ASWOENSDAG – Begin van de veertigdagentijd

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
‘Keert tot Mij terug van ganser harte’: dit zijn de eerste woorden die God tot ons spreekt bij het begin van deze veertigdagentijd, in een taal die ontegensprekelijk de taal van de liefde is. Doorheen de eeuwen heeft de gelovige altijd de neiging gehad om de klemtoon te leggen op de uiterlijke tekenen van het vasten. Reeds de profeten wisten dat het onbelangrijk is: ‘Scheurt uw hart en niet uw kleren’, zegt de profeet Joël vandaag.
Maar hoe moeten we dat begrijpen, hoe doen we dat, ons hart scheuren? Door te luisteren wat in ons leeft. Door innerlijk te gaan leven, door letterlijk stil te vallen en tijd te maken voor de dialoog tussen God en ons hart -want die dialoog is er wel degelijk! De veertigdagentijd is een tijd van verinnerlijking, verstilling, van leven vanuit de diepte van ons hart. Een tijd waarin alles wat we doorgaans doen, zeggen, denken en voelen, kunnen delen met God – maar ook een tijd waarin we God in ons laten doen:

EERSTE LEZING              Joël  2, 12-18

Scheurt uw hart niet uw kleren.

Uit de Profeet Joël

Zo spreekt God de Heer :
“Keert tot Mij terug, van ganser harte,
met vasten, met geween en met rouwklacht.
“Scheurt uw hart en niet uw kleren,
keert terug tot de Heer uw God,
want genadig is Hij en barmhartig,
lankmoedig en vol liefde,
en Hij heeft spijt over het onheil.”
Wie weet, keert Hij terug en krijgt Hij spijt
en laat dan zegen achter zich,
een meeloffer en een plengoffer voor de Heer uw God !
“Blaast de bazuin op Sion,
kondigt een heilige vastentijd af,
roept een plechtige bijeenkomst bijeen !
“Verzamelt het volk,
belegt een heilige bijeenkomst,
brengt de oudsten samen
en verzamelt ook de kinderen en de zuigelingen ;
laat de bruidegom zijn kamer verlaten
en de bruid haar bruidsvertrek.
“Laat tussen de voorhal en het altaar
de priesters, die de dienst van de Heer verrichten,
wenen en zeggen :
“Spaar uw volk, Heer,
laat niet met uw erfdeel spotten,
laat niet de heidenen het overheersen.
“Moet men onder de volken zeggen :
Waar blijft hun God ?”
Toen is de Heer voor zijn land opgekomen
en heeft Hij zijn volk gespaard.

TUSSENZANG         Ps. 51(50), 3-4, 5-6a, 12-13, 14, 17

God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid,
delg mijn zondigheid in uw erbarmen.

God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid,
delg mijn zondigheid in uw erbarmen.
Was mijn schuld volkomen van mij af,
reinig mij van al mijn zonden.

Ik erken dat ik misdreven heb,
altijd hebik mijn vergrijp voor ogen.
Jegens U alleen heb ik gezondigd,
wat U tegenstaat heb ik gedaan.

Schep in mij een zuiver hart, mijn God,
geef mij weer een vastberaden geest.
Wil mij niet verstoten van uw Aanschijn,
neem uw heilige Geest niet van mij weg.

Geef mij weer de weelde van uw zegen,
maak mij sterk in edelmoedigheid.
Heer, maak Gij mijn lippen los,
dat mijn mond uw lof kan zingen.

TWEEDE LEZING            II Kor. 5, 20-6, 2

Laat u met God verzoenen, want nu is het de gunstige tijd.

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen
Van Korinte

Broeders en zusters,

Wij zijn gezanten van Christus,
God roept u op door ons woord.
Wij smeken u in Christus’ naam :
laat u met God verzoenen !
Hem die geen zonde heeft gekend
heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt,
opdat wij door Hem Gods eigen heiligheid zouden worden.
Als Gods medewerkers sporen wij u aan :
zorgt dat ge zijn genade niet tevergeefs ontvangt.
Hij zegt immers :
“Op de gunstige tijd heb Ik u verhoord,
op de dag van het heil ben Ik u te hulp gekomen.”
Nu is er die gunstige tijd,
vandaag is het de dag van het heil.

VERS VOOR HET EVANGELIE           Ps. 51(50), 12a. 14a

Schep in mij een zuiver hart, mijn God,
geef mij weer de weelde van uw zegen.

EVANGELIE                  Mt. 6, 1-6.16-18

Uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
“Denkt er om :
beoefent uw gerechtigheid niet voor het oog van de mensen,
om de aandacht te trekken ;
anders hebt gij geen recht op loon
bij uw Vader die in de hemel is.
“Wanneer gij dus een aalmoes geeft,
bazuin het dan niet voor u uit
zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat,
opdat zij door de mensen geprezen worden.
“Voorwaar, Ik zeg u :
Zij hebben hun loon al ontvangen.
“Als gij een aalmoes geeft
laat uw linkerhand dan niet weten wat uw rechter doet
opdat uw aalmoes in het verborgene blijve ;
en uw Vader die in het verborgene ziet
zal het u vergelden.
“Wanneer gij bidt,
gedraagt u dan niet als de schijnheiligen
die graag in de synagogen
en op de hoeken van de straten staan te bidden
om op te vallen bij de mensen.
“Voorwaar, Ik zeg u :
Zij hebben hun loon al ontvangen !
“Maar als gij bidt,
ga dan in uw binnenkamer,
sluit de deur achter u
en bid tot uw Vader, die in het verborgene is;
en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.
“Wanneer gij vast,
zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen ;
zij verstrakken hun gezicht
om de mensen te tonen dat zij aan het vasten zijn.
“Voorwaar, Ik zeg u :
Zij hebben hun loon al ontvangen.
“Maar als gij vast,
zalf dan uw hoofd en was uw gezicht
om niet aan de mensen te laten zien dat gij vast,
maar vast voor uw Vader die in het verborgene is
en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Dinsdag in de zevende week

