http://kerkengeloof.wordpress.com

Goede Vrijdag

Op Goede Vrijdag wordt de kruisiging en de dood van Jezus herdacht

Uitnodiging

Mag ik uw aandacht vestigen op…
het dagelijkse evangelielezing?

Deze uitnodiging heeft tot doel u te laten delen in de vreugde van het Evangelie.
Iedereen, zonder uitzondering,
kan die vreugde ervaren door zijn hart te openen
voor de helende kracht van het woord van God.

Elke dag beschikbaar

EERSTE LEZING    Jes . 52, 13-53, 12

Hij werd mishandeld vanwege onze zonden.

Uit de profeet Jesaja

Zie, mijn dienaar zal voorspoedig zijn,
hij zal verheven en geprezen worden, en zeer verheerlijkt.
Zoals velen zich voor hem hebben geschokt,
zo misvormd was hij, zo ontmenselijkt in zijn uiterlijk,
en zijn schoonheid was minder dan die van de mensenkinderen.
Zo zal hij vele volken versteld doen staan,
koningen zullen hun mond voor hem sluiten,
want zij zullen aanschouwen wat hun niet is verteld,
en begrijpen wat zij niet hebben gehoord.
Wie kon geloven wat wij hebben gehoord,
en over wie heeft de arm van de Heer zich geopenbaard?

Hij is geprezen als een eenzame scheut
en als een wortel uit dorre aarde;
hij had geen gedaante of schoonheid
waardoor wij naar hem zouden kijken,
noch een uiterlijk waardoor wij hem zouden begeren.
Veracht en verworpen door de mensen,
een man van smarten en door leed beproefd;
als iemand die zijn aangezicht voor ons verborg,
veracht en door ons niet geacht.

Toch waren het onze smarten die hij droeg,
en onze verdriet die hij op zich nam.
Wij daarentegen beschouwden hem als een gekwelde,
als iemand die door God geslagen en vernederd was.
Maar hij werd doorboord vanwege onze zonden,
gemarteld vanwege onze ongerechtigheden,
want de straf die ons vrede brengt, viel op hem,
en door zijn wonden is er genezing voor ons.
Wij zijn allen als een kudde verdwaald,
ieder ging zijn eigen weg,
de Heer heeft de ongerechtigheid van ons allen op hem gelegd.
Zij hebben hem mishandeld en hij heeft het aanvaard,
hij heeft zijn mond niet geopend.
Als een lam dat naar de slachtbank wordt geleid,
en als een schaap dat stil blijft voor zijn scheerder,
zo deed hij zijn mond niet open.

Door een gewelddadig oordeel werd hij weggenomen.
Wie herinnert zich nog zijn leven?
Want hij is weggerukt uit het land der levenden,
doodgeslagen vanwege de zonden van mijn volk.
Hij wordt begraven tussen de misdadigers,
en krijgt een rustplaats tussen de rijken,
hoewel hij geen onrecht heeft begaan,
en er geen bedrog in zijn mond was.

Het heeft de Heer behaagd hem met slagen te kwellen.
Hoewel hij zichzelf als offer aanbiedt,
zal hij nageslacht zien, zijn dagen verlengen,
en de wil van de Heer zal door zijn hand worden vervuld.
Door zijn lijden zal hij het licht zien en tevreden zijn.
Door zijn wijsheid zal mijn dienaar, als rechtvaardige,
velen rechtvaardig maken,
en hun overtredingen op zich nemen.
Daarom zal ik hem een deel geven onder de groten,
en hij zal de buit verdelen met de machtigen,
want hij heeft zijn ziel aan de dood overgeleverd
en werd gerekend tot de zondaars.
Want hij draagt de zonden van velen,
en is bemiddelaar voor de zondaars.

Antwoordpsalm         Ps. 31(30), 2 en 6, 12-13, 15-16, 17 en 25

Strofen
Vader, in uw handen beveel ik mijn geest.

Bij U, Heer, zoek ik toevlucht,
stel mij nooit teleur.
Rechtvaardige God, verlos mij.
Heer, in uw handen beveel ik mijn geest,
U bent mijn redder, trouwe God.

Mijn vijanden bespotten mij,
mijn buren lachen mij uit.
Mijn vrienden schrikken als ze mij zien,
op straat gaan ze mij uit de weg.
Ze zijn mij vergeten alsof ik dood ben,
ik ben als een kapot voorwerp.

Toch blijf ik op U vertrouwen, Heer,
ik zeg altijd: U bent mijn God.
U hebt mijn lot in Uw handen,
bevrijd mij van mijn vervolgers.

Laat Uw aangezicht over Uw dienaar schijnen,
red mij door Uw barmhartigheid.
Wees moedig en vrees niet,
allen die op de Heer hopen.

TWEEDE LEZING       Hebr . 4, 14-16, 5, 7-9

Hij heeft gehoorzaamheid geleerd en is voor allen die Hem gehoorzamen een bron van eeuwige redding geworden.

Uit de brief aan de Hebreeën

Broeders en zusters,

Nu wij een verheven hogepriester hebben,
iemand die de hemelen is doorgegaan,
Jezus, de Zoon van God,
moeten wij vast blijven houden aan onze belijdenis.
Want wij hebben een hogepriester,
die medelijden kan hebben met onze zwakheden.
Hijzelf is op vele manieren op de proef gesteld,
net als wij, behalve wat de zonde betreft.
Laten we dan met vertrouwen naderen
tot de troon van Gods genade,
om barmhartigheid en genade te verkrijgen,
en tijdige hulp.

In de dagen van zijn sterfelijk leven,
heeft Christus, onder geschreeuw en geween,
gebeden en smeekbeden tot God opgezonden,
die Hem van de dood kon redden.
Door zijn vroomheid werd hij verhoord:
Hoewel hij de Zoon van God was,
leerde hij gehoorzaamheid in de school van het lijden;
en toen hij het einde bereikte,
werd hij, voor allen die hem gehoorzamen,
een bron van eeuwige redding.
Vers  voor het Evangelie        Fil. 2, 8-9

Geprezen en verheerlijkt zijt Gij, Heer Jezus.
Christus is voor ons gehoorzaam geworden tot in de dood, tot in de dood aan het kruis.
Daarom heeft God Hem verheven en Hem de naam gegeven die boven alle namen staat.
Geprezen en verheerlijkt zijt Gij, Heer Jezus.

Evangelie              Joh. 18, 1-19, 42

Het lijden van onze Heer Jezus Christus.

Het verslag van het lijden van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd
ging Jezus met zijn leerlingen
naar de overkant van de beek Kidron.
Daar was een tuin, waar Hij met zijn leerlingen binnenging.
Maar ook Judas, die Hem zou verraden, kende die plaats,
want Jezus kwam daar vaak samen met zijn leerlingen.
Judas kwam daar dus aan,
met een groep soldaten
en met de dienaren van de hogepriesters en de Farizeeën,
voorzien van fakkels, lantaarns en wapens.
Jezus, die wist wat er allemaal met Hem zou gebeuren,
stapte naar voren en zei tegen hen:
“Wie zoeken jullie?”
Ze antwoordden:
“Jezus van Nazareth.”
Jezus zei tegen hen:
“Ik ben het.”
Ook Judas, zijn verrader, was bij hen.
Nauwelijks had Jezus tegen hen gezegd: “Ik ben het”,
of ze deinsden achteruit en vielen op de grond.
Hij vroeg hun opnieuw:
«Wie zoeken jullie?»
Ze zeiden tegen Hem:
«Jezus van Nazareth.»
Jezus antwoordde:
«Ik heb jullie gezegd dat ik het ben.
«Als jullie mij zoeken, laat deze mensen dan gaan.»
Wat Hij had gezegd moest in vervulling gaan:
«Van degenen die U mij gegeven hebt,
heb ik niemand verloren.»
Maar Simon Petrus had een zwaard bij zich.
Hij trok het en sloeg daarmee de dienaar van de hogepriester,
waarbij hij zijn rechteroor afsneed.
Die dienaar heette Malchus.
Maar Jezus zei tegen Petrus:
«Steek dat zwaard weer in de schede;
moet ik dan niet de beker drinken
die mijn Vader mij gegeven heeft?»

De troepen met de aanvoerder en de dienaren van de Joden
grepen Jezus toen, bonden hem vast
en brachten hem eerst voor Ananas.
Dit was namelijk de schoonvader van Kajafas,
die dat jaar hogepriester was,
dezelfde Kajafas die de Joden had aangeraden:
‘Het is beter dat één man sterft voor het volk.’
Simon Petrus en een andere leerling volgden Jezus.
Die leerling was bekend bij de hogepriester;
en zo ging hij samen met Jezus
het paleis van de hogepriester binnen,
terwijl Petrus buiten de deur bleef staan.
De andere leerling, die bekend was bij de hogepriester,
ging naar buiten,
sprak met de portierster en bracht Petrus naar binnen.
Het meisje dat bij de deur stond, vroeg aan Petrus:
«Ben jij niet ook een van de discipelen van die man?»
Hij antwoordde:
«Nee.»
Omdat het koud was, hadden de bedienden en de dienaren
een kolenvuur aangestoken en warmden zich daar bij.
Ook Petrus bleef bij hen staan en warmde zich op.
De hogepriester
ondervroeg Jezus over zijn discipelen en zijn leer.
Jezus antwoordde hem:
«Ik heb openlijk tot de wereld gesproken.
Ik heb altijd onderwezen
in de synagoge of in de tempel,
waar alle Joden samenkomen,
en er is niets dat ik in het geheim heb gezegd.
‘Waarom ondervraag je mij?
Vraag het aan de mensen
die hebben gehoord wat ik heb gepredikt.
Zij weten heel goed wat ik heb gezegd.’
Toen een van de dienaren die bij Hem stond dit hoorde,
sloeg hij Jezus in het gezicht en zei:
‘Zo antwoord je de hogepriester?’
Jezus antwoordde hem:
«Als ik iets verkeerds heb gezegd,
leg me dan uit wat er verkeerd aan was;
maar als het goed was,
waarom sla je me dan?»
Toen stuurde Ananas hem geboeid naar de hogepriester Kajafas.

Simon Petrus stond zich te warmen toen iemand hem vroeg:
«Ben jij niet ook een van zijn discipelen?»
Hij ontkende het en zei:
«Absoluut niet.»
Maar een van de dienaren van de hogepriester,
een familielid van de man
aan wie Petrus het oor had afgesneden, zei:
«Heb ik je niet bij Hem in de tuin gezien?»
Petrus ontkende het opnieuw,
en op datzelfde moment kraaide een haan.

Toen brachten ze Jezus
van het huis van Kajafas naar het pretorium.
Het was vroeg in de ochtend.
Zij gingen het pretorium niet binnen,
omdat ze het paasmaal moesten kunnen eten
en zich daarom niet mochten verontreinigen.
Daarom ging Pilatus naar buiten en vroeg hun:
«Wat voor beschuldiging brengt u tegen deze man in?»
Zij antwoordden hem:
«Als hij geen misdadiger was,
zouden wij hem niet aan u hebben overgeleverd.»
Toen zei Pilatus:
«Neemt hem dan zelf en veroordeelt hem volgens uw wet!»
De Joden antwoordden hem:
«Wij hebben geen bevoegdheid om iemand ter dood te brengen.»
Zo zou het woord van Jezus in vervulling gaan,
waarmee Hij had aangegeven op welke wijze Hij zou sterven.
Toen ging Pilatus het pretorium binnen,
riep Jezus bij zich en zei tegen Hem:
«Bent U de koning van de Joden?»
Jezus antwoordde hem:
«Zegt u dit uit uzelf,
of hebben anderen u over mij verteld?
Pilatus antwoordde:
«Ben ik soms een Jood?
«Je eigen volk en de hogepriesters
hebben je aan mij overgeleverd.
«Wat heb je gedaan?
Jezus antwoordde:
«Mijn koninkrijk is niet van deze wereld.
«Als mijn koninkrijk van deze wereld was,
zouden mijn dienaren hebben gevochten
om te voorkomen dat ik aan de Joden zou worden overgeleverd.
‘Maar mijn koninkrijk is niet van hier.’
Pilatus vroeg opnieuw:
‘Bent u dan koning?’
Jezus antwoordde:
‘Ja, ik ben koning.
‘Hiervoor ben ik geboren en hiervoor ben ik in de wereld gekomen,
om te getuigen van de waarheid.
‘Iedereen die uit de waarheid is, luistert naar mijn stem.’
Pilatus zei tegen hem:
«Wat is de waarheid?»
Na deze woorden ging hij weer naar buiten, naar de Joden, en zei tegen hen:
«Ik vind geen schuld in hem.
«Maar jullie hebben de gewoonte, onder elkaar,
dat ik jullie met Pasen iemand vrijlaat.
«Willen jullie dan dat ik de koning van de Joden vrijlaat?»
Toen riepen ze weer:
«Nee, niet die,
maar Barabbas!»
Barabbas was een rover.

