Donderdag in de tweeëndertigste week door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
In het tweede deel van zijn boek geeft de auteur de vrije loop aan zijn enthousiaste beschrijving van de Wijsheid. Hij geeft haar niet minder dan 22 attributen en beschrijft haar wezen en haar kracht. Van geslacht tot geslacht daalt ze neer in heilige zielen en maakt hen tot vrienden van God. Werkelijk niets gaat de Wijsheid te boven. (Naast de diepe religieuze inslag, kan men hier ook de hoogstaande literaire vlucht bewonderen, maar er is duidelijk invloed van het Griekse filosofisch denken.)

EERSTE LEZING                                              Wijsh. 7,22-8, 1
De wijsheid is een afglans van het eeuwig licht,
een onbeslagen spiegel van de goddelijke werkzaamheid.

Uit het boek Wijsheid

De wijsheid is een geest, verstandig en heilig,
enig, veelzijdig en fijnzinnig,
beweeglijk, doordringend en zuiver,
helder, onkwetsbaar, bedacht op het goede en scherp,
onweerstaanbaar, weldadig en menslievend;
vastberaden, zeker en rustig,
alles kunnend en alles overziend;
alle andere geesten doordringt zij,
hoe scherp, zuiver en verheven zij ook zijn.
Niets is zo beweeglijk als de wijsheid,
zij doordringt en doortrekt alles
door de kracht van haar reinheid!
Zij ontspringt immers aan de macht van God zelf,
is een zuivere afstraling van de glorie van de Almachtige,
en daarom is zij voor geen besmetting vatbaar.
Zij is een afglans van het eeuwig licht,
een onbeslagen spiegel van de goddelijke werkzaamheid,
en beeld van zijn goedheid.
Zij is alleen, maar kan alles,
zij rust in zichzelf, maar maakt alles nieuw;
van geslacht tot geslacht daalt ze af in heilige zielen,
en maakt ze tot vrienden van God en de profeten!
Want God bemint slechts degenen
die vertrouwd zijn met de wijsheid.
Zij is schoner dan de zon,
schoner dan heel het leger der sterren;
zij overtreft zelfs het licht van de dag,
want op de dag volgt de nacht,
maar de wijsheid wijkt voor geen boosheid.
Haar kracht strekt zich uit
van het ene uiteinde der aarde tot het andere,
en zij beschikt over alles
tot welzijn van allen.

Tussenzang                                 Ps. 119(118), 89, 90, 91, 130, 135, 175

Uw woord, Heer, blijft gelden voor eeuwig.

Uw woord, Heer, blijft gelden voor eeuwig,
het staat in de hemel vast ;
uw trouw is bestendig voor alle geslachten,
zo vast als de aarde die Gij hebt gemaakt.

Zoals Gij bepaald hebt, zo is het voor immer,
want al wat bestaat dient U.
De uitleg van Uw woorden geeft klaarheid,
schenkt wijsheid aan wie onervaren is.

Laat voor Uw dienaar Uw Aangezicht stralen,
laat mij Uw beschikkingen zien.
Mijn geest moge leven en altijd U prijzen
en steunen op wat Gij bepaalt.

ALLELUIA                                          cf. Ef. 1, 17-18

Alleluia.
De God van onze Heer Jezus Christus
moge ons innerlijk oog verlichten,
om te zien, hoe groot de hoop is
waartoe Hij ons roept.
Alleluia.

EVANGELIE                                               Lc. 17, 20-25
Het Rijk Gods is midden onder u.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
.

Toen Jezus door de Farizeeën de vraag werd gesteld,
wanneer het Rijk Gods zou komen,
gaf Hij hun ten antwoord:
“De komst van het Rijk Gods kunt ge niet waarnemen.
Men kan niet zeggen: Kijk, hier is het, of daar is het.
Want het Rijk Gods is midden onder u.”

Verder zei Hij tot zijn leerlingen:
“Er zal een tijd komen, dat gij zult wensen
één dag van de Mensenzoon te zien
maar gij zult de Mensenzoon niet zien.
Als men u zal zeggen:
Zie, Hij is daar, of: Zie, Hij is hier,
gaat er dan niet naar toe en volgt ze niet.
Want wanneer zijn dag komt
zal de Mensenzoon zijn als de opflitsende bliksem,
die schittert van het ene einde van de hemel tot het andere.
Maar eerst moet Hij veel lijden
en door dit geslacht verworpen worden.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
De Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Woensdag in de tweeëndertigste week door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
De heersers van de aarde mogen niet vergeten dat hun heerschappij door God gegeven is. Zij beheren een stuk van wat God aan de aarde heeft toevertrouwd bij de schepping. Hoe groter hun macht, hoe groter ook de verantwoordelijkheid. Misbruik van macht zal dan ook streng bestraft worden. Macht is dienst. Deze boodschap zal door Jezus in het evangelie uitdrukkelijk hernomen worden. Ze geldt ook voor ons vandaag. In de antwoordpsalm wordt concreet gemaakt wat het betekent om macht als dienst aan te wenden.

EERSTE LEZING                                             Wijsh. 6, 1-11
Luistert, gij, die over velen heerst.

