Vrijdag in de vijftiende week

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven.

Overweging
We lezen vandaag de tekst die we ook uit de Goede Week kennen: het ritueel van het paaslam dat tot op heden door de joden gevierd wordt in herinnering aan de nacht waarin God het volk van Israël uit Egypte leidde. Op Pessach, zeggen de joden, werd een vrije joodse natie geboren. Tegelijk kondigt deze lezing de tiende plaag aan. De negen plagen konden nog gezien worden als buitengewone natuurverschijnselen. Deze tiende plaag wordt voorgesteld als het werk van de reddende God zelf.

EERSTE LEZING                         Ex. 11, 10-12, 14

In de avondschemering moet gij het lam slachten ;
als Ik het bloed aan uw huizen zie, zal Ik u voorbijgaan.

Uit het Boek Exodus

In die dagen
verrichtten Mozes en Aäron vele wonderen voor Farao,
maar de Heer maakte Farao halsstarrig;
hij liet de Israëlieten niet uit zijn land vertrekken.
God de Heer richtte het woord
tot Mozes en Aäron in Egypte, en sprak :
“Deze maand moet gij beschouwen als de beginmaand,
als de eerste maand van het jaar.
“Maakt aan heel de gemeenschap van Israël het volgende bekend :
Op de tiende van deze maand
moet ieder gezin een lam uitkiezen,
ieder huis één lam.
“Als een gezin te klein is voor een lam,
dan moeten ze, rekening houdend met het aantal personen,
samen doen met hun naaste buurman.
“Bij het verdelen van het lam
moet er rekening gehouden worden met ieders eetlust.
“Het lam moet gaaf zijn, van het mannelijk geslacht en eenjarig.
“Ge kunt er een schaap of een geit voor nemen.
“Ge moet de dieren vasthouden
tot aan de veertiende van de maand.
“Dan moet heel de verzamelde gemeenschap van Israël ze slachten
in de avondschemering.
“Vervolgens moet gij wat bloed nemen
en dat uitstrijken over de beide deurposten
en over de bovenbalk van de deur
van alle huizen waar het lam gegeten wordt.
“In dezelfde nacht moet het vlees gegeten worden,
op het vuur gebraden.
“Het moet gegeten worden met ongezuurd brood
en bittere kruiden.
“Ge moogt het niet rauw eten of gekookt in water,
maar alleen gebraden op het vuur,
met kop, poten en ingewanden.
“Zorgt dat er niets van over is, als de zon opgaat.
“Wat bij zonsopgang nog over zou zijn moet ge verbranden.
“En dit is de wijze waarop gij het lam moet eten :
uw lendenen omgord, uw voeten geschoeid,
en uw stok in de hand.
“Haastig moet ge het eten, want het is pasen voor de Heer.
“Deze nacht zal Ik door Egypte gaan
en alle eerstgeborenen van Egypte,
zowel mensen als dieren, zal Ik slaan.
“Aan alle goden van Egypte zal Ik het vonnis voltrekken.
“Maar het bloed aan de huizen zal een teken zijn
dat gij daar woont.
“Als Ik het bloed aan uw huizen zie,
zal Ik u voorbijgaan.
“Geen vernietigende plaag zal u treffen als Ik Egypte sla.
“Deze dag moet gij tot een gedenkdag maken,
ge moet hem vieren als een feest ter ere van de Heer.
“Van geslacht tot geslacht
moet ge hem als een eeuwige instelling vieren.”

TUSSENZANG                  Ps. 116(115), 12-13, 15-16bc, 17-18

Ik hef de offerbeker,
de Naam van de Heer roep ik aan.
of : Alleluia.

Hoe kan ik mijn dank betuigen
voor al wat de Heer mij gaf ?
Ik hef de offerbeker,
de Naam van de Heer roep ik aan.

Want kostbaar is in zijn ogen
het leven van wie Hem vereert.
O Heer, ik ben uw dienaar,
uw knecht, de zoon van uw dienstmaagd,
Gij hebt mijn boeien geslaakt.

Met offers zal ik U loven,
de Naam van de Heer roep ik aan.
Ik zal mijn geloften volbrengen
waar heel zijn volk het ziet.

ALLELUIA                   Ps. 119(118), 18

Alleluia.
Ontsluit mijn ogen om te aanschouwen, Heer,
de heerlijkheid van uw wet.
Alleluia.

EVANGELIE                       Mt. 12, 1-8

De Mensenzoon is Heer van de sabbat.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

Eens ging Jezus op een sabbat door de korenvelden ;
zijn leerlingen nu kregen honger
en begonnen aren te plukken en te eten.
De Farizeeën zagen dat en zeiden tot Hem :
“Uw leerlingen doen daar iets wat op sabbat niet geoorloofd is.”
Hij gaf hun ten antwoord :
“Hebt gij niet gelezen wat David deed
toen hij en zijn metgezellen honger kregen ?
“Hoe hij het huis van God binnenging en de toonbroden opat
die noch hij, noch zijn metgezellen,
maar alleen de priesters mochten eten ?
“Of hebt gij niet in de Wet gelezen,
dat de priesters elke sabbat in de tempel de sabbat schenden
en toch niet schuldig zijn ?
“Ik echter zeg u :
Hier is meer dan de tempel.
“Indien het maar
tot u doorgedrongen was wat het zeggen wil :
Ik wil liever barmhartigheid dan offers,
dan zoudt gij deze onschuldigen niet veroordeeld hebben.
“Want de Mensenzoon is Heer van de sabbat.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

 

Donderdag in de vijftiende week

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven.

Overweging

De lezing van vandaag is zo belangrijk omdat God zijn naam bekend maakt aan Mozes. Deze naam, Jahweh, komt in het Oude Testament meer dan 6800 keer voor, maar wordt alleen hier verklaard. God is degene die er is, die er altijd zal zijn voor zijn volk. De verklaring staat aan het begin van de uittocht, het grote heilsfeit van het volk van Israël. Telkens opnieuw wordt in de boeken van het Oud Testament naar de uittocht verwezen als een daad van God waardoor de geschiedenis van Israël begint en waarop alle religieuze verplichtingen van het volk van Israël tegenover God gebaseerd zijn.