Toen liet Pilatus Jezus geselen.
De soldaten vlechtten een kroon van doornen,
zetten die op zijn hoofd,
en legden een purperen mantel over hem heen.
Ze kwamen naar hem toe en zeiden:
«Wees gegroet, koning der Joden!»
En ze sloegen Hem in het gezicht.
Pilatus kwam weer naar buiten en zei tegen hen:
«Zie, ik breng Hem naar buiten, opdat jullie weten
dat ik geen schuld in Hem vind.»
Jezus kwam dus naar buiten,
nog steeds met de doornenkroon en de purperen mantel.
Pilatus zei tegen hen:
«Zie, de mens.»
Maar toen de hogepriesters en de wachters hem zagen,
riepen ze:
«Kruisig hem, kruisig hem!»
Pilatus zei tegen hen:
«Neemt hem zelf en kruisigt hem,
want ik vind geen schuld in Hem.»
De Joden antwoordden hem:
«Wij hebben een wet,
en volgens die wet moet hij sterven,
omdat hij zich heeft voorgedaan als Zoon van God.»
Toen Pilatus dit hoorde, schrok hij nog meer.
Hij ging weer het praetorium binnen en zei tegen Jezus:
«Waar kom je vandaan?»
Maar Jezus gaf hem geen antwoord.
Toen zei Pilatus:
«Spreek je niet tegen mij?
«Weet je niet dat ik de macht heb om je vrij te spreken,
maar ook de macht om je te kruisigen?»
Jezus antwoordde:
«Je zou geen macht over mij hebben
als die je niet van boven was gegeven.
«Daarom
is de zonde van degene die mij aan jou heeft overgeleverd groter.»

Vanaf dat moment wilde Pilatus hem vrijlaten.
Maar de Joden riepen:
«Als je die man vrijlaat, ben je geen vriend van de keizer.
Wie zich voordoet als koning,
verzet zich tegen de keizer.»
Toen Pilatus dit hoorde roepen,
liet hij Jezus naar buiten brengen
en ging hij op de rechterstoel zitten,
op de plaats die Litostrotos heet, in het Hebreeuws Gabbata.
Het was de dag van de voorbereiding van het Pascha,
rond het zesde uur.
Hij zei tegen de Joden:
«Hier is jullie koning.»
Maar zij riepen:
«Weg met hem, weg met hem! Kruisig hem!»
Pilatus vroeg:
«Zal ik jullie koning kruisigen?»
De hogepriesters antwoordden:
«Wij hebben geen andere koning dan de keizer!»
Toen leverde hij hem over om gekruisigd te worden,
en zij namen hem mee.

Zelf zijn kruis dragend,
verliet Jezus de stad naar de plaats die ‘Schedelplaats’ heet,
in het Hebreeuws Golgotha.
Daar kruisigden ze hem,
en met hem nog twee anderen,
één aan elke kant en Jezus in het midden.
Pilatus had ook een bord laten maken,
en liet dat op het kruis bevestigen.
Er stond op: ‘Jezus, de Nazarener,
de koning van de Joden’.
Veel Joden lazen dit bord,
want de plaats waar Jezus gekruisigd werd,
lag vlak bij de stad.
Het was geschreven in het Hebreeuws, Latijn en Grieks.
De hogepriesters van de Joden zeiden toen tegen Pilatus:
‘Je had niet moeten schrijven: “de koning van de Joden”, maar:
“Hij heeft gezegd: Ik ben de koning van de Joden”.’
Pilatus antwoordde:
‘Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven.’

Toen de soldaten Jezus gekruisigd hadden,
namen ze zijn kleren en verdeelden die in vier delen,
één voor elke soldaat.
Ook namen ze het onderkleed,
dat echter uit één stuk was, van boven naar beneden geweven.
Daarom zeiden ze tegen elkaar:
«Laten we het niet scheuren,
maar laten we erom loten wie het krijgt.»
Zo ging de Schrift in vervulling:
«Ze hebben mijn kleren onder elkaar verdeeld
en over mijn onderkleed geloot.»

Terwijl de soldaten dit deden,
stonden bij het kruis van Jezus zijn moeder, de zuster van zijn moeder,
Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena.
Toen Jezus zijn moeder zag,
en naast haar de leerling van wie hij hield,
zei hij tegen zijn moeder:
«Vrouw, zie, dit is uw zoon».
Vervolgens zei hij tegen de leerling:
«Zie, uw moeder.»
En vanaf dat moment nam de leerling haar in zijn huis op.

Daarna, wetende dat alles nu volbracht was,
zei Jezus, opdat de Schrift vervuld zou worden: «
Ik heb dorst.»
Daar stond een kruik vol azijn.
Ze doopten een spons daarin,
staken die op een hysopstengel en brachten die naar zijn mond.
Toen Jezus de azijn had genomen, zei hij:
«Het is volbracht.»
Toen boog hij zijn hoofd en gaf de geest.

(Hier knielen allen even neer.)

Omdat het de voorbereidingsdag was,
en de Joden niet wilden
dat de lichamen tijdens de sabbat aan het kruis zouden blijven hangen,
—het was bovendien een grote sabbat—
vroegen zij Pilatus om toestemming
om de benen van de gekruisigden te breken en hen weg te halen.
Daarom kwamen de soldaten,
en braken de benen van de twee die met Hem gekruisigd waren,
.
Maar toen ze bij Jezus kwamen en zagen dat Hij al dood was,
braken ze Zijn benen niet,
maar een van de soldaten stak met een speer in Zijn zij;
en er vloeide onmiddellijk bloed en water uit.
Degene die dit zag, getuigt hiervan;
zijn getuigenis is waar
en hij weet dat hij de waarheid spreekt,
opdat ook jullie zouden geloven.
Dit gebeurde opdat de Schrift vervuld zou worden:
«Geen enkel been van Hem zal gebroken worden»,
terwijl een andere Schriftplaats zegt:
«Zij zullen kijken naar Hem die doorstoken is».

Jozef van Arimathea,
die een leerling van Jezus was,
maar in het geheim uit vrees voor de Joden,
vroeg toen aan Pilatus
om toestemming om het lichaam van Jezus mee te nemen.
Toen Pilatus hem dat toestond,
ging hij heen en nam het lichaam mee.
Ook kwam Nicodemus, die Hem eerder ’s nachts had bezocht,
en hij bracht een mengsel van mirre en aloë mee,
ongeveer honderd pond.
Ze namen het lichaam van Jezus
en wikkelden het in doeken met de aromatische kruiden,
zoals gebruikelijk is bij Joodse begrafenissen.
Op de plaats waar hij gekruisigd was, lag een tuin,
en in die tuin was een nieuw graf,
waarin nog niemand was bijgezet.
Omdat het de voorbereidingsdag van de Joden was
en het graf dichtbij was,
legden ze hem daar neer.


Laudato Si

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS 

Over de zorg voor ons gemeenschappelijk huis

Het mysterie van het universum
76. In de joods-christelijke traditie betekent spreken over de ‘schepping’ meer
dan spreken over de natuur, want het heeft te maken met Gods plan van liefde,
waarin elk schepsel waarde en betekenis heeft. De natuur
wordt vaak gezien als een systeem dat geanalyseerd, begrepen en beheerd kan worden, maar de schepping kan alleen begrepen worden als een geschenk dat voortkomt uit de open hand van de Vader van allen, als een realiteit die verlicht wordt door de liefde die ons bijeenroept tot een universele gemeenschap.

Wordt vervolgd
Elke dag om 7 uur

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
©Nederlandse Bijbelgenootschap 2004/2007.

Overwegingen ontleend aan Liturgische suggesties voor weekdagen en zondagen
Laudato Si. Officiële nederlandse vertaling

_______________________________________________________________________

Viernes Santo

El Viernes Santo se conmemora la crucifixión y la muerte de Jesús

Invitación

¿Puedo llamar su atención sobre…
la lectura diaria del Evangelio?

Esta invitación tiene por objeto hacerle partícipe de la alegría del Evangelio.
Todos, sin excepción,
pueden experimentar esa alegría abriendo su corazón
a la acción sanadora de la palabra de Dios.

Disponible todos los días

PRIMERA LECTURA             Is. 52, 13-53, 12

Fue maltratado por nuestras culpas.

Del profeta Isaías

He aquí que mi siervo prosperará,
será exaltado y ensalzado, y muy glorificado.
Como muchos se han horrorizado ante él,
tan desfigurado estaba, tan deshumanizado en su aspecto,
y su belleza inferior a la de los hijos de los hombres.
Así dejará atónitos a muchos pueblos,
los reyes cerrarán la boca ante él,
porque contemplarán lo que no les ha sido contado,
y comprenderán lo que no han oído.
¿Quién podía creer lo que hemos oído,
y sobre quién se ha manifestado el brazo del Señor?

Ha sido alabado como un renuevo solitario
y como una raíz de tierra árida;
no tenía forma ni belleza
que nos hiciera mirarlo,
ni aspecto que nos hiciera desearlo.
Despreciado y rechazado por los hombres,
hombre de dolores y experimentado en el sufrimiento;
como uno que ocultó su rostro de nosotros,
despreciado y no considerado por nosotros.

Sin embargo, fueron nuestros dolores los que él llevó,
y nuestras aflicciones las que él cargó.
Nosotros, en cambio, lo consideramos un herido,
como alguien a quien Dios ha golpeado y humillado.
Pero él fue traspasado por nuestros pecados,
maltratado por nuestras iniquidades,
pues sobre él recayó el castigo que nos trae la paz,
y por sus heridas hay sanación para nosotros.
Todos nosotros nos descarriamos como un rebaño,
cada uno siguió su propio camino,
el Señor hizo recaer sobre él
la iniquidad de todos nosotros.
Lo maltrataron y él lo aceptó,
no abrió la boca.
Como el cordero llevado al matadero
y como la oveja que ante su esquilador se queda muda,
así él no abrió la boca.

Por un juicio violento fue arrebatado.
¿Quién se acuerda ya de su vida?
Pues ha sido arrancado de la tierra de los vivos,
golpeado hasta la muerte por los pecados de mi pueblo.
Le dan sepultura entre los malhechores
y un lugar de descanso entre los ricos,
aunque no cometió injusticia
ni hubo engaño en su boca.

Al Señor le ha complacido atormentarlo con golpes.
Aunque se ofrezca a sí mismo en sacrificio,
verá descendencia, prolongará sus días
y la voluntad del Señor se cumplirá por su mano.
Por su aflicción verá la luz y quedará satisfecho.
Por su sabiduría, mi siervo, como justo,
justificará a muchos,
y cargará con sus delitos.

Por eso le daré parte entre los grandes,
y repartirá el botín con los poderosos,
porque entregó su alma a la muerte
y fue contado entre los pecadores.
Porque él lleva los pecados de muchos,
y es intercesor de los pecadores.

Salmo responsorial Sal. 31(30), 2 y 6, 12-13, 15-16, 17 y 25

Estrofas
Padre, en tus manos encomiendo mi espíritu.

En ti, Señor, busco refugio,
no me decepciones jamás.
Dios justo, líbrame.
Señor, en tus manos encomiendo mi espíritu,
tú eres mi salvador, Dios fiel.

Mis enemigos se burlan de mí,
mis vecinos se ríen de mí.
Mis amigos se asustan al verme,
en la calle me evitan.
Me han olvidado como si estuviera muerto,
soy como un objeto roto.

Sin embargo, sigo confiando en ti, Señor,
siempre digo: Tú eres mi Dios.
Tienes mi destino en tus manos,
líbrame de mis perseguidores.

Haz brillar tu rostro sobre tu siervo,
sálvame por tu misericordia.
Anímate y no temas,
todos los que esperáis en el Señor.

SEGUNDA LECTURA            Heb . 4, 14-16, 5, 7-9

Él aprendió la obediencia y se ha convertido en causa de salvación eterna para todos los que le obedecen.