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
De sfeer van de Jakobusbrief is wel erg verschillend van die van de Paulinische brieven, maar toch hebben ze (samen met alle geschriften van het Nieuwe Testament) iets gemeenschappelijks : ze leren ons hoe die eerste christenen mensen waren zoals wij. Telkens opnieuw zien we hoe die eerste generaties mensen waren van vlees en bloed; mensen met gaven en gebreken, ja zelfs met grote fouten. De lezing van vandaag doet ons wel even schrikken. Was het dan zo erg ?

EERSTE  LEZING                  Jak. 4, 1-10
Als gij bidt krijgt ge het niet,
omdat gij verkeerd bidt.

Uit de brief van de heilige apostel Jakobus

Broeders en zusters,

Waar komen bij u die vechtpartijen en die ruzies vandaan ?
Toch alleen van uw eigen hartstochten
die u niet met rust laten ?

Gij begeert dingen die gij niet kunt krijgen.
Gij moordt en benijdt
en kunt uw doel niet bereiken.
Dan gaat gij vechten en strijden.
Gij hebt niets
omdat gij niet bidt.
En als gij bidt,
krijgt ge het niet
omdat gij verkeerd bidt,
met de bedoeling namelijk
om wat ge krijgt uit te geven voor uw boze lusten.

Trouwelozen,
weet ge niet dat vriendschap met de wereld
vijandschap met God betekent ?
Wie met de wereld bevriend wil zijn
maakt zich tot vijand van God.
Of meent ge dat de Schrift zonder reden zegt :
“De geest die Hij in ons deed wonen
begeert Hij met jaloersheid ?”
Des te rijker is dan ook de genade
die Hij ons geeft, volgens het woord van de Schrift :
“God weerstaat de hovaardigen
maar aan de nederigen geeft Hij genade.”
Onderwerpt u dus aan God.
Biedt weerstand aan de duivel
en hij zal voor u vluchten.
Nadert tot God
en Hij zal tot u naderen.
Reinigt uw handen, zondaars ;
gij wankelmoedigen, zuivert uw hart.
Erkent uw ellende,
treurt en weent.
Laat uw lachen in rouw en uw vreugde in droefheid verkeren.
Vernedert u voor de Heer
en Hij zal u verheffen.

TUSSENZANG            Ps. 55 (54), 7-8, 9-10a, 10b-11a, 23

Laat God voor u zorgen, want Hij is uw steun.

Wie geeft mij de vleugels van een duif,
dan vloog ik weg en ging rusten.
Dan vluchtte ik zeker ver hier vandaan
en bleef ik in de woestijn.

Daar zou ik mij wel een toevluchtsoord zoeken
voor wervelwind en orkaan.
Verstrooi hen, Heer, en maak hen oneens.

Geweld en tweedracht beheersen de stad.
Bij dag en nacht gaan zij rond op de muren,
en binnen de stad heersen onrecht en druk.

Laat God voor u zorgen, want Hij is uw steun,
Hij laat de vrome niet vallen.

ALLELUIA           Joh. 14, 5

Alleluia.
Ik ben de weg, de waarheid en het leven, zegt de Heer ;
niemand komt tot de Vader tenzij door Mij.
Alleluia.

EVANGELIE            Mc. 9, 30-37

De Mensenzoon wordt overgeleverd.
Als iemand de eerste wil zijn,
moet hij de laatste van allen zijn.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

Na de gedaanteverandering op de berg
gingen Jezus en zijn leerlingen daar weg
en trokken Galilea door ;
maar Hij wilde niet dat iemand het te weten kwam,
want Hij was bezig zijn leerlingen te onderrichten.
Hij zeide hun :
“De Mensenzoon wordt overgeleverd in de handen van de mensen
en ze zullen Hem doden;
maar drie dagen na zijn dood zal Hij weer opstaan.”
Zij begrepen die woorden wel niet
maar schrokken er voor terug Hem te ondervragen.
Zij kwamen in Kafarnaüm
en, eenmaal thuis, ondervroeg Hij hen :
“Waar hebt ge onderweg over getwist ?”
Maar zij zwegen, want zij hadden onderweg
een woordenwisseling gehad over de vraag
wie de grootste was.
Toe zette Hij zich neer,
riep de twaalf bij zich en zei tot hen :
“Als iemand de eerste wil zijn,
moet hij de laatste van allen
en de dienaar van allen zijn.”
Hij nam een kind en zette het in hun midden ;
Hij omarmde het en sprak tot hen :
“Wie een kind als dit opneemt in mijn Naam
neemt Mij op; en wie Mij opneemt
neemt niet Mij op, maar Hem die Mij gezonden heeft.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Maandag zevende week door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Consequent zijn is een van de hoofdthema’s bij Jakobus. Zeggen en doen; luisteren en handelen; spreken en volbrengen. Ook hier komt dat terug : wat je pretendeert ‘waar te maken’ in je levenswandel. Als iets werkelijk van God komt, dan moet dat blijken uit de manier waarop je in het leven staat, waarop je handelt en spreekt. Zo niet is het gewoon ijdelheid en grootspraak. Zijn opsomming van zachte waarden is radicaal evangelisch en wordt beëindigd met die mooie spreuk : gerechtigheid is een vrucht van de vrede.