EERSTE LEZING                               Ex. 3, 13-20

Ik ben die is.
Hij-is zendt mij tot u.

Uit het boek Exodus

 

Toen Mozes de stem van God had gehoord
in het vuur dat opvlamde uit een doornstruik,
sprak hij opnieuw tot God:
“Als ik nu bij de Israëlieten kom en hun zeg:
De God van uw vaderen zendt mij tot u, en zij vragen:
Hoe is zijn naam?, wat moet ik dan antwoorden?”
Toen sprak God tot Mozes:
“Ik ben die is.”
En ook:
“Dit moet gij de Israëlieten zeggen:
Hij – is, zendt mij tot u.”
Bovendien zei God tot Mozes:
“Dit moet ge de Israëlieten zeggen:
De HEER, de God van uw vaderen, de God van Abraham,
de God van Isaäk en de God van Jakob, zendt mij tot u.
Dit is mijn naam voor altijd.
Zo moet men Mij aanspreken, alle geslachten door.
Ga nu op weg, roep de oudsten van Israël bijeen
en zeg hun: de HEER, de God van uw vaderen, is mij verschenen,
de God van Abraham, Isaäk en Jakob, met deze boodschap:
Ik draag zorg voor u,
want Ik zie wat men u in Egypte aandoet.
Daarom heb Ik besloten:
Ik zal u uit de ellende van Egypte wegvoeren
naar het land van de Kanaänieten, Hethieten, Amorieten,
Perizzieten en Jebusieten, een land van melk en honing.
Zij zullen luisteren naar wat gij zegt.
Dan moet ge met de oudsten van Israël
naar de koning van Egypte gaan en hem zeggen:
De HEER, de God van de Hebreeën, vraagt ons
een maaltijd voor Hem te houden.
Laat ons daarom drie dagreizen ver de woestijn ingaan
om offers op te dragen aan de HEER onze God.
Ik weet dat de koning van Egypte u niet zal laten vertrekken,
als geen sterke hand hem dwingt.
Daarom zal Ik mijn hand opheffen en Egypte treffen
met allerlei wondertekenen die Ik er zal verrichten.
Dan zal hij u wel laten gaan.”

TUSSENZANG                Ps. 105(104), 1, 5, 8-9, 24-25, 26-27

Voor eeuwig blijft Gods verbond van kracht.
Alleluia

Verheerlijkt de Heer en aanbidt zijn Naam,
verkondigt de volken zijn daden.
Vergeet nooit de wonderen die Hij deed,
zijn tekenen en zijn beloften.

Voor eeuwig blijft zijn verbond van kracht,
wat Hij beloofd heeft voor duizend geslachten.
De bond die Hij vroeger met Abraham sloot,
de eed die Hij Isaäk eens heeft gezworen.

De Heer vormde zich een talrijk volk
dat sterker werd dan zijn verdrukkers.
Hij liet hun gastvrijheid omslaan in haat,
zodat zij zijn volk bedrogen.

Toen zond Hij zijn dienaar Mozes naar hen
met Aäron die Hij had uitverkoren.
Zij lieten de tekenen zien van de Heer,
het land van Cham zag Gods wondere daden.

ALLELUIA                                   Ps. 111(110), 8ab

Alleluia.
Het werk van de Heer is goed en betrouwbaar,
al wat Hij besluit staat onwrikbaar vast.
Alleluia.

EVANGELIE                              Mt. 11, 28-30

Ik ben zachtmoedig en nederig van hart.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd nam Jezus het woord en sprak:
“Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt,
en Ik zal u rust en verlichting schenken.
Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij:
Ik ben zachtmoedig en nederig van hart;
en gij zult rust vinden voor uw zielen,
want mijn juk is zacht en mijn last is licht.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Woensdag in de vijftiende week

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven.

Overweging

Het brandende braambos staat al eeuwen symbool voor de godservaring van de mens. De ervaring van Gods nabijheid heeft twee wezenlijke, schijnbaar tegengestelde kenmerken. Enerzijds ondervinden we een grote schroom, een huiver voor de ontzagwekkende God (hier vertaald in: “Kom niet dichterbij”; “Hij bedekte zijn gezicht”). Anderzijds ervaren we ook een wonderlijke aantrekkingskracht die ons aangrijpt, fascineert, en die ons daardoor juist uitnodigt om dichterbij te komen. Het is goed dat we in ons eigen leven deze twee elementen proberen te ontdekken.

EERSTE LEZING                              Ex. 3, 1-6. 9-12

De engel des Heren verscheen in een vuur
dat opvlamde uit een doornstruik.

Uit het boek Exodus

In die dagen
hoedde Mozes de kudde van zijn schoonvader Jitro,
de priester van Midjan.
Eens dreef hij de kudde tot ver in de woestijn
en kwam hij bij de berg van God, de Horeb.
Toen verscheen hem de engel van de HEER
in een vuur dat opvlamde uit een doornstruik.
Mozes keek toe en zag dat de doornstruik
in lichterlaaie stond en toch niet verbrandde.
Hij dacht:
“Ik ga erop af om dat vreemde verschijnsel te onderzoeken.
Hoe komt het dat die doornstruik niet verbrandt?”
De HEER zag hem naderbij komen om te kijken.
En vanuit de doornstruik riep God hem toe:
“Mozes, Mozes.”
“Hier ben ik”, antwoordde hij.
Toen sprak de HEER:
“Kom niet dichterbij, doe uw sandalen uit,
want de plaats waar gij staat is heilige grond.”
En Hij vervolgde:
“Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham,
de God van Isaäk en de God van Jakob.”
Toen bedekte Mozes zijn gezicht
want hij durfde niet naar God op te zien.
Ook sprak God tot Mozes:
“Het geweeklaag van de Israëlieten is nu tot Mij doorgedrongen
en Ik heb ook gezien
hoezeer de Egyptenaren hen onderdrukken.
Ga er dus heen, Ik zend u naar Farao.
Gij moet mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte leiden.”
Maar Mozes sprak tot God:
“Wie ben ik dat ik naar Farao zou gaan
en dat ik de Israëlieten uit Egypte zou leiden?”
God antwoordde hem:
“Ik zal u bijstaan en dit is het teken
dat Ik het ben die u zendt:
als gij het volk uit Egypte hebt geleid,
zult gij Mij vereren op deze berg.”

