daar kwam Judas,
een van de twaalf,
vergezeld van een bende met zwaarden en knuppels,
gestuurd door de hogepriesters, schriftgeleerden en oudsten.
Zijn verrader had een teken met hen afgesproken door te zeggen:
“Die Ik zal kussen, Hij is het;
grijpt Hem vast en voert Hem onder strenge bewaking weg.”
Hij ging recht op Jezus af en zei:
“Rabbi!”
En hij kuste Hem.
Zij grepen Jezus en maakten zich van Hem meester.
Maar één van hen die er bij stonden, trok zijn zwaard
en sloeg met één houw de knecht van de hogepriester het oor af;
Daarna richtte Jezus zich tot hen met de woorden:
“Als tegen een rover
zijt ge uitgetrokken met zwaarden en knuppels
om Mij gevangen te nemen.
“Dagelijks gaf ik onderricht bij u in de tempel
en toch hebt ge Mij niet gegrepen.
“Maar zo moesten de Schriften in vervulling gaan.
Toen lieten allen Hem in de steek en namen de vlucht.
Toch ging een jongeman
die een linnen doek om het blote lichaam had geslagen,
Hem achterna.
Ze grepen hem,
maar hij liet zijn kleed in de steek en vluchtte naakt weg.

Men bracht Jezus naar de hogepriester,
waar alle hogepriesters,
oudsten en schriftgeleerden bijeenkwamen.
Petrus volgde Hem op een afstand
tot op de binnenplaats van het paleis van de hogepriester
en nam plaats onder het dienstvolk
om zich bij het vuur te warmen.
De hogepriesters en het hele Sanhedrin
zochten naar een getuigenis tegen Jezus
om Hem ter dood te kunnen brengen,
maar zij vonden er geen.
Wel brachten velen valse getuigenissen tegen Hem in
maar hun getuigenissen stemden niet overeen.
Toen traden enige valse getuigen tegen Hem op die verklaarden:
“Wij hebben Hem horen zeggen:
Ik zal deze door mensenhanden gemaakte tempel afbreken
en in drie dagen een andere opbouwen
die niet door mensenhanden is gemaakt.”
maar ook daaromtrent was hun getuigenis niet eensluidend.
Toen stond de hogepriester in hun midden op
en hij vroeg aan Jezus:
“Geeft Ge in het geheel geen antwoord?
“Wat getuigen deze mensen tegen U?”
Maar Jezus bleef zwijgen en gaf volstrekt geen antwoord.
Daarop stelde de hogepriester Hem nog een vraag:
“Zijt Gij de Christus, de Zoon van de Gezegende?”
Jezus antwoordde:
“Ja, dat ben Ik:
en gij zult de Mensenzoon zien zitten
aan de rechterhand van de Macht
en komen met de wolken des hemels.”
Toen scheurde de hogepriester zijn gewaad en riep uit:
“Waartoe hebben wij nog getuigen nodig?
“Ge hebt de godslastering gehoord.
“Wat dunkt u?”
Allen spraken het vonnis uit
dat Hij de dood verdiende.
Daarop begonnen sommigen Hem te bespuwen en,
na zijn gelaat bedekt te hebben,
Hem met de vuist te slaan terwijl ze zeiden:
“Wees nu eens profeet!”
Ook de knechten dienden Hem slagen toe.

Terwijl Petrus zich beneden op de binnenplaats bevond,
kwam daar één van de dienstmeisjes van de hogepriester.
Toen zij Petrus zag die zich zat te warmen,
keek ze hem eens aan en zei:
“Jij was ook bij Jezus de Nazarener.”
Maar hij ontkende het:
“Ik weet niet, ik begrijp niet wat je bedoelt.”
En terwijl hij wegging naar het poortgebouw, kraaide een haan.
Maar toen het meisje hem daar opmerkte,
verzekerde ze nog eens de omstanders:
“Die is er ook een van hen.”
Hij ontkende het opnieuw.
Even daarna zeiden de omstanders op hun beurt tot Petrus:
“Waarachtig, jij bent er ook een van;
je bent toch ook een Galileeër.”
Toen begon hij te vloeken en te zweren:
“Ik ken die man niet waarover jullie het hebben.”
Onmiddellijk daarop kraaide een haan voor de tweede keer.
Nu herinnerde Petrus zich hoe Jezus tot hem gezegd had:
Voordat een haan tweemaal kraait,
zult ge Mij driemaal verloochenen.
En hij barstte in tranen uit.

