‘…en zij namen Hem over. Zelf zijn kruis dragend trok Jezus de stad uit… ‘(Johannes 19:16,17)

Duizenden pelgrims uit de hele wereld nemen, in het voetspoor van Christus, deel aan de processie op Goede Vrijdag.

De derde statie geeft de plaats aan van Jezus’ eerste val.

Iedere vrijdagmiddag worden de staties van de kruisweg, de ‘Via Dolorosa’, gezamelijk afgelegd. Verscheidene fasen van Jezus’ tocht naar de dood worden hiermee levendig gehouden.

…liet hij(Pilatus) Jezus naar buiten brengen en ging op de rechterstoel zitten op de plaats die Litostratus heet…(Johannes 19:13)

De Litostratus en de Kapel van de Veroordeling zijn modern, maar eronder kan men de fundamenten ontwaren van de oude vesting uit de tijd van Pilatus.

In Caesarea is een steen gevonden met de naam van Pontius Pilatus…

‘Toen leverde hij Hem aan hen uit om de kruisdood te ondergaan'(Johannes 19:16)

Nadat Jezus gekasteid was liet Pilatus hem naar buiten brengen, in het volle gezicht van de toekijkende menigte, en zei ‘Ecce homo’-‘Ziehier de mens’. Het gewelf (onder) in de Kerk ‘Ecce Homo’ mondt buiten op de Via Dolorosa uit in een zelfde gewelf dat tegenwoordig de naam Ecce-Homoboog draagt. Op de foto ziet men zusters van Zion in gebed in de Kerk ‘Ecce Homo’. Achter het altaar vormt de Romeinse boog het geraamte van de absis.

De soldaten vlochten een kroon van doorntakken, zetten Hem die op het hoofd en wierpen Hem een purperen mantel om.(Johannes 19:2)

Tijdens zijn proces werd Jezus een doornenkroon opgezet

Christenen zien deze kroon als een symbool, zoals blijkt in de koepel van het heiligdom van de geseling.

Deze met een kruis getooide koepel staat op de traditionele plek van het plein Litostratus, de geplaveide binnenplaats van de Romeinse vesting Antonia. Men zegt dat Jezus er voor de Romeinse procurator Pontius Pilatus werd gebracht.

‘Geboeid leidde men Hem weg en leverde Hem uit aan de landvoogd Pilatus’ (Matteüs 27:2)

Deze met een kruis getooide koepel staat op de traditionele plek van het plein Litostratos, de geplaveide binnenplaats van de Romeinse vesting Antonia.

Men zegt dat Jezus er voor de Romeinse procurator Pontius Pilatus werd gebracht.

Men bracht Jezus naar de hogepriester (Marcus 14:53)

Langs deze oorspronkelijke weg bracht men Jezus omhoog naar het huis van de hogepriester Kajafas.  De  resten van deze weg stammen nog uit de tijd van de Makkabeeën. Boven staat, op de plaats waar het huis van de hogepriester gestaan heeft, nu de Kerk van St.-Petro van Gallicante (Hanegekraai), welke werd gebouwd ter nagedachtenis van het berouw van Petrus nadat hij zijn meester driemaal had verloochend.

Dit is de koepel van de Kerk van het hanegekraai.

Hier ziet men een voorstelling van de geboeide Jezus in de kerk van het hanegekraai.

‘De Meester laat u vragen: Waar is de zaal, waar Ik met mijn leerlingen het paasmaal kan houden, hij zal u dan een grote bovenzaal laten zien met rustbedden: maakt daar alles klaar’ (Lucas 22:11,12)

Het Cenacle(in het Latijns Cenaculum: “Eetzaal”) bevindt zich op de bovenste verdieping van dit gebouw.

Hier gebruikten Jezus en zijn leerlingen het laatste avondmaal.

In deze zaal werd volgens een oud geloof het laatste avondmaal gebruikt. In de reconstructie door de kruisvaarders staat nog een Byzantijnse zuil. De slanke pilaar linksachter in de hoek heeft een kapiteel met het pelikaan-Christusmotief.

‘Hij sprak tot hen: Wanneer ge bidt, zegt dan: Vader, Uw naam worde geheiligd, Uw Rijk kome’ (Lucas 11:2).

Op de Olijfberg onderwees Jezus zijn discipelen vele dingen, waaronder het Onzevader. Ter herinnering aan zijn rol van leraar werden de kerk en het klooster van het “Pater Noster” gebouwd. In de kloostergang is het gebed in 100 talen weergegeven in majolica-tabletten.

Hier ziet U de Nederlandse versie met onze gids.

‘Wee u, Chorazin; wee u, Betsaïda! Tyrus en Sidon zouden reeds lang, in zak en as, zich bekeerd hebben, indien bij hen de wonderen waren gebeurd, die bij u hebben plaatsgevonden’ (Matteüs 11:21)

Sommige steden aan de oever van het meer van Galilea, zoals Chorazin en Betsaida, weigerden de leer van Jezus te aanvaarden en werden door hem vervloekt.

Hier ziet men ruines van de oude synagoge van Chorazin.

‘Hij zag een vijgeboom langs de weg staan…maar vond er niets dan bladeren aan. Daarop sprak Hij tot de boom: In eeuwigheid zult gij geen vrucht meer dragen’ (Matteüs 21:19).

In de omgeving van Betanië verrichtte Jezus nog een van zijn wonderen. Hij vervloekte een in volle lentebloei staande vijgeboom, en al de bladeren verdorden.

De vijgeboom is in Israël de enige boom die zijn bladeren verliest, maar in de lente in één nacht weer volop in blad staat. Daarom is de vijgeboom in de Schrift het symbool geworden van het nieuwe frisse leven. Wij moeten dus moed houden, de slechte tijden gaan voorbij.

‘Er was iemand ziek, een zekere Lazarus uit Betanië, het dorp van Maria en haar zuster Marta’ (Johannes 11:1)

Witgesluierde nonnen bezoeken hier de Kerk van Lazarus in Betanië. Jezus bracht vele bezoeken aan het nabij Jeruzalem gelegen Betanië. Hier wekte Hij zijn vriend Lazarus, die al een paar dagen dood was, weer tot leven.

De trap die naar het graf van Lazarus voert. Het graf is uitgehakt in de rotshelling.

De onderste helft van de Kerk van Lazarus in Betanië houdt de herinnering levend aan de in zijn grot liggende Lazarus en aan Jezus’ belofte: ‘Ik ben de verrijzenis en het leven’.