TUSSENZANG              Ps. 103(102), 1-2, 3-4, 6-7

De Heer is barmhartig en welgezind.

Verheerlijk, mijn ziel, de Heer,
zijn heilige Naam uit het diepst van uw wezen !
Verheerlijk, mijn ziel, de Heer,
vergeet zijn weldaden niet !

Hij is het die u uw schulden vergeeft,
die u geneest van uw kwalen.
Hij is het die u van de ondergang redt,
die u omringt met zijn gunst en erbarmen.

De Heer is rechtvaardig in al wat Hij doet,
Hij laat de verdrukten recht wedervaren.
Hij maakte aan Mozes zijn wegen bekend,
Hij toonde zijn werken aan Israëls zonen.

ALLELUIA                    Ps. 95(94), 8ab

Alleluia.
Luistert heden naar de stem van de Heer
en weest niet halsstarrig.
Alleluia

EVANGELIE                                     Mt. II, 25-27

Deze dingen hebt Gij, Vader,
verborgen gehouden voor wijzen en verstandigen,
maar geopenbaard aan kinderen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

Op zeker ogenblik nam Jezus het woord en sprak:
“Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde,
omdat Gij deze dingen
verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen,
maar ze hebt geopenbaard aan kinderen.
Ja, Vader, zo heeft het U behaagd.
Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven.
Niemand kent de Zoon tenzij de Vader,
en niemand kent de Vader tenzij de Zoon
en hij aan wie de Zoon Hem wil openbaren.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Dinsdag O.-L.-Vrouw van de berg Karmel

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

OVERWEGING

Het boek Exodus bevat een diepe symboliek (met soms ironische toespelingen). Zo is het niet toevallig dat de Farao alle Israëlische jongetjes wil verdrinken, dat uitgerekend zijn eigen dochter Mozes uit het water haalt, en dat later het leger van de Farao bij de achtervolging van die man zal verdrinken. Ook het ‘riet’ dat Mozes redt, en de Rietzee waar de Israëlieten gered worden zijn typisch. De naam van Mozes zelf helpt om die symboliek te benadrukken. ‘Ik heb hem uit het water gered’. Het hele volk zal trouwens ‘doorheen het water gered worden’.

EERSTE LEZING                              Ex. 2, 1-15a
Men noemde het kind Mozes,
omdat hij uit het water was gered.
Toen hij opgegroeid was ging hij naar zijn broeders.

Uit het boek Exodus

In die dagen nam een zeker iemand uit de stam Levi
een meisje uit die stam tot vrouw.
De vrouw werd zwanger en bracht een zoon ter wereld.
Toen zij zag hoe mooi het kind was,
hield zij het drie maanden lang verborgen.
Maar toen zij geen kans meer zag
het nog langer verborgen te houden,
nam zij een mandje van riet,
streek het dicht met asfalt en pek en legde het kind erin.
Toen zette zij het tussen het riet aan de oever van de Nijl.
Op enige afstand stelde de zuster van het kind zich verdekt op,
om te zien wat er zou gebeuren.
Nu begaf de dochter van Farao zich naar de Nijl om te baden,
terwijl haar dienaressen op en neer bleven lopen
langs de oever van de rivier.
Ineens zag zij het mandje tussen het riet
en stuurde haar slavin om het te halen.
Zij maakte het open, keek, en daar lag een schreiend jongetje.
Vol medelijden riep zij:
“Natuurlijk een Hebreeuws kind!”
Toen kwam de zuster van het kind
aan de dochter van Farao vragen:
“Zal ik bij de Hebreeuwse vrouwen een voedster gaan zoeken,
om het kind voor u te voeden?”
De dochter van Farao antwoordde: “Ja, doe dat.”
Het meisje snelde weg en haalde de moeder van het kind.
De dochter van Farao beval haar:
“Neem dit kind mee en voed het voor mij;
ik zal er u persoonlijk voor belonen.”
Toen nam de vrouw het kind mee en voedde het.
En toen het kind opgegroeid was,
bracht zij het terug naar de dochter van Farao.
Deze nam hem als haar eigen zoon aan.
Zij noemde hem Mozes, want, zo zei ze,
ik heb hem uit het water getrokken.
Toen Mozes opgegroeid was ging hij eens naar zijn broeders
en was getuige van hun dwangarbeid.
Hij zag hoe een Egyptenaar een Hebreeër neersloeg,
een van zijn broeders.
Hij keek naar alle kanten en toen hij zag
dat er niemand in de buurt was, sloeg hij de Egyptenaar neer
en verborg hem onder het zand.
De dag daarop ging hij weer uit
en zag twee Hebreeuwse mannen met elkaar vechten.
Hij vroeg aan degene die ongelijk had:
“Waarom sla jij je kameraad?”
De man antwoordde:
“Wie heeft u als heer en rechter over ons aangesteld?
Zijt ge soms van plan mij ook te doden,
net als die Egyptenaar?”
Toen werd Mozes bang en dacht:
“Het is dus toch bekend geworden.”
Ook Farao hoorde van het gebeurde
en was er sindsdien op uit Mozes te doden.
Maar Mozes wist aan Farao te ontkomen
en week uit naar Midjan.

TUSSENZANG Ps. 69(68), 3, 14, 30-31, 33-34

Ziet toe, geringen, en weest verheugd,
schept moed, gij allen die God zoekt.

Diep zink ik weg in de modder,
mijn voet vindt geen vaste grond.
Ik ga in de golven onder,
de stroom sleurt mij weerloos mee.

Maar mij gebed, Heer, richt ik tot U,
nu is het tijd van genade.
Verhoor mij omdat Gij barmhartig zijt
en trouw in het hulp verlenen.

Ik ga gebogen onder mijn smart ;
God, laat uw hulp mij beschermen.
Gods Naam zal ik loven in mijn gezang,
hem dankbaar overal prijzen.

Ziet toe, geringen, en weest verheugd,
schept moed, gij allen die God zoekt.
God luistert naar wat een arme Hem vraagt,
vergeet zijn gevangenen niet.