Uit het boek Wijsheid

Hoort, koningen, en luistert,
gij die heel de aarde bestuurt, geeft acht.
Luistert, gij, die over velen heerst,
die groot gaat op de menigten die u dienen.
Uw macht hebt gij ontvangen van de Heer,
uw heerschappij van de Allerhoogste:
Hij zal uw daden nagaan
en uw plannen onderzoeken.
Want hoewel gij zelf zijn dienaars zijt
en Hij uw koning,
hebt gij toch niet met rechtvaardigheid geoordeeld,
niet de wet onderhouden,
niet gewandeld overeenkomstig Gods wil!
Tot uw grote ontzetting zal Hij spoedig tegen u optreden,
want hooggeplaatsten wacht een streng oordeel.
De ondergeschikte immers ondervindt erbarming,
de hooggeplaatste daarentegen wordt streng gestraft.
De Heer van alles hoeft niemand te ontzien
en Hij is voor geen macht beducht:
Hij is immers de schepper van groot en klein,
en draagt gelijkelijk zorg voor allen.
Ja, de machtige wacht een streng onderzoek!
Tot u dus, vorsten, richt ik mijn woorden,
opdat gij wijs moogt worden
en niet ten val komt.
Wie het heilige heilig behandelen, worden geheiligd:
en wie van mij leren, kunnen verantwoording geven.
Luistert dus gretig naar mijn woorden,
hoort ze verlangend aan en laat u beleren.

TUSSENZANG                                          Ps. 82(81), 3-4, 6-7

Verschijn, God, om recht te spreken op aarde.

Komt op voor de zwakke, verdedigt de wees,
doet recht aan geringen en armen.
Bevrijdt de verdrukte en helpt de misdeelde,
ontrukt hem aan de hartvochtige hand.

Ik heb u tot godheden aangesteld,
tot zonen gemaakt van de Allerhoogste.
Maar sterven zult ge als iedere mens,
gij valt zoals koningen vallen.

ALLELUIA                                                  II  Kor. 5, 19

Alleluia.
God was het
die in Christus de wereld met zich verzoende :
en ons gaf Hij de boodschap van de verzoening mee.
Alleluia.

EVANGELIE                                              Lc. 17, 11-19
Is er niemand teruggekeerd
om aan God eer te brengen dan alleen deze vreemdeling?

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
.

Op zijn reis naar Jeruzalem
trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea.
Toen Hij een dorp binnenging
kwamen Hem tien melaatsen tegemoet;
zij bleven op een grote afstand staan en riepen luidkeels:
“Jezus, Meester, ontferm U over ons.”
Hij zag hen en sprak:
“Gaat u laten zien aan de priesters.”
En onderweg werden zij gereinigd.
Een van hen keerde terug toen hij zag dat hij genezen was,
en hij verheerlijkte God met luide stem.
Vol dankbaarheid wierp hij zich voor Jezus’ voeten neer,
en deze man was een Samaritaan.
Hierop vroeg Jezus:
“Zijn niet alle tien gereinigd?
Waar zijn dan de negen anderen?
Is er niemand teruggekeerd om aan God eer te brengen
dan alleen deze vreemdeling?”
En Hij sprak tot hem:
“Sta op en ga heen; uw geloof heeft u gered.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Dinsdag – H. Josafat, b. en mrt.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven.

Overweging
De auteur worstelt met het probleem van de vergelding die in dit leven uitblijft. De goddelozen gaat het vaak goed en de vromen worden niet beloond. We vinden deze problematiek ook in vele psalmen en in het boek Job. Alleen geloof in de onsterfelijkheid kan hierin licht brengen. De tijd van beproeving is zeer kort in vergelijking met de heerlijkheid die ons te wachten staat.

EERSTE LEZING                          Wijsh. 2, 23-3,9

In de ogen der mensen leken zij te sterven, maar ze zijn in vrede.

Uit het Boek der Wijsheid

God heeft de mens geschapen voor de onsterfelijkheid,
heeft hem gemaakt tot het beeld van zijn eigen wezen.
Door de afgunst van de duivel kwam echter de dood in de wereld,
en smaken zullen hem,
allen die de duivel toebehoren.
Maar de zielen der rechtvaardigen zijn in Gods hand,
geen leed kan hen deren.
In de ogen der mensen leken zij te sterven,
hun einde werd beschouwd als een ramp,
hun heengaan van ons als een ondergang :
maar ze zijn in vrede !
Want al scheen het de mensen toe
dat ze gestraft werden,
toch zal hun hoop beloond worden
met een leven zonder eind.
Na een korte tijd van beproeving
zullen zij met grote weldaden overstelpt worden :
want God heeft ze op de proef gesteld,
en ze waardig bevonden voor zich.
Als goud in de vuuroven heeft Hij ze gelouterd,
en ze aanvaard als een welriekend brandoffer.
Wanneer de tijd der vergelding komt,
zullen zij schitteren,
sprankelen zullen zij
als vuurvonken in een stoppelveld.
Zij zullen recht spreken over de naties,
heersen zullen zij over de volken,
en hun Heer zal koning zijn in eeuwigheid !
Die op God hopen, zullen zijn trouw ondervinden,
die Hem trouw blijven, geborgen zijn in zijn liefde :
want genade en erbarming vallen zijn uitverkorenen ten deel !

TUSSENZANG            Ps. 34(33), 2-3, 16-17, 18-19

De Heer zal ik prijzen iedere dag.

De Heer zal ik prijzen iedere dag,
zijn lof ligt mij steeds op de lippen.
Mijn geest is fier op de gunst van de Heer,
laat elk die het hoort zich verheugen.

Het oog van de Heer is gericht op de vrome,
zijn oor naar hun smeken gekeerd.
Van boosdoeners keert Hij zijn aangezicht af,
zij worden op aarde vergeten.

Naar vromen die roepen luistert de Heer,
en redt hen uit iedere nood.
De Heer is nabij voor rouwmoedige harten,
Hij helpt wie zijn schuld erkent.