In de vroege morgen kwamen zij tot een besluit:
de hogepriesters met de oudsten en schriftgeleerden,
heel het Sanhedrin.
Zij boeiden Jezus,
voerden Hem weg
en leverden Hem uit aan Pilatus.
Pilatus stelde Hem de vraag:
“Zijt Gij de koning der joden?”
Hij antwoordde hem:
“Gij zegt het.”
Toen de hogepriesters vele beschuldigingen tegen Hem inbrachten,
ondervroeg Pilatus Hem weer en zei:
“Geeft Gij in het geheel geen antwoord?
“Zie eens wat voor beschuldigingen ze tegen U inbrengen.”
Maar Jezus gaf volstrekt geen antwoord meer,
zodat Pilatus verbaasd was.

Nu was Pilatus gewoon bij elk feest één gevangene vrij te laten,
degene om wie zij vroegen.
Er zat juist een zekere Barabbas gevangen onder de oproermakers;
zij hadden bij het oproer een moord begaan.
Het volk kwam opzetten en begon Pilatus te vragen
dat hij voor hen zou doen zoals altijd.
Pilatus antwoordde daarop met de vraag:
“Wilt ge dat ik de koning der joden zal vrijlaten?”
Hij zag wel in dat de hogepriesters Hem uit nijd
overgeleverd hadden.
Maar de hogepriesters hitsten het volk op
te vragen dat hij toch liever Barabbas moest vrijlaten.
Nu nam Pilatus weer het woord en vroeg hun:
“Wat moet ik dan doen met Hem
die gij de koning der joden noemt?”
Nu schreeuwden ze opnieuw:
“Kruisig Hem!”
Daarop vroeg Pilatus hun:
“Wat voor kwaad heeft Hij dan gedaan?”
Maar zij schreeuwden nog harder:
“Kruisig Hem!”
Omdat Pilatus het volk zijn zin wilde geven,
liet hij Barabbas vrij,
maar Jezus liet hij geselen
en gaf Hem over om gekruisigd te worden.

Nu brachten de soldaten Jezus het paleis binnen,
dat wil zeggen het pretorium,
en riepen de hele afdeling bij elkaar.
Ze hingen Hem een purperen kleed om,
vlochten een doornenkroon en zetten Hem die op.
Vervolgens gingen zij Hem het saluut brengen:
“Gegroet, koning der joden.”
Zij sloegen Hem met een rietstok op het hoofd,
bespuwden Hem
en brachten Hem hulde door op de knieën te vallen.
Nadat zij hun spel met Hem gedreven hadden,
ontdeden zij Hem van het purperen kleed,
trokken Hem zijn eigen kleren aan
en voerden Hem weg om Hem te kruisigen.

Zij vorderden een voorbijganger die van het veld kwam,
Simon van Cyrene, de vader van Alexander en Rufus,
tot het dragen van zijn kruis.
Zo brachten ze Jezus naar de plaats Golgota,
wat vertaald wordt met Schedelplaats.

Daar boden ze Hem met mirre gekruide wijn aan,
maar Hij weigerde.
Nadat ze Hem gekruisigd hadden, verdeelden ze zijn kleren
en dobbelden om wat ieder krijgen zou.
Het was het derde uur toen ze Hem kruisigden.
Het opschrift met de reden van zijn veroordeling luidde:
De koning der joden.
Samen met Hem kruisigden ze ook twee rovers,
de een rechts, de ander links van Hem.
Zo ging in vervulling dit Schriftwoord:
Hij is onder de booswichten gerekend.