ALLELUIA Ps. 27(26),11

Alleluia.
Toon mij uw weg, Heer, bij tegenstand,
leid mij langs effen paden.
Alleluia.

EVANGELIE Mt. 11, 20-24
Het lot van Tyrus en Sidon
zal beter te dragen zijn op de oordeelsdag dan dat van u.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
.

In die dagen begon Jezus
de steden waarin de meeste van zijn wonderen waren gebeurd,
te verwijten, dat zij zich niet bekeerd hadden.
“Wee u, Chórazin; wee u, Betsáïda!
Tyrus en Sidon
zouden reeds lang, in zak en as, zich bekeerd hebben,
indien bij hen de wonderen waren gebeurd
die bij u hebben plaats gevonden.
Ja, Ik zeg u:
Het lot van Tyrus en Sidon
zal beter te dragen zijn op de oordeelsdag dan dat van u.
En gij, Kafarnaüm,
zult ge soms tot de hemel toe verheven worden?
Tot in de onderwereld zult ge neerzinken.
Als in Sodom
de wonderen gebeurd waren die bij u zijn geschied,
het zou tot op de dag van vandaag zijn blijven bestaan.
Toch zeg Ik u:
Het lot van het land van Sodom
zal beter te dragen zijn op de oordeelsdag dan dat van u.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Maandag – H. Bonaventura, b. en krkl.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging

Vandaag beginnen we, na het boek Genesis, de lezing van Exodus. Genesis stond bijna helemaal buiten de profane wereldgeschiedenis. (bepaalde toestanden komen wel overeen met wat gebruikelijk was bij nomaden van het tweede millennium). Maar met Exodus zitten we rakelings op de rand van de geschiedenis. Dat blijkt reeds in de lezing van vandaag. We vinden getuigenissen over proviandsteden, over steenbakkerijen waar vreemde slaven werken onder Egyptische opzichters. Kortom: bepaalde elementen kloppen met toestanden onder bv. Ramses II.

EERSTE LEZING                Ex.1, 8-14.22

Hoe men de Israëlieten ook onderdrukte,
ze bleven groeien in aantal.

Uit het boek Exodus

 

In die dagen kwam er in Egypte
een nieuwe koning aan het bewind,
die van Jozef niets meer afwist.
Hij sprak tot het volk:
“Luister eens, die Israëlieten worden ons te talrijk en te sterk.
Wij dienen dus verstandige maatregelen tegen hen te nemen
om te voorkomen dat zij nog talrijker worden.
Als wij in oorlog raken
sluiten zij zich bij onze tegenstanders aan,
voeren strijd tegen ons en trekken uit het land weg.”
Toen stelden ze werkbazen over het volk aan
om hen door dwangarbeid te onderdrukken.
De Israëlieten moesten voor Farao
de proviandsteden Pitom en Ramses bouwen.
Maar hoe men hen ook onderdrukte, ze bleven groeien in aantal
en zich steeds meer vermenigvuldigen,
zodat de Egyptenaren er bang van werden,
en de Israëlieten dwongen om zware arbeid te verrichten.
Zij maakten hun leven zuur door hen hard te laten werken
in steenbakkerijen en op het land.
Dat was het zware werk waar zij hen toe dwongen.
Toen gelastte Farao aan al zijn onderdanen:
“Iedere jongen die geboren wordt moet ge in de Nijl gooien;
de meisjes kunt ge in leven laten.”

TUSSENZANG                          Ps. 124(123), 1-3, 4-6, 7-8

Wij werden gered door de Naam van de Heer.

Was de Heer niet met ons geweest,
zo mag Israël zeggen ;
was de Heer niet met ons geweest
toen allen zich tegen ons keerden ;
dan zouden wij levend verslonden zijn,
verzengd door de gloed van hun woede.

Dan had de vloed ons verzwolgen,
de bergstroom ons meegesleurd ;
dan waren wij reddeloos ondergegaan
in schuimende waterkolken.
De Heer zij geloofd, Hij gaf ons niet prijs,
ontrukte de prooi aan hun tanden.

Wij zijn als een vogel nog juist gevlucht,
ontsnapt aan het net van de jagers.
Het net van de vogelaar is gescheurd,
wij zijn er uit los gekomen.
Wij werden gered door de Naam van de Heer,
die hemel en aarde gemaakt heeft.

ALLELUIA               Ps. 25(24), 4c, 5a

Alleluia.
Leer mij uw paden kennen, Heer ;
leid mij volgens uw woord.
Alleluia.

EVANGELIE                            Mt. 10, 34-11,1

Ik ben geen vrede komen brengen, maar het zwaard.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Denkt niet dat Ik vrede ben komen brengen op aarde;
Ik ben geen vrede komen brengen, maar het zwaard.
Tweedracht ben Ik komen brengen
tussen een man en zijn vader, tussen dochter en moeder,
schoondochter en schoonmoeder;
en iemands huisgenoten zullen zijn vijanden zijn.
Wie vader of moeder meer bemint dan Mij,
is Mij niet waardig;
wie zoon of dochter meer bemint dan Mij,
is Mij niet waardig;
En wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt,
is Mij niet waardig.
Wie zijn leven vindt, zal het verliezen,
en wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden.
Wie u opneemt, neemt Mij op;
en wie Mij opneemt, neemt Hem op die Mij gezonden heeft.
Wie een profeet opneemt omdat het een profeet is,
zal ook het loon van een profeet ontvangen
en wie een deugdzaam mens opneemt
omdat het een deugdzaam mens is,
zal ook het loon van een deugdzame ontvangen.
En wie een van deze kleinen
al was het maar een beker koud water geeft
omdat hij mijn leerling is,
voorwaar, Ik zeg u:
zijn loon zal hem zeker niet ontgaan.”
Toen Jezus zijn lessen aan zijn twaalf leerlingen had geëindigd,
vertrok Hij vandaar
om te onderrichten en te prediken in hun steden.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Vijftiende zondag door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord

De Heer roept ons hier samen om te luisteren naar zijn Woord.
Maar nog vóór wij naar Hem luisteren, luistert Hij naar ons.
En vóór wij naar hier kwamen om Hem te zoeken,
is Hij al naar ons gekomen in zijn Zoon Jezus,
die ons heel Gods barmhartigheid toont.
Daarom danken wij Hem
en vertrouwen we ons toe aan zijn barmhartigheid.