De la carta a los Hebreos

Hermanos y hermanas,

Ahora que tenemos un sumo sacerdote exaltado,
uno que ha atravesado los cielos,
Jesús, el Hijo de Dios,
debemos mantener firme nuestra confesión.
Porque tenemos un sumo sacerdote
capaz de compadecerse de nuestras debilidades.
Él mismo fue puesto a prueba de muchas maneras,
exactamente como nosotros, salvo por el pecado.
Acercémonos, pues, con confianza
al trono de la gracia de Dios,
para obtener misericordia y gracia,
y ayuda oportuna.

En los días de su vida mortal,
Cristo, entre gritos y llantos,
elevó oraciones y súplicas a Dios,
que podía salvarlo de la muerte.
Por su piedad fue escuchado:
Aunque era Hijo de Dios,
aprendió la obediencia en la escuela del sufrimiento;
y cuando llegó al final,
se convirtió, para todos los que le obedecen,
en causa de salvación eterna.

Versículo antes del Evangelio Fil. 2, 8-9

Alabado y glorificado seas, Señor Jesús.
Cristo se hizo obediente por nosotros hasta la muerte, hasta la muerte en una cruz.
Por eso Dios lo exaltó y le concedió el nombre que está por encima de todos los nombres.
Alabado y glorificado seas, Señor Jesús.

Evangelio            Jn 18, 1-19, 42

El padecimiento de nuestro Señor Jesucristo.

El relato del padecimiento de nuestro Señor Jesucristo según Juan

En aquel tiempo
Jesús salió con sus discípulos,
al otro lado del arroyo de Cedrón.
Allí había un huerto, al que entró con sus discípulos.
Pero también Judas, el que iba a entregarlo, conocía aquel lugar,
porque Jesús solía reunirse allí con sus discípulos.
Así que Judas llegó allí
con una tropa de soldados
y con los servidores de los sumos sacerdotes y de los fariseos,
provistos de linternas, antorchas y armas.
Jesús, que sabía todo lo que le iba a suceder,
se adelantó y les dijo:
«¿A quién buscáis?»
Le respondieron:
«A Jesús el Nazareno».
Jesús les dijo:
«Yo soy».
También Judas, su traidor, estaba con ellos.
Apenas les había dicho Jesús: «Yo soy»,
cuando retrocedieron y cayeron al suelo.
De nuevo les preguntó:
«¿A quién buscáis?»
Le dijeron:
«A Jesús el Nazareno».
Jesús respondió:
«Os he dicho que soy yo.
«Si me buscáis a mí, dejad que estos se vayan».
Tenía que cumplirse lo que Él había dicho:
«A ninguno de los que me has dado,
lo he perdido».
Pero Simón Pedro llevaba una espada.
La desenvainó y con ella hirió al siervo del sumo sacerdote,
cortándole la oreja derecha.
El nombre de aquel siervo era Malco.
Pero Jesús dijo a Pedro:
«Envaina esa espada;
¿acaso no voy a beber la copa
que mi Padre me ha dado?»

La tropa con el comandante y los siervos de los judíos
se apoderaron entonces de Jesús, lo ataron
y lo llevaron primero ante Anás.
Este era, en efecto, el suegro de Caifás,
que era sumo sacerdote aquel año,
el mismo Caifás que había aconsejado a los judíos:
«Es mejor que muera un solo hombre por el pueblo».
Simón Pedro y otro discípulo seguían a Jesús.
Ese discípulo era conocido del sumo sacerdote;
y así entró junto con Jesús
en el palacio del sumo sacerdote,
mientras que Pedro se quedó fuera de la puerta.
El otro discípulo, el conocido del sumo sacerdote,
salió,
habló con la portera y llevó a Pedro dentro.
La muchacha que estaba en la puerta le preguntó a Pedro:
«¿No eres tú también uno de los discípulos de ese hombre?»
Él respondió:
«No».
Como hacía frío, los criados y los sirvientes
habían encendido un fuego de carbón y se calentaban.
Pedro también se quedó con ellos y se calentaba.
El sumo sacerdote
interrogó a Jesús sobre sus discípulos y su doctrina.
Jesús le respondió:
«He hablado abiertamente al mundo.
Siempre he enseñado
en la sinagoga o en el templo,
donde se reúnen todos los judíos,
y no hay nada que haya dicho en secreto.
«¿Por qué me interrogas?
«Interroga a las personas
que han oído lo que les he predicado.
«Ellos saben bien lo que he dicho».
Al oír esto, uno de los sirvientes que estaba junto a Él,
le dio una bofetada a Jesús y le dijo:
«¿Así le respondes al sumo sacerdote?»
Jesús le respondió:
«Si he dicho algo malo,
explícame qué había de malo en ello;
pero si era bueno,
¿por qué me golpeas?»
Entonces Anás lo envió esposado al sumo sacerdote Caifás.

Simón Pedro se estaba calentando cuando alguien le preguntó:
«¿No eres tú también uno de sus discípulos?»
Él lo negó y dijo:
«En absoluto».
Pero uno de los sirvientes del sumo sacerdote,
pariente del hombre
al que Pedro le había cortado la oreja, dijo:
«¿No te vi con Él en el huerto?»
Pedro volvió a negarlo,
y en ese mismo instante cantó un gallo.

Entonces llevaron a Jesús
desde la casa de Caifás al pretorio.
Era temprano por la mañana.
Ellos no entraron en el pretorio,
porque tenían que poder comer la cena de Pascua
y, por eso, no debían contaminarse.
Por eso salió Pilato y les preguntó:
«¿Qué acusación presentáis contra este hombre?»
Le respondieron:
«Si no fuera un criminal,
no te lo habríamos entregado».
Entonces dijo Pilato:
«¡Tomadlo vosotros y juzgadlo según vuestra Ley!»
Los judíos le respondieron:
«Nosotros no tenemos autoridad para dar muerte a nadie».
Así se cumpliría la palabra de Jesús,
con la que había indicado de qué muerte iba a morir.
Entonces Pilato entró en el pretorio,
llamó a Jesús y le dijo:
«¿Eres tú el rey de los judíos?»
Jesús le respondió:
«¿Dices esto por ti mismo,
o te han hablado otros de mí?
Pilato respondió:
«¿Acaso soy yo judío?
«Tu propio pueblo y los sumos sacerdotes
te han entregado a mí.
«¿Qué has hecho?
Jesús respondió:
«Mi reino no es de este mundo.
«Si mi reino fuera de este mundo,
mis servidores habrían luchado
para que no fuera entregado a los judíos.
«Pero mi reino no es de aquí».
Pilato volvió a preguntar:
«¿Entonces eres rey?»
Jesús respondió:
«Sí, soy rey.
«Para esto he nacido y para esto he venido al mundo,
para dar testimonio de la verdad.
«Todo aquel que es de la verdad, escucha mi voz».
Pilato le dijo:
«¿Qué es la verdad?»
Tras estas palabras, volvió a salir a donde estaban los judíos y les dijo:
«No encuentro en él ninguna culpa.
«Pero tenéis la costumbre, entre vosotros,
de que os suelte a alguien en Pascua.
«¿Queréis, pues, que os suelte al rey de los judíos?»
Entonces volvieron a gritar:
«¡No, a ese no,
sino a Barrabás!»
Barrabás era un salteador.

Entonces Pilato mandó azotar a Jesús.
Los soldados trenzaron una corona de espinas,
se la pusieron en la cabeza
y le echaron por encima un manto púrpura.
Se le acercaron y le dijeron:
«¡Salve, rey de los judíos!»
Y le golpeaban en la cara.
Pilato volvió a salir y les dijo:
«He aquí, lo traigo fuera para que sepáis
que no encuentro en él ninguna culpa».
Jesús salió, pues, hacia fuera,
llevando aún la corona de espinas y el manto púrpura.
Pilato les dijo:
«He aquí al hombre».
Pero cuando los sumos sacerdotes y los guardias lo vieron,
gritaban:
«¡Crucifícalo, crucifícalo!»
Pilato les dijo:
«Tomadlo vosotros y crucificadlo,
pues yo no encuentro culpa en Él».
Los judíos le respondieron:
«Nosotros tenemos una Ley,
y según esa Ley debe morir,
porque se ha hecho pasar por Hijo de Dios».
Al oír esto, Pilato se asustó aún más.
Volvió a entrar en el pretorio y le dijo a Jesús:
«¿De dónde eres?»
Pero Jesús no le respondió.
Entonces Pilato dijo:
«¿No me hablas?
«¿No sabes que tengo poder para absolverte,
pero también poder para crucificarte?»
Jesús respondió:
«No tendrías ningún poder sobre mí
si no te hubiera sido dado desde arriba.
«Por eso,
el pecado de aquel que me ha entregado a ti es mayor».

Desde ese momento,
Pilato quiso proceder a liberarlo.
Pero los judíos gritaban:
«Si liberas a ese hombre, no eres amigo del emperador.
Quien se hace pasar por rey,
se opone al emperador».
Cuando Pilato oyó que gritaban esto,
mandó que sacaran a Jesús
y se sentó en el tribunal,
en el lugar llamado Litostrotos, en hebreo Gabbata.
Era el día de la preparación de la Pascua,
alrededor de la hora sexta.
Dijo a los judíos:
«Aquí tenéis a vuestro rey».
Pero ellos gritaban:
«¡Fuera, fuera con él! ¡Crucifícalo!».
Pilato preguntó:
«¿Voy a crucificar a vuestro rey?».
Los sumos sacerdotes respondieron:
«¡No tenemos más rey que el emperador!».
Entonces se lo entregó para que fuera crucificado,
y ellos se lo llevaron.

Llevando él mismo su cruz,
Jesús salió de la ciudad hacia el lugar llamado «Lugar de la Calavera»,
en hebreo Gólgota.
Allí lo crucificaron,
y con él a otros dos,
uno a cada lado y Jesús en medio.
Pilato también había mandado hacer un letrero
y lo hizo colocar en la cruz.
Decía: «Jesús, el Nazareno,
el rey de los judíos».
Muchos judíos leyeron este letrero,
pues el lugar donde Jesús fue crucificado
estaba cerca de la ciudad.
Estaba escrito en hebreo, latín y griego.
Los sumos sacerdotes de los judíos dijeron entonces a Pilato:
«No debías haber puesto: “el rey de los judíos”, sino:
“Él ha dicho: Yo soy el rey de los judíos”.
» Pilato respondió:
«Lo que he escrito, lo he escrito.»

Cuando los soldados crucificaron a Jesús,
tomaron sus ropas y las repartieron en cuatro partes,
una para cada soldado.
También tomaron la túnica,
que, sin embargo, era de una sola pieza, tejida de arriba abajo.
Por eso se dijeron unos a otros:
«No la rompamos,
sino echemos suertes para ver a quién le corresponde».
Así se cumplió la Escritura:
«Repartieron entre sí mis vestidos
y echaron suertes sobre mi túnica».

Mientras los soldados hacían esto,
junto a la cruz de Jesús estaban su madre, la hermana de su madre,
María, la mujer de Clopás, y María Magdalena.
Cuando Jesús vio a su madre
y junto a ella al discípulo a quien amaba,
le dijo a su madre:
«Mujer, he aquí a tu hijo».
A continuación, dijo al discípulo:
«He aquí a tu madre».
Y desde ese momento, el discípulo la acogió en su casa.

Después de esto, sabiendo que ya todo estaba consumado,
dijo Jesús, para que se cumpliera la Escritura: «
Tengo sed».
Allí había una vasija llena de vinagre.
Mojaron una esponja en él,
la pusieron en una rama de hisopo y se la acercaron a la boca.
Cuando Jesús hubo tomado el vinagre, dijo:
«Todo está consumado».
Entonces inclinó la cabeza y entregó su espíritu.

(Aquí todos se arrodillan durante unos instantes.)

Como era el día de la preparación
y los judíos no querían
que los cuerpos permanecieran en la cruz durante el sábado
—además, era un gran sábado—
pidieron permiso a Pilato
para quebrarles las piernas a los crucificados y llevárselos.
Por eso vinieron los soldados
y rompieron las piernas tanto al uno como al otro que había sido crucificado con Él,
.
Pero cuando llegaron a Jesús y vieron que ya estaba muerto,
no le rompieron las piernas,
sino que uno de los soldados le atravesó el costado con una lanza;
y al instante salió sangre y agua.
El que lo vio da testimonio de ello;
su testimonio es verdadero
y sabe que dice la verdad,
para que también vosotros creáis.
Esto sucedió para que se cumpliera la Escritura:
«No le quebrarán ningún hueso»,
mientras que otra Escritura dice:
«Mirarán al que traspasaron».