Voorbijgangers hoonden Hem
terwijl ze het hoofd schudden en zeiden:
“Ha, Gij daar
die de tempel afbreekt en in drie dagen weer opbouwt,
kom van het kruis af en red U zelf.”
In dezelfde geest zeiden de hogepriesters en de schriftgeleerden
spottend onder elkaar:
“Anderen heeft Hij gered
maar zichzelf kan Hij niet redden.
“Die Messias, die koning van Israël,
laat Hem nu van het kruis afkomen;
dan zullen we zien en geloven!”
Zelfs die samen met Hem gekruisigd waren,
voegden Hem beschimpingen toe.

Vanaf het zesde uur viel er een duisternis over het hele land,
tot aan het negende uur toe.
En op het negende uur riep Jezus met luide stem:
“Eloï, Eloï, lama sabaktani!”
Dit is vertaald:
Mijn God, mijn God,
waarom hebt Gij Mij verlaten?
Enkele omstanders die het hoorden, zeiden:
“Hoor, Hij roept Elia.”
Een van hen ging een spons halen,
drenkte die in zure wijn,
stak hem op een rietstok
en bood Hem te drinken terwijl hij zei:
“Laat me begaan!
“”We willen eens zien of Elia Hem er af komt halen.”
Jezus slaakte een luide kreet en gaf de geest.
Toen scheurde het voorhangsel van de tempel
van boven tot onder in tweeën.
De honderdman die tegenover Hem post had gevat en zag
dat Hij onder zulke omstandigheden de geest had gegeven,
riep uit:
“Waarlijk, deze mens was een Zoon van God.”
Er stonden ook vrouwen op een afstand toe te kijken;
onder hen bevonden zich Maria Magdalena,
Maria, de moeder van Jakobus de jongere en van Joses, en Salóme.
Zij waren Hem in de tijd dat Hij in Galilea verbleef,
gevolgd om voor Hem te zorgen;
verder nog vele andere vrouwen
die met Hem naar Jeruzalem gekomen waren.

Het was al avond geworden
en het was Voorbereiding,
dat wil zeggen de dag vóòr de sabbat.
Jozef van Arimatéa,
een vooraanstaand lid van de Hoge Raad,
die zelf ook in de verwachting van het Rijk Gods leefde,
waagde het daarom naar Pilatus te gaan
en te vragen om het lichaam van Jezus.
Pilatus stond er verwonderd over dat Hij reeds dood zou zijn;
hij liet dan ook de honderdman roepen
en vroeg hem of Jezus al gestorven was.
Nadat hij door de honderdman op de hoogte was gebracht,
stond hij welwillend het lijk aan Jozef af.
Deze kocht een lijnwaad,
nam Hem van het kruis
en wikkelde Hem in het lijnwaad.
Daarop legde hij Hem in een graf
dat in de rots was uitgehouwen
en rolde een steen voor de ingang ervan.
Maria Magdalena en Maria, de moeder van Joses,
zagen toe waar Hij werd neergelegd.

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS

Over de zorg voor het gemeenschappelijk huis 

127. Wij stellen dat “de mens de ontwerper, het centrum en het doel van het gehele sociaal-economische leven is”. Wanneer desalniettemin in de mens het vermogen om te aanschouwen en te respecteren verloren gaat, worden de voorwaarden geschapen waardoor het idee van arbeid wordt misvormd. Men moet er altijd aan denken dat de mens tegelijkertijd “in staat is zelf de verantwoordelijke bewerker van zijn materiële verbetering, zijn morele vooruitgang en de volledige vervulling van zijn geestelijke bestemming te zijn”. Arbeid zou het domein moeten zijn voor deze veelvormige persoonlijke ontwikkeling, waar veel dimensies van het leven mee gaan spelen; creativiteit, planning van de toekomst, ontwikkeling van vermogens, beoefening van waarden, communicatie met anderen, een houding van verering. Daarom eist de hedendaagse maatschappij meer dan de beperkte belangen van de ondernemingen en een discutabele economische rationaliteit, dat “als prioriteit het doel wordt nagestreefd alle mensen toegang tot werk te verschaffen”.