EERSTE LEZING                                                        Deut. 30, 10-14

Het woord is dicht bij u. Gij kunt het volbrengen.

Uit het boek Deuteronomium
.

In die dagen sprak Mozes tot het volk:

“Als gij de stem van de HEER uw God hoort,
dan moet ge Hem gehoorzamen
en alle geboden en voorschriften onderhouden,
die in dit wetboek staan opgetekend;
dan moet gij met heel uw hart en heel uw ziel
terugkeren tot de HEER uw God.

De geboden die Ik u heden geef zijn niet te zwaar voor u
en zij liggen niet buiten uw bereik.
Zij zijn niet in de hemel en gij hoeft niet te zeggen:
Wie zal naar de hemel opvaren
om ze voor ons te halen en ze ons te laten horen,
zodat wij ze kunnen volbrengen?
Ze zijn niet overzee en ge hoeft niet te zeggen:
Wie zal de zee overvaren
om ze voor ons te halen en ze ons te laten horen,
zodat wij ze kunnen volbrengen?
Neen, het woord is dicht bij u,
in uw mond en in uw hart.
Gij kunt het dus volbrengen.”

Antwoordpsalm Ps. 69(68) 14ab en 17, 30-31, 33-34, 36ab en 37

Keervers
Gij, nederigen van hart, zoekt de Heer.

Mijn gebed, Heer, richt ik tot U,
nu is het de tijd van genade.
Verhoor mij, Heer, want mild is uw zegen,
sta mij met heel uw barmhartigheid bij.

Ik ga gebogen onder mijn smart;
God, laat uw hulp mij beschermen.
Gods Naam zal ik loven in mijn gezang,
Hem dankbaar overal prijzen.

Ziet toe, geringen, en weest verheugd,
schept moed, gij allen die God zoekt.
God luistert naar wat een arme hem vraagt,
vergeet zijn gevangenen niet.

Want God zal Sion verlossen,
Hij bouwt Juda’s steden weer op.
Hun kroost zal het land weer erven.
Gods naam zal in ere zijn.

TWEEDE LEZING                                                    Kol. 1, 15-20

Door Hem en in Hem is alles geschapen.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Kolosse

Broeders en zusters,

Christus Jezus is het beeld van de onzichtbare God,
de eerstgeborene van heel de schepping.
Want in Hem is alles geschapen
in de hemelen en op de aarde,
het zichtbare en het onzichtbare,
tronen en hoogheden,
heerschappijen en machten.
Het heelal is geschapen door Hem en voor Hem.
Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem.
Hij is ook het hoofd van het lichaam dat de kerk is.
Hij is de oorsprong,
de eerste die van de dood is opgestaan
om in alles de hoogste te zijn,
Hij alleen.
Want in Hem heeft God willen wonen in heel zijn volheid
om door Hem het heelal met zich te verzoenen
en vrede te stichten door het bloed,
aan het kruis vergoten
om alles in de hemel en op aarde te verzoenen,
door Hem alleen.

Vers voor het evangelie                                                          Joh. 6, 64b.69b

Alleluia.
Uw woorden, Heer, zijn geest en leven,
Gij hebt woorden van eeuwig leven.
Alleluia.

EVANGELIE                                                               Lc. 10, 25-37

Wie is mijn naaste?

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd trad een wetgeleerde naar voren
om Jezus op de proef te stellen.
Hij zeide:
“Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?”
Jezus sprak tot hem:
“Wat staat er geschreven in de wet?
Wat leest ge daar?”
Hij gaf ten antwoord:
“Gij zult de Heer uw God beminnen
met geheel uw hart en met geheel uw ziel;
met al uw krachten en geheel uw verstand;
en uw naaste gelijk uzelf.”
Jezus zei: “Uw antwoord is juist, doe dat en ge zult leven.”
Maar omdat hij zijn vraag wilde verantwoorden,
sprak de wetgeleerde tot Jezus:
“En wie is dan mijn naaste?”
Nu nam Jezus weer het woord en zei:
“Eens viel iemand, die op weg was van Jeruzalem naar Jericho,
in handen van rovers.
Ze plunderden en mishandelden hem
en toen ze aftrokken lieten ze hem half dood liggen.
Bij toeval kwam er juist een priester langs die weg;
hij zag hem wel maar liep in een boog om hem heen.
Zo deed ook een leviet: hij kwam daar langs, zag hem,
maar liep in een boog om hem heen.
Toen kwam een Samaritaan die op reis was bij hem,
hij zag hem en kreeg medelijden;
hij trad op hem toe, goot olie en wijn op zijn wonden en verbond ze;
daarna tilde hij hem op zijn eigen rijdier,
bracht hem naar een herberg en zorgde voor hem.
De volgende morgen haalde hij twee denariën te voorschijn,
gaf ze aan de waard en zei:
“zorg voor hem, en wat ge meer mocht besteden,
zal ik u bij mijn terugkomst vergoeden.”
Wie van deze drie lijkt u de naaste te zijn
van de man die in handen van de rovers gevallen is?”
Hij antwoordde:
“Die hem barmhartigheid betoond heeft.”
En Jezus sprak:
“Ga dan en doet gij evenzo.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Zaterdag H. Henricus

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging

De eerste lezing, die nogmaals spreekt over ‘het behoud van een talrijk volk’ is de laatste aanloop tot het exodusverhaal. ‘Eens toont God zijn macht en leidde u van hier naar het land dat Hij onder eed beloofd heeft aan Abraham, Isaac en Jakob’. Wanneer we terugkijken naar Genesis zien we vooral twee grote stukken. Vooreerst de oude verhalen waarin Israël tracht klaar te komen met zijn duiding van grote levensvragen en problemen. Daarna de religieuze wortels waarop het volk Israël zijn bestaan zal gronden; zowel politiek als religieus.

EERSTE LEZING Gen. 49, 29-33 ; 50, 15-26
Eens toont God zijn macht
en leidt u van hier naar het land
dat Hij onder ede beloofd heeft aan Abraham, Isaäk en Jakob.

Uit het boek Genesis
.