EERSTE  LEZING               Jak. 3, 13-18
Als ge in uw hart bittere naijver koestert,
laat dan uw grootspraak.

Uit de brief van de heilige apostel Jakobus

Broeders en zusters,

Als iemand onder u voor wijs en verstandig wil doorgaan,
moet hij deze pretentie waar maken
door een voortreffelijke levenswandel,
door daden van wijsheid en zachtmoedigheid.
Maar als ge in uw hart bittere naijver en eerzucht koestert,
laat dan die grootspraak achterwege
die in strijd is met de waarheid.
Dié wijsheid komt niet van boven,
ze is aards,
ongeneeslijk, ja duivels.
Want waar naijver en eerzucht heersen,
daar treft men ook onrust aan
en allerlei minderwaardige praktijken.
De wijsheid van omhoog is vóór alles rein,
maar ook vredelievend, vriendelijk,
altijd voor rede vatbaar,
rijk aan barmhartigheid en vruchten van goede daden,
onpartijdig en oprecht.
Gerechtigheid is een vrucht van de vrede
en slechts wie de vrede nastreven zullen haar oogsten.

TUSSENZANG             Ps. 19,(18), 8, 9, 10, 15

Rechtmatig zijn de bevelen des Heren.

De wet van de Heer is volkomen,
zij sterkt de onzekere geest.
Zijn voorschriften zijn betrouwbaar,
onwetenden maken zij wijs.

Rechtmatig zijn al zijn bevelen,
bevredigend voor het gemoed.
Glashelder zijn zijn geboden,
zij zijn een licht voor het oog.

Het woord van de Heer is eerlijk,
het blijft in eeuwigheid waar.
Zijn uitspraken zijn waarachtig,
rechtvaardig in iedere zaak.

Laat al mijn spreken en denken
voor U aanvaardbaar zijn, Heer,
voor U, mijn rots en verlosser.

ALLELUIA               Joh. 10, 27

Alleluia.
Mijn schapen luisteren naar mijn stem, zegt de Heer ;
en Ik ken ze en zij volgen Mij.
Alleluia.

EVANGELIE           Mc. 9, 14-29
Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp !

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

Toe Jezus, na de gedaanteverandering op de berg,
weer bij de leerlingen kwam
zag Hij een grote menigte om hen heen staan,
waaronder ook schriftgeleerden
die met de leerlingen redetwistten.
Zodra al die mensen Hem opmerkten
waren ze verrast en liepen Hem tegemoet om Hem te begroeten.
Hij vroeg hun :
“Waarom twist ge met hen ?”
Een uit de menigte gaf Hem ten antwoord :
“Meester, ik heb mijn zoon naar U toe gebracht
omdat hij in de macht is van een stomme geest.
“En waar deze hem overweldigt
werpt hij hem tegen de grond
en de jongen krijgt het schuim op de lippen,
knarsetandt en wordt helemaal stijf.
“Nu heb ik uw leerlingen gevraagd hem uit te drijven
maar die hadden er de kracht niet toe.”
Jezus gaf ten antwoord :
“O ongelovig geslacht,
hoe lang moet Ik nog bij u zijn,
hoe lang nog u verdragen ?
“Brengt de jongen bij Mij.”
Ze brachten hem naderbij,
maar zodra de geest Jezus zag
liet hij de jongen stuipen krijgen ;
deze viel neer en rolde over de grond
met schuim op de lippen.
Jezus vroeg aan de vader :
“Hoe lang heeft hij dit al ?”
Deze antwoordde :
“Van zijn kinderjaren af.
“De geest heeft hem ook al dikwijls
in het vuur en in het water geworpen om hem te doden.
“Maar als Gij iets kunt doen,
heb dan medelijden en help ons.”
Jezus antwoordde hem :
“Wat dat kunnen betreft : alles kan voor wie gelooft.”
Ogenblikkelijk riep de vader van de jongen uit :
“Ik geloof,
kom mijn ongeloof te hulp !”
Toe Jezus zag dat de mensen te hoop liepen
gebood Hij op strenge toon aan de onreine geest :
“Stomme en dove geest,
Ik gelast je,
ga uit hem weg en kom nooit meer in hem terug.”
Onder geschreeuw en hevige stuiptrekkingen
ging hij uit hem weg ;
de jongen zag er uit als een lijk
zodat de meesten dachten dat hij dood was.
Maar Jezus vatte hem bij de hand en richtte hem op ;
en hij kwam overeind.
Toen Jezus thuis gekomen was
en zijn leerlingen met Hem alleen waren, vroegen zij :
“Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven ?”
Hij antwoordde hun :
“Dit soort kan door niets anders uitgedreven worden
dan door bidden en vasten.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Zevende zondag door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord
De Heer vraagt ons heilig te zijn zoals Hij zelf heilig is.
Wat kan dat betekenen?
Wij kunnen slechts proberen te zijn zoals zijn Zoon Jezus,
die ons toont hoe God is:
barmhartig en vergevensgezind.
Om die grote barmhartigheid willen wij God hier danken.
En aan deze barmhartigheid vertrouwen wij onszelf
en alle mensen toe.

EERSTE  LEZING                Lev. 19, 1-2.17-18
Bemin uw naaste als uzelf.

Uit het boek Leviticus

De Heer sprak tot Mozes:

“Zeg tot heel de gemeenschap van de Israëlieten :
Wees heilig, want Ik, de Heer uw God, ben heilig.

“Wees niet haatdragend tegen uw broeder.
“Wijs elkaar terecht :
dan maakt ge u niet schuldig aan de zonde van een ander.
“Neem geen wraak op een volksgenoot
en koester geen wrok tegen hem.
“Bemin uw naaste als uzelf.
“Ik ben de Heer.”