Wordt vervolgd   Voor alle voorgaande publicaties scroll omlaag

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen en de zondagen
Laudato Si Officiële Nederlandse vertaling

_________________________________________________________________________

Palm Sunday – Passion of the Lord


Invitation
May I draw your attention to
the daily reading of the Gospel?
This invitation wants to share with you the joy of the Gospel.
Everyone, no one excepted,
can experience that joy by opening his heart
to the healing effect of God’s word.
Available every morning from 7 a.m.

Opening Word
We are at the beginning of Holy Week.
Jesus was too good for this world.
He was rejected and died on the cross
because He dared to invoke God in His action.

We who are here together, we do believe in Jesus
And so we want to honor Him on this Palm Sunday and Passion Sunday.
We begin our celebration today with the blessing of these green branches.
In this way we too greet Jesus
as the man whom God has given us, as the Servant and Son of God.

FIRST READING Isa. 50,4-7

My face I have not turned away from those who reproach me
But I know that I will not be disgraced.

From the prophet Isaiah
God the Lord has given me the gift of the word:
I understand to encourage the discouraged.
Every morning He speaks His Word,
Every morning he speaks to me
and I listen with full devotion.
The Lord God has spoken to me
And I have not resisted,
I did not flinch.
I gave my back to those who beat me,
my cheeks to those who snatched my beard,
and I did not turn my face away
From those who slandered me and spit on me.
God the Lord will help me:
therefore I will not be ashamed
And I will not move a muscle.
Yea, I know that I shall not be put to shame.

Responsorial Ps. 22(21), 8-9, 17-18a, 19-20, 23-24

Refrain
My God, my God, why dost thou forsake me?
They laugh at me, all who see me,
they grin and they shake their heads.
“Surely he relies on the Lord? Let the latter save him
And set him free, if He loves him”.

A mob of dogs chases me,
a band of evildoers surrounds me.
My hands and my feet they have pierced,
My bones I can count.

Now they share my clothes among themselves
And play dice with my robe.
Ah, Lord, do not keep You far from me,
my support, come hastening to my aid.

Your Name will I glorify among my brethren,
proclaim thy praise before all the people.
Thou, servants of the Lord, glorify Him,
all the generation of Jacob, give Him homage.

SECOND READING Phil. 2, 6-11

Christ humbled Himself, therefore God exalted Him on high.

From the letter of the holy apostle Paul to the Christians of
Philippi

Brothers and sisters,

He who existed in divine majesty,
did not wish to cling
To equality with God.
He has emptied himself
and assumed the existence of a slave.
He became equal to men.
And appearing as a human being ,
He humbled Himself,
by becoming obedient to death,
to death on the cross.
Therefore God has exalted Him on high
and granted Him the name
which is above all names.
So that at the mention of His Name
every knee should bow
In heaven, on earth and under the earth;
and every tongue confessed,
to the glory of God the Father:
Jesus Christ is Lord.

Verse for the Gospel Phil. 2, 8-9

Praise and honor be to You, Lord Jesus.
Christ became obedient for us unto death,
To death on a cross.
For this reason God has exalted him on high
and given Him the name that is above all names.
Praise and honor be to You, Lord Jesus.