In die dagen gaf Jakob zijn zonen de volgende opdracht:
“Als ik met mijn voorvaderen verenigd word,
begraaf mij dan bij mijn vaderen
in de grot op de akker van de Hethiet Efron,
in de grot op de akker van Makpéla,
ten oosten van Mamre, in Kanaän.
Het is de akker die Abraham als eigen begraafplaats
van de Hethiet Efron gekocht heeft.
Daar zijn Abraham en zijn vrouw Sara begraven,
daar zijn Isaäk en zijn vrouw Rebekka bijgezet,
en daar heb ik Lea begraven.
De akker met de grot die erop ligt
is gekocht van de Hethieten.”

Toen Jakob zijn zonen deze laatste opdracht gegeven had,
trok hij zijn voeten terug op het bed,
gaf de geest en werd met zijn voorvaderen verenigd.

Toen Jozefs broers zagen
dat hun vader gestorven was, zeiden ze:
“Als Jozef zich nu maar niet op ons gaat wreken
en ons zwaar laat boeten voor het kwaad
dat wij hem aangedaan hebben.”
Daarom zonden zij naar Jozef de volgende boodschap:
Uw vader heeft vóór zijn dood bevel gegeven:
“Dit moet ge Jozef zeggen:
Ik smeek u, vergeef toch de misdaad en de zonde
die uw broers tegen u bedreven hebben.
Vergeef dus de dienaren
van de God van uw vader hun misdaad.”
Toen zij zó tot hem spraken, barstte Jozef in tranen uit.
Toen kwamen zijn broers zelf, wierpen zich ter aarde en zeiden:
“Beschik over ons, wij zijn uw slaven.”
Maar Jozef zei hun:
“Weest maar niet bang; bekleed ik soms de plaats van God?
Gij hebt kwaad tegen mij beraamd,
maar God heeft het ten goede gekeerd,
om te bewerken wat nu is geschied:
het behoud van een talrijk volk.
Weest dus niet bang: ik zal voor u
en uw kleine kinderen zorgen.”
Zo stelde hij hen met hartelijke woorden gerust.
Jozef bleef in Egypte wonen,
samen met de familie van zijn vader;
hij werd honderd en tien jaar oud.
Jozef zag het derde geslacht van Efraïm:
en ook de zonen van Makir, de zoon van Manasse
werden op zijn knieën geboren.
Daarna sprak Jozef tot zijn broers:
“Ik ga sterven, maar eens toont God zijn macht
en leidt u van hier naar het land dat Hij
onder ede beloofd heeft aan Abraham, Isaäk en Jakob.”
Jozef bezwoer de zonen van Israël:
“Als God u zijn macht toont,
dan moet ge mijn gebeente van hier meevoeren.”
Toen stierf Jozef, honderd en tien jaar oud.
Hij werd gebalsemd en in Egypte in een sarkofaag gelegd.

TUSSENZANG Ps. 105(104), 1-2, 3-4, 6-7

Ziet toe, geringen, en weest verheugd,
schept moed, gij allen die God zoekt(Ps. 69(68),33)

Verheerlijkt de Heer en aanbidt zijn Naam,
verkondigt de volken zijn daden.
Bezingt Hem en tokkelt de snaren voor Hem,
verhaalt al zijn wondere werken.

Gaat groot op de heilige Naam van de Heer,
verheugt u, gij die Hem aanhangt.
Verlaat u op Hem, op zijn machtige arm,
blijft altijd zijn Aanschijn zoeken.

Gij, kroost van zijn dienaar Abraham,
gij zonen van Jakob, zijn welbeminde.
De Heer, Hij is onze enige God,
wat Hij beslist geldt voor heel de aarde.

ALLELUIA           Ps. 19(18),9

Alleluia.
Uw voorschriften, Heer, zijn betrouwbaar,
onwetenden maken zij wijs.
Alleluia.

EVANGELIE             Mt. 10, 24-33
Wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“De leerling staat niet boven zijn meester
en de dienaar niet boven zijn heer.
Voor de leerling moet het voldoende zijn
behandeld te worden als zijn meester,
voor de dienaar als zijn heer behandeld te worden.
Als men het hoofd van het huisgezin
al Beëlzebub durft noemen,
hoeveel te meer dan zijn huisgenoten.
Weest niet bang voor hen.
Niets is bedekt of het zal onthuld,
niets verborgen of het zal bekend worden.
Wat Ik u zeg in het duister, spreekt dat uit in het licht,
en wat ge u in het oor hoort fluisteren,
verkondigt dat van de daken.
Weest niet bevreesd voor hen
die wel het lichaam kunnen doden maar niet de ziel;
vreest veeleer Hem
die én ziel én lichaam in het verderf kan storten in de hel.
Verkoopt men niet twee mussen voor een stuiver?
en toch zal buiten de wil van uw Vader
niet één mus op de grond vallen.
Bij u echter is zelfs ieder haar van uw hoofd geteld.
Weest dus niet bevreesd;
gij zijt toch méér waard dan een zwerm mussen.
Ieder die Mij bij de mensen belijdt,
hem zal ook Ik als de mijne erkennen
bij mijn Vader, die in de hemel is.
Maar ieder die Mij zal verloochenen tegenover de mensen,
hem zal Ik ook verloochenen
tegenover mijn Vader, die in de hemel is.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Vrijdag in de veertiende week

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging

Nogmaals zien we hoe gans het Jozefverhaal in het teken staat van de tussentijd tussen patriarchen en exodus. De exodus zweeft de auteur voortdurend voor de geest. “Ikzelf zal u naar Egypte vergezellen en Ik zal u ook weer terugbrengen”. In de letterlijke zin kan dit slaan op de dood van Jakob en zijn begrafenis in Makpela. Tegelijk slaat dit op de terugkeer van het volk. God zorgt voor zijn kinderen. Laten wij toe dat Hij voor ons zorgt?

EERSTE LEZING Gen. 46, 1-7.28-30

Laat de dood nu maar komen !
Ik heb u nu weer gezien en weet dat ge nog leeft !