ALLELUIA                    cf. Hand. 16, 14b

Alleluia.
Maak ons hart ontvankelijk, Heer,
en dat wij ons richten naar het woord van uw Zoon.
Alleluia.

EVANGELIE                    Lc. 17, 7-10

Wij zijn onnutte knechten ;
wij hebben alleen maar onze plicht gedaan.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

in die tijd sprak Jezus :
“Wie van u zal tot de knecht
die hij in dienst heeft als ploeger of veehoeder
bij diens thuiskomst van het land zeggen :
Kom meteen aan tafel en tast toe?
“Zal hij niet eerder zeggen :
Maak mijn maaltijd klaar ;
omgord je en bedien mij terwijl ik eet en drink ;
daarna kun je zelf eten en drinken ?
“Moet hij die knecht soms dankbaar zijn
omdat hij heeft uitgevoerd wat hem is opgedragen ?
“Zo is het ook met u :
wanneer ge alles hebt gedaan wat u opgedragen werd,
zegt dan : Wij zijn onnutte knechten ;
wij hebben alleen maar onze plicht gedaan.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands BijbelgenootschDe bijbeltekstap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Maandag – H. Martinus van Tours, b.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
We lezen vandaag en de volgende dagen uit het boek Wijsheid of de Wijsheid van Salomo, geschreven in het Grieks in Egypte door een gelovige, zeer ontwikkelde en geletterde jood (tussen 200 en 30 v.C.). De schrijver heeft een scherp inzicht in de psychologie van de mensen en kan zich inleven in een ander. Hij is ook een denker die problemen wil oplossen die ook ons nog boeien. Het boek begint met een oproep tot de (heidense) rechters der aarde. Afwijking en dubbelzinnigheid wordt gestraft want God doorziet het hart van de mensen.  De antwoordpsalm speelt prachtig in op deze eerste lezing: Gij kent mij, Heer, en gij doorschouwt mij..’

EERSTE LEZING                        Wijsh. 1, 1-7

De wijsheid is een geest van menslievendheid ;
de geest des Heren vervult de aarde.

Begin van het boek Wijsheid

Bemint de rechtvaardigheid, gij, rechters der aarde!
Weest de Heer indachtig,
en zoekt Hem in goedheid en eenvoud des harten.
Hij laat zich immers vinden door wie Hem niet beproeven,
Hij deelt zich mee aan wie Hem niet wantrouwen.
Dubbelzinnige gedachten verwijderen van God,
en wie zijn kracht op de proef stelt
wordt erdoor geslagen.
In een vals gemoed is geen plaats voor de wijsheid:
deze kan niet wonen in een lichaam, slaaf van het kwaad.
Want de geest van een heilige tucht
verafschuwt alle onoprechtheid,
wil niets te maken hebben met zondige plannen,
en trekt zich terug als de ongerechtigheid nadert.
De wijsheid is weliswaar een geest van menslievendheid,
laat echter de taal van de lasteraar niet ongestraft.
God zelf doorziet het hart der mensen,
is een niet te misleiden waarnemer
van wat in hun binnenste leeft,
en hoort wat hun tong zegt.
Want de geest des Heren vervult de aarde,
en zijn stem is bekend in heel het heelal!

TUSSENZANG              Ps. 139(138), 1-3, 4-6, 7-8, 9-10

Leid mij, Heer, langs beproefde paden.

Gij kent mij, Heer, en Gij doorschouwt mij,
Gij ziet mij waar ik ga of sta.
Van verre kent Gij mijn gedachten,
Gij weet waarom ik bezig ben of rust,
Gij let op al mijn wegen.

Heer, voor het woord nog op mijn tong is
weet Gij reeds wat ik zeggen ga.
Waar ik mij wend, Gij staat op wacht,
uw hand rust altijd op mijn schouder.
Uw kennis is voor mij te wonderbaar,
zo hemelhoog, dat ik ze niet kan vatten.

Waar zou ik ooit ontkomen aan uw Geest,
waar zou ik mij voor uw Gelaat verbergen?
Al stijg ik naar de hemel op : daar zijt Gij reeds,
al daal ik in het dodenrijk : Gij zijt aanwezig ;

Al leen ik ook de vleugels van de dageraad
en strijk ik neer aan gene zijde van de zee :
ook daar is het uw hand die mij blijft leiden,
ook daar houdt Gij mij stevig vast.

ALLELUIA                    Joh. 17, 17b, a

Alleluia.
Uw woord is waarheid, Heer,
wijd ons U toe in de waarheid.
Alleluia.

EVANGELIE                     Lc. 17, 1-6

Als uw broeder zich zevenmaal per dag tot u wendt
met de woorden : het spijt me, dan moet ge hem vergeven.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen:
“Dat er ergernissen komen is onvermijdelijk,
maar wee de mens door wiens toedoen ze komen.
Het zou beter voor hem zijn
als men hem een molensteen om de hals deed en in zee wierp,
dan dat hij aan één van deze kleinen aanleiding tot zonde geeft.
Wacht u daarvoor.
Als uw broeder gezondigd heeft, geef hem een berisping;
toont hij dan spijt, vergeef het hem.
Al misdoet hij zevenmaal per dag tegen u,
maar zevenmaal ook wendt hij zich tot u met de woorden:
het spijt me,
dan moet ge hem vergeven.”
De apostelen zeiden nu tot de Heer:
“Geef ons meer geloof.”
De Heer antwoordde:
“Als ge een geloof had als een mosterdzaadje,
zoudt ge tot die moerbeiboom zeggen:
Maak uw wortels los uit de grond en plant u in de zee,
en hij zou u gehoorzamen.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Tweeëndertigste zondag door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord

God laat zich niet vatten in religieuze principes of in regels.
Te vaak heeft men dat doorheen de geschiedenis geprobeerd.
Ook Jezus werd tijdens zijn leven op dat vlak uitgedaagd,
en dit door diverse religieuze strekkingen.
Maar Jezus kijkt telkens liefdevol doorheen de regels.
Hij wijst naar wie altijd groter is, naar God,
die anders is dan sommigen zouden willen,
anders ook dan wij kunnen denken.
Een God van leven in volheid,
geen god van de dode letter.
Laten wij ons, aan het begin van dit dankbaar samenkomen,
voor God openstellen,
en vragen dat Hij door Christus, onze Heer,
ook tot óns hart wil spreken.

EERSTE  LEZING                                       2 Makk. 7, 1-2.9-14
De koning der wereld zal ons laten opstaan tot een eeuwig leven.

Uit het tweede boek van de Makkabeeën
.

In die dagen
werden zeven broers met hun moeder gevangen genomen.
De koning wilde ze dwingen van het verboden varkensvlees te eten
door ze met roeden en zwepen te geselen.
De eerste van hen, die optrad als hun woordvoerder, sprak als volgt:
“Waarom wilt gij ons ondervragen
en wat wilt gij van ons te weten komen?
Wij zijn bereid te sterven,
liever dan de wetten van onze voorouders te overtreden.”
Nadat de eerste gestorven was,
riep de tweede broer, kort voordat hij de geest gaf:
“Booswicht, gij kunt ons wel het tegenwoordige leven ontnemen,
maar de Koning der wereld zal ons, die voor zijn wetten sterven,
laten opstaan tot een eeuwig leven.”
Na hem werd de derde gemarteld.
Zonder enige vrees sprak hij:
“Ik heb deze ledematen van God gekregen;
uit eerbied voor zijn wetten doe ik er afstand van,
maar ik hoop ze eens weer terug te krijgen.”
De koning en zijn omgeving stonden verbaasd over zoveel moed bij de jongeman,
die zijn folteringen zonder één moment van zwakte doorstond.
Toen hij dood was
werd de vierde broer op dezelfde wijze gefolterd en gepijnigd.
Op het punt te sterven riep hij nog uit:
“Het is niet zo erg door mensen omgebracht te worden,
wanneer wij mogen vertrouwen op Gods belofte
dat Hij ons weer zal laten verrijzen.
Voor u echter zal er geen verrijzenis tot een nieuw leven zijn!”

Antwoordpsalm                                  Ps. 17(16) 1, 5-6, 8 en 15

Keervers
Uw aanblik, Heer, verzadigt mij als ik ontwaak.

Luister, Heer, want mijn zaak is rechtvaardig,
let op mijn luid geroep.
Wil mijn gebed aanhoren;
mijn lippen bedriegen U niet.

Standvastig volg ik het pad van de wet,
mijn voet struikelt niet op uw wegen.
Nu roep ik U aan, want Gij zult mij verhoren,
wend dus uw oor naar mij, hoor naar mijn stem.

Beschut mij als uw oogappel, Heer,
dek mij met de schaduw van uw vleugels.
Laat mij in gerechtigheid U aanschouwen,
uw aanblik verzadigt mij als ik ontwaak.

TWEEDE LEZING                                            2 Tess. 2, 16 -3,5
Moge de Heer u sterken met alle goeds, in woord en daad.

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Tessaloníca
.

Broeders en zusters,

Moge de Heer Jezus Christus zelf,
moge God, onze Vader
die ons zijn liefde heeft betoond, en die ons in zijn genade
eeuwige troost en blijde hoop heeft geschonken,
uw harten bemoedigen
en sterken met alle goeds, in woord en daad.
Voorts broeders en zusters, bidt voor ons,
opdat het woord des Heren overal zoals bij u
zijn luisterrijke loop mag volbrengen,
en opdat wij verlost worden van die kwaadaardige en boze lieden;
want het geloof is niet aller deel.
Maar de Heer is getrouw:
Hij zal u sterken en behoeden voor de boze.
In de Heer vertrouwen wij op u
dat gij doet wat wij bevelen en dit ook zult blijven doen.
Moge de Heer uw harten neigen tot de liefde Gods
en tot de standvastigheid van Christus.

Vers voor het evangelie                                          Apok. 1,5-6

Alleluia.
Jezus Christus is de eerstgeborene van de doden.
Hem zij de heerlijkheid en de macht
in de eeuwen der eeuwen.
Alleluia.

EVANGELIE                                                    Lc. 20,27-38
Hij is geen God van doden, maar van levenden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
.

In die tijd kwamen enigen van de Sadduceeën,
die de verrijzenis loochenen, bij Jezus
(met de vraag:
“Meester, wij zien bij Mozes geschreven staan:
Als iemand een getrouwde broer heeft die kinderloos sterft,
dan moet hij diens vrouw nemen
en aan zijn broer een nageslacht geven.
Nu waren er eens zeven broers.
De eerste trouwde en stierf kinderloos.
De tweede en de derde namen de vrouw
en de een na de ander stierven ze alle zeven
zonder kinderen na te laten.
Het laatste stierf ook de vrouw.
Van wie van hen is zij nu bij de verrijzenis de vrouw?
Alle zeven toch hebben haar tot vrouw gehad.”)
En Jezus sprak tot hen:
“De kinderen van deze wereld
huwen en worden ten huwelijk gegeven,
maar zij die waardig gekeurd zijn
deel te krijgen aan de andere wereld
en aan de verrijzenis uit de doden,
huwen niet en worden niet ten huwelijk gegeven.
Zij kunnen immers niet meer sterven
omdat zij als engelen zijn;
en, als kinderen van de verrijzenis zijn zij kinderen van God.
Dat de doden verrijzen, heeft ook Mozes aangeduid
waar het gaat over de braamstruik,
doordat hij de Heer noemt:
de God van Abraham, de God van Isaäk en de God van Jakob.
De Heer is toch geen God van doden maar van levenden
want voor Hem zijn allen levend.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Zaterdag Kerkwijdingsfeest van de Lateraanse basiliek