José de Arimatea,
que era discípulo de Jesús,
pero en secreto por temor a los judíos,
pidió entonces a Pilato
que le permitiera llevarse el cuerpo de Jesús.
Cuando Pilato se lo concedió,
fue y se llevó el cuerpo.
También vino Nicodemo, que antes le había visitado de noche,
y trajo una mezcla de mirra y áloe,
unas cien libras.
Tomaron el cuerpo de Jesús
y lo envolvieron en vendas con las hierbas aromáticas,
como es costumbre en los entierros judíos.
En el lugar donde fue crucificado había un huerto,
y en ese huerto, una tumba nueva
en la que aún no se había depositado a nadie.
Debido al día de preparación de los judíos
y a que la tumba estaba cerca,
lo depositaron allí.


Laudato Si

Encíclica de

EL PAPA FRANCISCO 

Sobre el cuidado de la casa común

El misterio del universo
76. Para la tradición judeocristiana, hablar de «creación» es algo más
que hablar de naturaleza, porque tiene que ver con el plan de amor de Dios,
en el que cada criatura tiene un valor y un significado. La naturaleza
se entiende a menudo como un sistema que se analiza, se comprende y se
gestiona, pero la creación solo puede entenderse como un don que
procede de la mano abierta del Padre de todos, como una
realidad iluminada por el amor que nos convoca
a una comunidad universal.

Continuará
Todos los días a las 2 am

 

El texto bíblico de esta edición está tomado deLa Nueva Traducción de la Biblia,
©Sociedad Bíblica Neerlandesa 2004/2007.

Reflexiones extraídas de Sugerencias litúrgicas para los días de la semana y los domingos
Laudato Si. Traducción oficial al español

_______________________________________________________________________

Good Friday

On Good Friday, the crucifixion and death of Jesus are commemorated

Invitation

May I draw your attention to…
the daily Gospel reading?

The purpose of this invitation is to share with you the joy of the Gospel.
Everyone, without exception,
can experience that joy by opening their heart
to the healing power of the word of God.

Available every day

FIRST READING                 Isaiah 52, 13–53, 12

He was crushed for our sins.

From the prophet Isaiah

Behold, my servant shall prosper,
he shall be exalted and lifted up, and greatly honoured.
Just as many were appalled at him,
so disfigured was he, so devoid of human form,
and his beauty was less than that of the sons of men.
So shall he astonish many nations,
kings shall shut their mouths before him,
for they shall behold what they were not told,
and understand what they have not heard.
Who could believe what we have heard,
and to whom has the arm of the Lord been revealed?

He was despised and rejected by men,
a man of sorrows and acquainted with grief;
as one from whom men hide their faces,
he was despised, and we esteemed him not.
Despised and rejected by men,
a man of sorrows and acquainted with grief;
as one from whom men hide their faces,
despised, and we esteemed him not.

Yet it was our sorrows that he bore,
and our griefs that he carried.
We, however, regarded him as one afflicted,
as one struck down and humiliated by God.
But he was pierced for our transgressions,
crushed for our iniquities,
for the punishment that brings us peace fell upon him,
and by his wounds there is healing for us.
We have all gone astray like a flock,
each has gone his own way,
the Lord has laid upon him the iniquity of us all.
They have mistreated him and he has accepted it,
he has not opened his mouth.
Like a lamb led to the slaughter,
and like a sheep silent before its shearers,
so he did not open his mouth.

By a violent decree he was taken away.
Who remembers his life?
For he was cut off from the land of the living,
struck down because of the sins of my people.
He is buried among the wicked,
and the will of the Lord shall be fulfilled through his hand.
Through his suffering he shall see the light and be satisfied.
Through his wisdom my servant, as a righteous man,
shall justify many,
and bear their transgressions.
Therefore I will give him a portion among the great,
and he shall divide the spoil with the mighty,
for he has given his soul over to death,
and was counted among the sinners.
For he bears the sins of many,
and intercedes for sinners.

Responsorial         Ps. 31(30), 2,  6, 12-13, 15-16, 17 , 25

Verses
Father, into your hands I commend my spirit.

In you, Lord, I seek refuge;
never let me down.
Righteous God, deliver me.
Lord, into your hands I commend my spirit,
You are my Saviour, faithful God.

My enemies mock me,
my neighbours laugh at me.
My friends are terrified when they see me,
in the street they avoid me.
They have forgotten me as if I were dead,
I am like a broken object.

Yet I continue to trust in You, Lord,
I always say: You are my God.
You hold my fate in Your hands,
deliver me from my persecutors.

Let Your face shine upon Your servant,
save me through Your mercy.
Be courageous and do not fear,
all who hope in the Lord.

SECOND READING          Heb . 4, 14–16, 5, 7–9

He has learned obedience and has become a source of eternal salvation for all who obey Him.

From the Letter to the Hebrews

Brothers and sisters,

Now that we have a great high priest,
one who has passed through the heavens,
Jesus, the Son of God,
we must hold fast to our confession.
For we have a High Priest,
who can sympathise with our weaknesses.
He himself was tested in every way,
just as we are, except in sin.
Let us then approach with confidence
the throne of God’s grace,
to receive mercy and find grace,
and timely help.

During the days of his earthly life,
Christ, with loud cries and tears,
offered up prayers and supplications to God,
who was able to save him from death.
Through his piety he was heard:
Though he was the Son of God,
he learnt obedience in the school of suffering;
and when he reached the end,
he became, for all who obey him,
a source of eternal salvation.
Antiphon before the Gospel Phil. 2:8-9

Praised and glorified be Thou, Lord Jesus.
Christ became obedient for us unto death, even death on the cross.
Therefore God has exalted Him and given Him the name which is above every name.
Praised and glorified be Thou, Lord Jesus.

Gospel                John 18, 1–19, 42

The Passion of our Lord Jesus Christ.

The account of the Passion of our Lord Jesus Christ according to John

At that time,
Jesus went with his disciples
to the other side of the Kidron Valley.
There was a garden there, into which He entered with his disciples.
But Judas, who was to betray Him, also knew that place,
for Jesus often met there with His disciples.
So Judas arrived there,
with a group of soldiers,
and with the servants of the chief priests and the Pharisees,
equipped with torches, lanterns and weapons.
Jesus, who knew what was going to happen to Him,
stepped forward and said to them:
“Who are you looking for?”
They replied:
“Jesus of Nazareth.”
Jesus said to them:
“It is I.”
Judas, his betrayer, was with them too.
No sooner had Jesus said to them, “I am he,”
than they recoiled and fell to the ground.
He asked them again:
“Who are you looking for?”
They said to him:
“Jesus of Nazareth.”
Jesus replied:
“I have told you that it is I.
“If you are looking for me, let these men go.”
What he had said was to be fulfilled:
“Of those whom you have given me,
I have lost none.”
But Simon Peter had a sword with him.
He drew it and struck the high priest’s servant,
cutting off his right ear.
That servant’s name was Malchus.
But Jesus said to Peter:
‘Put your sword back into its sheath;
must I not drink the cup
which my Father has given me?’

The troops, along with their commander and the servants of the Jews,
then seized Jesus, bound him,
and brought him first to Annas.
For he was the father-in-law of Caiaphas,
who was high priest that year,
the very same Caiaphas who had advised the Jews:
‘It is better that one man die for the people.’
Simon Peter and another disciple followed Jesus.
That disciple was known to the high priest;
and so he went in with Jesus
into the high priest’s palace,
while Peter remained standing outside the door.
The other disciple, who was known to the high priest,
went out,
spoke to the gatekeeper and brought Peter in.
The girl standing at the door asked Peter:
‘Aren’t you also one of that man’s disciples?’
He replied:
‘No.’
Because it was cold, the servants and attendants
had lit a charcoal fire and were warming themselves by it.
Peter also stood with them and warmed himself.
The high priest
questioned Jesus about his disciples and his teaching.
Jesus replied to him:
‘I have spoken openly to the world.
I have always taught
in the synagogue or in the temple,
where all the Jews come together,
and there is nothing I have said in secret.
‘Why are you questioning me?
Ask the people
who have heard what I have preached.
They know very well what I have said.’
When one of the servants standing there heard this,
he struck Jesus in the face and said:
‘Is that how you answer the high priest?’
Jesus replied to him:
‘If I have spoken wrongly,
explain to me what was wrong;
but if I spoke rightly,
why do you strike me?’
Then Annas sent him, bound, to the high priest Caiaphas.

Simon Peter was warming himself when someone asked him:
‘Aren’t you one of his disciples too?’
He denied it and said:
‘Absolutely not.’
But one of the high priest’s servants,
a relative of the man
whose ear Peter had cut off, said:
‘Didn’t I see you with him in the garden?’
Peter denied it again,
and at that very moment a cock crowed.

Then they took Jesus
from Caiaphas’s house to the praetorium.
It was early in the morning.
They did not enter the praetorium,
because they had to be able to eat the Passover meal
and therefore could not defile themselves.
So Pilate went out and asked them:
‘What charge do you bring against this man?’
They replied to him:
‘If he were not a criminal,
we would not have handed him over to you.’
Then Pilate said:
‘Take him yourselves and judge him according to your law!’
The Jews replied to him:
«We have no authority to put anyone to death.»
Thus the word of Jesus was to be fulfilled,
by which He had indicated the manner in which He would die.
Then Pilate went into the praetorium,
called Jesus to him and said to Him:
«Are You the King of the Jews?»
Jesus answered him:
‘Are you saying this of your own accord,
or have others told you about me?’
Pilate replied:
‘Am I a Jew, then?
‘Your own people and the chief priests
have handed you over to me.
‘What have you done?’
Jesus answered:
‘My kingdom is not of this world.
‘If my kingdom were of this world,
my servants would have fought
to prevent me from being handed over to the Jews.
‘But my kingdom is not from here.’
Pilate asked again:
‘Are you then a king?’
Jesus replied:
‘Yes, I am a king.
‘For this I was born, and for this I came into the world,
to bear witness to the truth.
‘Everyone who is of the truth listens to my voice.’
Pilate said to him:
«What is truth?»
After these words, he went out again to the Jews and said to them:
«I find no fault in him.
‘But you have a custom, among yourselves,
that I release someone to you at Passover.
‘Do you want me to release the King of the Jews?’
Then they shouted again:
‘No, not him,
but Barabbas!’
Barabbas was a robber.

Then Pilate had Jesus flogged.
The soldiers wove a crown of thorns,
placed it on his head,
and put a purple robe over him.
They came up to him and said:
‘Hail, King of the Jews!’
And they struck him on the face.
Pilate went out again and said to them:
‘Look, I am bringing him out, so that you may know
that I find no fault in him.’
So Jesus came out,
still wearing the crown of thorns and the purple robe.
Pilate said to them:
‘Behold the man.’
But when the chief priests and the guards saw him,
they shouted:
‘Crucify him, crucify him!’
Pilate said to them:
‘Take him yourselves and crucify him,
for I find no fault in him.’
The Jews replied to him:
‘We have a law,
and according to that law he must die,
because he has claimed to be the Son of God.’
When Pilate heard this, he was even more afraid.
He went back into the praetorium and said to Jesus:
‘Where do you come from?’
But Jesus gave him no answer.
Then Pilate said:
‘Will you not speak to me?
‘Do you not know that I have the power to release you,
but also the power to crucify you?’
Jesus replied:
“You would have no power over me
if it had not been given to you from above.
“Therefore,
the sin of the one who handed me over to you is greater.”

From that moment on, Pilate wanted to release him.
But the Jews shouted:
“If you release this man, you are no friend of the Emperor.
Anyone who makes himself a king,
is rebelling against the Emperor.’
When Pilate heard them shouting this,
he had Jesus brought out
and sat down on the judge’s seat,
at a place called Litostrotos, in Hebrew Gabbata.
It was the day of Preparation for the Passover,
around the sixth hour.
He said to the Jews:
«Here is your king.»
But they shouted:
«Away with him, away with him! Crucify him!»
Pilate asked:
«Shall I crucify your king?»
The chief priests replied:
«We have no king but Caesar!»
Then he handed him over to be crucified,
and they took him away.