Antwoordpsalm            Ps. 103(102), 1-2, 3-4, 8 en 10, 12-13

Keervers
De Heer is barmhartig en welgezind.

Verheerlijk, mijn ziel, de Heer,
zijn heilige Naam uit het diepst van uw wezen !
Verheerlijk, mijn ziel, de Heer,
vergeet zijn weldaden niet !

Hij is het die u uw schulden vergeeft,
die u geneest van uw kwalen.
Hij is het die u van de ondergang redt,
die u omringt met zijn gunst en erbarmen.

De Heer is barmhartig en welgezind,
lankmoedig en goedertieren.
Hij handelt met ons niet zoals wij verdienen,
vergeldt ons niet onze schuld.

Zo ver als de afstand van oost tot west,
zo ver verdrijft Hij van ons de zonde.
Zozeer als een vader zijn kinderen liefheeft,
zozeer heeft de Heer zijn dienaren lief.

TWEEDE LEZING            Kor. 3, 16-23
Alles is van u, maar gij zijt van Christus en Christus is van God.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters,

Weet gij niet dat gij Gods tempel zijt
en dat de Geest van God in u woont ?
Als iemand de tempel van God te gronde richt,
zal God hem te gronde richten.
Want de tempel van God is heilig,
en die tempel zijt gij.

Laat niemand zichzelf iets wijs maken.
Als iemand onder u wijs meent te zijn
– wijs namelijk volgens de normen
van deze tijd die voorbij gaat –
dan moet hij dwaas worden
om de ware wijsheid te leren.
De wijsheid van deze wereld is dwaasheid voor God.
Er staat immers geschreven :
“Hij vangt de wijzen in hun eigen sluwheid”,
en elders :
“De Heer kent de gedachten van de wijzen.
“Hij weet hoe waardeloos ze zijn.”

Laat daarom niemand zijn heil zoeken bij mensen.
Want alles is het uwe,
of het nu Paulus is of Apollos of Kefas,
wereld, leven of dood,
heden of toekomst,
alles is van u,
maar gij zijt van Christus,
en Christus is van God.

Vers voor het evangelie        1 Joh. 2, 5

Alleluia.
Wie het woord van Christus bewaart,
in hem is waarlijk Gods liefde volkomen.
Alleluia.

EVANGELIE              Mt. 5, 38-48
Bemint uw vijanden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:

“Gij hebt gehoord dat er gezegd is :
Oog om oog, tand om tand.
“Maar Ik zeg u geen weerstand te bieden aan het onrecht,
maar als iemand u op de rechterwang slaat,
keer hem dan ook de andere toe.
“Als iemand u voor het gerecht wil dagen
en uw onderkleed afnemen,
laat hem dan ook het bovenkleed.
“Als iemand u vordert één mijl met hem te gaan,
ga er twee met hem.
“Geeft aan wie u vraagt,
en wendt u niet af als iemand van u lenen wil.

“Gij hebt gehoord dat er gezegd is :
Gij zult uw naaste beminnen en uw vijand haten.
“Maar Ik zeg u :
Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen,
opdat gij kinderen moogt worden van uw Vader in de hemel,
die immers de zon laat opgaan over slechten en goeden
en het laat regenen
over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.

“Want als gij bemint die u beminnen,
wat voor recht op loon hebt gij dan ?
“Doen de tollenaars niet hetzelfde ?
“En als gij alleen uw broeders groet,
wat voor buitengewoons doet gij dan ?
“Doen de heidenen dat ook niet ?
“Weest dus volmaakt,
zoals uw Vader in de hemel volmaakt is.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties bij de zondagse eucharistieviering.

Zaterdag – Cathedra van de H. Apostel Petrus

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging

In de meeste godsdiensten kiest men zelf een leermeester. Bij Jezus is het andersom. Hij neemt als medewerkers wie Hij wil: onder de vele leerlingen die ingaan op zijn verkondiging, vraagt Hij een aantal van hen om hun gewone bezigheden te verlaten, Hem onvoorwaardelijk te volgen, en de Blijde Boodschap door te geven wanneer Hij gestorven zal zijn. Binnen die groep worden de twaalf met een bijzondere zending gelast, en krijgt Petrus de opdracht zijn broeders in het geloof te bevestigen. De plaats van Petrus en zijn opvolgers in de Kerk is die van de dienaar, die, zoals Jezus, de minste van allen wil zijn. Dat dienstwerk sluit een speciale binding met Christus in. Die moet zo sterk zijn, dat de gezondene een echt getuige wordt. Alleen zo kan waar worden wat Jezus aan zijn leerlingen zei: ‘Wie naar u luistert, luistert naar mij’.

EERSTE  LEZING                     I Petr. 5, 1-4

Oudste en getuige van het lijden van Christus.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus

Dierbaren,

De oudsten onder u, vermaan ik,
– oudste evenals zij en getuige van het lijden van Christus,
tevens deelgenoot van de heerlijkheid
die geopenbaard zal worden –
weidt de kudde van God waarvan gij de herders zijt ;
hoedt haar zoals God het wil :
van harte en niet uit dwang,
met toewijding en niet uit winstbejag.
Speel niet de baas over hen die aan uw zorgen zijn toevertrouwd,
maar toon u een voorbeeld voor de kudde.
Dan zult ge, als de opperherder verschijnt,
de nooit verwelkende krans van de heerlijkheid ontvangen.

TUSSENZANG                  Ps. 23(22), 1-3a, 3b-4, 5, 6

De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort.