Uit het boek Genesis

 

In die dagen ging Israël op weg met al de zijnen.
Hij kwam in Berséba en droeg daar slachtoffers op
aan de God van zijn vader Isaäk.
En God sprak tot Israël in een nachtelijk visioen:
“Jakob, Jakob!”
Hij antwoordde:
“Hier ben ik.”
God zei: “Ik ben God, de God van uw vader.
Gij moet er niet tegen opzien naar Egypte te trekken;
want Ik zal daar een groot volk van u maken.
Ikzelf zal u naar Egypte vergezellen
en Ik zal u ook weer terugbrengen.
Jozef zal u de ogen sluiten.”
Toen verliet Jakob Berséba.
Israëls zonen lieten hun vader Jakob,
hun kleine kinderen en hun vrouwen reizen op de wagens
die Farao daarvoor had meegegeven.
Ook hun veestapel en hun bezittingen namen ze mee,
alwat ze in Kanaän verworven hadden.
Zo trok Jakob met al zijn nakomelingen naar Egypte.
Zijn zonen en kleinzonen, zijn dochters en kleindochters,
al zijn nakomelingen nam hij mee naar Egypte.
Jacob stuurde Juda naar Jozef met het verzoek,
in Gosen bij hem te komen.
Toen zij in Gosen aangekomen waren,
liet Jozef zijn wagen inspannen en reed naar Gosen
om zijn vader Israël te begroeten.
Toen hij hem ontmoette,
viel hij hem om de hals
en bleef lange tijd op zijn schouder schreien.
Israël sprak tot Josef:
“Laat de dood nu maar komen!
Ik heb u nu weer gezien en weet dat ge nog leeft!”

TUSSENZANG                    Ps. 37(36), 3-4, 18-19, 27-28, 39-40

Het heil van de vromen komt van de Heer.

Vertrouw op de Heer en doe wat goed is,
dan zult gij veilig uw land bewonen.
Zoek uw geluk bij de Heer,
Hij geeft u wat uw hart begeert.

De Heer draagt zorg voor het leven der vromen,
hun erfdeel blijft voor altijd bijeen.
Zij staan niet verlegen in tijden van rampspoed,
maar worden verzadigd bij hongersnood.

Blijft ver van het kwaad en doe wat goed is,
dan moogt ge voor eeuwig hier wonen ;
want God bemint de gerechtigheid,
verlaat zijn getrouwen niet.

Het heil van de vromen komt van de Heer ;
Hij is hun toevlucht in tijden van kwelling.
De Heer staat hen bij en bevrijdt hen,
Hij redt die zich tot Hem wenden.

ALLELUIA                          1 Sam. 3, 9; Joh. 6, 69b

Alleluia.
Spreek Heer, uw dienaar luistert ;
uw woorden zijn woorden van eeuwig leven.
Alleluia.

EVANGELIE                                   Mt. 10, 16-23

Niet gij zijt het die spreekt,
maar door u spreekt de Geest van de Vader.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.

 

In die tijd zei Jezus tot de twaalf:
“Zie, Ik zend u als schapen tussen wolven.
Weest dus omzichtig als slangen en argeloos als duiven.
Neemt u in acht voor de mensen.
Zij zullen u overleveren aan de rechtbanken
en u geselen in hun synagogen.
Gij zult voor stadhouders en koningen gebracht worden
omwille van Mij,
om zo ten overstaan van hen en de heidenen
getuigenis af te leggen.
Maakt u echter, wanneer men u overlevert,
niet bezorgd over het hoe en wat van uw spreken:
op dat ogenblik zal u worden ingegeven wat gij moet zeggen.
Want niet gij zijt het die spreekt,
maar door u spreekt dan de Geest van uw Vader.
De ene broer zal de andere overleveren om hem te laten doden;
de vader zijn kind;
de kinderen zullen opstaan tegen hun ouders
en hen ter dood doen brengen.
Ge zult een voorwerp van haat zijn voor allen,
omwille van mijn Naam.
Wie echter ten einde toe volhardt,
hij zal gered worden.
Wanneer men u in de ene stad vervolgt
vlucht dan naar een andere.
Voorwaar, Ik zeg u:
Gij zult niet gereed gekomen zijn met de steden van Israël
op het ogenblik dat de Mensenzoon komt.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Donderdag H. Benedictus, abt,

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

OVERWEGING

Als wij aan hooggeplaatste mensen een verzoek willen voorleggen, durven wij dit slechts doen met nederigheid en eerbied. Hoeveel te meer dan moet men tot de Heer, de God van het heelal, bidden met de grootste nederigheid en zuivere godsvrucht. En laten wij wel beseffen, dat wij niet verhoord zullen worden omwille van een veelheid van woorden, maar omwille van onze zuiverheid van hart en onze rouwmoedige tranen. Het gebed moet dan ook kort en zuiver zijn, tenzij men zich door een verlangen, ingegeven door Gods genade, gedrongen voelt ermee door te gaan. (Uit de Regel van Benedictus)

EERSTE LEZING                     Spr. 2, 1-9
Keer uw hart naar het inzicht.

Uit het boek Spreuken
.

Mijn zoon,
als gij mijn woorden aanneemt
en mijn geboden zorgvuldig bewaart
en uw oor dan spitst op de wijsheid
en uw hart naar het inzicht keert,
ja, als gij de schranderheid tot u roept
en tot het inzicht uw stem verheft,
als gij ernaar zoekt als naar zilver
en speurt als naar verborgen schatten,
dan zult gij de vrees voor de HEER verstaan
en vindt gij de kennis van God.
De HEER immers geeft de wijsheid;
uit zijn mond komen kennis en inzicht.
Hij verzekert de voorspoed van de rechtvaardigen
en de bescherming van wie onberispelijk leven.
Hij behoedt de paden van het recht
en beschermt de weg van zijn getrouwen.
Dan zult gij gerechtigheid verstaan en recht,
rechtschapenheid en alle goede wegen.

TUSSENZANG  Ps.34(33), 2-3, 4 en 6, 9 en 12, 14-15

De Heer zal ik prijzen iedere dag.

De Heer zal ik prijzen iedere dag,
zijn lof ligt mij steeds op de lippen.
Mijn geest is fier op de gunst van de Heer,
laat elk die het hoort zich verheugen.

Verheerlijkt de Heer te zamen met mij
en laat ons eendrachtig zijn Naam vereren.
Verlaat u op Hem, dan wordt ge gelukkig,
want Hij stelt u niet teleur.

Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is,
gelukkig is hij die zijn heil zoekt bij Hem.
Komt, kinderen, luistert naar wat ik u zeg ;
ik leer u de Heer te vrezen.

Weerhoud dan uw tong van boosaardige taal,
uw lippen van leugenachtige woorden.
Vermijd dan het kwade en doe slechts wat goed is,
streef altijd naar vrede en laat die niet los.

EVANGELIE                    Mt. 19, 27-29
Gij die alles hebt prijsgegeven om Mij te volgen,
zult het honderdvoudig terugkrijgen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
.

In die tijd zei Petrus tot Jezus :
“Zie, wij hebben alles prijsgegeven om U te volgen.
Wat zullen wij dus krijgen?”
Jezus sprak tot hen:
“Voorwaar, Ik zeg u:
bij de wedergeboorte, wanneer de Mensenzoon
zal gezeten zijn op de troon van zijn heerlijkheid,
zult ook gij die Mij gevolgd zijt,
gezeten zijn op twaalf tronen
en heersen over de twaalf stammen van Israël.

En ieder die zijn huis, broers of zusters, vader of moeder,
vrouw, kinderen of akkers
heeft prijsgegeven om mijn Naam,
zal het honderdvoudig terugkrijgen
en eeuwig leven ontvangen.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Woensdag – H. Maria Amandina, mgd., en gezellen, mrt.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

OVERWEGING

Uit de Jozefcyclus lezen we te weinig, het is daarom zeker aanbevolen om het hele verhaal eens door te lezen. In de daglezing beginnen we met de komst van Jozefs broers naar Egypte om graan te kopen. Het hele opzet van het verhaal komt hier tot uiting: het is een verhaal dat zal uitleggen hoe de afstammelingen van de patriarchen in Egypte terechtkomen. Het maakt dus de verbinding tussen de periode van de patriarchen en het boek Exodus.

EERSTE LEZING                   Gen. 41, 55-57; 42, 5-7a. 17-24a
Wij hebben dit ongeluk aan onze broer verdiend.

Uit het boek Genesis
.

In die dagen kreeg heel Egypte honger
en het volk smeekte Farao om brood,
maar Farao zei tot alle Egyptenaren:
“Ga maar naar Jozef en doe wat hij u zeggen zal.”
Toen er honger was in heel het land,
stelde Jozef de hele voorraad koren ter beschikking
en verkocht het aan de Egyptenaren,
naarmate de honger in Egypte nijpender werd.
Uit alle landen kwam men naar Egypte
om bij Jozef graan te kopen:
want de hongersnood woedde hevig in de hele wereld.

Zo kwamen Israëls zonen graan kopen, evenals vele anderen:
want er heerste hongersnood in Kanaän.
Jozef was degene die toen het land bestuurde
en aan alle bewoners graan verkocht;
naar hem gingen de broers van Jozef dus toe
en zij bogen voor hem tot op de grond.
Zodra Jozef zijn broers zag, herkende hij hen,
maar hij maakte zich niet aan hen bekend.
Daarop liet hij ze voor drie dagen gevangen zetten.
Op de derde dag zei Jozef tot hen:
“Als gij in leven wilt blijven,
doe dan wat ik u nu ga zeggen,
want ik ben een godvrezend man.
Als gij betrouwbaar zijt, laat één van uw broers dan achter
in het huis waar ge gevangen hebt gezeten;
de anderen kunnen gaan
en graan meenemen voor de honger van uw gezinnen,
maar gij moet uw jongste broer bij mij brengen.
Dan zal de waarheid van uw woorden blijken
en zult ge niet sterven.”
Dat deden zij.
Zij zeiden tot elkaar:
“Helaas, wij hebben dit aan onze broer verdiend.
Wij zagen hoe hij angstig om genade smeekte,
maar wij hebben niet willen luisteren.
Daarom treft ons dit ongeluk.”
En Ruben zei:
“Ik had u toch gezegd,
u niet aan de jongen te vergrijpen;
maar ge hebt niet willen luisteren.
En nu zien we hoe zijn bloed wordt teruggeëist.”
Omdat zij zich van een tolk bedienden
wisten zij niet dat Jozef hen verstond.
Hij wendde zich van hen af,
en de tranen sprongen hem in de ogen.

TUSSENZANG                    Ps. 33(32), 2-3, 10-11, 18-19

Geef ons Heer, uw barmhartigheid,
zoals wij op U vertrouwen.

Eert de Heer met citerspel
en speelt voor Hem op de harp.
Zingt voor de Heer een nieuw gezang,
een schoon en schallend refrein.

Plannen van naties doet Hij teniet,
verijdelt wat volken beramen.
Eeuwig blijft staan het plan van de Heer,
wat Hij heeft beraamd geldt voor alle geslachten.

Maar het is God die zijn dienaars bewaakt,
hen die op zijn gunst vertrouwen,
dat Hij hen redden zal van de dood,
bij hongersnood hen zal voeden.

ALLELUIA                              I Joh. 2, 5

Alleluia.
Wie het woord van de Heer bewaart,
in Hem is waarlijk Gods liefde volkomen.
Alleluia.

EVANGELIE                          Mt. 10, 1-7
Gaat naar de verloren schapen van het huis van Israël.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
.

In die tijd riep Jezus zijn twaalf leerlingen bij zich
en gaf hun de macht
om de onreine geesten uit te drijven
en alle ziekten en kwalen te genezen.
Dit zijn de namen van de twaalf apostelen:
als eerste: Simon, die Petrus wordt genoemd;
met zijn broer Andreas;
Jacobus, de zoon van Zebedeüs, met zijn broer Johannes;
Filippus en Bartolomeüs,
Tomas en Matteüs de tollenaar,
Jacobus, de zoon van Alfeüs,
Taddeüs, Simon de IJveraar
en Judas Iskariot, die Hem verraden heeft.
Deze twaalf zond Jezus uit met de opdracht:
Begeeft u niet onder de heidenen
en gaat niet binnen in een stad van de Samaritanen;
gij moet veeleer gaan
naar de verloren schapen van het huis van Israël.
“Verkondigt op uw tocht:
Het Koninkrijk der hemelen is nabij.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.