Carrying his own cross,
Jesus left the city for the place called ‘Skull Place’,
in Hebrew Golgotha.
There they crucified him,
and with him two others,
one on either side and Jesus in the middle.
Pilate had also had a sign made,
and had it fixed to the cross.
It read: ‘Jesus of Nazareth,
King of the Jews’.
Many Jews read this sign,
for the place where Jesus was crucified,
was close to the city.
It was written in Hebrew, Latin and Greek.
The chief priests of the Jews then said to Pilate:
‘You should not have written: “the King of the Jews”, but:
“He said: I am the King of the Jews”.’
Pilate replied:
‘What I have written, I have written.’

When the soldiers had crucified Jesus,
they took his clothes and divided them into four parts,
one for each soldier.
They also took the tunic,
which, however, was made of a single piece, woven from top to bottom.
So they said to one another:
‘Let us not tear it,
but let us cast lots for it to see who will get it.’
Thus the Scripture was fulfilled:
‘They divided my garments among them
and cast lots for my tunic.’

Whilst the soldiers were doing this,
standing by the cross of Jesus were his mother, his mother’s sister,
Mary the wife of Clopas, and Mary Magdalene.
When Jesus saw his mother,
and beside her the disciple whom he loved,
he said to his mother:
«Woman, behold, this is your son».
Then he said to the disciple:
‘Behold, your mother.’
And from that hour the disciple took her into his own home.

After this, knowing that all was now finished,
Jesus said, so that the Scripture might be fulfilled:
‘I am thirsty.’
There stood a jar full of vinegar.
They soaked a sponge in it,
put it on a hyssop branch and held it to his mouth.
When Jesus had taken the vinegar, he said:
«It is finished.»
Then he bowed his head and gave up his spirit.

(Here everyone kneels for a moment.)

Since it was the Day of Preparation,
and the Jews did not want
the bodies to remain on the cross during the Sabbath,
—it was, moreover, a high Sabbath—
they asked Pilate for permission
to break the legs of those crucified and take them down.
So the soldiers came,
The one who saw this bears witness to it;
his testimony is true;
and he knows that he speaks the truth,
so that you too may believe.
This happened so that the Scripture might be fulfilled:
‘Not a single bone of Him shall be broken’,
whilst another Scripture says:
‘They will look upon Him whom they have pierced’.

Joseph of Arimathea,
who was a disciple of Jesus,
but secretly for fear of the Jews,
then asked Pilate
for permission to take away the body of Jesus.
When Pilate granted him permission,
he went and took the body away.
Nicodemus also came, who had previously visited Him by night,
and he brought a mixture of myrrh and aloes,
about a hundred pounds.
They took the body of Jesus
and wrapped it in linen cloths with the aromatic spices,
as is customary in Jewish burials.
At the place where he had been crucified there was a garden,
and in that garden there was a new tomb,
in which no one had yet been laid to rest.
Since it was the Jewish day of preparation
and the tomb was nearby,
they laid him there.


Laudato Si

Encyclical of

POPE FRANCIS 

On Care for Our Common Home

The mystery of the universe
76. In the Judeo-Christian tradition, speaking of ‘creation’ means more than
speaking of nature, for it concerns God’s plan of love,
in which every creature has value and meaning.
Nature is often seen as a system to be analysed, understood and managed,
but creation can only be understood as a gift flowing from the open hand of the Father of all,
as a reality illuminated by the love that calls us together into a universal community.

To be continued
Every day at 1 am

The Bible text in this edition is taken from The New Bible Translation,
©Dutch Bible Society 2004/2007.

Reflections taken from Liturgical Suggestions for Weekdays and Sundays
Laudato Si. Official english translation

_______________________________________________________________________

Witte Donderdag

Herdenking van het Laatste Avondmaal van Christus met zijn apostelen en de instelling van de eucharistie.

Uitnodiging

Deze avond gedenken we dat Jezus

Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?

Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.

Elke dag ter beschikking

Openingswoord

Vanavond is de eucharistie heel bijzonder.
We beseffen nog meer dan anders dat elke eucharistie
verbonden is met het Laatste Avondmaal dat Jezus hield.
Zijn woorden en gebaren over brood en wijn
spreken over zijn levensgave voor zijn vrienden.
Hij wast de voeten van zijn leerlingen
en maakt zich tot een dienaar van allen.
Laten we in deze eucharistie onze dankbaarheid tonen
voor de liefdesgave van Jezus
en voor zijn blijvende aanwezigheid in brood en wijn.

EERSTE LEZING                    Ex. 12, 1-8.11-14

Voorschriften voor het eten van het paaslam.

Uit het Boek Exodus

In die dagen richtte de Heer het woord tot Mozes en Aäron
in Egypte en sprak:

“Deze maand moet gij beschouwen als beginmaand,
als de eerste maand van het jaar.
“Maak aan heel de gemeenschap van Israël het volgende bekend:

“Op de tiende van deze maand
moet ieder gezin een lam uitkiezen,
ieder huis een lam.
“Als een gezin te klein is voor een lam, dan moeten ze,
rekening houdend met het aantal personen,
samen doen met hun naaste buurman.
“Bij het verdelen van het lam
moet er rekening worden gehouden met ieders eetlust.
“Het lam moet gaaf zijn,
van het mannelijk geslacht en eenjarig.
“Ge kunt er een schaap of een geit voor nemen.
“Ge moet de dieren vasthouden
tot aan de veertiende van de maand.
“Dan moet heel de verzamelde gemeenschap van Israël
ze slachten in de avondschemering.
“Vervolgens moet gij wat bloed nemen en dat uitstrijken
over de beide deurposten en over de bovenbalk van de deur
van alle huizen waar het lam gegeten wordt.
“In dezelfde nacht moet het vlees gegeten worden,
op het vuur gebraden.
“Het moet gegeten worden met ongezuurd brood
en bittere kruiden.
“En dit is de wijze waarop gij het lam moet eten:
Uw lendenen omgord, uw voeten geschoeid
en uw stok in de hand.
“Haastig moet ge het eten
want het is Pasen voor de Heer.
“Deze nacht zal Ik door Egypte gaan
en alle eerstgeborenen van Egypte, zowel mensen als dieren
zal Ik slaan.
“Aan alle goden van Egypte zal Ik het vonnis voltrekken.
“Maar het bloed aan de huizen zal een teken zijn
dat gij daar woont.
“Als Ik het bloed aan uw huizen zie,
zal Ik u voorbijgaan.
“Geen vernietigende plaag zal u treffen als Ik Egypte sla.
“Deze dag moet gij tot een gedenkdag maken,
ge moet hem vieren als een feest ter ere van de Heer.
“Van geslacht tot geslacht moet ge hem
als een eeuwige instelling vieren.”

Antwoordpsalm                     Ps. 116(115), 12-13, 15-16bc, 17-18

Keervers
De beker der zegening geeft gemeenschap met het bloed van Christus.

Hoe kan ik mijn dank betuigen
voor al wat de Heer mij gaf?
De beker des heils zal ik nemen,
aanroepen de naam van de Heer.

Want kostbaar is in het oog van de Heer
het sterven van zijn getrouwen.
O Heer, ik ben uw dienaar,
Gij hebt mijn boeien geslaakt.

U zal ik een lofoffer brengen,
aanroepen de naam van de Heer.
Ik zal mijn geloften volbrengen
waar heel zijn volk het ziet.

 

TWEEDE LEZING                 1 Kor. 11, 23-26

Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van
Korinte

Broeders en zusters,

Zelf heb ik van de Heer de overlevering ontvangen
die ik u op mijn beurt heb doorgegeven:
Dat de Heer Jezus
in de nacht waarin Hij werd overgeleverd,
brood nam,
en na gedankt te hebben het brak
en zei:
“Dit is mijn lichaam voor u.
“Doet dit tot mijn gedachtenis.”
Zo ook nam Hij na de maaltijd de beker
met de woorden:
“Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed.
“Doet dit
elke keer dat gij hem drinkt,
tot mijn gedachtenis.”

Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt,
verkondigt gij de dood des Heren
totdat Hij wederkomt.

 

Vers voor het evangelie                             Joh. 13, 34

Lof en eer zij U, Heer Jezus.
Een nieuw gebod geef Ik u, zegt de Heer,
dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad.
Lof en eer zij U, Heer Jezus.

 

EVANGELIE                    Joh. 13, 1-15

Hij gaf het bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

Het paasfeest was op handen.
Jezus,
die wist dat zijn uur gekomen was
om uit deze wereld over te gaan naar de Vader,
en die de zijnen in de wereld bemind had,
gaf hun een bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe.

Onder de maaltijd,
toen de duivel reeds
aan Judas Iskariot, de zoon van Simon,
het plan had ingegeven om Hem over te leveren,
stond Jezus van tafel op.
In het bewustzijn
dat de Vader Hem alles in handen had gegeven
en dat Hij van God was uitgegaan
en naar God terugkeerde,
legde Hij zijn bovenkleren af,
nam een linnen doek en omgordde zich daarmee.
Daarop goot Hij water in het wasbekken
en begon de voeten van de leerlingen te wassen
en ze met de doek waarmee Hij omgord was, af te drogen.

Zo kwam Hij bij Simon Petrus
die echter tot Hem zei:
“Heer, wilt Gij mij de voeten wassen?”
Jezus gaf hem ten antwoord:
“Wat Ik doe begrijpt ge nu nog niet
maar later zult gij het inzien.”
Toen zei Petrus tot Hem:
“Nooit in der eeuwigheid zult Gij mij de voeten wassen!”
Jezus antwoordde hem:
“Als gij u niet door Mij laat wassen,
kunt gij mijn deelgenoot niet zijn.”
Daarop zei Simon Petrus tot Hem:
“Heer, dan niet alleen mijn voeten
maar ook mijn handen en hoofd.”
Maar Jezus antwoordde:
“Wie een bad heeft genomen, behoeft zich niet meer te wassen
tenzij de voeten,
hij is immers helemaal rein.
“Ook gij zijt rein,
ofschoon niet allen.”
Hij wist immers wie Hem zou overleveren.
Daarom zei Hij:
“Niet allen zijt gij rein”.

Toen Hij dan hun voeten had gewassen,
zijn bovenkleren had aangetrokken
en weer aan tafel was gegaan,
sprak Hij tot hen:
“Begrijpt gij wat Ik u gedaan heb?
“Gij spreekt Mij aan als Leraar en Heer,
en dat doet gij terecht, want dat ben Ik.
“Maar als Ik,
de Heer en Leraar, uw voeten heb gewassen,
dan behoort ook gij elkaar de voeten te wassen.
“Ik heb u een voorbeeld gegeven
opdat gij zoudt doen zoals Ik u gedaan heb.”


Laudato Si

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS 

Over de zorg voor het gemeenschappelijk huis

75. Wij kunnen geen spiritualiteit ondersteunen die God de Almachtige
en de Schepper vergeet. Op deze wijze zouden wij uiteindelijk andere
machten van de wereld aanbidden of ons in de plaats stellen van de Heer,
zodat wij zelfs de pretentie hebben de door Hem geschapen werkelijkheid
onder de voet te lopen zonder grenzen te kennen. De beste manier om de
mens zijn plaats te wijzen en een einde te maken aan zijn pretentie een
absolute heerser over de aarde te zijn, is weer de figuur van een Vader voor
te houden als Schepper en enige heerser over de wereld, omdat de mens
anders er naar zal neigen eigen wetten en eigen belangen aan de
werkelijkheid op te leggen.

Wordt vervolgd
Elke dag om 7 am

 

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen en de zondagen
Laudato Si Officiële Nederlandse vertaling

_____________________________________________________________________

 

Jueves Santo

Conmemoración de la Última Cena de Cristo con sus apóstoles y la institución de la Eucaristía.

Invitación

Esta noche conmemoramos que Jesús

¿Puedo aprovechar para llamar su atención sobre
la lectura diaria del Evangelio?

Esta invitación quiere hacerle partícipe de la alegría del Evangelio.
Todos, sin excepción,
pueden experimentar esa alegría abriendo su corazón
a la acción sanadora de la palabra de Dios.

Disponible todos los días

Palabras de apertura

Esta noche la Eucaristía es muy especial.
Somos aún más conscientes de lo habitual de que cada Eucaristía
está unida a la Última Cena que celebró Jesús.
Sus palabras y gestos sobre el pan y el vino
hablan de su entrega de vida por sus amigos.
Lava los pies de sus discípulos
y se convierte en servidor de todos.
Mostramos en esta eucaristía nuestra gratitud
por el don de amor de Jesús
y por su presencia permanente en el pan y el vino.

PRIMERA LECTURA                Éxodo 12, 1-8, 11-14

Normas para el consumo del cordero pascual.