De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort ;
Hij laat mij weiden op groene velden.
Hij brengt mij aan water, waar ik kan rusten,
Hij geeft mij weer frisse moed.

Mijn schreden leidt Hij langs rechte paden
omwille van zijn Naam.
Al voert mijn weg door donkere kloven,
ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt.

Uw stok en uw herdersstaf
geven mij moed en vertrouwen.

Gij nodigt mij aan uw tafel
tot ergenis van mijn bestrijders.
Met olie zalft Gij mijn hoofd,
mijn beker is overvol.

Voorspoed en zegen verlaten mij nooit
elke dag van mijn leven.
Het huis van de Heer zal mijn woning zijn
voor alle komende tijden.

VERS VOOR HET EVANGELIE                 Mt. 16, 13-19

(Alleluia)
Gij zijt Petrus ;
en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen
en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.
(Alleluia)

EVANGELIE                 Mt. 16, 13-19

Gij zijt Petrus, en Ik zal u de sleutels geven
van het Rijk der hemelen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd,
toen Jezus in de streek van Caesarea van Filippus gekomen was,
stelde Hij zijn leerlingen deze vraag :
“Wie is
volgens de opvatting van de mensen,
de Mensenzoon ?”
Zij antwoordden :
“Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia,
weer anderen Jeremia of een van de profeten.”
“Maar gij – sprak Hij tot hen –
wie zegt gij dat Ik ben ?”
Simon Petrus antwoordde :
“Gij zijt de Christus,
de Zoon van de levende God.”
Jezus hernam :
“Zalig zijt gij Simon, zoon van Jona,
want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard
maar mijn Vader die in de hemel is.
“Op mijn beurt zeg Ik u :
Gij zijt Petrus ;
en op deze steenrots zal Ik mijn kerk bouwen
en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.
“Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen
en wat gij zult binden op aarde,
zal ook in de hemel gebonden zijn
en wat gij zult ontbinden op aarde,
zal ook in de hemel ontbonden zijn.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Vrijdag – H. Petrus Damiani, b. en krkl.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Het lijkt in deze lezing alsof Jakobus het opneemt tegen Paulus. Inhoudelijk is dit niet zo. Ook Paulus aanvaardt (onder meer in de Romeinenbrief) dat een levendig geloof spontaan moet uitlopen op goede werken, als een antwoord aan God. Paulus heeft nooit een geloof zonder werken gepredikt: deze zijn het gevolg, en niet de reden van onze rechtvaardiging.

EERSTE LEZING              Jak. 2, 14-24.26
Zoals het lichaam dood is zonder ziel,
zo is het geloof dood zonder de daad.

Uit de brief van de heilige apostel Jakobus

Broeders en zusters,

Wat baat het een mens
te beweren dat hij geloof heeft
als hij geen daden kan laten zien ?
Kan zo’n geloof hem soms redden ?
Stel dat een broeder of een zuster geen kleren heeft
en niets om te eten,
en iemand van u zou zeggen :
“Geluk ermee !
“Hou u warm en eet maar goed”,
en hij zou niets doen om in hun stoffelijke nood te voorzien –
wat heeft dat voor zin ?
Zo is ook het geloof,
op zichzelf genomen,
zonder zich in daden te uiten dood.
Misschien zal iemand zeggen :
“Gij hebt de daad
en ik heb het geloof.”
Dan antwoord ik :
“Bewijs me eerst
dat ge geloof hebt als ge geen daden kunt tonen ;
dan zal ik u uit mijn daden mijn geloof bewijzen.”
Gij gelooft dat er één God is ?
Uitstekend,
ook de boze geesten geloven dat en sidderen !
Gij dwaas,
wilt ge het bewijs dat het geloof zonder de daad waardeloos is ?
Is onze vader Abraham niet gerechtvaardigd om zijn daden,
omdat hij zijn zoon Isaäk op het altaar ten offer bracht ?
Het is duidelijk dat zijn geloof zich in daden uitte
en eerst door zijn daden volkomen werd.
Zo ging het woord van de Schrift in vervulling
dat luidt :
“Abraham geloofde God
en het werd hem als gerechtigheid aangerekend ;
en hij werd Gods vriend genoemd.”
Het is duidelijk dat een mens wordt gerechtvaardigd door daden
en niet alleen door geloof.
Zoals het lichaam dood is zonder de ziel,
zo is het geloof dood zonder de daad.

TUSSENZANG                 Ps. 112(111), 1-2, 3-4, 5-6

Gelukkig de man die vreugde vindt
in de geboden des heren.

Gelukkig de man die ontzag heeft voor God,
die vreugde vindt in zijn geboden.
Zijn kroost zal machtig zijn in het land,
gezegend zal zijn het geslacht van de vrome.

Welvaart en rijkdom sieren zijn huis,
hij zal zijn gerechtigheid nooit verliezen.
Hij is voor de vromen een licht in de nacht,
weldadig, barmhartig, rechtvaardig.

Goed gaat het de man die weggeeft en leent,
die eerlijk zijn zaken behartigt.
In eeuwigheid staat de rechtvaardige sterk,
men blijft hem voor eeuwig gedenken.

ALLELUIA          Fil. 2, 15-16

Alleluia.
Schittert als sterren in het heelal,
en houdt vast het woord des levens.
Alleluia.

EVANGELIE              Mc. 8, 34 -9, 1
Wie zijn leven verliest omwille van Mij en het Evangelie
zal het redden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd
liet Jezus behalve zijn leerlingen ook het volk bij zich komen,
en sprak tot hen :
“Wie mijn volgeling wil zijn
moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen
en zijn kruis op te nemen.
“Want wie zijn leven wil redden zal het verliezen.
“Maar wie zijn leven verliest omwille van Mij en het Evangelie
zal het redden.
“Wat voor nut heeft het voor een mens heel de wereld te winnen
als dit ten koste gaat van eigen leven ?
“Wat toch zou een mens in ruil kunnen geven voor zijn leven ?
“Als iemand zich schaamt over Mij en mijn woorden
ten overstaan van dit overspelig en zondig geslacht,
zal ook de Mensenzoon zich over hem schamen,
wanneer Hij vergezeld van de heilige engelen,
komt in de heerlijkheid van zijn Vader.”
En verder sprak Hij tot hen :
“Voorwaar, Ik zeg u :
onder de hier aanwezigen zijn er
die de dood niet zullen ervaren,
voordat zij zien dat het Rijk Gods is gekomen in kracht.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Donderdag zesde week door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Met de lezing van vandaag zitten we in de kern van Jezus’ boodschap. Vanuit leerstellig standpunt wordt Jezus Christus de heer(kyrios) der heerlijkheid genoemd – de hoogste titel die Hem kan gegeven worden. Verder is er de aandacht voor de arme: ‘Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf’. Deze tekst komt dan wel uit Leviticus, maar wordt door Jezus verbonden met het eerste gebod: god beminnen boven alles.

EERSTE  LEZING         Jak. 2, 1-9
Heeft God niet de armen naar de wereld uitverkoren ?
Maar gij hebt de arme veracht.

Uit de brief van de heilige apostel Jakobus

Broeders en zusters,

Gij die gelooft in Jezus Christus,
de Heer der heerlijkheid,
verbindt dit geloof toch niet met partijdigheid en vleierij !
Ik bedoel dit :
veronderstel, er treedt in uw samenkomst een man binnen,
keurig gekleed en met gouden ringen aan zijn vingers,
en tegelijkertijd komt er een arme aan in schamele kleren ;
als gij nu opziet tegen de rijkgeklede man
en hem een ereplaats aanbiedt,
terwijl ge tegen de arme zegt :
“Blijf daar maar staan”, of:
“Ga hier op de grond zitten, bij mijn voetbank”,
maakt ge u dan niet schuldig
aan een kwaadaardig soort discriminatie ?
Luistert, lieve broeders en zusters :
God heeft de armen naar de wereld uitverkoren
om rijk te zijn in het geloof,
om erfgenaam te zijn van het koninkrijk
dat Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.
Maar gij hebt de arme veracht.
Zijn het niet de rijken
die u onderdrukken en u voor de rechtbank slepen ?
Zijn zij het niet
die de schone naam lasteren welke over u is aangeroepen ?
Als gij evenwel de koninklijke wet vervult
volgens het woord van de Schrift :
“Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf”,
is alles in orde.
Maar als ge partijdig handelt
doet gij zonde
en veroordeelt de wet u als overtreders.

TUSSENZANG                  Ps. 34(33), 2-3,4-5,6-7

Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer.

De Heer zal ik prijzen iedere dag,
zijn lof ligt mij steeds op de lippen.
Mijn geest is fier op de gunst van de Heer,
laat elk die het hoort zich verheugen.

Verheerlijkt de Heer te zamen met mij
en laat ons eendrachtig zijn Naam vereren.
Ik ging tot de Heer en Hij heeft mij verhoord,
Hij heeft mij gered uit wat ik vreesde.

Verlaat u op Hem, dan wordt ge gelukkig,
want Hij stelt u niet teleur.
Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer
en redt hen uit hun ellende.

ALLELUIA                Mt. 11, 25

Alleluia.
Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde,
omdat Gij deze dingen hebt geopenbaard aan kinderen.
Alleluia.

EVANGELIE         Mc. 8, 27-33
Gij zijt de Christus.
De Mensenzoon zal veel moeten lijden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd trok jezus met zijn leerlingen
naar de dorpen rond Caesarea van Filippus.
Onderweg stelde Hij aan zijn leerlingen de vraag :
“Wie zeggen de mensen dat Ik ben ?”
Zij antwoordden Hem :
“Johannes de Doper ;
anderen zeggen Elia
en weer anderen zeggen dat Gij een van de profeten zijt.”
Daarop stelde Hij hun de vraag :
“Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?”
Petrus antwoordde :
“Gij zijt de Christus.”
Maar Hij verbood hun nadrukkelijk
iemand hierover te spreken.
Daarop begon Hij hun te leren
dat de Mensenzoon veel zou moeten lijden
en door de oudsten,
de hogepriesters en de schriftgeleerden verworpen moest worden,
maar dat Hij, na ter dood te zijn gebracht
drie dagen later zou verrijzen.
Hij sprak deze woorden zonder terughoudendheid.
Toen nam Petrus Jezus terzijde
en begon Hem ernstig daarover te onderhouden.
Maar zich omkerend keek Jezus naar zijn leerlingen
en voegde Petrus op strenge toon toe :
“Ga weg,satan,
terug !
“Want gij laat u leiden door menselijke overwegingen
en niet door wat God wil.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Woensdag zesde week door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
De lezing vandaag legt veel nadruk op het verschil tussen spreken en doen, tussen luisteren en ook uitvoeren, horen en volbrengen. Het is de taal van een man die beroep doet op elementair gezond verstand. Zijn taal is ook volks, zie zijn beschouwingen over de spiegel en over de tong. Toch zijn de zuiver evangelische accenten aanwezig: de aandacht voor kleinen, weduwen en wezen, de volmaakte wet als wet van de vrijheid en de afkeer voor de boosheid van de wereld.

EERSTE  LEZING           Jak. 1, 19-27
Weest uitvoerders van het woord,
en niet alleen toehoorders.

Uit de brief van de heilige apostel Jakobus

Weet dit wel, geliefde broeders en zusters :
ieder mens moet vlug zijn om te luisteren
maar langzaam om te spreken,
langzaam ook om toornig te worden ;
want de toorn van een man
leidt niet tot gerechtigheid voor God.
Verwijdert daarom elke smet,
elk restant van slechtheid,
en neemt met zachtmoedigheid het woord van God aan
dat in u werd geplant
en de kracht bezit uw zielen te redden.
Weest uitvoerders van het woord
en niet alleen toehoorders ;
dan zoudt gij uzelf bedriegen.
Wie het woord hoort maar niet volbrengt, lijkt op iemand
die het gelaat waarmee hij geboren is in een spiegel beschouwt.
Nauwelijks heeft hij zich bekeken
of hij gaat heen en is vergeten hoe hij er uitzag.
Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet,
de wet van de vrijheid
en daarbij blijft,
niet als een vergeetachtig toehoorder
maar als een uitvoerder metterdaad,
die zal zalig zijn door zijn doen.
Als iemand meent vroom te zijn
terwijl hij zijn tong niet beteugelt maar zijn hart misleidt,
dan is zijn vroomheid waardeloos.
Zuivere en onbevlekte vroomheid
in de ogen van onze God en Vader is dit :
wezen en weduwen opzoeken in hun nood
en zichzelf vrijwaren voor de besmetting van de wereld.

TUSSENZANG               Ps. 15(14), 2-3ab, 3cd-4ab, 5

Heer, wie mag te gast zijn in uw tent,
wie mag op uw heilige berg verblijven ?

Wie rechtvaardig is en eerbaar leeft,
in zijn hart geen boze plannen koestert,
geen bedrog pleegt met zijn tong.

Wie zijn evenmens geen schade doet
en zijn buren niet te schande zet ;
wie de boosdoener veracht,
maar de dienaars van de Heer in ere houdt.

Wie zijn bezit niet uitleent tegen woeker,
als getuige niet omkoopbaar is.
Wie zich zo gedraagt
zal niet wankelen in eeuwigheid.

ALLELUIA                Joh.  8, 12

Alleluia.
Ik ben het licht der wereld, zegt de Heer ;
wie Mij volgt zal levenslicht bezitten.
Alleluia.

EVANGELIE              8, 22-26
De blinde was zo volkomen genezen dat hij alles duidelijk zag.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd kwamen Jezus en zijn leerlingen in Betsaïda.
Daar bracht men een blinde bij Hem
en smeekte Hem die te willen aanraken.
Jezus nam de blinde bij de hand en bracht hem buiten het dorp.
Daar deed Hij speeksel op zijn ogen,
legde hem de handen op en vroeg hem :
“Kunt ge al iets zien?”
Hij keek en hij antwoordde :
“Ik zie mensen, want ik zie ze lopen,
maar ze lijken op bomen;”
Daarna legde Jezus nog eens de handen op zijn ogen.
Nu zag hij scherp en was zo volkomen genezen
dat hij alles duidelijk zag.
Hij stuurde hem naar huis met de waarschuwing :
“Ga zelfs het dorp niet in.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Dinsdag – H. Bernadette Soubirous, mgd.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
De lezers van de brief van Jakobus schijnen meer nood te hebben aan opwekking dan aan waarschuwing tegen bepaalde vormen van (charismatisch) enthousiasme, zoals bijvoorbeeld bij de Korintiërs. ‘Standhouden’ lijkt hier de boodschap en ‘de proef doorstaan’. Als je dat niet kunt, verwijt het dan God niet, maar jezelf: de onvolkomenheid van de mens maakt hem zwak en klein. Dit zijn de nuchtere opmerkingen van de auteur: zij moeten wellicht gericht geweest zijn tot de christenen van de tweede generatie, die nood hadden aan bevestiging en niet meer uitkeken naar een nakend wereldeinde.

EERSTE LEZING                          Jak. 1, 12-18

God brengt niemand in verzoeking.

Uit de brief van de heilige apostel Jakobus

Broeders en zusters,

Zalig de mens die standhoudt in de beproeving.
Heeft hij de toets doorstaan,
dan zal hij de zegekrans van het leven ontvangen
die God beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.
Niemand mag zeggen als hij bekoord wordt :
“Ik word door Gods toedoen bekoord.”
God brengt niemand in verzoeking,
zo min als Hijzelf door het kwade kan worden bekoord.
Wordt iemand bekoord,
dan is het altijd
door het trekken en lokken van zijn eigen begeerte.
Daarna, als de begeerte bevrucht is,
baart zij de zonde
en de zonde, eenmaal volgroeid, baart de dood.
Geliefde broeders en zusters,
laat u niet misleiden :
elke goede gave, elk volmaakt geschenk daalt neer van boven,
van de Vader der hemellichten,
bij wie geen verandering is of verduistering door omwenteling.
Uit vrije wil heeft Hij ons het leven geschonken
door het woord der waarheid,
zodat wij in zekere zin de eerstelingen onder zijn schepselen zijn.

TUSSENZANG                Ps. 94(93), 12-13a, 14-15, 18-19

Gelukkig de man die Gij wijsheid geeft, Heer.

Gelukkig de man die Gij wijsheid geeft, Heer,
die Gij in uw wet onderwijst.
Na kwade dagen geeft Gij hem rust.

Want nooit zal de Heer zijn volk verstoten,
zijn erfdeel geeft Hij niet op.
Eens zullen de rechters rechtvaardig beslissen
en alle rechtvaardigen vallen het bij.

Wanneer ik reeds denk : nu struikel ik zeker,
dan houdt uw genade, Heer, mij overeind.
Wanneer in mijn hart de zorgen drukken
dan beurt uw vertroosting mij op.

ALLELUIA                             Joh. 6, 64b, 69b

Uw woorden, Heer, zijn geest en leven ;
uw woorden zijn woorden van eeuwig leven.
Alleluia

EVANGELIE                  Mc.  8, 14-21

Wacht u voor het zuurdeeg van de Farizeeën
en het zuurdeeg van Herodes !

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd hadden de leerlingen vergeten brood mee te nemen
zodat zij niet meer dan één brood bij zich in de boot hadden.
Toen gaf Jezus hun deze waarschuwing :
“Let op,
wacht u voor het zuurdeeg van de Farizeeën
en het zuurdeeg van Herodes !”
Zij spraken daarover onder elkaar :
“Dat zegt Hij omdat we geen brood hebben.”
Maar Hij bemerkte het en sprak :
“Wat bespreekt ge daar onderling ?
“Dat Ik dit gezegd heb, omdat ge geen brood hebt ?
“Begrijpt en verstaat ge het dan nog niet ?
“Is uw geest dan zo verblind ?
“Ge hebt toch ogen : ziet ge dan niets ?
“Ge hebt toch oren : hoort ge dan niets ?
“En herinnert ge u niet
hoeveel korven vol brokken gij hebt opgehaald
toen Ik voor de vijfduizend die vijf broden heb gebroken ?”
Zij antwoordden Hem :
“Twaalf.”
“En hoeveel manden vol brokken hebt gij opgehaald,
toen met die zeven voor vierduizend ?”
En zij antwoordden :
“Zeven.”
Daarop zei Hij hun :
“Begrijpt ge het dan nog niet ?”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Maandag – Zeven HH. Stichters van de Servietenorde

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
De brief van Jakobus behoort tot de wijsheidsliteratuur. Ook al zijn de gedachten zeer los aan elkaar geregen, ze zijn toch verrassend rijk en levendig geformuleerd. De schrijver moet een begaafd man zijn geweest. Hij richt zijn brief aan de twaalf stammen in de verstrooiing. De verstrooiing of diaspora, dat zijn de verspreide joden buiten Palestina. Zo kon de brief ook wel bedoeld zijn voor alle joden in de diaspora, die tot het christendom waren overgegaan.

EERSTE  LEZING                              Jak. 1, 1-11

Gij weet dat de beproeving van uw geloof standvastigheid
voortbrengt, zodat gij volmaakt en onberispelijk zijt.

Begin van de brief van de heilige apostel Jakobus

Jakobus,
dienstknecht van God en de Heer Jezus Christus,
groet de twaalf stammen in de Verstrooiing.

Broeders en zusters,
acht uzelf heel gelukkig,
wanneer u allerlei beproevingen overkomen,
want gij weet
dat zulk een beproeving van uw geloof,
standvastigheid voortbrengt;
en de standvastigheid moet zich te volle verwerkelijken,
zodat gij volmaakt en onberispelijk zijt
en in niets te kort schiet.
Schiet iemand van u te kort in wijsheid
dan moet hij haar vragen aan God
en zij zal hem gegeven worden,
want God geeft aan allen
zonder voorbehoud en zonder verwijt.
Maar hij moet wel bidden met vertrouwen,
zonder te weifelen.
Wie weifelt lijkt op de golven van de zee
die door de wind heen en weer geslingerd worden.
Zo iemand,
innerlijk verdeeld als hij is en ongestadig in heel zijn gedrag,
moet niet menen dat hij iets van de Heer zal verkrijgen.
De arme christen moet trots zijn op zijn hoge stand
en de rijke op zijn geringheid !
Want de rijke zal vergaan als een bloem in het gras.
De zon komt op met haar verzengende hitte;
zij doet het gras verdorren,
de bloem valt af
en heel haar luister is verdwenen.
Zo vergaat het ook de rijke :
midden in zijn ondernemingen zal hij verwelken.

TUSSENZANG               Ps. 119(118), 67-68, 71-72, 75-76

Door uw barmhartigheid, Heer, moge ik leven.

Voordat ik vernederd werd, was ik in dwaling,
maar nu houd ik aan uw uitspraken vast.
Goedgunstig zijt Gij en goed zijn uw daden ;
laat mij slechts weten wat Gij beschikt.

De kwelling was mij een weldaad :
zo leerde ik wat Gij beschikt.
De wet uit uw mond is mij meer waard
dan schatten van zilver en goud.

Rechtvaardig is wat Gij bepaalt, Heer, ik weet het,
Gij hebt mij terecht gestraft ;
maar laat uw erbarmen mij nu vertroosten,
zoals Gij uw dienaar eens hebt beloofd.

ALLELUIA             cf. Lc. 8, 15

Alleluia.
Zalig zij die het Woord Gods dat zij hoorden
in een goed en edel hart bewaren,
en vrucht voortbrengen door hun standvastigheid.
Alleluia.

EVANGELIE                        Mc. 8, 11-13

Wat verlangt dit geslacht toch een teken ?

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd daagden de Farizeeën op
en begonnen met Jezus te redetwisten.
Om Hem op de proef te stellen
verlangden ze van Hem een teken uit de hemel.
Hij slaakte een zucht uit het diepste van zijn hart en zei :
“Wat verlangt dit geslacht toch een teken ?
“Voorwaar, Ik zeg u :
in geen geval zal aan dit geslacht een teken gegeven worden.”
Hij liet hen staan, stapte weer in de boot
en keerde naar de overkant terug.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.