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
De kathedraal van de paus werd rond 320 door keizer Constantijn opgericht. Zij wordt beschouwd als moeder en hoofd van alle kerken. Dit feest herinnert ons aan de verbondenheid van de Kerk met de opvolger van Petrus, en nodigt ons uit om ook zelf te werken aan de verbondenheid met de gelovigen wereldwijd. Jezus roept ons daartoe: om één gemeenschap te vormen door, met en in hem; Hij is immers de hoeksteen, het fundament van de Kerk, wij zijn de bouwstenen ervan. In vreugde en verdriet, in angst of met opgetogen plannen: christenen vieren rond de Heer Jezus. Naar Hem gaat hun eerste aandacht.

EERSTE LEZING                                               Ez. 47, 1-2.8-9.12
Ik zag het water uit de tempel stromen.

Uit de Profeet Ezechiël

In die dagen
bracht een engel mij
naar de ingang van de tempel des Heren.
En daar zag ik onder de drempel
water opwellen en in oostelijke richting stromen;
de voorzijde van de tempel ligt immers op het oosten.
Het water stroomde eerst zuidwaarts
langs de muur
en dan langs de zuidkant van het altaar.
Hij leidde mij door de noordpoort buitenom
naar de oostelijke buitenpoort
en rechts daarvan kwam het water weer tevoorschijn.

En de engel zei:
“Dit water stroomt
door het oostelijk deel van het land
naar de Araba,
mondt uit in de Zoutzee
en maakt het water van de zee gezond.
De rivier brengt leven
overal waar hij stroomt;
het wemelt er van dieren.
De zee zit vol vis,
want de rivier die erin uitmondt,
maakt het water gezond.
Overal waar hij stroomt, is volop leven.
Aan beide oevers van de rivier
groeien allerlei vruchtbomen;
hun bladeren verdorren niet
en ze zijn nooit zonder vruchten.
Elke maand dragen ze vruchten,
omdat het water dat ze voedt,
uit het heiligdom komt.
De vruchten zijn eetbaar
en de bladeren hebben geneeskracht.”

TUSSENZANG                                Ps. 46(45), 2-3, 5-6, 8-9

Een klaterend beekje verkwikt Gods stad,
het heilig verblijf van de Allerhoogste.

De Heer is voor ons een vesting en toevlucht,
een machtige hulp in de nood.
Zo zijn wij niet bang, al kantelt de aarde,
al vallen de bergen in zee.

Een klaterend beekje verkwikt Gods stad,
het heilig verblijf van de Allerhoogste.
Die stad staat onwrikbaar want God is daarbinnen,
God staat haar terzij als de dag begint.

De Heer van de hemelse legers is met ons,
een veilige burcht is ons Jakobs God.
Komt nader en ziet wat de Heer heeft gedaan,
zijn wondere werken op aarde.

TWEEDE LEZING                                                    I Kor. 3, 9b-11.16-17
Gij zijt de tempel van God.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters,

Gij zijt Gods bouwwerk.
Naar de mij gegeven genade heb ik als een kundig bouwmeester
het fundament gelegd waarop een ander voortbouwt.
Maar laat iedereen toezien hoe hij daarop bouwt.
Want niemand kan een ander fundament leggen
dan wat er reeds ligt, namelijk Jezus Christus.

Gij weet toch dat gij Gods tempel zijt
en dat de Geest van God in u woont?
Als iemand de tempel van God te gronde richt
zal God hem te gronde richten.
Want de tempel van God is heilig
en die tempel zijt gij.

ALLELUIA                                                     II Kron. 7, 16

Alleluia.
Zo spreekt de Heer :
Ik heb deze tempel uitverkoren
en geheiligd,
zodat mijn Naam
er voor eeuwig zal wonen.
Alleluia.

EVANGELIE                                                 Joh. 2, 13-22

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
.

Toen het paasfeest der Joden nabij was
ging Jezus op naar Jeruzalem.
In de tempel trof Hij de verkopers aan
van runderen, schapen en duiven
en ook de geldwisselaars die daar zaten.
Hij maakte van touwen een gesel,
dreef ze allemaal uit de tempel,
ook de schapen en de runderen;
het kleingeld van de wisselaars veegde Hij van de tafels
en Hij wierp die omver.
En tot de duivenhandelaars zei Hij:
“Weg met dit alles!
Maakt van het huis van mijn Vader geen markthal!”
Zijn leerlingen herinnerden zich dat er geschreven staat:
De ijver voor uw huis zal mij verteren.
De Joden richtten zich tot Hem met de woorden:
“Wat voor teken kunt Gij ons laten zien
dat Gij dit doen moogt?”
Waarop Jezus hun antwoordde:
“Breekt deze tempel af
en in drie dagen zal Ik hem doen herrijzen.”
Maar de Joden merkten op:
“Zesenveertig jaar is aan deze tempel gebouwd;
zult Gij hem dan in drie dagen doen herrijzen?”
Jezus echter sprak over de tempel van zijn lichaam.
Toen Hij dan ook verrezen was uit de doden
herinnerden zijn leerlingen zich dat Hij dit gezegd had,
en zij geloofden in de Schrift
en in het woord dat Jezus gesproken had.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overweging uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Vrijdag Eenendertigste week door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Het woord dat Paulus verkondigt heeft hij niet ontvangen van mensen. Het is een woord van Godswege, en Paulus getuigt ervan omdat God hem daartoe geroepen heeft. Zijn taak is niet onlosmakelijk verbonden aan één particuliere gemeenschap – de christengemeenschap van Rome is niet door Paulus gesticht, maar door Petrus. De roeping die Paulus ervaart sterkt zich uit tot alle geloofsgemeenschappen, en zal de jonge Kerk, die zich stilaan begint uit te breiden, toelaten om de zending die Jezus haar gaf waar te maken: het evangelie verkondigen van Jeruzalem tot aan de uiteinden der aarde.

EERSTE LEZING                                            Rom. 15, 14-21
God heeft mij bestemd voor de heilige dienst van Christus Jezus,
om Hem de volken aan te bieden als een welkome gave.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome
.

Broeders en zusters,

Ik voor mij twijfel er niet aan
of gij zijt best in staat elkaar van advies te dienen,
want ge zijt volop voorzien van goedheid
en kennis van allerlei soort.
Toch heb ik u
hier en daar met een zekere vrijmoedigheid geschreven
om u een en ander in herinnering te brengen,
uit kracht van de genade die mij van Godswege is geschonken.
Hij heeft mij bestemd
voor de heilige dienst van Christus Jezus onder de heidenen,
om het evangelie van God te bedienen,
om Hem de volken aan te bieden als een welkome gave,
geheiligd door de heilige Geest.
Hierop mag ik mij in Christus Jezus bij God beroemen.
Want ik verstout mij niet over iets anders te spreken
dan over hetgeen Christus door mij tot stand heeft gebracht
voor de bekering der heidenen,
door woord en werk,
door machtige wondertekenen,
in de kracht van de Geest.
Zo heb ik de prediking van het evangelie van Christus voltooid,
van Jeruzalem en omgeving tot de kust van Dalmatië.
Alleen was het mij een erezaak het nergens te verkondigen
waar de naam van Christus reeds genoemd was.
Ik wil niet bouwen op een fundament dat door anderen is gelegd,
maar houd mij aan het woord van de Schrift:
“Zij zullen aanschouwen
die geen boodschap over Hem hebben vernomen.
Zij moeten tot inzicht komen
die nog niet van Hem hebben gehoord.”

TUSSENZANG                                         Ps. 98(97), 1, 2-3ab, 3cd-4

Zijn weldaden deed de Heer ons kennen,
de volkeren zijn gerechtigheid.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang
omdat Hij wonderen deed.
Zijn hand deed zich krachtig gelden,
de macht van zijn heilige arm.

Zijn weldaden deed Hij ons kennen,
de volkeren zijn gerechtigheid.
Opnieuw bleek zijn goedheid en trouw
ten gunste van Israëls huis.

Geheel de aarde aanschouwde
wat onze God voor ons deed.
Verheerlijkt de Heer, alle landen,
weest blij, verheugt u en zingt.

ALLELUIA                                                     Joh. 14,23

Alleluia.
Als iemand Mij liefheeft,
zal hij mijn woord onderhouden ;
mijn Vader zal hem liefhebben
en Wij zullen tot hem komen.
Alleluia.

EVANGELIE                                             Lc. 16, 1-8
De kinderen van deze wereld handelen onderling met meer overleg
dan de kinderen van het licht.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
.

In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen:
“Er was eens een rijk man die een rentmeester had,
die bij hem werd aangeklaagd dat hij zijn bezit verkwistte.
Hij riep hem dus en vroeg:
Wat hoor ik daar van u?
Geef rekenschap van uw beheer,
want gij kunt niet langer rentmeester blijven.
Toen redeneerde de rentmeester bij zichzelf:
Wat zal ik doen nu mijn heer mij het rentmeesterschap afneemt?
Spitten kan ik niet, en bedelen: daarvoor schaam ik mij.
Ik weet al wat ik ga doen,
opdat ik, na mijn ontslag als rentmeester, onderdak vind.
Hij ontbood de schuldenaars van zijn heer, één voor één,
en zei tot de eerste:
Hoeveel zijt ge aan mijn meester schuldig?
Deze antwoordde: Honderd vaten olie.
Maar hij zei:
Hier hebt ge uw schuldbekentenis;
ga gauw zitten en schrijf: vijftig.
Daarop vroeg hij nog aan een tweede:
En hoeveel zijt gij schuldig?
Deze antwoordde: Honderd maten tarwe.
Hij zei hem:
Hier hebt ge uw schuldbekentenis; schrijf: tachtig.
De heer prees het in de onrechtvaardige rentmeester
dat hij met overleg had gehandeld,
want de kinderen van deze wereld
handelen onderling met meer overleg
dan de kinderen van het licht.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overweging uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Donderdag – H. Willibrordus, b.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging

Met welk recht veroordeelt gij uw broeder? Dit woord geldt voor alle omstandigheden maar hier is het slechts goed verstaanbaar als men de vorige verzen kent. In de gemeente van Rome waren blijkbaar spanningen. Sommigen(misschien joden) waren streng en onthielden zich op bepaalde dagen van bepaalde spijzen. Anderen stonden daarboven. Paulus is duidelijk voor de inwendige vrijheid, maar hij vermaant de zogezegde ‘sterken’ om uit liefde rekening te houden met het geweten van anderen. Ook dit is een houding die past voor alle tijden. verdraag van mekaar een beetje pluriformiteit. En vooral, laat bijkomstigheden bijkomstig blijven. De kern is de dood en de verrijzenis van de Heer.