Del Libro del Éxodo

En aquellos días, el Señor se dirigió a Moisés y a Aarón
en Egipto y les dijo:

«Considerad este mes como el mes de la primavera,
como el primer mes del año.
«Anunciad a toda la comunidad de Israel lo siguiente:

«El día diez de este mes,
cada familia deberá elegir un cordero,
un cordero por cada casa.
«Si una familia es demasiado pequeña para un cordero, deberá,
teniendo en cuenta el número de personas,
unirse a su vecino más cercano.
«Al repartir el cordero,
se tendrá en cuenta el apetito de cada uno.
«El cordero debe estar intacto,
ser macho y tener un año.
«Podéis tomar una oveja o una cabra en su lugar.
«Debéis guardar los animales
hasta el catorce del mes.
«Entonces toda la comunidad de Israel reunida
debe sacrificarlos al atardecer.
«A continuación, tomaréis un poco de sangre y la untaréis
en los dos postes y en el dintel de la puerta
de todas las casas donde se coma el cordero.
«Esa misma noche se comerá la carne,
asada al fuego.
«Se comerá con pan sin levadura
y hierbas amargas.
«Y así es como debéis comer el cordero:
con los lomos ceñidos, los pies calzados
y el bastón en la mano.
«Debéis comerlo apresuradamente,
pues es la Pascua del Señor.
«Esta noche pasaré por Egipto
y heriré a todos los primogénitos de Egipto, tanto a los hombres como a los animales.
«Ejecutaré mi sentencia contra todos los dioses de Egipto.
«Pero la sangre en las casas será una señal
de que allí moráis.
«Cuando vea la sangre en vuestras casas,
pasaré de largo.
«Ninguna plaga destructora os alcanzará cuando golpee a Egipto.
«Este día lo haréis un día de conmemoración,
y lo celebraréis como una fiesta en honor del Señor.
«De generación en generación lo celebraréis
como una institución eterna».

Salmo de respuesta            Sal. 116(115), 12-13, 15-16bc, 17-18

Estrofas
La copa de la bendición nos une a la sangre de Cristo.

¿Cómo puedo expresar mi agradecimiento
por todo lo que el Señor me ha dado?
Tomaré la copa de la salvación,
invocando el nombre del Señor.

Porque es precioso a los ojos del Señor
el morir de sus fieles.
Oh Señor, soy tu siervo,
tú has desatado mis ataduras.

Te ofreceré un sacrificio de alabanza,
invocando el nombre del Señor.
Cumpliré mis votos
ante todo su pueblo.

SEGUNDA LECTURA                   1 Cor. 11, 23-26

Cada vez que coméis este pan y bebéis esta copa, anunciáis la muerte del Señor.

De la primera carta del santo apóstol Pablo a los cristianos de
Corinto

Hermanos y hermanas,

Yo mismo recibí del Señor la tradición
que a mi vez os he transmitido:
Que el Señor Jesús,
la noche en que fue entregado,
tomó pan,
y después de dar gracias lo partió
y dijo:
«Este es mi cuerpo por vosotros.
Haced esto en memoria mía».
Así también, después de la cena, tomó la copa,
diciendo:
«Esta copa es la nueva alianza en mi sangre.
Haced esto
cada vez que la bebáis,
en memoria mía».

Cada vez que coméis este pan y bebéis esta copa,
anunciáis la muerte del Señor
hasta que Él vuelva.

Versículo antes del Evangelio                 Jn 13, 34

Alabado y glorificado seas, Señor Jesús.
Un mandamiento nuevo os doy, dice el Señor,
que os améis unos a otros, como yo os he amado.
Alabado y glorificado seas, Señor Jesús.

EVANGELIO                       Jn 13, 1-15

Dio prueba de su amor hasta el extremo.

Del santo Evangelio de nuestro Señor Jesucristo según Juan

Se acercaba la Pascua.
Jesús,
sabiendo que había llegado su hora
de pasar de este mundo al Padre,
y habiendo amado a los suyos que estaban en el mundo,
les dio una prueba de su amor hasta el extremo.

Durante la cena,
cuando el diablo ya
había inspirado a Judas Iscariote, hijo de Simón,
el plan de entregarlo,
Jesús se levantó de la mesa.
Consciente
de que el Padre le había entregado todo
y de que había salido de Dios
y volvía a Dios,
se quitó las vestiduras,
tomó un paño de lino y se ciñó con él.
A continuación, echó agua en la palangana
y comenzó a lavar los pies de los discípulos
y a secárselos con el paño con el que se había ceñido.

Así llegó a Simón Pedro,
quien, sin embargo, le dijo:
«Señor, ¿tú me vas a lavar los pies?»
Jesús le respondió:
«Lo que hago ahora no lo comprendes,
pero más tarde lo entenderás».
Entonces Pedro le dijo:
«¡Nunca jamás me lavarás los pies!»
Jesús le respondió:
«Si no te dejas lavar por mí,
no podrás ser mi compañero».
Entonces Simón Pedro le dijo:
«Señor, entonces no solo los pies,
sino también las manos y la cabeza».
Pero Jesús respondió:
«Quien se ha bañado, ya no necesita lavarse,
salvo los pies,
pues está completamente limpio.
«También vosotros estáis limpios,
aunque no todos».
Porque sabía quién le iba a entregar.
Por eso dijo:
«No todos estáis limpios».

Cuando hubo lavado sus pies,
se puso la túnica,
y volvió a sentarse a la mesa,
les dijo:
«¿Entendéis lo que os he hecho?
«Vosotros me llamáis Maestro y Señor,
y hacéis bien, porque lo soy.
Pero si yo,
el Señor y el Maestro, os he lavado los pies,
también vosotros debéis lavaros los pies unos a otros.
Os he dado ejemplo
para que hagáis como yo os he hecho».


Laudato Si

Encíclica de

EL PAPA FRANCISCO 

Sobre el cuidado de la casa común

75. No podemos apoyar una espiritualidad que olvide a Dios Todopoderoso
y Creador. De este modo, acabaríamos adorando a otros
poderes del mundo o poniéndonos en el lugar del Señor,
hasta el punto de pretender pisotear la realidad creada por Él
sin conocer límites. La mejor manera de poner al hombre en su lugar y poner fin a su pretensión de ser un
gobernante absoluto de la tierra es volver a presentar la figura de un Padre como
Creador y único gobernante del mundo, porque, de lo contrario, el hombre
tenderá a imponer sus propias leyes y sus propios intereses a la realidad.

Continuará
Todos los días a las 2 am

 

El texto bíblico de esta edición está tomado deLa Nueva Traducción de la Biblia,
©Sociedad Bíblica Neerlandesa 2004/2007.

Reflexiones extraídas de Sugerencias litúrgicas para los días de la semana y los domingos
Laudato Si. Traducción oficial al español

_____________________________________________________________________

Maundy Thursday

Commemoration of Christ’s Last Supper with his apostles and the institution of the Eucharist.

Invitation

This evening we commemorate that Jesus

May I take this opportunity to draw your attention to
the daily reading of the Gospel?

This invitation is intended to share with you the joy of the Gospel.
Everyone, without exception,
can experience that joy by opening their hearts
to the healing power of God’s word.

Available every day

Consideration

Tonight’s Eucharist is very special.
We realise even more than usual that every Eucharist
is linked to the Last Supper that Jesus celebrated.
His words and gestures concerning bread and wine
speak of his gift of life for his friends.
He washes the feet of his disciples
and makes himself a servant to all.
Let us show our gratitude in this Eucharist
for Jesus’ gift of love
and for his enduring presence in bread and wine.

FIRST READING                      Ex . 12, 1-8, 11-14

Instructions for eating the Passover lamb.

From the Book of Exodus

In those days the Lord spoke to Moses and Aaron
in Egypt, saying:

“You shall regard this month as the first month,
the first month of the year.
“Proclaim to the whole community of Israel:

“On the tenth day of this month,
every household shall select a lamb,
one lamb per household.
“If a household is too small for a lamb, then they shall,
taking into account the number of people,
share it with their nearest neighbour.
“When dividing the lamb,
account shall be taken of everyone’s appetite.
“The lamb must be without blemish,
male and a year old.
“You may take a sheep or a goat instead.
“You must keep the animals
until the fourteenth of the month.
“Then the whole assembled community of Israel must
slaughter them at twilight.
“Then you must take some of the blood and apply it
to the two doorposts and the lintel of the door
of every house where the lamb is eaten.
“That very night the meat must be eaten,
roasted over the fire.
“It must be eaten with unleavened bread
and bitter herbs.
“And this is how you are to eat the lamb:
your loins girded, your sandals on your feet
and your staff in your hand.
“You must eat it in haste
for it is the Passover to the Lord.
“This night I will pass through Egypt
and strike down every firstborn in Egypt, both man and beast.
“I will execute judgement upon all the gods of Egypt.
“But the blood on the houses shall be a sign
that you dwell there.
“When I see the blood on your houses,
I will pass over you.
“No destructive plague shall befall you when I strike Egypt.
“You shall make this day a day of remembrance,
you shall celebrate it as a feast in honour of the Lord.
“From generation to generation you shall celebrate it
as a perpetual ordinance.”

Responsorial       Ps. 116(115), 12-13, 15-16bc, 17-18

Refrains
The cup of blessing brings communion with the blood of Christ.

How can I express my thanks
for all that the Lord has given me?
I will take the cup of salvation,
and call upon the name of the Lord.

For precious in the sight of the Lord
is the death of his faithful ones.
O Lord, I am your servant,
You have loosed my bonds.

I will offer you a sacrifice of thanksgiving,
and call upon the name of the Lord.
I will fulfil my vows
before all his people.

SECOND READING                1  Cor. 11, 23-26

Whenever you eat this bread and drink this cup, you proclaim the Lord’s death.

From the first letter of Saint Paul the Apostle to the Christians of
Corinth

Brothers and sisters,

I myself received this tradition from the Lord,
which I in turn have passed on to you:
That the Lord Jesus,
on the night He was betrayed,
took bread,
and having given thanks, broke it,
and said:
“This is my body for you.
“Do this in remembrance of me.”
In the same way, after supper, He took the cup, saying:
“This cup is the new covenant in my blood.
“Do this
whenever you drink it,
in remembrance of me.”

Whenever you eat this bread and drink this cup,
you proclaim the Lord’s death
until He comes again.

Vers for the Gospel              John  13, 34

Praise and glory be to You, Lord Jesus.
A new commandment I give unto you, says the Lord,
that ye love one another, as I have loved you.
Praise and glory be to You, Lord Jesus.

GOSPEL                     John 13, 1-15

He gave proof of his love to the very end.

From the Holy Gospel of our Lord Jesus Christ according to
John

The Passover was at hand.
Jesus,
knowing that his hour had come
to pass from this world to the Father,
and having loved his own in the world,
showed them his love to the very end.

During supper,
when the devil had already
put it into the mind of Judas Iscariot, the son of Simon,
to betray Him,
Jesus rose from the table.
Aware that the Father had placed everything in His hands,
took a linen cloth and girded Himself with it.
Then He poured water into the basin
and began to wash the disciples’ feet
and to dry them with the cloth with which He was girded.

Thus He came to Simon Peter,
who, however, said to Him:
“Lord, are You going to wash my feet?”
Jesus answered him:
“You do not yet understand what I am doing,
but you will understand later.”
Then Peter said to Him:
“Never in all eternity shall You wash my feet!”
Jesus replied to him:
“If you do not let Me wash you,
you cannot be my companion.”
Then Simon Peter said to Him:
“Lord, not just my feet,
but my hands and my head as well.”
But Jesus replied:
“Whoever has bathed needs not wash again,
except for their feet,
for they are completely clean.
“You too are clean,
though not all of you.”
For He knew who was going to betray Him.
That is why He said:
“Not all of you are clean.”

When He had washed their feet,
put on His outer garments
and returned to the table,
He said to them:
“Do you understand what I have done for you?
“You call me Teacher and Lord,
and rightly so, for that is what I am.
“But if I,
the Lord and Teacher, have washed your feet,
then you ought to wash one another’s feet as well.
“I have set you an example,
so that you may do as I have done for you.”


Laudato Si

Encyclical of

POPE FRANCIS 

On Care for Our Common Home

75. We cannot support a spirituality that forgets God the Almighty and the Creator.
In this way, we would ultimately end up worshipping other powers of the world
or putting ourselves in the place of the Lord,
so that we even presume to trample upon the reality He has created without knowing any limits.
The best way to put humanity in its place and put an end to its claim to be an absolute ruler of the earth is to hold up once more the figure of a Father as Creator and sole ruler of the world, because otherwise humanity will tend to impose its own laws and interests upon reality.
To be continued
Every day at 1 am

The Bible text in this edition is taken fromThe New Bible Translation,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Reflections from Liturgical Suggestions for Weekdays and Sundays
Laudato Si Official English translation

_____________________________________________________________________

Woensdag in de Goede Week

 

Herdenken van het lijden van Jezus.
Laatste 7 dagen van de vastentijd

Uitnodiging

Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?

Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.

Iedere dag beschikbaar.

 

Overweging

Na Johannes hebben we het verraad in de versie van Matteüs. Judas wordt duidelijk geciteerd als ‘een van de twaalf’. het is een uitverkorene van de Heer, die zijn meester overlevert. Dit is doorheen heel de geschiedenis van het christendomhet groots mogelijke schandaal. Wat was het motief ? Geldzucht ?Johannes suggereert dat Judas een dief was en ook Matteüs schrijft: ”Wat wilt ge me geven als ik Hem u in handenspeel ?. Maar Judas was misschien ook ontgoocheld in een Messias die de macht niet greep en de Romeinen niet verdreef. Hoe dan ook, het feit van het verraad is er; men vindt zoiets niet uit. Wee de leerling die zijn meester verraadt.

EERSTE LEZING                   Jes. 50, 4-9a

Mijn gezicht heb ik niet afgewend van wie mij smaadden en bespuwden.

Uit de Profeet Jesaj

De Heer heeft mij gegeven
de tong van een goede leerling,
zodat ik de moedeloze toe kan spreken.
In de morgen wekt Hij mij op om te spreken,
in de morgen wekt Hij mij op om te luisteren,
zodat ik hoor wat een leerling hoort.
God de Heer heeft tot mij gesproken
en ik heb mij niet verzet,
ik ben niet teruggedeinsd.
Mijn rug bood ik aan wie mij sloegen,
mijn wangen aan wie mij de baard uitrukten
en mijn gezicht heb ik niet afgewend
van wie mij smaadden en bespuwden.
God de Heer zal mij helpen :
Daarom zal ik niet beschaamd staan.
Hij staat naast mij, mijn verdediger !
Wie durft mij aanklagen ?
Laat ons tegenover elkaar gaan staan !
Wie is mijn tegenpartij ? Hij trede op mij toe !
De Heer is mijn helper !
Wie overtuigt mij van schuld ?

TUSSENZANG         Ps. 69(68), 8-10, 21bcd-22, 31, 33-34

Verhoor mij omdat Gij barmhartig zijt, Heer,
nu is het de tijd van genade.

Om U heb ik iedere smaad verdragen,
al steeg mij het schaamrood naar het gelaat.
Een vreemdeling werd ik voor mijn verwanten,
mijn eigen broers kennen mij niet meer.
De zorg voor uw huis heeft mij uitgeteerd,
op mij kwam de hoon neer van hen die U honen.

De smaad heeft mijn hart gebroken,
ondragelijk is het geschimp.
Ik wachtte vergeefs op deernis,
op troost, maar ik vond ze niet.
Zij deden vergif in mijn voedsel,
zij lesten mijn dorst met azijn.

Gods Naam zal ik loven in mijn gezang,
Hem dankbaar overal prijzen.
Ziet toe, geringen, en weest verheugd,
schept moed, gij allen die God zoekt.
God luistert naar wat een arme Hem vraagt,
vergeet zijn gevangenen niet.

 

VERS VOOR HET EVANGELIE

Brengen wij hulde aan onze Koning,
want Hij alleen heeft barmhartigheid betoond
voor onze schuld.

 

EVANGELIE                        Mt. 26, 14-25

De Mensenzoon gaat heen, zoals van Hem geschreven staat,
maar wee de mens door wie Hij wordt overgeleverd !

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

In die tijd ging een van de twaalf,
Judas Iskariot geheten,
naar de hogepriesters en zei :
“Wat wilt ge mij geven als ik Hem u in handen speel ?”
Zij betaalden hem dertig zilverlingen uit.
En van toen af
zocht hij een gunstige gelegenheid om Hem over te leveren.
Op de eerste dag van het ongedesemde brood
kwamen de leerlingen Jezus vragen :
“Waar wilt Gij dat wij het paasmaal voor U gereed maken ?”
Hij antwoordde :
“Gaat naar de stad en zegt aan die en die :
De Meester laat weten :
Mijn uur is nabij;
bij u wil Ik met mijn leerlingen het paasmaal houden.”
De leerlingen deden zoals Jezus hun had opgedragen
en maakten het paasmaal gereed.
Toen de avond gevallen was
lag Hij met de twaalf leerlingen aan.
Onder de maaltijd sprak Hij :
“Voorwaar, Ik zeg u :
een van u zal Mij overleveren.”
Smartelijk getroffen begon de een na de ander Hem te vragen :
“Ik ben het toch niet, Heer ?”
Hij antwoordde :
“Die met Mij zijn hand in de schotel steekt
zal Mij overleveren.
“Wel gaat de Mensenzoon heen,
zoals van Hem geschreven staat,
maar wee de mens
door wie de Mensenzoon wordt overgeleverd !
“Het zou beter voor hem zijn
als hij niet geboren was, die mens !”
Judas, zijn verrader, nam ook het woord en zei :
“Ik ben het toch niet, Rabbi?”
Hij antwoordde hem :
“Gij zegt het.”

________________________________________________________

Laudato Si

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS

74. De ervaring van de ballingschap in Babylon bracht een geestelijke
crisis teweeg die tot een verdieping van het geloof in God heeft geleid. Zo
werd het volk aangespoord te midden van zijn ongelukkige situatie de
hoop te hervinden. Eeuwen later, op een ander moment van beproeving en
vervolging, toen het Romeinse Rijk een absolute heerschappij trachtte op te
leggen, vonden de gelovigen wederom troost en hoop door hun vertrouwen
in de almachtige God te vergroten, en zij zongen: “Groot en wonderbaar
zijn uw daden, Heer, God Albeheerser. Rechtvaardig en waarachtig zijn uw
wegen” (Apok. 15, 3). Als God het heelal uit het niets heeft kunnen
scheppen, kan Hij ook in deze wereld ingrijpen en iedere vorm van kwaad
overwinnen. Ongerechtigheid is dus niet onoverwinnelijk.

Wordt vervolgd
Elke dag om 7 am

 

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen en de zondagen
Laudato Si Officiële Nederlandse vertaling
_____________________________________________________________________________

Miércoles de Semana Santa

Conmemoración del sufrimiento de Jesús.
Los últimos 7 días de la Cuaresma

Invitación

¿Puedo pedirle que preste atención a…
la lectura diaria del Evangelio?

Esta invitación tiene por objeto hacerle partícipe de la alegría del Evangelio.
Todos, sin excepción,
pueden experimentar esa alegría abriendo su corazón
a la acción sanadora de la palabra de Dios.

Disponible todos los días.

Consideración

Tras Juan, tenemos la versión de la traición según Mateo. Se cita claramente a Judas como«uno de los doce». Es un elegido del Señor, quien entrega a su maestro. Esto ha sido, a lo largo de toda la historia del cristianismo, el mayor escándalo posible. ¿Cuál fue el motivo? ¿La codicia? Juan sugiere que Judas era un ladrón y también Mateo escribe:«¿Qué me daréis si os lo entrego?». Pero quizá Judas también se sintió decepcionado por un Mesías que no tomó el poder y no expulsó a los romanos. Sea como fuere, el hecho de la traición está ahí; algo así no se inventa.
¡Ay del discípulo que traiciona a su maestro!

PRIMERA LECTURA                Is. 50, 4-9a

No aparté mi rostro de quienes me insultaban y me escupían.

Del profeta Isaías

El Señor me ha dado
la lengua de un buen discípulo,
para que pueda hablar a los desanimados.
Por la mañana me despierta para hablar,
por la mañana me despierta para escuchar,
para que oiga lo que oye un discípulo.
El Señor Dios me ha hablado
y no me he resistido,
no he retrocedido.
Ofrecí mi espalda a quienes me golpeaban,
mis mejillas a quienes me arrancaban la barba
y no aparté mi rostro
de quienes me insultaban y me escupían.
El Señor Dios me ayudará:
Por eso no quedaré en vergüenza.
¡Él está a mi lado, mi defensor!
¿Quién se atreve a acusarme?
¡Enfrentémonos!
¿Quién es mi adversario? ¡Que se acerque a mí!
¡El Señor es mi ayudador!
¿Quién me condena?

INTERLUDIO                      Sal. 69(68), 8-10, 21bcd-22, 31, 33-34

Escúchame, porque eres misericordioso, Señor,
ahora es el tiempo de la gracia.

Por ti he soportado toda afrenta,
aunque el rubor de la vergüenza se me subiera a la cara.
Me he convertido en un extraño para mis parientes,
mis propios hermanos ya no me reconocen.
El cuidado de tu casa me ha consumido,
sobre mí cayó el escarnio de quienes te escarnecen.

La afrenta me ha quebrantado el corazón,
insoportables son los insultos.
Esperé en vano compasión,
consuelo, pero no los encontré.
Pusieron veneno en mi comida,
saciaron mi sed con vinagre.

Alabaré el nombre de Dios en mi canto,
le daré gracias por todas partes.
Mirad, los humildes, y alegraos,
animáos, todos los que buscáis a Dios.
Dios escucha lo que le pide el pobre,
no se olvida de sus cautivos.

VERSÍCULO ANTES DEL EVANGELIO

Rindamos homenaje a nuestro Rey,
pues solo Él ha mostrado misericordia
por nuestra culpa.

EVANGELIO                      Mt. 26, 14-25

El Hijo del Hombre se va, como está escrito de Él,
pero ¡ay del hombre por quien Él es entregado!

Del santo evangelio de nuestro Señor Jesucristo según
Mateo

En aquellos días, uno de los doce,
llamado Judas Iscariote,
se dirigió a los sumos sacerdotes y les dijo:
«¿Qué me daréis si os lo entrego?»
Le pagaron treinta piezas de plata.
Y desde entonces,
buscaba una oportunidad propicia para entregarlo.
El primer día de la fiesta de los panes sin levadura,
los discípulos se acercaron a Jesús y le preguntaron:
«¿Dónde quieres que preparemos la cena de Pascua para ti?»
Él respondió:
«Id a la ciudad y decid a tal y tal:
El Maestro os hace saber:
Mi hora se acerca;
quiero celebrar la cena de Pascua con mis discípulos en vuestra casa».
Los discípulos hicieron como Jesús les había mandado,
y prepararon la cena de Pascua.
Cuando cayó la noche,
se sentó a la mesa con los doce discípulos.
Durante la cena, dijo:
«En verdad os digo:
uno de vosotros me va a entregar».
Profundamente afligidos, uno tras otro comenzaron a preguntarle:
«¿No seré yo, Señor?»
Él respondió:
«El que mete la mano en el plato conmigo
me entregará.
«El Hijo del Hombre se va,
como está escrito de Él,
pero ¡ay de aquel
por quien el Hijo del Hombre es entregado!
«¡Sería mejor para él, ese hombre,
que no hubiera nacido!».
Judas, su traidor, también tomó la palabra y dijo:
«¿No seré yo, Rabí?».
Él le respondió:
«Tú lo dices».

________________________________________________________

Laudato Si

Encíclica de

EL PAPA FRANCISCO

74. La experiencia del exilio en Babilonia provocó una crisis espiritual
que condujo a una profundización de la fe en Dios. Así,
el pueblo fue animado a recuperar la esperanza en medio de su
desafortunada situación. Siglos más tarde, en otro momento de prueba y
persecución, cuando el Imperio Romano intentaba imponer un dominio absoluto,
los fieles encontraron de nuevo consuelo y esperanza al aumentar su confianza
en el Dios todopoderoso, y cantaban: «Grandes y maravillosas
son tus obras, Señor, Dios Todopoderoso. Justos y veraces son tus
caminos» (Ap. 15, 3). Si Dios ha podido crear el universo de la nada,
también puede intervenir en este mundo y vencer cualquier forma de mal.
La injusticia, por tanto, no es invencible.

Continuará…
Todos los días a las 2 am

 

El texto bíblico de esta edición está tomado deLa Nueva Traducción de la Biblia,
©Sociedad Bíblica Neerlandesa 2004/2007.

Reflexiones extraídas de Sugerencias litúrgicas para los días de la semana y los domingos
Laudato Si. Traducción oficial al español
_____________________________________________________________________________

Wednesday of Holy Week

Commemorating the suffering of Jesus.
The last 7 days of Lent

Invitation

May I take this opportunity to draw your attention to
the daily reading of the Gospel?

This invitation aims to share with you the joy of the Gospel. Everyone, without exception,
can experience that joy by opening their heart
to the healing power of God’s word.

Available every day.

Consideration

Following John, we have the account of the betrayal in Matthew’s version. Judas is clearly referred to as‘one of the twelve’. He is one chosen by the Lord, who betrays his master. Throughout the entire history of Christianity, this is the greatest possible scandal. What was the motive? Greed? John suggests that Judas was a thief, and Matthew also writes:‘What will you give me if I hand him over to you?’. But Judas may also have been disillusioned with a Messiah who did not seize power and did not drive out the Romans. Be that as it may, the fact of the betrayal remains; one does not simply invent such a thing. Woe to the disciple who betrays his master.

FIRST READING                      Isa. 50, 4-9a

I did not turn my face away from those who reviled me and spat upon me.

From the Prophet Isaiah

The Lord has given me
the tongue of a disciple,
so that I may speak to the faint-hearted.
In the morning he rouses me to speak,
in the morning he rouses me to listen,
so that I may hear what a disciple hears.
The Lord God has spoken to me,
and I have not resisted,
I have not turned back.
I offered my back to those who struck me,
my cheeks to those who plucked out my beard,
and I did not turn my face away
from those who reviled me and spat upon me.
The Lord God will help me:
Therefore I shall not be put to shame.
He stands by my side, my defender!
Who dares to accuse me?
Let us face one another!
Who is my adversary? Let him come forward against me!
The Lord is my helper!
Who can prove me guilty?

INTERLUDIUM                               Ps. 69(68), 8-10, 21bcd-22, 31, 33-34

Hear me, for You are merciful, Lord,
now is the time of grace.

For Your sake I have endured every insult,
though shame rose to my face.
I have become a stranger to my own kin,
my own brothers no longer recognise me.
The care of Your house has worn me out,
the scorn of those who scorn You has fallen upon me.

The insult has broken my heart,
the taunts are unbearable.
I waited in vain for compassion,
for comfort, but I found none.
They put poison in my food,
they quenched my thirst with vinegar.

I will praise God’s Name in my song,
praise Him gratefully wherever I go.
Look to me, you who are lowly, and rejoice,
take heart, all you who seek God.
God listens to what a poor man asks of Him,
He does not forget His prisoners.

VERSES BEFORE THE GOSPEL

Let us pay homage to our King,
for He alone has shown mercy
for our sins.

GOSPEL                         Mt. 26:14-25

The Son of Man is going, as it is written of Him,
but woe to the man by whom He is betrayed!

From the Holy Gospel of our Lord Jesus Christ according to
Matthew

At that time, one of the Twelve,
named Judas Iscariot,
went to the chief priests and said:
“What will you give me if I hand Him over to you?”
They paid him thirty pieces of silver.
And from that time on,
he looked for an opportunity to hand Him over.
On the first day of the Feast of Unleavened Bread,
the disciples came to Jesus and asked:
“Where do you want us to prepare the Passover meal for you?”
He replied:
“Go into the city and tell so-and-so:
The Master says:
My hour is near;
I wish to celebrate the Passover with my disciples at your house.”
The disciples did as Jesus had instructed them,
and prepared the Passover meal.
When evening had fallen,
He sat down with the twelve disciples.
During the meal He said:
“Truly, I tell you:
one of you will betray Me.”
Deeply distressed, one after another they began to ask Him:
“Surely it is not I, Lord?”
He replied:
“The one who dips his hand into the dish with Me
will betray Me.
“The Son of Man is indeed going away,
as it is written of Him,
but woe to the man
by whom the Son of Man is betrayed!
“It would be better for him, that man,
if he had never been born!”
Judas, his betrayer, also spoke up and said:
“Surely it is not I, Rabbi?”
He replied to him:
“You have said so.”

________________________________________________________

Laudato Si

Encyclical of

POPE FRANCIS

74. The experience of exile in Babylon brought about a spiritual
crisis which led to a deepening of faith in God. Thus
the people were urged, in the midst of their unfortunate situation, to
rediscover hope. Centuries later, at another time of trial and
persecution, when the Roman Empire sought to impose absolute rule,
the faithful once again found comfort and hope by strengthening their trust
in the almighty God, and they sang: “Great and marvellous
are your deeds, Lord, God Almighty. Righteous and true are your
ways” (Rev. 15:3). If God was able to create the universe out of nothing,
He can also intervene in this world and overcome every form of evil.
Injustice is therefore not invincible.

To be continued
Every day at 1 am

 

The Bible text in this edition is taken fromThe New Bible Translation,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Reflections from Liturgical Suggestions for Weekdays and Sundays
Laudato Si Official English translation
_____________________________________________________________________________

Dinsdag in de goede week

 

Laatste  dagen van de vastentijd

Uitnodiging

Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?

Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.

Elke dag ter beschikking

Overweging
Na de ontmaskering van Judas, de verrader, zegt het vierde evangelie: Judas ging terstond weg. “Het was nacht”. Dit is geen zijdelingse toevallige informatie in de zin van “het was intussen al donker geworden”. De zin is diep geladen. Judas treedt het rijk der duisternis binnen. Juist daarop vallen de woorden: ” “Nu is de Mensenzoon verheerlijkt”. Het vierde evangelie ziet lijden, dood en verrijzenis als één geheel. Jezus treedt de eindfase binnen waarin God uiteindelijk triomfeert.

 

EERSTE LEZING                     Jes. 49, 1-6

Ik maak u tot een licht voor de heidenen, zodat mijn heil tot de grenzen der aarde zal gaan.

Uit de Profeet Jesaja

Gij eilanden, luistert naar mij!

Spitst uw oren, verre volken!
Van de moederschoot af heeft de Heer mij geroepen,
mijn naam heeft Hij al genoemd van de moederschoot af.
Hij heeft van mijn mond een scherpsnijdend zwaard gemaakt
en mij beschut met de schaduw van zijn hand.
Hij heeft mij een spitse pijl gemaakt
en mij in zijn koker geborgen.
Hij heeft mij gezegd :
“Mijn dienaar zijt gij,
Israël, door wie Ik mijn glorie ga vinden.”
Maar ik zei :
“Vruchteloos heb ik gezwoegd,
mijn kracht verging in leegte en wind,
maar toch behartigt de Heer mijn recht,
en komt mijn beloning van God.”
Thans echter heeft de Heer gesproken,
die mij van de moederschoot af tot zijn dienaar gevormd heeft
om Jakob terug te brengen naar Hem
en Israël van de ondergang te redden.
Ik sta bij de Heer in ere
en mijn God is mijn sterkte.
Hij heeft mij gezegd :
“Gij zijt niet alleen mijn dienaar
om Jakobs stammen op te richten
en de gespaarden van Israël terug te brengen.
“Ik maak u nu ook tot een licht voor de heidenen,
zodat mijn heil tot de grenzen der aarde zal gaan.”

TUSSENZANG                    Ps. 71(70), 1-2, 3-4a, 5-6ab, 15, 17

Ik zal uw rechtvaardigheid prijzen.

Tot U, Heer, neem ik mijn toevlucht,
stel mij toch nimmer teleur.
Gij zijt rechtvaardig, red en bevrijd mij,
luister en kom mij te hulp.

Wees mij een vluchtoord, een veilige plaats ;
mijn rots en mij burcht zijt Gij altijd geweest.
Bevrijd mij, mijn God, uit de handen der zondaars.

Want Gij, mijn God, Gij zijt mijn verwachting,
mijn hoop zijt Gij, Heer, sinds mijn vroegste jeugd.
Vanaf de moederschoot steun ik op U,
Gij waart mijn beschermer sinds mijn geboorte.

Ik zal uw rechtvaardigheid prijzen,
uw bijstand de hele dag.
Van jongsaf heb ik het ondervonden,
en nu nog prijs ik uw daden.

 

VERS VOOR HET EVANGELIE

Brengen wij hulde aan onze Koning.
Gehoorzaam aan de Vader
werd Hij weggebracht naar het kruis,
als een argeloos lam dat naar de slachtbank wordt geleid.

 

EVANGELIE               Joh. 13, 21-33.36-38

Eén van u zal Mij overleveren. Nog eer de haan kraait zult gij Mij driemaal verloochend hebben.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd toen Jezus met zijn leerlingen aan tafel aanlag
werd Hij ontroerd en bevestigde :
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u :
Een van u zal Mij overleveren.”
De leerlingen keken elkaar aan,
in het onzekere wie Hij bedoelde.
Een van de leerlingen,
degene die door Jezus bemind werd,
lag dicht tegen Jezus aan.
Simon Petrus gaf hem een teken en vroeg hem :
“Wie bedoelt Hij?”
Toen leunde deze tegen Jezus’ borst en zei :
“Heer, wie is het?”
Jezus antwoordde :
“Hij is het
aan wie Ik het stuk brood zal geven dat Ik ga indopen.”
Na het stuk brood te hebben ingedoopt
reikte Hij het toe aan Judas Iskariot.
En toen Judas dit had aangenomen
voer de satan in hem.
Jezus zei hem :
“Wat gij te doen hebt
doe dat spoedig.”
Maar niemand van de aanliggenden
begreep waarom Hij dit tot hem zei.
Omdat Judas de beurs hield,
meenden sommigen dat Jezus hem opdroeg :
Koop wat wij voor het feest nodig hebben,
of dat hij iets aan de armen moest geven.
Toen hij het stuk brood had aangenomen
ging hij terstond weg.
Het was nacht.

Na zijn vertrek zei Jezus :
“Nu is de Mensenzoon verheerlijkt
en God is verheerlijkt in Hem.
“Als God in Hem verheerlijkt is
zal God ook Hem in zichzelf verheerlijken,
ja, Hij zal Hem spoedig verheerlijken.
“Kindertjes, nog maar kort zal Ik bij u zijn.
“Gij zult Mij zoeken, en zoals Ik tot de Joden gezegd heb :
Waar Ik heenga kunt gij niet komen,
zo zeg Ik het thans tot u.
Simon Petrus zei Hem :
“Heer, waar gaat Gij naar toe?”
Jezus gaf hem ten antwoord :
“Waar Ik heenga kunt gij Mij nu niet volgen,
later wel.”
Petrus vroeg Hem :
“Heer, waarom kan ik U niet terstond volgen?
“Mijn leven zal ik voor U geven.”
Jezus antwoordde:
“Uw leven zult gij voor Mij geven ?
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u :
Nog eer de haan kraait
zult gij Mij driemaal verloochend hebben.”


Laudato Si

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS 

Over de zorg voor het gemeenschappelijk huis

73. De geschriften van de profeten nodigen ertoe uit om op moeilijke
ogenblikken kracht te hervinden door naar de machtige God te kijken die
het heelal heeft geschapen. De oneindige macht van God leidt er niet toe
dat wij zijn vaderlijke tederheid moeten ontberen, omdat zich in Hem
genegenheid en kracht verenigen. In werkelijkheid houdt iedere gezonde
spiritualiteit tegelijkertijd in dat men de goddelijke liefde ontvangt en met
vertrouwen de Heer aanbidt om zijn oneindige macht. In de Bijbel is de
God die bevrijdt en redt, dezelfde als de God die het heelal heeft geschapen,
en deze twee wijzen van goddelijk handelen zijn nauw en onlosmakelijk
met elkaar verbonden. “Ach, God mijn Heer! Gij hebt de hemel en de
aarde gemaakt in uw grote macht, met opgestoken arm. Niets is onmogelijk
voor U […] Gij hebt uw volk, Israël, uit Egypte gevoerd met tekenen en
wonderen” (Jer. 32, 17.21). “De Heer is een God van eeuwigheid, Hij heeft
de verste hoeken der aarde geschapen. Hij wordt niet moe noch uitgeput,
zijn inzicht is niet te doorgronden. Hij geeft aan de vermoeide weer sterkte,
aan de onvermogende een overvloed van kracht” (Jes. 40, 28b-29).

Wordt vervolgd
Elke dag om 7 am

 

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen en de zondagen
Laudato Si Officiële Nederlandse vertaling

___________________________________________________________________