De geboortekerk in Betlehem.

Na het eerste concilie van Nicea gaf Constantijn de grote opdracht om een kerk op de geboorteplek van Jesus te bouwen. Deze was klaar in 334.  In 339 wijdde koningin Helena de eerste kerk in die boven de grot werd opgericht. Die kerk ging echter in vlammen op tijdens een Samaritaanse opstand in 529. Hierna gaf Keizer Justitianus I van Byzantium opdracht tot de bouw van de huidige kerk. De Perzen hebben in 614 meer dan 3000 kerken en kloosters verwoest. Deze kerk echter werd gespaard omdat op de voorgevel de Drie Wijzen waren afgebeeld die in Perzische kleding gehuld waren. De kerk werd in 1169 gerestaureerd door de kruisvaarders; tijdens de daaropvolgende periode van islamitische bezetting werd de kerk nooit geheel verwoest. In 1934 werd de oorspronkelijke mozaïekvloer opgegraven. Delen daarvan zijn nu te zien via luiken die in de vloer van de huidige kerk zijn aangebracht.

“Hij(de engel) trad bij haar binnen en sprak: Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u”(Lucas 1:28)

De in 1969 voltooide Kerk van Maria Boodschap is in moderne stijl gebouwd. Het massieve van het metselwerk symboliseert bestendigheid, eeuwigheid zelfs. De koepel opent zich als een bloem boven een van de heiligste plaatsen van het christendom.

De kerk is gebouwd boven de grot die wordt beschouwd als de woning van Maria. In de eerste eeuwen bevond zich hier al een synagoge-kerk voor de jood-christenen. Begin vijfde eeuw werd hier een Byzantijnse basiliek gebouwd, en in de kruisvaarderstijd werd op deze plaats een grote kerk gebouwd. Binnen staan vijf prachtig bewerkte kapitelen die door franse kunstenaars voor de kruisvaarderskerk werden gemaakt en daarna verborgen werden gehouden voor Saladin. De kruisvaardersprins Tancred bouwde op deze plaats een Maria-Boodschapkerk in 1099.

De woonplaats van de Moeder Gods

Volgens de overlevering heeft deze grot eens deel uitgemaakt van een onderkomen waar Maria het hemelse nieuws ontving dat zij de moeder van Christus zou worden. De pelgrim en non Egeria vermeldt over haar reis in 384 n.Chr. dat zij de grot waar Maria woonde, had gezien. Egeria of Aetheria was een vrouw uit Gallaecia die een pelgrimstocht maakte en een samenvatting van haar reis beschreef.

… werd de engel Gabriël van Godswege gezonden naar een stad in Galilea, Nazareth (Lucas 1:26)

Nazareth is de meest geheiligde stad van het christendom en de grootste Arabische stad van Israël. Vanwege zijn liging tegen de laatste heuvels van beneden-Galilea is het wel “Wachttoren” genoemd. Aan het dal waar het in ligt heeft het bovendien de naam “Bloem van Galilea” te danken. Ongeveer tweeduizend jaar geleden ontstond hier het christendom. In de oudheid echter was de plaats van geen betekenis. In de Talmoed en in de Joodse geschiedenisboeken komt de stad niet voor. In de Herodiaanse periode woonden er minder dan 400 inwoners en was de bewoonde oppervlakte niet meer dan 4 hectare. Jesus heeft er zijn jeugd doorgebracht. Ook is er in Nazareth een kerk gewijd aan de Heilige Jozef. Onder de kerk lag een kelder, dat was, volgens een verklaring uit de 17e eeuw, de werkplaats van Jozef.

Het uitzicht van Jesus.

Hoe Jesus er werkelijk uitzag zou men kunnen afleiden aan de gelaatstrekken van de bewoners van het huidige Oosten: grote donkere ogen, diep, vol medegevoel en stemming. Jesus kleding moet de traditionele geweest zijn: een mouwloos kleed, bedekt door een tweede, sandalen en een staf. De hoofdbedekking moet een witte doek geweest zijn, gelijkend op de Arabische keffije van vandaag, op zijn plaats gehouden door een koord. Aangezien Jesus zonder tolk met vreemdelingen als Pilatus kon spreken mogen we aannemen dat hij een zekere kennis van het Grieks bezat. Jesus sprak in het dagelijks leven Aramees en zei zijn gebeden in het Hebreeuws. Van Jesus wordt nergens verteld dat hij lacht, maar hij huilde om Jeruzalem en ook bij de dood van Lazarus.