Gospel Lk 22, 14 – 23,56
The Passion of our Lord Jesus Christ

From the Holy Gospel of our Lord Jesus Christ according to Luke

When the time had come,
Jesus went and sat down at the table with the apostles.
He spoke to them:
“I have longed with all my heart
to eat this Passover meal with you
before I suffer.
“For I say to you:
I will eat it no more
until it finds its fulfillment in the Kingdom of God.”
Thereupon He took a cup,
said a prayer of thanksgiving and said:
“Take that cup and share it together.
“For I say unto you:
From this moment on
I drink no more of that which the vine brings forth,
until the kingdom of God has come.”
Then He took the bread and said a prayer of thanksgiving;
He broke it and gave it to them, saying:
“This is my body which is given for you.
“Do this in remembrance of Me.”
Likewise He gave them the cup, after the meal, speaking:
“This cup is the new covenant in My blood,
which is shed for you.
“But behold, the one by whose hand I will be delivered up,
is at table with Me.
“For the Son of Man goes forth as it is ordained ;
yet woe to that man by whose hand He is delivered up.”

Now they began to ask among themselves
Which of them it was anyway, who would do that.
Arguments arose among them as to
Who among them might be the chief.
But Jesus spoke to them:
“The kings of the nations exercise dominion over them
and their rulers allow themselves to be called benefactors.
“Thus ye must not do ;
but he that is chief among you
must be like the youngest;
And he who gives orders must be like one who serves.
“For who is the greatest:
he who apprehends or he who serves?
“Is it not he who dons?
“Well then, I am among you as one who serves.
“It is you who have remained faithful in My trials.
“And as my Father hath given me kingship,
so I grant you a place in my kingdom;
thou shalt eat and drink at my table
and you shall sit on thrones
To rule over the twelve tribes of Israel.

“Simon, Simon ,
know that Satan has demanded to sift you all like wheat.
“But I have prayed for you that your faith would not crumble.
“Once you have come to repentance,
strengthen your brothers in turn.”
But he replied:
“Lord,
I am willing to go with You even into prison and death!”
Thereupon Jesus spoke:
“I say to you, Peter:
the rooster shall not crow today
until thou hast denied three times to know me.”

He spoke to them:
“When I sent you out without purse, bag or footwear,
did you lack anything?”
They replied:
“Of nothing?”
He resumed:
“But now he who has a purse must take it with him
And likewise a bag;
and whoever does not have one should sell his cloak
and acquire a sword.
“I say to you, in Me this scripture must be fulfilled:
He is counted among the wicked.
“What was decreed concerning Me,
is now about to be fulfilled.”
They said to Him:
“Behold Lord, here are two swords.”
He replied:
“It is enough.”

He now went out
and went to the Mount of Olives according to His custom.
The disciples also went with Him.
Arriving on the spot He spoke to them:
“Pray, that ye enter not into temptation.”
He removed Himself from them
and went on about a stone’s throw;
there He threw Himself on His knees and prayed:
“Father, if Thou wilt, let this cup pass Me by.
“Yet: not my will but Thy will be done.”
Now an angel appeared to Him from heaven to strengthen Him.
Prey to the fear of death, He prayed with even greater insistence.
His sweat turned into thick drops of blood
that fell to the ground.
Then he got up from his prayer
And went to His disciples,
but He found them asleep in sorrow.
He said to them:
“How canst thou sleep?
“Arise
and pray that ye enter not into temptation.”
He had not yet spoken
Or there came a troop, preceded by Judas,
one of the twelve.
The latter went up to Jesus to kiss Him.
But Jesus said to him:
“Judas, do you betray the Son of Man with a kiss?”
When those who were standing around Him
perceived what was about to happen,
they asked:
“Lord, shall we strike at it with the sword?”
And one of them struck the servant of the high priest
and cut off his right ear.
But Jesus intervened and said:
“Leave it at that.”
And He touched the ear and healed him.
Now Jesus spoke to the high priests,
to the captains of the temple guard and to the elders
who had come up to Him:
“As against a robber you are set out
with swords and clubs.
“Every day I was with you in the temple
and you have not laid a hand on Me.
“But this is your hour
And thy power is that of darkness.”

