‘Nu is er in Jeruzalem bij de Schaapspoort een badinrichting, in het Hebreeuws Bezeta geheten met vijf zuilengangen’ (Johannes 5:2)

Het bad van Bezeta lag niet ver van de tempelvoorhof,maar buiten de stadsmuren. Dicht bij het bad staat de kerk van St.-Anna, door de kruisvaarders gebouwd op een plaats waar zich volgens de overlevering het huis bevond van Joachim en Anna, de ouders van Maria.

Het water werd geacht genezende kracht te bezitten, waardoor het omgeven was door een menigte zieken.

Hier genas Jezus een gebrekkige met de woorden; ‘Sta op, neem je bed op en loop’ (Johannes 5:8).

Enkele Farizeeën zagen de genezende zijn bed dragen en stelden vragen aan Jezus; het was namelijk sabbat. Jezus antwoordde hun; Tot op de dag van vandaag is mijn Vader voortdurend aan het werk en houd ook Ik niet op met werken’ (Johannes 5:17).

Een van de weinige plaatsen in Jeruzalem waarvan met absolute zekerheid kan gesteld worden dat Jezus er werkelijk gestaan heeft, omdat er maar één zo’n inrichting met 5 zuilengangen bestond.

‘De mensen die Hem omstuwden, jubelden: Hosanna Zoon van David… Hosanna…!(Matteüs 21:9)

Jezus reed vanuit het dorp Betfage op een ezel een triomfale ontvangst in Jeruzalem tegemoet. Dit voorval uit het evangelie wordt ieder jaar herdacht door de processie op Palmzondag van de Latijnse Kerk. Het evangelieverhaal is hier weergegeven op een fresco in het kerkje van Betfage.

‘En toen Hij naderbij kwam, liet Hij zijn blik over de stad gaan en weende over haar’ (Lucas 19:41). De herinnering aan de plek waar Jezus weeklaagde over Jeruzalem, dat spoedig verwoest zou worden, wordt levend gehouden in het heiligdom ‘Dominus Flevit'(‘De Heer Weende’).

Toen Jezus Jericho naderde, zat er langs de weg een blinde te bedelen…(die begon te roepen Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!) (Lucas 18:35,38)

Jericho, een oord van palmen, gelegen aan de noordzijde van de Dode Zee, wordt als de oudste stad van de wereld beschouwd. Jericho was ook de eerste stad, die door de Israëlieten veroverd werd, toen zij het beloofde land binnen kwamen, na hun 40-jarige zwerftocht door de woestijn. Hier genas Jezus een blinde en bezocht hij het huis van de tollenaar Zacheüs. Hier zijn opgravingen gedaan van 10.000 jaar oude resten.

De roodachtige heuvels, ten zuiden van Jericho, is voor religieus denkende mensen immer een plaats geweest om zich terug te trekken. In Qumran zijn bewijzen gevonden van een in Jezus’ dagen levende ascetische joodse sekte.

Hier zijn in elf grotten de Dode Zee-rollen gevonden. Dit zijn de oudste handschriften van het Oude Testament.

‘Toen Jezus in de streek van Caesarea Filippi gekomen was, stelde Hij zijn leerlingen deze vraag: Wie is, volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?’ (Matteüs 16:13)

Op zijn reizen bereikte Jezus in het noorden Caesarea Filippi, een gebied met een weelderige vegetatie waar een van de bronnen van de Jordaan ontspringt. Op deze plaats erkende Petrus Jezus als de Messias, waarop Jezus hem zei, ‘Gij zijt Petrus, de rots, en op deze rots zal ik mijn kerk bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen en wat gij zult binden op aarde, zal ook in de hemel gebonden zijn en wat gij zult ontbinden op aarde, zal ook in de hemel ontbonden zijn’ (Matteüs 16:17-19).

In Tabgha staat dit mooie bronzen beeld van Petrus, waaronder de woorden, welke Jezus gesproken heeft, in het Engels staan weergegeven.

Ook in Tabgha staat deze in grijze steen opgetrokken Primaatskapel. Hierin bevindt zich een rots die wordt aangeduid als de ‘Mensa Christi’ (Tafel van Christus).

Volgens de overlevering zou de uit de dood herrezen Christus hier met zijn discipelen ontbeten hebben.

Hier werd ook aan Petrus het primaatschap over al de andere discipelen van Christus verleend met de woorden…Weid mijn lammeren…Hoed mijn schapen…Weid mijn schapen’ (Johannes 21:15-17).

‘Eens ging Jezus op een sabbat door de korenvelden; zijn leerlingen nu kregen honger en begonnen aren te plukken en te eten’ (Matteüs 12:1)

Tarwe oogst in Galilea.

Toen zij op de sabbat langs een dergelijk tarweveld kwamen, stond Jezus toe dat zijn discipelen enkele aren plukten en de korrels aten.  Aldus verruimde Jezus, op eigen gezag, de enge uitleg van de bijbelse wetten.

‘Zij kwamen in Kafarnaüm, en op de eerstvolgende sabbat ging Hij naar de synagoge waar Hij als leraar optrad’ (Marcus 1:21)

Jezus predikte vaak in de synagoge van Kafarnaüm, zijn tweede woonplaats. In deze stad verrichtte hij vele genezingen. Hij genas onder andere de schoonmoeder van Petrus en de dienaar van de Romeinse centurio.

Het Meer van Galilea.

Het grootste deel van zijn openbare leven bracht Jezus door in de omgeving van het Meer van Galilea. Het is het grootste zoet-watermeer van het Heilige Land en ligt ruim 200 meter beneden de zeespiegel. Zover het oog reikt zijn zijn oevers in cultuur gebracht. Veel inwoners van de streek voorzagen in hun levensonderhoud met het vissen in het welvoorziene meer. Zodoende bevonden zich onder Jezus’ gehoor vaak plaatselijke vissers.

‘eens toen Hij zich bij het Meer van Galilea ophield, zag Hij twee broers, Simon die Petrus wordt genoemd en diens broer Andreas, bezig het net uit te werpen’ (Matteüs 4:18)

In Tabgha heeft Jezus zijn eerste apostelen gevonden. Dit waren eerst Simon Petrus en Andreas en even later de broers Jacobus en Johannes die met hun vader Zebedeus ook aan het Meer aan het werk waren. (Matteüs 4:21)

‘Hij werd…van gedaante veranderd: zijn gelaat begon te stralen als de zon en zijn kleed werd glanzend als het licht’ (Matteüs 17:2)

Dit is het interieur van de Latijnse kerk van de Gedaanteverandering op de berg Tabor. In de kerk laat het doorschijnende mozaïek de van gedaante veranderende Jezus zien, geflankeerd door Mozes en Elia.

‘…Jezus (nam) Petrus, Jacobus en diens broeder Johannes met zich mee en bracht hen boven op een hoge berg, waar zij alleen waren’ (Matteüs 17:1)

Volgens de Byzantijnse overlevering was de berg Tabor het toneel van de gedaanteverandering van Jezus. In de beschrijving ervan in het Nieuwe Testament wordt de berg niet genoemd.

De top van de berg wordt al duizenden jaren aanbeden.