EERSTE  LEZING                                                Rom.14,7-12
Zolang wij leven, leven wij voor de Heer,
en sterven wij, dan sterven wij voor de Heer.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,

Niemand van ons leeft voor zichzelf alleen,
niemand sterft voor zichzelf alleen.
Zolang wij leven, leven wij voor de Heer,
en sterven wij, dan sterven wij voor de Heer :
of wij leven of sterven,
Hem behoren wij toe.
Daarvoor is Christus gestorven en weer levend geworden :
om Heer te zijn over doden en levenden.
Met welk recht veroordeelt gij uw broeder?
En gij, waarom kleineert gij uw broeder?
Allen zullen wij verschijnen voor de rechterstoel van God.
Want er staat geschreven :
“Zowaar Ik leef,
zegt de Heer,
voor Mij zal elke knie zich buigen
en elke tong zal God lofprijzen.”
Zo zal dan ieder van ons rekenschap moeten afleggen voor zichzelf.

TUSSENZANG                                          Ps. 27(26), 1, 4, 13-14

Ik reken er op nog tijdens mijn leven
de weldaden van de Heer te ervaren.

De Heer is mijn licht en mijn leidsman,
wie zou ik vrezen ;
de Heer is de schuts van mijn leven,
voor wie zou ik bang zijn?

Eén ding slechts vraag ik de Heer,
meer zal ik niet wensen :
dat ik in Gods huis mag wonen zolang als ik leef.
Dat ik de beminnelijkheid van de Heer mag ervaren,
zijn tempel weer met eigen ogen mag zien.

Ik reken er op nog tijdens mijn leven
de weldaden van de Heer te ervaren.
Zie uit naar de Heer en houd dapper stand,
wees moedig van hart en vertrouw op de Heer.

ALLELUIA                                                      Joh. 14,5

Alleluia.
Ik ben de weg, de waarheid en het leven, zegt de Heer ;
niemand komt tot de Vader tenzij door Mij.
Alleluia.

EVANGELIE                                                 Lc. 15, 1-10
Er is vreugde bij de engelen van God
over één zondaar die zich bekeert.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd kwamen tollenaars en zondaars van allerlei slag bij Jezus
om naar Hem te luisteren.
De Farizeeën en de schriftgeleerden morden daarover en zeiden :
“Die man ontvangt zondaars en eet met hen.”
Hij hield hun deze gelijkenis voor :
“Wanneer iemand onder u honderd schapen heeft
en er één van verliest,
laat hij dan niet de negenennegentig in de wildernis achter
om op zoek te gaan naar het verlorene
totdat hij het vindt?
“En als hij het vindt, legt hij het vol vreugde op zijn schouders
en hij gaat naar huis, roept zijn vrienden en buren bij elkaar
en zegt hun :
Deelt in mijn vreugde,
want mijn schaap dat verloren was geraakt heb ik gevonden.
“Ik zeg u :
zo zal er in de hemel meer vreugde zijn
over één zondaar die zich bekeert,
dan over negenennegentig rechtvaardigen
die geen bekering nodig hebben.
“Of welke vrouw die tien drachmen bezit en één drachme verliest
steekt niet een lamp aan,
veegt niet het huis en zoekt niet zorgvuldig totdat ze die vindt?
“En als ze die gevonden heeft,
roept ze haar vriendinnen en buurvrouwen bij elkaar en zegt :
Deelt in mijn vreugde,
want de drachme die ik had verloren heb ik gevonden.
“Zo, zeg Ik u, is er vreugde bij de engelen van God
over één zondaar die zich bekeert.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overweging uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Woensdag in de eenendertigste week door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Paulus somt de voornaamste geboden op. De belangrijkste schuld die we bij iemand kunnen hebben is de liefde. Andere schulden hebben grenzen. Liefde niet en die schuld kan dus nooit worden afbetaald. Wat meer is: de hele wet kan teruggebracht worden tot dat ene woord: ‘naastenliefde’. Het komt er op aan het goede van iedere mens na te streven. Dan is de wet vervuld.

EERSTE LEZING                                          Rom. 13, 8-10
Liefde vervult de gehele wet.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,

Zorgt dat gij niemand iets schuldig zijt.
Uw enige schuld blijve de onderlinge liefde.
Wie zijn naaste bemint heeft de wet vervuld.
Want de geboden :
‘gij zult niet echtbreken, niet doden, niet stelen, niet begeren,’
en alle andere kan men samenvatten in dit ene woord :
‘bemin uw naaste als uzelf’.
De liefde berokkent de naaste geen enkel kwaad.
Liefde vervult de gehele wet.

TUSSENZANG                                             Ps. 112(111), 1-2, 4-5, 9

Goed gaat het de man die weggeeft en leent.
Alleluia.

Gelukkig de man die ontzag heeft voor God,
die vreugde vindt in zijn geboden.
Zijn kroost zal machtig zijn in het land,
gezegend zal zijn het geslacht van de vrome.

Hij is voor de vromen een licht in de nacht,
weldadig, barmhartig, rechtvaardig.
Goed gaat het de man die weggeeft en leent,
die eerlijk zijn zaken behartigt.

