Goede Vrijdag

Uitnodiging

Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?

Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.

Elke morgen vanaf 7 uur ter beschikking

EERSTE LEZING             Jes. 52, 13-53,12

Hij werd mishandeld om onze misdaden.

Uit de profeet Jesaja

Zie, mijn dienaar zal succesvol handelen,
hij zal worden verhoogd en verheven en zeer verheerlijkt.
Zoals velen over hem ontsteld hebben gestaan,
zo misvormd was hij, zo onmenselijk van voorkomen,
en zijn schoonheid beneden die van mensenkinderen.
Zo zal hij vele volkeren slaan met verbazing,
koningen zullen hun mond voor hem sluiten,
want wat hun niet verteld is, aanschouwen zij
en wat zij niet hebben gehoord, zien zij in.
Wie kon geloven wat wij hebben gehoord
en over wie is de arm van de Heer zichtbaar geworden?

Hij is geprezen als een alleenstaande loot
en als een wortel uit dorre grond;
hij had gestalte noch luister
zodat wij naar hem konden zien,
geen voorkomen zodat wij hem zouden kunnen begeren.
Veracht en door de mensen verstoten,
Man van smarten en door lijden gerijpt;
als een die zijn gelaat voor ons heeft verborgen,
veracht en door ons niet geteld.

Toch waren het onze pijnen die hij droeg
en onze smarten die hij op zich nam.
Wij daarentegen beschouwen hem als een getroffene,
als iemand die door God is geslagen en vernederd.
Hij is echter doorboord om onze zonden,
mishandeld om onze misdaden,
want op hem rust de straf voor ons heil
en door zijn striemen is er genezing voor ons.
Wij allen dwaalden als een kudde,
ieder ging zijn eigen weg;
de Heer liet op hem neerkomen
de misdaad van ons allen.
Men mishandelde hem en hij heeft het aanvaard,
hij heeft zijn mond niet geopend.
Als het lam dat naar de slachtbank geleid wordt
en als het schaap dat voor zijn scheerder verstomt,
zo heeft hij zijn mond niet geopend.

Door een gewelddadige rechtspraak is hij weggerukt.
Wie is er nog die denkt aan zijn leven?
Hij is immers weggenomen uit het land der levenden,
om de zonden van mijn volk tot de dood toe geslagen.
Men geeft hem een graf bij de misdadigers
en bij de rijken een rustplaats
ofschoon hij geen onrecht gepleegd heeft
en er geen bedrog is geweest in zijn mond.

Het heeft de Heer behaagd hem met slagen te pijnigen.
Al brengt hij zichzelf ten offer,
toch zal hij een nageslacht zien, zijn dagen verlengen
en de wens van de Heer zal door zijn hand vervuld worden.
Om zijn zwoegen zal hij het licht zien en worden verzadigd.
Door zijn inzicht zal mijn dienaar als rechtvaardige
velen rechtvaardigen
en hun misdaden zal hij op zich laden.

Daarom zal Ik hem deel geven onder de groten,
en met machtigen zal hij de buit verdelen
omdat hij zijn ziel prijsgaf aan de dood
en onder de zondaars gerekend is.
Hij draagt immers de zonden van velen
en is voor de zondaars een voorspraak.

Antwoordpsalm     Ps. 31(30), 2 en 6, 12-13, 15-16, 17 en 25

Keervers
Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.

Bij U, Heer, zoek ik mijn toevlucht,
stel mij toch nimmer teleur.
Rechtvaardige God, bevrijd mij.
Heer, in uw handen beveel ik mijn geest,
Gij zijt mijn verlosser, getrouwe God.

Mijn vijanden drijven de spot met mij,
mijn buren lachen mij uit.
Mijn vrienden schrikken als zij mij zien,
op straat ontlopen zij mij.
Men is mij vergeten als was ik dood,
ik ben als gebroken huisraad.

Toch blijf ik op U vertrouwen, Heer,
steeds zeg ik: Gij zijt mijn God.
Gij hebt mijn lot in uw hand,
bevrijd mij van mijn vervolgers.

Laat over uw dienaar uw aanschijn lichten,
red mij door uw genade.
Schept moed en weest onverschrokken,
gij allen die hoopt op de Heer.

Tweede Lezing             Hebr. 4,14-16;5,7-9

Hij heeft gehoorzaamheid geleerd en is voor allen die Hem gehoorzamen oorzaak geworden van eeuwig heil.

Uit de brief aan de Hebreeën

Broeders en zusters,

Nu wij een verheven hogepriester hebben, een die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, nu moeten wij vasthouden aan onze belijdenis. Want wij hebben een hogepriester die in staat is mee te voelen met onze zwakheden. Hij werd zelf op allerlei manieren op de proef gesteld, precies zoals wij, afgezien dan van de zonde. Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om barmhartigheid en genade te verkrijgen en tijdige hulp.

In de dagen van zijn sterfelijk leven heeft Christus onder luid geroep en geween gebeden en smekingen opgedragen aan God die Hem uit de dood kon redden. Om zijn vroomheid is Hij verhoord: hoewel Hij Gods Zoon was, heeft Hij in de school van het lijden gehoorzaamheid geleerd; en toen Hij het einde had bereikt, is Hij voor allen die Hem gehoorzamen, oorzaak geworden van eeuwig heil.

Vers voor het evangelie             Fil.2,8-9

Lof en eer zij U, Heer Jezus.
Christus is voor ons gehoorzaam geworden tot de dood, tot de dood aan een kruis.
Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam verleend die boven alle namen is. Lof en eer zij U, Heer Jezus.

Evangelie               Joh.18,1-19,42

Het lijden van onze Heer Jezus Christus.

Het lijdensverhaal van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd ging Jezus met zijn leerlingen naar buiten, naar de overkant van de beek Kedron. Daar was een boomgaard die Hij met zijn leerlingen binnenging. Maar ook Judas die Hem zou overleveren, kende deze plaats omdat Jezus er dikwijls met zijn leerlingen was samengekomen. Zo kwam Judas daarheen met de afdeling soldaten en met dienaars van de hogepriesters en Farizeeën, voorzien van lantaarns, fakkels en wapens. Jezus, die alles wist wat over Hem ging komen, trad naar voren en zei tot hen: “Wie zoekt gij?” Zij antwoordden Hem: “Jezus de Nazoreeër.” Jezus zei hun: “Dat ben Ik.” Ook Judas, zijn verrader, bevond zich bij hen. Nauwelijks had Jezus hun gezegd: Dat ben Ik, of zij weken achteruit en vielen op de grond. Nog eens vroeg Hij hun: “Wie zoekt gij?” Zij zeiden: Jezus de Nazoreeër.” Jezus antwoordde: “Ik heb U gezegd dat Ik het ben. “Als gij Mij zoekt, laat deze mensen dan gaan.” Vervuld moest worden wat Hij gezegd had: Niemand van hen die Gij Mij gegeven hebt, liet Ik verloren gaan. Maar Simon Petrus had een zwaard bij zich. Hij trok het en verwondde daarmee de knecht van de hogepriester door hem het rechteroor af te slaan. De naam van die knecht was Malchus. Jezus echter sprak tot Petrus: “Steek dat zwaard in de schede; zou Ik de beker niet drinken die mijn Vader Mij gegeven heeft?”

De afdeling met de bevelhebber en de dienaars van de joden grepen toen Jezus vast, boeiden Hem en brachten Hem eerst naar Annas. Deze was namelijk de schoonvader van Kajafas die dat jaar hogepriester was, dezelfde Kajafas die aan de joden de raad had gegeven: Het is beter dat er één mens sterft voor het volk. Simon Petrus en nog een andere leerling volgden Jezus. Die leerling nu was een bekende van de hogepriester en zo ging hij tegelijk met Jezus het paleis van de hogepriester binnen, terwijl Petrus buiten de poort bleef staan. Die andere leerling, de bekende van de hogepriester, kwam naar buiten, sprak met de portierster en bracht Petrus naar binnen. Het meisje dat aan de poort stond, vroeg Petrus: “Ben je ook niet een van de leerlingen van die man?” Hij zei: “Welneen.” Omdat het koud was, hadden de knechten en dienaars een houtskoolvuur aangelegd en stonden zich te warmen. Ook Petrus stond bij hen en warmde zich. De hogepriester ondervroeg Jezus over zijn leerlingen en zijn leer. Jezus antwoordde hem: “Ik heb openlijk tot de wereld gesproken. “Ik heb altijd onderricht gegeven in een synagoge of in de tempel waar alle joden bijeenkomen en er is niets wat Ik in het geheim heb gesproken. “Waarom ondervraagt gij Mij? “Ondervraag de mensen die gehoord hebben wat ik hun heb verkondigd. “Die weten goed wat ik heb gezegd.” Op dit woord gaf een van de dienaars die naast Hem stond, Jezus een klap in het gezicht en voegde Hem toe: “Antwoordt Gij zo de hogepriester?” Jezus antwoordde hem: “Indien Ik iets verkeerds gezegd heb, verklaar dan wat er verkeerd in was; maar indien het goed was, waarom slaat gij Mij?” Daarop zond Annas Hem geboeid naar de hogepriester Kajafas.

Simon Petrus stond zich te warmen toen iemand hem vroeg: “Ben ook jij niet een van zijn leerlingen?” Hij ontkende het en zei: “Welneen.” Maar een van de knechten van de hogepriester, een bloedverwant van de man wie Petrus het oor had afgeslagen, zei; “Heb ik je niet in de boomgaard bij Hem gezien?” Petrus ontkende het opnieuw en meteen begon er een haan te kraaien.

Toen brachten ze Jezus van het huis van Kajafas naar het pretorium. Het was vroeg in de morgen. Zelf gingen zij het pretorium niet binnen want ze moesten het paasmaal kunnen eten en mochten zich daarom niet verontreinigen. Daarom kwam Pilatus naar buiten en vroeg hun: “Welke beschuldiging brengt gij tegen deze man in?” Zij gaven hem ten antwoord: “Als dit geen misdadiger was, zouden wij Hem niet aan u hebben overgeleverd.” Daarop zei Pilatus: “Neemt Hem dan zelf en vonnist Hem volgens Uw Wet!” De joden antwoordden hem; “Wij missen het recht om iemand ter dood te brengen.” Zo zou Jezus’ woord in vervulling gaan waarmee Hij had aangeduid welke dood Hij zou sterven.
Nu ging Pilatus het pretorium binnen, riep Jezus bij zich en zei tot Hem: “Zijt Gij de koning de joden?” Jezus antwoordde hem: “Zegt gij dit uit uzelf of hebben de anderen u over mij gesproken? “Pilatus gaf ten antwoord: “Ben ik soms een jood? “Uw eigen volk en de hogepriesters hebben U aan mij overgeleverd. “Wat hebt Gij gedaan? Jezus antwoordde: “Mijn koningschap is niet van deze wereld. “Zou mijn koningschap van deze wereld zijn, dan zouden mijn dienaars er wel voor gestreden hebben dat Ik niet aan de joden werd uitgeleverd. “Mijn koningschap is evenwel niet van hier.” Pilatus hernam: “Gij zijt dus toch koning?” Jezus antwoordde: “Ja, koning ben Ik. “Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, om getuigenis af te leggen van de waarheid. “Al wie uit de waarheid is, luistert naar mijn stem.” Pilatus zei tot Hem: “Wat is waarheid?” Na die woorden ging hij weer naar buiten tot de joden en zei: “Ik vind hoegenaamd geen schuld in Hem. “Maar er bestaat onder u de gewoonte dat ik met Pasen iemand vrijlaat. “Wilt gij dus dat ik u de koning der joden vrijlaat?” Toen begonnen ze opnieuw te schreeuwen: “Neen, die niet maar Barabbas!” Barabbas was een rover.

Toen liet Pilatus Jezus geselen. De soldaten vlochten een kroon van doorntakken, zetten Hem die op het hoofd en wierpen Hem een purperen mantel om. Ze traden op Hem toe en zeiden: “Gegroet, koning der joden!” En zij sloegen Hem in het gezicht. Pilatus ging weer naar buiten en zei tot hen: “Ziehier, ik breng Hem naar buiten om u te doen weten dat ik volstrekt geen schuld in Hem vind.” Jezus kwam dus naar buiten terwijl Hij nog de doornenkroon en de purperen mantel droeg. Pilatus zei tot hen: “Ziehier de mens.” Maar toen de hogepriesters en dienaars Hem zagen, schreeuwden ze: “Kruisigen, kruisigen!” Pilatus zei hun: “Neemt gij Hem dan en kruisigt Hem want ik vind geen schuld in Hem.” De joden antwoordden hem: “Wij hebben een Wet en volgens die Wet moet Hij sterven omdat Hij zich voor Gods Zoon heeft uitgegeven.” Toen Pilatus dit hoorde, werd hij nog meer bevreesd. Hij ging het pretorium weer binnen en sprak tot Jezus: “Waar zijt Gij vandaan?” Jezus gaf hem echter geen antwoord. Daarom zei Pilatus: “Gij spreekt niet tegen mij? “Weet Ge dan niet dat ik de macht heb om vrij te spreken maar ook de macht heb om U te kruisigen?”    Jezus antwoordde: “Ge zoudt volstrekt geen macht over Mij hebben als u die niet van boven gegeven was. “Daarom is de zonde van hem die Mij aan u heeft overgeleverd groter.”

Van dit ogenblik af wilde Pilatus ertoe overgaan Hem vrij te laten. Maar de joden schreeuwden: “Als ge die man vrijlaat, zijt ge geen vriend van de keizer. “Wie zich voor koning uitgeeft, komt in verzet tegen de keizer.” Toen Pilatus hen dit hoorde roepen liet hij Jezus naar buiten brengen en ging op de rechterstoel zitten, op de plaats die Litostrotos  heet, in het Hebreeuws Gabbata. Het was de voorbereidingsdag voor Pasen, ongeveer het zesde uur. Hij zei tot de joden: “Hier is uw koning.” Maar zij schreeuwden: “weg, weg met Hem! Kruisig Hem!” Pilatus vroeg: “Zal ik dan uw koning kruisigen?” De hogepriesters antwoordden: “Wij hebben geen andere koning dan de keizer!” Toen leverde hij Hem aan hen uit om de kruisdood te ondergaan, en zij namen Hem over.

Zelf zijn kruis dragend trok Jezus de stad uit naar wat de Schedelplaats heet, in het Hebreeuws Golgota. Daar sloegen zij Hem aan het kruis, en met Hem nog twee anderen, aan elke kant een en Jezus in het midden. Pilatus had ook een opschrift laten maken en op het kruis doen aanbrengen. Het luidde: Jezus, de Nazoreeër, de koning van de joden. Vele joden lazen dit opschrift, want de plaats waar Jezus gekruisigd werd, lag dicht bij de stad. Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks.  De hogepriesters van de joden nu zeiden tot Pilatus: “Ge moest er niet op zetten: ‘de koning van de joden’ maar: ‘Hij heeft gezegd: Ik ben de koning van de joden’.” Pilatus antwoordde: “Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven.”

Toen de soldaten Jezus gekruisigd hadden, namen ze zijn kleren en deelden ze in vieren, voor iedere soldaat een deel. Ze namen ook de lijfrok die echter zonder naad was, aan één stuk geweven van bovenaf. Daarom zeiden ze tot elkaar: “Laten we die niet scheuren maar er om loten wie hem krijgt.” Aldus moest de Schrift vervuld worden: Zij verdeelden mijn kleren onder elkaar en dobbelden om mijn gewaad.

Terwijl de soldaten hiermee bezig waren, stonden bij Jezus’ kruis zijn moeder, de zuster van zijn moeder, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena. Toen Jezus zijn moeder zag en naast haar de leerling die Hij liefhad, zei Hij tot zijn moeder: “Vrouw, ziedaar uw zoon.” Vervolgens zei Hij tot de leerling: “Ziedaar uw moeder.” En van dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich in huis.

Hierna, wetend dat nu alles was volbracht, zei Jezus, opdat de Schrift vervuld zou worden: ” Ik heb dorst.” Er stond daar een kruik vol zure wijn. Ze doopten er een spons in, staken die op een hysopstengel en brachten die aan zijn mond. Toen Jezus van de zure wijn genomen had, zei Hij: “Het is volbracht.” Daarop boog Hij het hoofd en gaf de geest.

(Hier knielen allen gedurende enige tijd.)

Aangezien het voorbereidingsdag was en de joden niet wilden dat de lichamen op sabbat aan het kruis bleven – het was bovendien een grote sabbat – vroegen zij aan Pilatus verlof de benen van de gekruisigden te breken en hen weg te nemen.Daarom kwamen de soldaten en sloegen zowel bij de ene als bij de andere die met Hem was gekruisigd, de benen stuk. Toen zij echter bij Jezus kwamen en zagen dat Hij reeds dood was, sloegen zij Hem de benen niet stuk, maar een van de soldaten doorstak zijn zijde met een lans; terstond kwam er bloed en water uit. Die het gezien heeft, getuigt hiervan; zijn getuigenis is waar en hij weet dat hij de waarheid zegt, opdat ook gij zoudt geloven. Dit is gebeurd opdat de Schrift zou vervuld worden: “Van zijn gebeente zal niets worden verbrijzeld”, terwijl nog een ander Schriftwoord zegt: “Zij zullen opzien naar Hem die zij hebben doorstoken”.

Jozef van Arimatéa, die een leerling was van Jezus maar in het geheim uit vrees voor de joden, vroeg daarna aan Pilatus het lichaam van Jezus te mogen wegnemen. Toen Pilatus dit had toegestaan, ging hij dus heen en nam het lichaam weg. Nikodémus, die Hem vroeger ‘s nachts bezocht had, kwam ook en bracht een mengsel van mirre en aloë mee, ongeveer honderd pond. Zij namen het lichaam van Jezus en wikkelden het met de welriekende kruiden in zwachtels, zoals bij een joodse begrafenis gebruikelijk is. Op de plaats waar Hij gekruisigd werd, lag een tuin en in die tuin een nieuw graf waarin nog nooit iemand was neergelegd. Vanwege de voorbereidingsdag van de joden en omdat het graf dichtbij was, legden zij Jezus daarin neer.


Laudato Si

 

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS

 

Over de zorg voor het gemeenschappelijk huis 

132. In dit kader moet iedere reflectie worden geplaatst omtrent het menselijk ingrijpen in de dieren- en plantenwereld, dat tegenwoordig genetische veranderingen inhoudt die door de biotechnologie worden veroorzaakt, met als doel de in de materiële werkelijkheid aanwezige mogelijkheden te exploiteren. Het respect van het geloof in de rede vraagt aandacht te schenken aan hetgeen de biologische wetenschap zelf, die onafhankelijk met betrekking tot economische belangen is ontwikkeld, kan leren over de biologische structuren en hun mogelijkheden en veranderingen. In ieder geval is een ingreep in de natuur “om haar te helpen zich te ontwikkelen overeenkomstig haar wezen, die van de schepping, die welke door God is gewild”.

Wordt vervolgd  Voor alle voorgaande publicaties scroll omlaag

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen en de zondagen
Laudato Si Officiële Nederlandse vertaling

_______________________________________________________________________

Good Friday

Invitation

May I hereby call your attention to
the daily reading of the Gospel?

This invitation wants to share with you the joy of the Gospel.
Everyone, no one excepted,
can experience that joy by opening his heart
to the healing effect of God’s word.

Available every morning from 7 a.m.

FIRST READING     Isa 52:13-53.12

He was mistreated for our crimes.

From the prophet Isaiah

Behold, my servant will act successfully,
he will be exalted and exalted and greatly glorified.
As many have stood dismayed over him ,
so deformed was he, so inhuman in appearance,
and his beauty below that of the children of men.
So shall he strike many nations with astonishment,
kings shall shut their mouths before him,
for what they have not been told, they behold.
And what they have not heard, they see.
Who could believe what we have heard
and over whom the arm of the Lord has become visible?

He is praised as a solitary shoot
And as a root from barren ground;
he had not stature nor lustre
so that we could look at him,
no appearance so that we could covet him.
Despised and rejected by men,
Man of sorrows and matured through suffering;
as one who hid his face from us,
Despised and uncounted by us.

Yet it was our pains that he bore
And our sorrows he took upon himself.
We, on the other hand, regard him as one afflicted,
as one who has been beaten and humiliated by God.
However, he was pierced for our sins,
mistreated for our crimes,
for on him is the penalty for our salvation
and through his strophes there is healing for us.
We all wandered like a flock,
each went his own way;
the Lord brought down on him
The crime of us all.
One mistreated him and he accepted it,
he did not open his mouth.
Like the lamb led to the slaughter
and as the sheep that hushes before its shearer,
so he did not open his mouth.

By a violent justice he has been snatched away.
Who is there left who thinks of his life?
For he has been taken away from the land of the living,
beaten to death for the sins of my people.
They give him a grave with the criminals
and a resting place with the rich
though he committed no iniquity
And there was no deceit in his mouth.

It has pleased the Lord to torment him with blows.
Though he sacrifice himself,
yet shall he see a progeny, his days prolonged
And the Lord’s desire shall be fulfilled by his hand.
For his toil he will see the light and be satiated.
Through his insight, my servant as a righteous person will
justify many
And their crimes shall he bring upon himself.

Therefore I will give him portion among the great,
and with the mighty shall he divide the spoil
Because he gave up his soul to death
and is counted among the sinners.
For he bears the sins of many
and is an advocate for sinners.

RESPONSORIAL Ps. 31(30), 2 and 6, 12-13, 15-16, 17 and 25

Refrain
Father, into your hands I commend my spirit.

In you, Lord, I seek refuge,
never fail me.
Righteous God, deliver me.
Lord, into your hands I commend my spirit,
Thou art my redeemer, faithful God.

My enemies mock me,
My neighbors laugh at me.
My friends are frightened when they see me,
In the street they avoid me.
They have forgotten me as if I were dead,
I am like broken furniture.

Yet I continue to trust in You, Lord,
“I say to you, Thou art my God.
Thou hast my fate in thy hand,
deliver me from my persecutors.

Over Your servant let Your face shine,
Save me by your grace.
Take courage and be fearless,
all ye that hope in the Lord.

Second Reading     Hebr. 4,14-16;5,7-9

He taught obedience and became the cause of eternal salvation for all who obey Him.

From the letter to the Hebrews

Brothers and sisters,

Now that we have an exalted high priest, one who has passed through the heavens, Jesus, the Son of God, now we must hold fast to our confession. For we have a high priest who is able to sympathize with our weaknesses. He himself was tested in many ways, just like us, apart from sin. Let us therefore boldly approach the throne of God’s grace to obtain mercy and grace and timely help.

In the days of His mortal life, Christ, under loud cries and weeping, dedicated prayers and supplications to God who could save Him from death. For His piety He was heard: though He was the Son of God, He learned obedience in the school of suffering; and when He had reached the end, He became the cause of eternal salvation to all who obey Him.

Verse for the Gospel Phil. 2:8-9

Praise and honor be to You, Lord Jesus.
Christ became obedient for us to death, to death on a cross.
Therefore God has highly exalted Him and given Him the name that is above all names. Praise and honor be to You, Lord Jesus.

Gospel John 18,1-19,42

The Passion of our Lord Jesus Christ.

The Passion of our Lord Jesus Christ according to John

At that time Jesus went out with His disciples, across the stream Kedron. There was an orchard there which He entered with His disciples. But also Judas who was to hand Him over, knew this place because Jesus had often met there with His disciples. So Judas came there with the ward of soldiers and with servants of the high priests and Pharisees, equipped with lanterns, torches and weapons. Jesus, who knew all that was about to come upon Him, stepped forward and said to them, “Whom seek ye?” They answered Him, “Jesus the Nazarene.” Jesus said to them, “That is I.” Judas, his betrayer, was also among them. No sooner had Jesus said to them, “This is I,” than they backed away and fell to the ground. Again He asked them, “Whom seek ye?” They said: Jesus the Nazarene.” Jesus answered, “I have told thee that it is I. “If ye seek Me, let these people go.” Fulfilled was to be what He had said, None of those whom Thou gavest Me, let Me perish. But Simon Peter had a sword with him. He drew it and with it wounded the servant of the high priest by cutting off his right ear. The name of that servant was Malchus. Jesus, however, spoke to Peter, “Put that sword in its sheath; should I not drink the cup which my Father has given Me?”

The ward with the commander and the servants of the Jews then seized Jesus, handcuffed Him, and brought Him first to Annas. For this was the father-in-law of Caiaphas who was high priest that year, the same Caiaphas who had given counsel to the Jews: It is better that one man die for the people. Simon Peter and another disciple followed Jesus. Now that disciple was an acquaintance of the high priest, and so he entered the palace of the high priest at the same time as Jesus, while Peter remained outside the gate. That other disciple, the high priest’s acquaintance, came out, spoke to the doorkeeper, and brought Peter inside. The girl standing at the gate asked Peter, “Aren’t you also one of that man’s disciples?” He said, “No.” Because it was cold, the servants and servants had built a charcoal fire and were standing to warm themselves. Peter also stood with them and warmed himself. The high priest questioned Jesus about his disciples and his teaching. Jesus answered him, “I have spoken openly to the world. “I have always taught in a synagogue or in the temple where all the Jews gather, and there is nothing that I have spoken in secret. “Why do you question Me?” “Question the people who have heard what I have proclaimed to them. “These know well what I have said.” At this word, one of the servants standing beside Him slapped Jesus in the face and added to Him, “Dost thou thus answer the high priest?” Jesus answered him, “If I have said anything wrong, declare what was wrong in it; but if it was right, why do ye smite Me?” Thereupon Annas sent Him handcuffed to the high priest Caiaphas.

Simon Peter was warming up when someone asked him, “Are you not also one of His disciples?” He denied it and said, “No.” But one of the high priest’s servants, a kinsman of the man to whom Peter had cut off his ear, said; “Did I not see you in the orchard with Him?” Peter denied it again and immediately a rooster began to crow.

Then they brought Jesus from the house of Caiaphas to the pretorium. It was early in the morning. They themselves did not enter the pretorium because they had to be able to eat the Passover meal and therefore were not allowed to defile themselves. Therefore Pilate came out and asked them, “What charge do you bring against this man?” They answered him, “If this were not a criminal, we would not have delivered him up to you.” To this Pilate said, “Take Him then yourself and judge Him according to Thy Law!” The Jews answered him; “We lack the right to put anyone to death.” Thus Jesus’ word would be fulfilled by which He had indicated the death He would die.
Now Pilate entered the pretorium, called Jesus to Him, and said to Him, “Art Thou the King of the Jews?” Jesus answered him, “Do you say this of yourself or have the others spoken to you about me? ” Pilate replied, “Am I a Jew? “Thy own people and the high priests have delivered Thee up to me. “What hast thou done? Jesus answered, “My kingship is not of this world. “Had my kingship been of this world, my servants would have fought to keep me from being delivered to the Jews. “My kingship, however, is not of here.” Pilate resumed, “Thou art therefore king?” Jesus replied, “Yes, I am king. “To this end was I born, and to this end have I come into the world, to bear witness unto the truth. “All who are of the truth listen to My voice.” Pilate said to Him, “What is truth?” After these words He went out again to the Jews, saying, “I find no fault in Him at all. “But there is a custom among you that at Easter I should set someone free. “Do ye therefore wish me to release to you the King of the Jews?” Then they began to shout again, “No, not that one but Barabbas!” Barabbas was a robber.

Then Pilate had Jesus scourged. The soldiers wove Him a crown of thorn branches and put it on His head and wrapped Him in a purple robe. They came up to Him and said, “Hail, King of the Jews!” And they slapped Him in the face. Pilate went out again and said to them, “Behold, I bring Him out to let you know that I find absolutely no fault in Him.” So Jesus came out while He was still wearing the crown of thorns and the purple robe. Pilate said to them, “Behold the man.” But when the high priests and servants saw Him, they shouted, “Crucify, crucify!” Pilate said to them, “Take Him then and crucify Him for I find no fault in Him.” The Jews answered him, “We have a Law, and according to that Law He must die because He spent Himself for the Son of God.” When Pilate heard this, he became even more frightened. He entered the pretorium again and spoke to Jesus, “Where art thou?” Jesus, however, did not answer him. Therefore Pilate said, “Dost thou not speak to me? “Knowest thou not then that I have the power to acquit but also the power to crucify thee?”    Jesus answered, “Thou wouldst have no power over Me at all if it had not been given thee from above. “Therefore the sin of him who delivered Me to you is greater.”

From this moment Pilate wanted to proceed to release Him. But the Jews shouted, “If you release this man, you are no friend of the emperor. “Whoever pretends to be king is rebelling against the emperor.” When Pilate heard them shouting this, he had Jesus brought out and sat on the judgment seat, in the place called Litostrotos, in Hebrew Gabbata. It was the preparation day for Easter, about the sixth hour. He said to the Jews, “Here is your king.” But they shouted, “Away, away with Him! Crucify Him!” Pilate asked, “Shall I then crucify your king?” The high priests replied, “We have no other king but the emperor!” Then he delivered Him to them to suffer death on the cross, and they took Him over.

Carrying His cross Himself, Jesus went out of the city to what is called the Place of the Skull, in Hebrew Golgotha. There they put Him on the cross, and with Him two others, one on each side and Jesus in the middle. Pilate had also had an inscription made and affixed to the cross. It read: Jesus, the Nazarene, the king of the Jews. Many Jews read this inscription, because the place where Jesus was crucified was close to the city. It was written there in Hebrew, Latin and Greek.  Now the high priests of the Jews said to Pilate, “You were not to put on it, ‘the king of the Jews,’ but, ‘He said, I am the king of the Jews.'” Pilate replied, “What I have written, I have written.”

When the soldiers had crucified Jesus, they took his clothes and divided them into quarters, one part for each soldier. They also took the body skirt which, however, was without a seam, woven in one piece from the top down. Therefore they said to one another, “Let us not tear it, but let us draw lots to see who gets it.” Thus the Scripture was to be fulfilled: They divided my clothes among themselves and played dice for my garment.

While the soldiers were doing this, standing by Jesus’ cross were his mother, his mother’s sister, Mary, the wife of Klopas, and Mary Magdalene. When Jesus saw His mother and next to her the disciple whom He loved, He said to His mother, “Woman, behold your son.” Then He said to the disciple, “Behold thy mother.” And from that moment the disciple took her into his home.

After this, knowing that now all was accomplished, Jesus, that the Scripture might be fulfilled, said, ” I thirst.” There stood there a jar full of sour wine. They dipped a sponge in it, put it on a hyssop stem and brought it to His mouth. When Jesus had taken of the sour wine, He said, “It is finished.” Thereupon He bowed His head and gave up the ghost.

(Here all kneel for some time.)

Since it was Preparation Day and the Jews did not want the bodies to remain on the cross on Sabbath – moreover, it was a great Sabbath – they asked Pilate for leave to break the legs of the crucified and take them away.Therefore the soldiers came and broke the legs of both one and the other who had been crucified with Him. But when they came to Jesus and saw that He was already dead, they did not break His legs, but one of the soldiers pierced His side with a lance; immediately blood and water came out. He who has seen it bears witness of this; his testimony is true and he knows that he is telling the truth, so that you also may believe. This happened so that the Scripture might be fulfilled, “Of his bones nothing shall be crushed,” while another Scripture says, “They shall look up to Him whom they have pierced.”

Joseph of Arimatéa, who was a disciple of Jesus but secretly for fear of the Jews, then asked Pilate to be allowed to remove the body of Jesus. So when Pilate had granted this, he went and took away the body. Nicodemus, who had previously visited Him by night, also came and brought a mixture of myrrh and aloes, about a hundred pounds. They took the body of Jesus and wrapped it with the fragrant herbs in bandages, as is customary in a Jewish burial. At the place where He was crucified there was a garden and in that garden a new tomb in which no one had ever been laid. Because of the preparation day of the Jews and because the tomb was close by, they laid Jesus down in it.

Laudato Si

Encyclic of

POPE FRANCIS

On the care of the common home 

132. In this framework, any reflection must be placed concerning human intervention in the animal and plant world, which today involves genetic changes brought about by biotechnology, with the aim of exploiting the potentialities present in material reality. The respect of faith in reason demands paying attention to what biological science itself, developed independently with respect to economic interests, can teach about biological structures and their possibilities and changes. In any case, an intervention in nature “to help it develop in accordance with its being, that of creation, is that which is willed by God.”

To be continued         For all previous publications scroll down

The Bible text in this issue is taken from The New Bible Translation, ©Dutch Bible Society 2004/2007.
Considerations from Liturgical suggestions for the weekdays and Sundays
Laudato Si Official English translation

_______________________________________________________________________

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: