Inleiding
Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.
Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.
Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.
Overweging
Wij weten dat Christus, eenmaal uit de doden opgewekt, niet meer sterft: de dood heeft geen macht meer over Hem. Door de dood die Hij is gestorven, heeft Hij afgerekend met de zonde, eens en voorgoed; het leven dat Hij leeft, heeft alleen met God van doen. Zo moet u ook uzelf beschouwen: als dood voor de zonde en levend voor God in Christus Jezus. Laat dus de zonde niet heersen in uw sterfelijk lichaam, gehoorzaam zijn begeerten niet, stel uw ledematen niet als werktuigen van ongerechtigheid in dienst van de zonde. bied uzelf aan God aan, als mensen die uit de dood ten leven zijn opgestaan. Offer Hem uw ledematen als werktuigen in dienst van de gerechtigheid. De zonde mag niet over u heersen, want u staat niet onder de wet, maar onder de genade’.
(Cyrillus van Jeruzalem, Tweede mystagogische catechese)
EERSTE LEZING Jer. 20, 10-13
De Heer is bij mij als een machtig strijder.
Uit de Profeet Jeremia
Ik hoor velen fluisteren :
“Daar heb je ontzetting – overal.”
Breng hem aan, ja, we brengen hem aan.
Al mijn vrienden willen niets liever
dan mij ten val brengen.
Ze zeggen :
Misschien laat hij zich misleiden,
dan overmeesteren we hem
en kunnen we ons op hem wreken.
God de Heer is bij mij als een machtig strijder.
Mijn achtervolgers vallen neer, ze zullen niet overwinnen.
Ze worden diep beschaamd, nooit bereiken ze iets.
Hun schande duurt eeuwig, ze wordt nooit vergeten !
God van de hemelse machten,
die alles rechtvaardig onderzoekt,
die hart en nieren doorgrondt,
laat mij zien hoe Gij U op hen wreekt.
Ik heb immers mijn zaak in uw handen gelegd.
Zing een lied, een loflied voor de Heer uw God,
want Hij heeft het leven van de arme
uit de macht van de boosdoeners gered.
TUSSENZANG Ps. 18(17), 2-3a, 3bc-4, 5-6, 7
Ik wendde mij tot de Heer in mijn nood,
zijn oor ving mijn noodkreten op.
Heer, U heb ik lief, mijn sterkte zijt Gij,
mijn toevlucht, mijn burcht, mijn bevrijder.
Mijn God, de rots waar ik toevlucht vind.
Mijn schild, mijn behoud, mijn bescherming.
Wanneer ik de Heer aanroep, Hij zij geprezen,
dan doet geen vijand mij kwaad.
Want golven van doodsgevaar sloten mij in,
een stortvloed van onheil maakte mij angstig.
Het net van het dodenrijk hield mij gevangen,
de strik van de dood lag reeds om mij heen.
Toen wendde ik mij tot de Heer in mijn nood
en riep ik mijn God aan om hulp.
Hij hoorde mijn stem in zijn hoge paleis,
zijn oor ving mijn noodkreten op.
VERS VOOR HET EVANGELIE Lc. 15, 18
Ik ga weer naar mijn vader
en ik zal hem zeggen :
Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u.
EVANGELIE Joh. 10, 31-42
De Joden proberen Jezus opnieuw te grijpen, maar Hij stelt zich buiten hun bereik.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes
In die tijd raapten de Joden stenen op om Jezus te stenigen.
Maar Jezus zei hun :
“Ik heb voor uw ogen veel goede werken verricht
die uit de Vader voortkomen ;
om welk van die werken wilt gij Mij stenigen ?”
De Joden gaven Hem ten antwoord :
“Niet om een goed werk stenigen wij U
maar om een godslastering :
dat Gij, een mens, Uzelf tot God maakt.”
Jezus antwoordde hun :
“Staat er niet in uw wet geschreven :
Ik heb gezegd : gij zijt goden ?
“Zij heeft hen tot wie het woord Gods gericht werd
goden genoemd,
en de Schrift heeft bindende kracht.
“Maar waarom dan beschuldigt ge Mij,
die door de Vader geheiligd en in de wereld gezonden werd,
van godslastering als Ik Mijzelf Gods Zoon noem?
“Als Ik de werken van mijn Vader niet doe
behoeft gij Mij niet te geloven,
maar zo Ik ze wel doe
gelooft dan die werken als ge Mij niet wilt geloven.
“Dan zult gij inzien en erkennen,
dat de Vader in Mij is en Ik in de Vader ben.”
Toen probeerden zij opnieuw Hem te grijpen
maar Hij stelde zich buiten hun bereik.
Hij ging terug naar de overkant van de Jordaan,
naar de plaats waar Johannes aanvankelijk gedoopt had
en bleef daar.
Velen kwamen tot Hem, want ze zeiden :
“Johannes heeft weliswaar geen enkel teken gedaan,
maar alles wat hij over deze man zei was waar.”
En velen begonnen daar in Hem te geloven.
De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.