Met mildheid deelt hij aan armen uit,
hij zal zijn gerechtigheid nooit verliezen.
Zijn macht en zijn aanzien vermeerderen steeds ;
de zondaar zal het met afgunst aanschouwen.

ALLELUIA                                                        Joh. 10, 27

Alleluia.
Mijn schapen luisteren naar mijn stem, zegt de Heer ;
en Ik ken ze en zij volgen Mij.
Alleluia.

EVANGELIE                                                    Lc. 14, 25-33
Niemand van u kan mijn leerling zijn
als hij zich niet losmaakt van al wat hij bezit.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

Toen talloze mensen met Jezus meetrokken
keerde Hij zich om en zei tot hen :
“Als iemand naar Mij toekomt,
die zijn vader en moeder, zijn vrouw en kinderen,
zijn broers en zusters,
ja zelfs zijn eigen leven niet haat,
kan hij mijn leerling niet zijn.
“Als iemand zijn kruis niet draagt en Mij niet volgt
kan hij mijn leerling niet zijn.
“Als iemand van u een toren wil bouwen,
zal hij dan niet eerst
er voor gaan zitten om een begroting te maken
of hij wel genoeg bezit om hem te voltooien?
“Anders zou het hem kunnen overkomen,
– als hij de fundering heeft gelegd
en niet in staat is het werk tot een einde te brengen –
dat allen die het zien hem gaan bespotten en zeggen :
Die man begon te bouwen,
maar hij was niet in staat het einde te halen.
“Of welke koning zal,
– als hij tegen een andere koning ten oorlog wil trekken –
niet eerst overleggen of hij sterk genoeg is
om met tienduizend man het hoofd te bieden
aan iemand die met twintigduizend man tegen hem optrekt?
“Zo niet,
dan stuurt hij, als de tegenstander nog ver weg is
een gezantschap en vraagt om de vredesvoorwaarden.
“Zo kan niemand van u mijn leerling zijn
als hij zich niet losmaakt van al wat hij bezit.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Maandag H. Carolus Borromeo, b.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Paulus eindigt zijn bewogen beschouwingen over het jodendom en de tragiek van hun afwijzing met een hooggestemde hymne. Drie volle kapittels heeft hij aan dit thema gewijd, maar nu breekt zijn diepste overtuiging open in een lofprijzing van God. Hij ontleent zijn tekst aan Jesaja en Jeremia, maar vooral ook aan het boek Job. Uw wegen zijn mijn wegen niet, zegt de Heer. Ze gaan onze wegen ver te boven. Even komt de grote thematiek, de rechtvaardiging nog ter sprake. Wat wij van God krijgen is gratis gave, geen vergoeding. Hem zij glorie in eeuwigheid. Amen.

EERSTE  LEZING                                             Rom. 11, 29-36
God heeft allen in ongehoorzaamheid opgesloten
om allen in te sluiten in zijn ontferming.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome
.
 

Broeders en zusters,

God kent geen berouw over zijn genadegaven
noch over zijn roeping.
Zoals gij eertijds aan God ongehoorzaam zijt geweest
maar thans, dank zij de ongehoorzaamheid van Israël,
ontferming hebt gevonden,
zo is Israël op haar beurt ongehoorzaam geworden,
opdat nu ook zij erbarming zou vinden
ten gevolge van de u betoonde ontferming.
Zo heeft God allen in ongehoorzaamheid opgesloten
om allen in te sluiten in zijn ontferming.

O onpeilbare rijkdom van Gods wijsheid en kennis!
Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beslissingen,
hoe onnaspeurlijk zijn wegen!
Wie kent de gedachte des Heren?
Wie is zijn raadsman geweest?
Wie kan vergoeding eisen voor wat hij God heeft gegeven?
Want uit Hem en door Hem en voor Hem zijn alle dingen.
Hem zij de glorie in eeuwigheid! Amen.

TUSSENZANG                                Ps. 69(68), 30-31, 33-34, 36-37

Mijn gebed, Heer, richt ik tot U,
nu is het de tijd van genade.

Ik ga gebogen onder mijn smart ;
God, laat uw hulp mij beschermen.
Gods Naam zal ik loven in mijn gezang,
hem dankbaar overal prijzen.

Ziet toe, geringen, en weest verheugd,
schept moed, gij allen die God zoekt.
God luistert naar wat een arme Hem vraagt,
vergeet zijn gevangenen niet.

Want God zal Sion verlossen,
Hij bouwt Juda’s steden weer op.
Zijn dienaren zullen er wonen,
er leven op eigen bezit.
Hun kroost zal het land weer erven,
Gods Naam zal in ere zijn.

ALLELUIA                                                  Joh. 6, 64b, 69b

Alleluia.
Uw woorden Heer zijn geest en leven ;
uw woorden zijn woorden van eeuwig leven.
Alleluia.

EVANGELIE                                             Lc. 14, 12-14
Nodig niet uw vrienden uit, maar armen en gebrekkigen.

 
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
.

In die tijd zei Jezus tot de Farizeeër
die Hem aan tafel had genodigd:
“Wanneer gij een middag- of avondmaal geeft,
nodig dan niet uw vrienden, broers en bloedverwanten uit
en ook geen rijke buren.
Het zou kunnen zijn dat zij op hun beurt u uitnodigen
en dat gij het dus terugkrijgt.
Maar als ge een gastmaal geeft,
nodig dan armen, gebrekkigen, kreupelen en blinden uit.
Gelukkig zult ge zijn
omdat zij het u niet kunnen vergelden.
Het zal u vergolden worden
bij de opstanding van de rechtvaardigen.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
De Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.