Now they seized him and carried him off
And they brought Him into the house of the high priest,
while Peter followed at a distance.
In the courtyard they built a fire and sat down together
And they sat down together;
Peter sat between them.
When a servant girl saw him
saw him sitting by the light of the fire
and had taken a sharp look at him,
she said:
“Who was also with Him.”
But he denied it, saying:
“Woman, I do not know Him.”
A little later someone else saw him and said:
“You are also one of them.”
But Peter replied:
“Man, that is not true.”
After the lapse of about an hour
another declared with firmness:
“True, that man also belonged to Him:
for he is also a Galilean.”
Peter replied:
“Man, I don’t know what you mean.”
He had not yet said it or immediately a rooster crowed.
Then the Lord turned around and He looked at Peter;
it came to Peter’s mind how the Lord had said to him:
“Before a rooster crows today
you will deny Me three times.”
And he went out and began to weep bitterly.

The men who were guarding Jesus,
mocked and beat Him.
They threw a cloth over His head and asked Him:
“Be a prophet now.
“Who is it that smote thee?”
Many other taunts they added to Him.

When the day had come,
the council of elders of the people gathered together,
high priests and scribes,
and they had Him brought before their court.
They said:
“If Thou art the Christ, tell us.”
But He spoke to them:
“If I tell thee,
you will not believe it;
and if I ask thee questions,
you will not answer.
“But from now on the Son of Man shall
sit at the right hand of the Power of God.”
Then they all asked:
“Thou art therefore the Son of God?
He answered them:
“Thou hast said it: that is I.”
They cried out:
“To what end do we need another testimony?
Surely we have heard it ourselves from His own mouth.”

Then the whole assembly rose up
And they brought Him before Pilate.
There they began to accuse Him, saying:
“We have established
That this man is inciting our people to rebellion,
that he’s keeping them from
from paying taxes to the emperor
and that He is impersonating the Messiah, the King.”
Pilate asked Him:
“Art Thou the King of the Jews?”
He answered Him:
“Thou sayest.”
Pilate now said to the high priests and the crowd of people:
“I cannot discover in this man any guilt.”
But they persisted and cried out:
“By His preaching in all the Jewish land ,
which He began in Galilee
and which He has continued until here ,
He is sowing unrest among the people.”

When Pilate heard this, he asked
If the man was a Galilean.
As soon as he learned
that Jesus was indeed from Herod’s area of power,
he sent Him to Herod.
who was also in Jerusalem at that time.
Herod expressed great joy when he got to see Jesus.
The stories about Jesus
had made him long for Jesus for a long time
and he hoped to see Him perform some kind of miracle.
He asked Him all kinds of questions,
but Jesus didn’t answer at all.
The high priests and scribes stood around
The high priests and scribes stood by and made accusations against him.
Together with his soldiers, Herod jeered and mocked Him.
He put a splendid robe on Him
and sent Him back to Pilate.
On the same day Herod and Pilate became friends;
Before this they had been at enmity with one another.

Then Pilate summoned the high priests, the officials and the people.
and the people together
and he said to them:
“You have brought this man before me
as one who is inciting the people to rebellion;
Well, I have heard him in your presence.
But I have not been able to discover in this man
of all that you accuse Him of.
“Nor did Herod
For he has sent Him back to us.
“It is clear
that He has done nothing
that would justify the death penalty.
“I will therefore have Him administered a discipline
and then release Him.”
They all began to shout at once:
“Away with Him! Let us release Barabbas!”
This Barabbas had been thrown into prison
because of a riot in the city and for murder.
Again Pilate addressed them
Because he wished to release Jesus.
But they cried out against this:
“Crucify Him, crucify Him!”
For the third time Pilate asked them:
“What evil has this man done, then?
“I have found nothing in Him,
that justifies the death penalty.
“I shall therefore have him disciplined
and then release him.”
Shouting loudly
but they continued to demand his crucifixion
and their screaming was decisive.
Pilate decided that what they demanded would happen:
He released the man they demanded,
though he was imprisoned for rioting and murder,
but he delivered Jesus into their hands.

When they carried Him off,
they arrested a man named Simon,
a man from Cyrene who had come from the field;
and they loaded him with the cross
to carry it behind Jesus.
A large crowd of people followed Him,
including women
who were beating their chests and lamenting over Him.
Jesus turned to them and spoke:
“Daughters of Jerusalem ,
Do not weep over Me.
but weep over yourselves and over your children.
“Know that a time will come when people will say:
Happy the barren,
whose womb has not given birth
and whose breast has not nourished a child.
“Then it will be said to the mountains, Fall on us,
and to the hills, Cover us.
“For if one does so with the green wood,
what shall be done with the dry wood?”
Two others were taken away, two criminals,
to be put to death together with Him.

When they came to the place called Skull,
they beat Him there on the cross,
and so did the criminals,
one on the right, the other on the left.
And Jesus said:
“Father, forgive them
for they know not what they do.”
They divided his clothes among themselves, by dicing for them.

The people stood by and watched
but the government officials laughed at Him and said:
“Others He has saved;
let him save himself
if He is the Messiah of God,
the Chosen One!”
The soldiers brought Him sour wine,
and they too added mockingly to Him:
“If Thou art the King of the Jews ,
save thyself.”
Above Him was inscribed
in Greek, Roman and Hebrew letters:
“This is the King of the Jews.”

One of the criminals hanging there also hated Him:
“Art Thou not the Messiah?
“Then save thyself and us.”
But the other punished Him and said:
“Have not even you a fear of God
while yet you are undergoing the same sentence?
“And we rightly undergo that judgment ,
for we receive what we have earned by our deeds;
but He has done nothing wrong.”
To that he said:
“Jesus!
think of me
when thou art come into thy kingdom.”
And Jesus spoke to him:
“Verily, I say unto you:
even today shalt thou be with me in paradise.”

It was now about the sixth hour;
darkness fell over all the region until the ninth hour
because the sun gave no more light.
The veil of the temple was torn in two.
Then Jesus cried out with a loud voice:
“Father, into your hands I commend my spirit.”
After He had said this, He gave up the spirit.

(Here all kneel for some time.)
On seeing what had happened,
the centurion praised God and said:
“This man was truly a righteous man.”
All the people who had gathered for that spectacle
returned when they saw what had happened,
and they beat their chests.
All His acquaintances stood at a distance, watching;
Even the women who had followed Him from Galilee.

Now there was a certain Joseph,
a member of the High Council,
a benevolent and righteous man,
who had not, therefore, consented
with the plans and course of action of the Council.
He came from the Jewish city of Arimathea
and lived in the expectation of the Kingdom of God.
This one went to Pilate and asked for the body of Jesus.
After taking it down from the cross,
he wrapped it in a shroud.
Then he laid Him in a tomb
which had been hewn out of stone
and in which no one had ever been laid.
It was Preparation Day and the Sabbath was breaking.
The women who had come with Him from Galilee,
followed,
and they looked into the tomb
and watched as His body was laid down.
Returning, they prepared fragrant herbs and balsam
but on the Sabbath they observed the prescribed rest.

Laudato Si

Encyclic of

Pope Francis

On the care of the common home

127. We are convinced that “man is the source, the focus and the aim of all economic and social life”.[100] Nonetheless, once our human capacity for contemplation and reverence is impaired, it becomes easy for the meaning of work to be misunderstood.[101] We need to remember that men and women have “the capacity to improve their lot, to further their moral growth and to develop their spiritual endowments”.[102] Work should be the setting for this rich personal growth, where many aspects of life enter into play: creativity, planning for the future, developing our talents, living out our values, relating to others, giving glory to God. It follows that, in the reality of today’s global society, it is essential that “we continue to prioritize the goal of access to steady employment for everyone”,[103] no matter the limited interests of business and dubious economic reasoning.

The Bible text in this edition is taken from The New Bible Translation, ©Dutch Bible Society 2004/2007.
Considerations from Liturgical suggestions for the weekdays and Sundays
Laudato Si Official English translation

To be continued For all previous publications scroll down








Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: