http://kerkengeloof.wordpress.com

Vrijdag in de vijfentwintigste week door het jaar

Uitnodiging

Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?

Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.

Elke morgen vanaf 7 uur ter beschikking

Overweging
Oktober in het jaar 520. Niemand blijkt zich nog de eerste tempel te herinneren. Vaagweg leeft bij de oudsten nog het beeld van de grootste tempel van Salomo. Een aantal ballingen zijn begonnen aan de heropbouw, maar algauw slaat de ontmoediging toe: er is nog zo veel werk aan Gods woning! En dan spreekt God: Hij die zich getoond heeft als bevrijder bij de uittocht zal zijn volk niet in de steek laten. Er moet in de toekomst gekeken worden. Het beeld van eertijds moet losgelaten worden. Het is alsof God ook vandaag zijn ontmoedigde kerkopbouwers moed inspreekt, en hen zegt: overstijg uw heimwee naar de Kerk van gisteren, en vat moed: bouw aan de Kerk van de komende eeuwen!

EERSTE LEZING                                                Hag. 1, 15b-2,9

Nog een korte tijd, en dan vervul Ik dit huis met heerlijkheid.

Uit de Profeet Haggai

In het tweede jaar van koning Darius,
in de zevende maand, op de eenentwintigste dag
werd het woord van de Heer
aan de profeet Haggai toevertrouwd :
“Zeg aan Zerubbabel, de zoon van Kaltiël,
de landvoogd van Juda,
en aan de hogepriester Jozua, de zoon van Jehosadak,
en aan de rest van het volk het volgende :
Is er onder u nog iemand overgebleven,
die dit huis gezien heeft
in zijn vroegere heerlijkheid ?
“En wat ziet gij nu ?
“Is er voor u nog iets aan te zien ?
“Niettemin, houd goede moed, Zerubbabel ;
– zo luidt de godsspraak van de Heer –
houd goede moed, gij hogepriester Jozua, zoon van Jehosadak ;
houdt goede moed, gij allen die het land bewoont
– zo luidt de godsspraak van de Heer -.
“Gaat aan het werk ! Ik ben met u !
“Zo luidt de godsspraak van de Heer der hemelse machten.
“Ik houd Mij aan de belofte, die Ik gedaan heb,
toen gij uit Egypte zijt weggetrokken.
“Mijn geest blijft in uw midden ; weest niet bevreesd.
“Zo spreekt de Heer van de hemelse machten :
Nog een korte tijd, een zeer korte tijd,
en Ik breng de hemel en de aarde,
de zee en het land in beroering ;
alle volken breng Ik in beroering :
dan komen alle volken met hun schatten hierheen
en dan vervul Ik dit huis met heerlijkheid,
zegt de Heer van de hemelse machten.
“Aan Mij behoort het zilver,
aan Mij behoort het goud,
zo luidt de godsspraak van de Heer der hemelse machten.
“De heerlijkheid van dit tweede huis
zal groter zijn dan die van het eerste,
zegt de Heer van de hemelse machten.
“En dit is de plaats waar Ik vrede zal geven,
zo luidt de godsspraak van de Heer van de hemelse machten.”

TUSSENZANG                                                      Ps. 43(42), 1, 2, 3, 4

Vertrouw op God, eens zal ik Hem weer loven,
mijn Redder en mijn God.

God, schaf mij recht,
kom voor mij op bij dit onheilig volk,
bevrijd mij van de man vol valsheid en bedrog.

Gij zijt mijn kracht, waarom verstoot Gij mij ?
waarom loop ik dan treurig rond,
door vijanden gekweld ?

Zend mij uw licht, uw steun om mij te leiden,
om mij te voeren naar uw berg en in uw tent.
Dan ga ik naar uw altaar, God die blijdschap geeft,
en loof U bij de citer, God, mijn God.

ALLELUIA                                                        cf. Hand. 16, 14b

Alleluia.
Maak ons hart ontvankelijk, Heer,
en dat wij ons richten naar het woord van uw Zoon.
Alleluia.

EVANGELIE                                                      Lc. 9, 18-22

Gij zijt de Gezalfde van God.
De Mensenzoon moet veel lijden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

Toen Jezus eens alleen aan het bidden was
en zijn leerlingen bij Hem kwamen
stelde Hij hun de vraag :
“Wie zeggen de mensen, dat Ik ben ?”
Zij antwoordden :
“Johannes de Doper,
anderen zeggen : Elia,
en weer anderen : een van de oude profeten is opgestaan.”
Hierop zei Hij tot hen :
“Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben ?”
Nu antwoordde Petrus :
“De Gezalfde van God.”
Maar Hij verbood hun nadrukkelijk dit aan iemand te zeggen.
“De Mensenzoon
-zo sprak Hij –
moet veel lijden
en door de oudsten,
hogepriesters en schriftgeleerden verworpen worden,
maar na ter dood te zijn gebracht
zal Hi op de derde dag verrijzen.”

____________________________________________________________________

Laudato Si

 

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS

 

Over de zorg voor het gemeenschappelijk huis door Paus Franciscus

 67. Wij zijn God niet. De aarde gaat aan ons vooraf en is ons geschonken. Dat gegeven staat het toe een antwoord te geven op een beschuldiging die wordt ingebracht tegen het joods-christelijk denken: er is gezegd dat men, uitgaande van het verhaal van Genesis, dat ertoe uitnodigt de aarde te onderwerpen (vgl. Gen. 1, 28), een wilde exploitatie van de natuur zou bevorderen door een beeld van de mens als heerser en verwoester. Dit is niet een juiste interpretatie van de Bijbel, zoals de Kerk die verstaat. Ook al is het waar dat de christenen soms de Schriften op een onjuiste wijze hebben geïnterpreteerd, dan moeten wij vandaag met kracht afwijzen dat uit het feit dat wij geschapen zijn naar het beeld van God en uit de opdracht om de aarde te onderwerpen een absolute heerschappij over de andere schepselen mag worden afgeleid. Het is belangrijk de bijbelteksten met een juiste hermeneutiek in hun context te lezen en eraan te herinneren dat zij ons uitnodigen de tuin van de wereld “te bebouwen en te bewaken” (vgl. Gen. 2, 15). Terwijl “bebouwen” betekent een terrein ploegen en bewerken, wil “bewaken” zeggen beschermen, verzorgen, behoeden, bewaren, toezicht houden. Dat houdt een relatie in van verantwoordelijke wederkerigheid tussen mens en natuur. Iedere gemeenschap kan uit de aarde nemen wat hij nodig heeft voor eigen overleven, maar zij heeft ook de plicht haar te beschermen en de continuïteit van haar vruchtbaarheid voor de toekomstige generaties te waarborgen. Ten slotte, “aan God behoort de aarde” (Ps. 24, 1), aan Hem behoort “de aarde met al wat erop is” (Deut. 10, 14). Daarom wijst God iedere pretentie van absoluut bezit af: “Verkoop van land mag terugkoop niet uitsluiten, want het land behoort aan Mij; gij zijt er vreemdelingen en gasten” (Lev. 25, 23).

Wordt vervolgd                  Voor voorgaande publicaties scroll omlaag

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen
Laudato Si Officiële Nederlandse vertaling

________________________________________________________________

Friday in the twenty-fifth week of the year

Invitation

May I hereby draw your attention to
the daily reading of the Gospel?

This invitation wants to share with you the joy of the Gospel.
Everyone, no one excepted,
can experience this joy by opening their hearts
to the healing effect of God’s word.

Available every morning from 7 am

Consideration
October in the year 520. Nobody seems to remember the first Temple. Vaguely the elders still have the image of the biggest temple of Solomon. A number of exiles have begun to rebuild, but soon discouragement strikes: there is still so much work to be done on God’s house! And then God speaks: He who showed Himself to be the deliverer at the exodus will not abandon His people. We must look into the future. The image of the past must be let go of. It is as if God, today too, appeals to his discouraged church builders and says to them: transcend your nostalgia for the Church of yesterday, and take courage: build the Church of the centuries to come!

FIRST READING       Hag. 1, 15b-2,9

Yet a little while longer, and then I will fill this house with glory.

From the Prophet Haggai

In the second year of king Darius,
in the seventh month, on the twenty-first day
the word of the Lord
was entrusted to the prophet Haggai:
“Say to Zerubbabel, the son of Kaltiel,
the governor of Judah,
and to the high priest Joshua son of Jehoshadak
and to the rest of the people the following:
Is there any one left among you
who has seen this house
in its former glory?
“And what do you see now?
“Is there anything left for you to see?
“Nevertheless, take heart, Zerubbabel ;
– Thus saith the Lord God –
Be of good cheer, O ye high priest Joshua, son of Jehoshadak ;
Be of good courage, all you who dwell in the land.
– Thus saith the Lord’s discourse.
“Go to work! I am with you.
“Thus saith the divine speech of the Lord of heavenly powers.
“I will keep the promise that I made
when you came out of Egypt.
“My spirit abides in your midst; do not be afraid.
“Thus speaks the Lord of heavenly powers:
A short time, a very short time,
“and I will turn the heavens and the earth,
the sea and the land in turmoil :
Then all nations will come here with their treasures
and then I will fill this house with glory,
says the Lord of the heavenly powers.
“To Me belongs the silver,
to Me belongs the gold,
is the divine pronouncement of the Lord of Heavenly Powers.
“The glory of this second house
shall be greater than the first,
says the Lord of heavenly powers.
“And this is the place where I will give peace,
thus saith the Lord of heavenly hosts.”

INTERLUDIUM    Ps. 43(42), 1, 2, 3, 4

Trust in God, one day I will praise Him again,
my Saviour and my God.

God, do me right,
Stand up for me among this unholy people,
Deliver me from the man of falsehood and deceit.

Thou art my strength, why dost thou cast me out?
Why then do I wander in sorrow
tormented by my enemies?

Send me thy light, thy support to guide me,
To lead me to thy mountain and into thy tent.
Then will I go to your altar, God of gladness,
and praise thee by the zither, God, my God.

ALLELUIA     cf. Acts 16, 14b

Alleluia.
Make our hearts receptive, Lord,
and that we may hear the word of your Son.
Alleluia.

GOSPEL       Lk 9, 18-22

You are the Anointed of God.
The Son of Man must suffer much.

From the Holy Gospel of our Lord Jesus Christ according to
Luke

Once, when Jesus was praying alone
and his disciples came to him
He asked them the question:
“Who do men say that I am?”
They answered :
“John the Baptist,
others say Elijah,
and others say that one of the prophets of old has arisen.
Upon this He said to them :
“But you, who do you say that I am?”
Now Peter answered :
“The Anointed One of God.”
But He expressly forbade them to say this to anyone.
“The Son of Man
-so He said-
must suffer much
and rejected by the elders and high priests and scribes,
but after being put to death
He shall rise on the third day.”

____________________________________________________________________

Laudato Si

Encyclic of

POPE FRANCIS

On the Care of the Common Home by Pope Francis

 67. We are not God. The earth precedes us and has been given to us. This fact allows us to respond to an accusation levelled against Judaeo-Christian thinking: it has been said that, on the basis of the story of Genesis, which invites us to subjugate the earth (cf. Gen 1:28), one would promote a savage exploitation of nature through an image of man as ruler and destroyer. This is not a correct interpretation of the Bible as understood by the Church. Even if it is true that Christians have sometimes interpreted the Scriptures incorrectly, we must today firmly reject the notion that from the fact that we are created in the image of God and from the task of subduing the earth an absolute dominion over other creatures can be derived. It is important to read the biblical texts in their context with a correct hermeneutic and to remember that they invite us to “cultivate and guard the garden of the world” (cf. Gen 2:15). While “to cultivate” means to plough and to work the land, “to guard” means to protect, to care for, to protect, to preserve, to supervise. This implies a relationship of responsible reciprocity between man and nature. Each community can take from the earth what it needs for its own survival, but it also has the duty to protect it and ensure the continuity of its fertility for future generations. Finally, “to God belongs the earth” (Ps. 24:1), to Him “the earth and all that is upon it” (Deut. 10:14). That is why God rejects any pretence of absolute possession: “The sale of land should not preclude its redemption, for the land belongs to Me; you are strangers and guests there” (Lev. 25, 23).

To be continued For previous publications, scroll down

The Bible text in this edition is taken from De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Contemplations from Liturgical Suggestions for the Weeks
Laudato Si Official English translation

________________________________________________________________

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 91-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: