Vrijdag H. Franciscus van Sales, b. en krkl.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging van de hand van de h. Franciscus
‘Christus was een vriend voor alle mensen, zonder uitzondering; Allen die, waar ook ter wereld, Christus liefhebben, vormen samen één grote gemeenschap die Hem in onderlinge vriendschap wil navolgen. Vanuit de verbondenheid kunnen zij bijdragen aan de genezing van de wonden waaraan de mensheid lijdt. Het is onmogelijk om je geloof helemaal alleen te beleven. Geloof begint altijd met een ervaring van gemeenschap, met het besef dat Christus de bron is van een onbegrensde eenheid. Plaatselijke gemeenschappen, parochies, gebedsgroepen, kerken zijn bedoeld om voortdurend te groeien in vriendschap! Het moeten plaatsen worden waar men elkaar een warm welkom geeft en elkaar ondersteunt, met aandacht voor kleine en zwakke mensen, voor vreemdelingen en voor hen die onze idealen niet delen’. (Frère Aloïs, Taizé 2014)

EERSTE  LEZING              I Sam. 24, 3-21
De Heer beware mij ervoor dat ik de hand zou slaan
aan hem die zijn gezalfde is.

Uit het eerste Boek Samuël

In die dagen koos Saul
drieduizend uitgelezen manschappen uit heel Israël
en hij ging op zoek naar David en zijn mannen,
ten oosten van de steenbokrotsen.
Op zijn weg kwam hij bij de schaapskooien.
Daar is een spelonk
en Saul ging die binnen om zich af te zonderen.
Maar achter in die spelonk zaten David en zijn mannen !
De mannen zeiden tot David :
“Dit is het ogenblik dat de Heer bedoelde toen Hij u zei :
Ik lever uw vijand aan u over.
“Doe met hem wat gij wilt.”
Toen stond David op en zonder dat Saul iets merkte
sneed hij een slip van diens mantel af.
Zijn hart bonsde
omdat hij de slip van Sauls mantel had afgesneden.
daarop zei hij tot zijn mannen :
“De Heer beware mij ervoor
dat ik mij zou vergrijpen aan mijn heer, de gezalfde van God,
dat ik de hand zou slaan aan hem
die de gezalfde van de Heer is.”
Met deze woorden hield David zijn mannen in bedwang
en liet niet toe dat zij zich op Saul wierpen.
Intussen was Saul opgestaan ;
hij verliet de spelonk om zijn weg te vervolgen.
Toen ging ook David de spelonk uit en riep Saul na :
“Mijn Heer en koning !”
Saul keek om en David boog zich neer tot op de grond
om hem zijn hulde te betuigen.
Hij zei tot Saul :
“Waarom luistert u toch naar de praatjes van de mensen
als zou David uw ongeluk willen ?
“U ziet nu met uw eigen ogen
dat de Heer u in de spelonk aan mij had overgeleverd.
“Ze wilden u doden,
maar ik heb u gespaard en gezegd :
Ik vergrijp mij niet aan mijn heer,
want hij is de gezalfde van God.
“Kijk, mijn vader,
kijk naar de slip van uw mantel die ik in mijn hand heb.
“Dat ik de slip van uw mantel heb kunnen afsnijden
en u niet heb gedood
moet voor u toch een duidelijk bewijs zijn
dat ik geen boze of opstandige bedoelingen heb.
“Ik heb niets tegen u misdaan
en toch hebt u het op mijn leven gemunt.
“De Heer moge oordelen,
wie van ons beiden in zijn recht staat,
en de Heer moge mij wreken op u :
ik zal niet de hand aan u slaan.
“Het oude spreekwoord zegt :
Van boosheid gaat boosheid uit.
“Ik zal niet de hand aan u slaan.
“Tegen wie trekt de koning van Israël eigenlijk uit?
“Achter wie zit u eigenlijk aan ?
“Het gaat toch maar om een dode hond of een vlo!
“De Heer zal rechter zijn en oordelen,
wie van ons beiden in zijn recht staat ;
Hij moge toezien, mijn zaak verdedigen
en mij recht verschaffen tegen u.”
Toen David dit gezegd had, riep Saul :
“Is dat jouw stem, mijn zoon David ?”
En Saul begon luid te schreien.
En hij zei tot David :
“Gij zijt rechtschapen, ik niet,
want terwijl ik u kwaad doe, behandelt gij me goed.
“Vandaag hebt gij getoond dat ge het goed met mij voorhebt.
“De Heer had mij aan u overgeleverd
en toch hebt ge me niet gedood.
“Wie laat ooit zijn vijand ongedeerd heengaan,
als hij hem in handen krijgt ?
“De Heer zal u belonen
om hetgeen ge vandaag voor mij gedaan hebt.
“Nu weet ik dat gij koning wordt
en dat de koninklijke macht over Israël
in uw handen zal blijven.”

TUSSENZANG               Ps. 57(56), 2, 3-4, 6, 11

Wees mij genadig, god, wees mij genadig.

Wees mij genadig, God, wees mij genadig,
bij U zoek ik mijn heil.
Ik houd mij schuil onder uw vleugels
totdat het onheil wijkt.

Ik roep tot God, de Allerhoogste,
tot God, die voor mij zorgt ;
dat Hij mij redding zendt vanuit de hemel
en mijn vervolgers smadelijk verjaagt.

Vertoon U in den hoge, God, in majesteit,
uw glorie strale over heel de aarde.
Omdat uw medelijden wijd is als de hemel,
uw troon tot aan de wolken reikt.

ALLELUIA              Ps. 119(118), 18

Alleluia.
Ontsluit mijn ogen om te aanschouwen, Heer,
de heerlijkheid van uw wet.
Alleluia.

EVANGELIE             Mc. 3, 13-19
Jezus riep tot zich die Hij zelf wilde ; en zij kwamen bij hem.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd ging Jezus de berg op
en riep tot zich die Hij zelf wilde ;
en zij kwamen bij Hem.
Hij stelde er twaalf aan om Hem te vergezellen
en door Hem uitgezonden te worden om te prediken,
met de macht de duivels uit te drijven.
Hij wees dus deze twaalf aan ;
Simon, die Hij de naam Petrus gaf ;
verder Jakobus, de zoon van Zebedeüs
en Johannes, de broer van Jakobus,
aan wie Hij de naam Boanérges gaf, wat betekent :
zonen van de donder ;
vervolgens Andreas, Filippus, Bartolomeüs, Matteüs,
Tomas, Jakobus, de zoon van Alfeüs,
Taddeüs, Simon de IJveraar
en Judas Iskariot, die Hem overgeleverd heeft.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Donderdag – Tweede week door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging in het kader van deze gebedsweek
‘Al biddend dringt tot me door dat ik met God verbonden ben, door Hem bemind, in zijn handen, ook als ik op duisternis en weerstand bots. Onthutsend is deze liefde,een bijna niets, een ragfijn draadje door de duisternis. En ik weet dat het mij kan ontglippen als ik dat ene uur verzuim dat mij werd gevraagd te waken ‘om niet in bekoring te vallen’. Daarom geloof ik samen met heel wat spirituele meesters uit andere religieuze tradities van de mensheid dat we moeten volharden in het gebed. Ik moet bidden zonder iets terug te verwachten.’
(Broeder Christian de Chergé, L’invincible espérance)

EERSTE  LEZING                               I Sam 18, 6-9; 19, 1-7

Mijn vader Saul wil je doden.

Uit het eerste Boek Samuël

Toen David in die dagen
terugkeerde van zijn overwinning op de Filistijn,
trokken de vrouwen uit alle steden van Israël
koning Saul zingend en dansend tegemoet,
met tamboerijnen, vreugdeliederen en triangels.
De dansende vrouwen hieven een beurtzang aan en zongen :
“Bij duizenden sloeg Saul ze neer,
maar David bij tienduizenden !”
Saul was zeer ontstemd
en ergerde zich hevig aan die woorden ; hij zei :
“Aan David geven zij tienduizenden, aan mij duizenden ;
alleen het koningschap ontbreekt hem nog maar !”
Vanaf dat ogenblik bekeek Saul David met afgunst !”
Hij deelde zijn zoon Jonatan en al zijn hovelingen mee
dat hij David wilde doden.
Daarop liet Jonatan weten
aan David, die hij bijzonder genegen was :
“Mijn vader Saul wil je doden.
“Wees morgenochtend op je hoede ;
zoek een schuilplaats en houd je verborgen.
“Ik ga dan de stad uit
en kom met mijn vader in jouw nabijheid staan.
“Dan spreek ik met mijn vader over jou
en wat ik te horen krijg laat ik je weten.”
Jonatan pleitte dus voor David bij zijn vader Saul
en zei tot hem :
“Laat de koning zich niet vergrijpen aan zijn dienaar David.
“Hij heeft niets tegen u misdaan.
“Integendeel, wat hij gedaan heeft
is u zeer voordelig geweest.
“Hij heeft zijn leven op het spel gezet ;
hij heeft de Filistijnen verslagen
en de Heer heeft Israël een grote overwinning geschonken.
“Gij hebt het gezien en u erover verheugd.
“Waarom zoudt u zich dan vergrijpen
aan onschuldig bloed en David zonder enige reden doden?”
Saul luisterde naar Jonatan en zwoer :
“Zowaar de Heer leeft, David wordt niet gedood !”
Toen riep Jonatan David
en vertelde hem alles wat er gezegd was.
Hij bracht David bij Saul
en David diende Saul opnieuw zoals voorheen.

TUSSENZANG                        Ps. 56(55), 2-3, 9-10, 11, 12-13

Op de Heer vertrouw ik zonder vrees.

Wees genadig, God, nu mensen mij vertrappen,
steeds bestoken en benadelen zij mij.
Mijn bestrijders kwellen mij voortdurend,
vallen op mij aan met man en macht.

Heel mijn zwerversleven kent Gij,
al mijn tranen hebt Gij opgevangen in uw kruik.
Maar mijn vijand wijkt als ik U aanroep,
ja, ik weet het, God verlaat mij niet !

Op de Heer en zijn belofte,
op de Heer vertrouw ik zonder vrees ;
hoe zou dan een mens mij deren ?

Wat ik U beloofd heb, God, zal ik volbrengen,
U breng ik het offer van mijn lof.

Want door U ben ik de dood ontkomen,
Gij behoedt mijn voeten voor de val.
Daardoor kan ik voortgaan voor Gods Aanschijn
in het licht dat alle levenden verlicht.

ALLELUIA                         Ps. 119(118), 27

Alleluia.
Leid mij op de weg van uw bevelen, Heer,
dan zal ik uw daden indachtig zijn.
Alleluia.

EVANGELIE                             Mc. 3, 7-12

De onreine geesten schreeuwden : Gij zijt de zoon van God.
Maar Hij verbood hun nadrukkelijk Hem bekend te maken.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd trok Jezus met zijn leerlingen weg
in de richting van het meer,
maar een grote volksmenigte uit Galilea ging Hem achterna.
Er kwamen ook veel mensen uit Judea, Jeruzalem, en Iduméa,
uit het Overjordaanse
en uit de streek rond Tyrus en Sidon tot Hem,
omdat ze hoorden wat Hij allemaal deed.
Hij droeg zijn leerlingen op
te zorgen dat er een bootje voor Hem bij de hand was,
als voorzorg tegen het opdringen van de menigte.
Want Hij had er al velen genezen,
met het gevolg dat allen die aan kwalen leden
op Hem aandrongen om Hem aan te raken.
Zelfs de onreine geesten vielen
als zij Hem zagen,
voor Hem neer en schreeuwden :
“Gij zijt de Zoon van God.”
Maar Hij verbood hun nadrukkelijk Hem bekend te maken.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Woensdag H. Vincentius, diaken en mrt.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging in het kader van deze gebedsweek
In Christus is Gods liefde op aarde verschenen: nooit zal Hij zijn liefde weigeren. hij overschrijdt alle grenzen, overstijgt alle verschillen. De kleinsten krijgen zijn aandacht. Uitgestoten of veracht, ziek en arm, klein en onaanzienlijk, bang en nederig: allen zal Hij helen en een nieuwe plaats geven onder mensen. daarom zetten ook wij ons in voor het doorbreken van gesloten kringen, en worden wij geroepen om dragers te worden van Gods liefde. Want ‘is het niet eerder geoorloofd te redden dan te doden’?

EERSTE  LEZING                                                        I 1 1 Sam. 17, 32-33.37.40-51
Met slinger en steen was David sterker dan de Filistijn.

Uit het eerste Boek Samuël

In die dagen,
werd David bij Saul gebracht, en hij zei :
“Laat niemand de moed verliezen vanwege die Filistijn ;
uw dienaar zal met hem gaan vechten.
Saul zei tot David :
“Jij kunt toch niet met die Filistijn gaan vechten !
“Je bent nog maar een knaap
en hij is een vechtersbaas, vanaf zijn jonge jaren.”
Maar David zei :
“De Heer, die mij gered heeft
uit de klauwen van leeuwen en beren,
Hij zal mij ook redden uit de handen van die Filistijn.”
Daarop zei Saul tot David :
“Ga dan, en moge de Heer met je zijn.”

David nam zijn stok in de hand,
zocht in de beek vijf gladde stenen uit,
deed ze in zijn herderstas, de tas voor de slingerstenen,
en ging met zijn slinger in de hand op de Filistijn af.
Daar kwam de Filistijn aan, voorafgegaan door zijn schildknaap ;
steeds dichter naderde hij David.
Maar toen hij David in het oog had gekregen
en hem goed had bekeken,
begon hij hem te honen,
omdat David nog maar een jongen was,
rossig en prettig van voorkomen.
Hij riep David toe :
“Ben ik soms een hond,
dat je met een stok op me afkomt ?”
En hij begon David bij zijn goden te vervloeken.
“Kom maar eens hier, riep hij hem toe,
dan zal ik je vlees te vreten geven
aan de vogels in de lucht en aan de dieren op het veld.”
Maar David zei tot de Filistijn :
“Gij komt op mij af met zwaard en werpspies,
maar ik kom op u af
met de naam van de Heer van de legermachten,
die gij hebt getart.
“Vandaag zal de Heer u aan mij overleveren ;
ik zal u neervellen, uw hoofd van uw romp scheiden
en vandaag nog de lijken van de Filistijnen te vreten geven
aan de vogels in de lucht en de dieren op het veld.
“Heel de aarde zal weten dat Israël een God heeft.
“Heel deze menigte zal weten
dat de Heer geen redding brengt door zwaard of lans.
“Want de Heer beslist over de strijd
en Hij zal u aan ons overleveren.”
Toen de Filistijn tot de aanval overging,
rende David op de gelederen af, de Filistijn tegemoet.
Hij deed een greep in zijn tas,
nam er een steen uit, slingerde die naar de Filistijn
en trof hem tegen het voorhoofd.
De steen drong in het hoofd
en de Filistijn viel voorover op de grond.
Zo was David met zijn slinger en steen
sterker dan de Filistijn ;
hij trof hem dodelijk zonder een zwaard te gebruiken;
Nu rende David op de Filistijn toe;
hij ging bij hem staan,
trok het zwaard van de Filistijn uit de schede,
hieuw hem het hoofd van de romp en doodde hem.
Toen de Filistijnen zagen dat hun held dood was,
sloegen ze op de vlucht.

Tussenzang                                                            Ps. 144(143), 1, 2, 9-10

Verheerlijken wil ik de Heer, mijn rots !

Verheerlijken wil ik de Heer, mijn rots,
Hij maakte mijn armen sterk in de strijd,
mijn handen bekwaam in het vechten.

Mijn steun en mijn burcht, mijn beschermer en redder,
mijn schild en mijn toevlucht, die volken bedwingt.

Dan zing ik voor U een nieuw lied, mijn God,
dan speel ik voor U op de lier.
Voor U die aan koningen zegepraal schenkt,
die David, uw dienaar, gered hebt.

ALLELUIA                  Ps. 145(144), 13cd

Alleluia.
Waarachtig is God in al zijn woorden
en heilig in al wat Hij doet.
Alleluia.

EVANGELIE           Mc.  3, 1-6
Is het niet eerder geoorloofd op sabbat iemand te redden
dan te doden ?

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd ging Jezus naar de synagoge
waar een man aanwezig was met een verschrompelde hand.
De Farizeeën hielden Jezus in het oog
om te zien of Hij die man op sabbat zou genezen,
met de bedoeling Hem daarvan te beschuldigen.
Jezus zei nu tot de man met de verschrompelde hand :
“Kom in het midden staan.”
Daarop stelde Hij hun de vraag :
“Is het niet eerder geoorloofd op sabbat goed te doen dan kwaad,
iemand te redden dan te doden ?”
Maar zij zwegen.
Toen liet Hij toornig,
maar tegelijkertijd bedroefd om de verstoktheid van hun hart
zijn blik rondgaan
en zei tot de man :
“Steek uw hand uit
en deze was weer gezond.
De Farizeeën gingen naar buiten
en aanstonds smeedden zij met de Herodianen plannen
om Jezus uit de weg te ruimen.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Dinsdag tweede week door het jaar H. Agnes, mgd. en mrt.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
God heeft mensen nodig. Hij roept ze tot zijn dienst, maar Hij hanteert daarbij andere criteria dan wij, voor Hem telt niet het uiterlijke vertoon: Hij kijkt naar het hart. Hij heeft David geroepen en gezalfd en de Geest kwam over hem. Ook Jezus zal verklaren: ‘De Geest des Heren is over Mij gekomen omdat Hij Mij gezalfd heeft. Hij heeft Mij gezonden’. In elke eucharistie zendt God zijn Geest over ons opdat wij één zouden zijn, in liefde verbonden met elkaar.

EERSTE  LEZING           I Sam. 16, 1-13
Samuël zalfde David te midden van zijn broers.
Sedert die dag was de geest des Heren vaardig over David.

Uit het eerste Boek Samuël

In die dagen sprak de Heer tot Samuël :
“Hoe lang zult gij nog treuren over Saul,
terwijl Ik hem heb verworpen
en hij geen koning meer zal zijn over Israël ?
“Vul een hoorn met olie :
Ik zend u naar Isaï de Betlehemiet,
want een van zijn zonen
heb ik voor het koningschap bestemd.”
Maar Samuël zei :
“Hoe kan ik dat doen ?
“Als Saul het hoort, vermoordt hij mij.”
De Heer antwoordde :
“Gij neemt een kalf mee en zegt
dat ge komt om aan de Heer te offeren.
“Gij moet Isaï bij het offer uitnodigen
en ik zal u dan wel te kennen geven
wat ge doen moet ;
degene die Ik aanwijs moet ge zalven.”
Samuël deed wat de Heer bevolen had.
Toen hij in Betlehem kwam,
liepen de oudsten van de stad
hem ontsteld tegemoet en vroegen :
“Uw komst betekent toch niets kwaads ?”
Hij antwoordde :
“Niets dan goeds.
” Ik ben gekomen om aan de Heer te offeren :
zorgt dat gij heilig zijt
en komt dan met mij ten offer.”
Samuël droeg er zorg voor
dat Isaï en zijn zonen zich heiligden
en riep hen bijeen voor het offer.
Toen zij aankwamen viel Samuëls blik op Eliab en hij dacht :
Die daar voor de Heer staat
is ongetwijfeld zijn gezalfde !
Maar de Heer zei tot Samuël :
“Ga niet af op zijn voorkomen
of zijn rijzige gestalte; hem wil ik niet.
“Want God ziet niet zoals een mens ziet ;
een mens kijkt naar het uiterlijk,
maar de Heer naar het hart.”
Toen riep Isaï Abinadab
en stelde hem aan Samuël voor, maar Samuël zei :
“Ook hem heeft de Heer niet uitverkoren.”
Zo stelde Isaï zeven van zijn zonen aan Samuël voor,
maar Samuël zei tot Isaï :
“Geen van hen heeft de Heer uitverkoren.”
Daaropvroeg hij aan Isaï :
“Zijn dat al uw jongens ?”
Hij antwoordde :
“Alleen de jongste ontbreekt ; die hoedt de schapen.”
Toen zei Samuël tot Isaï :
“Laat die dan halen
want we gaan niet aan tafel voordat hij hier is.”
Isaï liet hem dus halen.
De jongen was rossig, had mooie ogen en een prettig voorkomen.
Nu zei de Heer :
“Hem moet gij zalven :hij is het.”
Samuël nam dus de hoorn met olie
en zalfde David te midden van zijn broers.
Sedert die dag was de geest van de Heer vaardig over David.
Daarna vertrok Samuël en ging naar Rama.

TUSSENZANG     Ps. 89(88), 20, 21-22, 27-28

Mijn dienaar David heb ik opgezocht.

Eertijds zijt Gij aan uw profeet verschenen
en hebt Gij uw besluit geopenbaard :
Een sterke man heb Ik de troon geschonken,
een uitverkorene genomen uit het volk.

Mijn dienaar David heb ik opgezocht
en hem gezalfd met mijn gewijde olie ;
als teken dat mijn hand hem steeds zal steunen
en dat mijn arm hem kracht verlenen zal.

Hij zal Mij aanroepen : Gij zijt mijn Vader,
mijn God, de steenrots van mijn heil.
Ik wijs hem aan als eerstgeborene,
als hoogste van de koningen der aarde.

ALLELUIA                Ps. 119(118), 27

Alleluia.
Leid mij op de weg van uw bevelen, Heer,
dan zal ik uw daden indachtig zijn.
Alleluia.

EVANGELIE       Mc 2, 23-28
De sabbat is gemaakt om de mens maar niet de mens om de sabbat.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

Eens ging Jezus op een sabbat door de korenvelden
en zijn leerlingen begonnen onder het gaan aren te plukken.
De Farizeeën zeiden tot Hem :
“Waarom doen ze op sabbat iets wat niet geoorloofd is ?”
Hij gaf hun ten antwoord :
“Hebt gij nooit gelezen wat David deed, toen hij gebrek had
en hij en zijn metgezellen honger kregen ?
“Hoe hij onder de hogepriester Abjatar
het huis van God binnenging
en van de toonbroden at, die alleen de priesters mogen eten,
en hoe hij er ook van gaf aan zijn metgezellen?”
En Hij voegde er aan toe :
“De sabbat is gemaakt om de mens
maar niet de mens om de sabbat.
De Mensenzoon is dus Heer, ook van de sabbat.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Maandag-H. Fabianus, paus en mrt.-H. Sebastianus, mrt.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
De diepe vreugde van God in ons midden te weten wordt wel eens verduisterd door halsstarrig vasthouden aan offers en rituelen. Dat is altijd zo geweest, tot op vandaag. Met Jezus is iets nieuw begonnen. Zijn komst wil enkel vreugde brengen aan de mensen die hun hart openstellen voor zijn aanwezigheid en zijn boodschap. Wie offers brengt van lof, die eert Mij waarlijk, Wie rechte wegen gaat, die vindt het heil van God, klinkt het in de psalm.

EERSTE  LEZING                     I Sam. 15, 16-23
Gehoorzamen is beter dan offeren.
De Heer heeft u verworpen en gij zult geen koning meer zijn.

Uit het eerste Boek Samuël

In die dagen zei Samuël tot Saul :
“Ik zal u verkondigen
wat de Heer mij deze nacht gezegd heeft.”
Saul antwoordde : “Spreek.”
Samuël zei :
“Gij kunt uzelf wel onbelangrijk achten,
maar toch zijt gij het hoofd van de stammen van Israël,
want de Heer heeft u tot koning over Israël gezalfd.
“De Heer heeft u uitgezonden met de opdracht :
Trek op tegen de Amalekieten,
voltrek de ban aan die zondaars en strijd tegen hen
tot gij ze hebt uitgeroeid.
“Waarom hebt gij dan niet naar de Heer geluisterd,
maar u op de buit geworpen
en gedaan wat de Heer mishaagt?”
Toen zei Saul tot Samuël :
“Maar ik heb toch naar de Heer geluisterd
en ik ben toch gegaan waar de Heer mij zond ;
ik heb Agag, de koning van Amalek, meegebracht
en aan de Amalekieten de ban voltrokken.
“Het volk heeft uit de buit schapen en runderen genomen,
het beste van wat onder de banvloek lag,
om in Gilgal offers te brengen aan de Heer uw God.”
Maar Samuël sprak :
“Zouden brand- en slachtoffers de Heer even lief zijn
als gehoorzaamheid aan zijn woord ?
“Neen, gehoorzamen is beter dan offeren,
volgzaamheid meer waard dan het vet van bokken.
“Weerspannigheid staat gelijk met de zonde van toverij,
ongezeglijkheid met afgodendienst.
“Omdat gij het woord van de Heer verworpen hebt,
heeft de Heer u verworpen
en zult gij geen koning meer zijn.

TUSSENZANG         Ps. 50(49), 8-9, 16bc-17, 21, 23

Wie rechte wegen gaat, die vindt het heil van God.

Ik maak u over offers geen verwijt :
uw offerdieren zie Ik aldoor branden.
Ik wil geen stier meer hebben uit uw huizen
en rammen uit uw schaapskooi vraag Ik niet.

Maar tot de zondaar zegt de Heer :
wat spreekt ge aldoor over mijn geboden
en hebt ge mijn verbond steeds op de tong ?
Gij die van tucht een afkeer hebt
en nimmer acht slaat op mijn woorden.

Zou Ik dan zwijgen als gij zoiets doet ?
Of meent ge soms dat Ik aan u gelijk ben ?
Ik klaag u aan. Ik leg u alles voor.

Wie offers brengt van lof, die eert Mij waarlijk,
wie rechte wegen gaat, die vindt het heil van God.

ALLELUIA              Ps. 111(110), 8ab

Alleluia.
Het werk van de Heer is goed en betrouwbaar,
al wat Hij besluit staat onwrikbaar vast.
Alleluia.

EVANGELIE          Mc. 2, 18-22
Kunnen de vrienden van de bruidegom vasten
zolang de bruidegom bij hen is ?

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

Toen de leerlingen van Johannes en de Farizeeën
eens een vastendag hielden, kwam men Jezus vragen :
“Waarom vasten
de leerlingen van Johannes en die van de Farizeeën wel,
maar uw leerlingen niet ?”
Jezus sprak tot hen :
“Kunnen dan de vrienden van de bruidegom vasten
zolang de bruidegom bij hen is ?
“Zolang zij de bruidegom in hun midden hebben
kunnen ze niet vasten.
“Er zullen echter dagen komen
dat de bruidegom van hen is weggenomen en dan,
in die tijd, zullen ze vasten.
“Niemand naait een verstellap van ongekrompen stof
op een oud kleed.
“Anders trekt het ingezette stuk eraan,
het nieuwe stuk aan het oude,
en de scheur wordt nog groter.
“En niemand doet jonge wijn in oude zakken ;
anders doet de wijn de zakken bersten
en de wijn gaat verloren met de zakken.
“Neen, jonge wijn in nieuwe zakken.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Tweede zondag door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord

Al in de tijd van de profeet Jesaja
verwachtte het volk Israël
dat God hen ‘licht’ zou zenden,
een dienaar die hen terug zou brengen tot God.
Johannes herkent in Jezus dat licht,
hij noemt Hem:
het ‘Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt’
en zo de innige band van God met zijn volk herstelt en bekrachtigt.
Jezus Christus laat inderdaad licht schijnen,
tot in de diepste duisternis van kwaad en dood.
Hij brengt mensen vanuit de verstrooiing tot eenheid.
richten wij ons samen naar dat licht,
en laten wij ons erdoor aansteken.

EERSTE  LEZING                                                         Jes. 49, 3.5-6

Ik maak u tot een licht voor de heidenen, zodat mijn heil tot de grenzen der aarde zal gaan.

Uit de profeet Jesaja

De Heer had mij gezegd:
“Mijn dienaar zijt gij,
Israël, door wie Ik mijn glorie ga vinden.”

Van de moederschoot af had Hij mij tot zijn dienaar gevormd
om Jakob terug te brengen naar Hem
en Israël van de ondergang te redden.
Ik sta bij de Heer in ere
en mijn God is mijn sterkte.

Thans echter heeft Hij gezegd:
“Gij zijt niet alleen mijn dienaar
om Jakobs stammen op te richten
en de rest van Israël terug te brengen.
“Ik maak u nu ook tot een licht voor de heidenen,
zodat mijn heil tot de grenzen der aarde zal gaan.”

Antwoordpsalm           Ps. 40(39), 2 en 4ab, 7-8a, 8b-9, 10

Keervers
Zie ik kom, Heer, om uw wil te doen.

Met groot vertrouwen heb ik op de Heer gehoopt
en Hij sloeg acht op mij.
Hij legde in mijn mond een nieuw gezang,
een lied voor onze God.

Gij hebt geen offer of geschenk gewild,
Gij hebt mijn oor geopend.
Gij vraagt geen brandoffer, geen zoenoffer van mij,
dus zei ik:”Ja, ik kom!”

Want in de boekrol staat van mij geschreven
dat ik uw wil volbreng.
Mijn God, dat is het wat ik wil,
uw wet staat in mijn hart geschreven.

Aan velen heb ik uw rechtvaardigheid bekend gemaakt,
ik hield mijn lippen niet gesloten, Heer, Gij weet het.

TWEEDE  LEZING                                                      I Kor. 1, 1-3

Genade en vrede voor u vanwege God onze Vader en de Heer Jezus Christus.

Begin van de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Van Paulus,
door Gods wil geroepen tot apostel van Christus Jezus,
en van onze broeder Sostenes
aan de Kerk Gods te Korinte,
aan hen die, geheiligd in Christus Jezus,
tot een heilig leven zijn bestemd,
samen met allen
die allerwegen de naam aanroepen van Jezus Christus,
hun Heer en de onze.

Genade en vrede voor u
vanwege God onze Vader en de Heer Jezus Christus!

Vers voor het evangelie          Joh. 1, 14a.12b

Alleluia.
Het woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.
Aan allen die Hem aanvaardden,
gaf Hij het vermogen om kinderen van God te worden.

EVANGELIE               Joh.1, 29-34

Zie, het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd
zag Johannes de Doper Jezus naar zich toe komen
en zei:
“Zie, het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt.
“Deze is het van wie ik zei:
Achter mij komt een man die voor mij is,
want Hij was eerder dan ik.
“Ook ik kende Hem niet
maar opdat Hij aan Israël geopenbaard zou worden,
daarom kwam ik met water dopen.”

Verder getuigde Johannes:
“Ik heb de Geest als een duif uit de hemel zien neerdalen
en Hij bleef op Hem rusten.
“Ook ik kende Hem niet,
maar die mij gezonden had om met water te dopen,
Hij had tot mij gesproken:
Op wie gij de Geest zult zien neerdalen en blijven rusten,
Hij is het die doopt met de heilige Geest.

“Ik heb het zelf gezien en ik heb getuigd:
Deze is de Zoon van God.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Openingswoord uit Liturgische suggesties bij de zondagse eucharistieviering

Zaterdag – Eerste week door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
God spreekt zijn Woord niet alleen in de tijd, maar telkens opnieuw, vandaag, nu. Het stelt ons voor een beslissing. Het daagt ons uit. Het dringt door tot in de diepste schuilhoeken van wie wij zijn. ‘De geroepene verlaat alles wat hij heeft, niet om daarmee iets bijzonder waardevols te doen, maar eenvoudig ter wille van de oproep, omdat hij anders niet achter Jezus aan kan gaan. De oproep tot navolging van Jezus is gebondenheid aan de persoon van Jezus Christus alleen’. Luisteren wij? Wanneer verzetten wij ons tegen onze roeping? Wat doen wij ermee vandaag? De antwoordpsalm inspireert ons: “Laat ons spreken en denken voor U aanvaardbaar zijn, Heer”.

EERSTE LEZING           I Sam. 9, 1-4.17-19; 10, 1a

Dit is de man over wie de Heer gesproken heeft.
Saul zal heersen over zijn volk.

Uit het eerste Boek Samuël

In Benjamin leefde een man :
zijn naam was Kis, de zoon van Abiël,
de zoon van Seror, de zoon van Bekorat,
de zoon van Afiach, een Benjaminiet ;
hij was een vermogend man.
Die man had een jonge zoon, Saul geheten,
flink van lijf en leden ;
geen Israëliet kon met hem vergeleken worden :
met kop en schouders stak hij boven allen uit.
Eens, toen de ezelinnen van Kis, de vader van Saul,
waren weggelopen, zei Kis tot zijn zoon :
“Ga met een knecht de ezelinnen zoeken.”
Saul trok door het bergland van Efraïm
en door het land van Salisa
zonder de ezelinnen te vinden.
Vervolgens trokken zij door het land van Saälim
en door dat van Jemini,
maar ook daar vonden zij de dieren niet.

Toen Samuël Saul zag aankomen, gaf de Heer hem te kennen :
“Dit is de man over wie Ik u gesproken heb.
“Hij zal heersen over mijn volk.”
In de poort trad Saul op Samuël toe en zei :
“Wilt u zo vriendelijk zijn,
mij het huis van de ziener te wijzen ?”
Samuël gaf Saul ten antwoord :
“Ik ben de ziener. Ga voor mij uit naar de hoogte ;
vandaag gaat gij met mij eten
en morgenvroeg zal ik u uitgeleide doen.
“Ik zal u vertellen wat u op het hart ligt.”

Toen nam Samuël een kruikje olie
en goot dat uit over het hoofd van Saul.
Hij kuste hem en zei :
“U heeft de Heer gezalfd tot vorst van zijn volk Israël.
“Gij zult heersen over het volk van de Heer :
gij moet het verlossen uit de handen van zijn vijanden rondom.”

TUSSENZANG             Ps. 21(20), 2-3, 4-5, 6-7

Uw macht, Heer, geeft de koning vertrouwen.

Uw macht, Heer, geeft de koning vertrouwen,
Uw bijstand maakt hem onzegbaar verheugd.
De wens van zijn hart hebt Gij altijd bewilligd,
de vraag van zijn lippen wijst Gij niet af.

Gij hebt hem bedacht met uw rijkste zegen,
zijn hoofd gekroond met een gouden kroon.
Hij vroeg U om leven ; hij heeft het gekregen,
lengte van dagen tot honderd jaar.

Groot is zijn aanzien dank zij uw bijstand,
met luister en pracht overlaadt Gij hem.
Gij hebt hem gemaakt tot een zegen voor ieder,
de glans van uw Aanschijn brengt hem geluk.

ALLELUIA                  Ps. 95(94), 8ab

Alleluia.
Luistert heden naar de stem van de Heer
en weest niet halsstarrig.
Alleluia.

EVANGELIE                     Mc. 2, 13-17

Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen
maar om zondaars te roepen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

Eens ging Jezus naar de oever van het meer.
Al het volk kwam naar Hem toe en Hij onderrichtte hen.
In het voorbijgaan zag Hij Levi,
de zoon van Alfeüs, aan het tolhuis zitten en sprak tot hem :
“Volg Mij.”
De man stond op en volgde Hem.

terwijl Jezus eens in de woning van Levi te gast was
lag met Hem en zijn leerlingen
ook een groot aantal tollenaars en zondaars aan,
want er waren velen die Hem volgden.
De farizeese schriftgeleerden zagen
dat Hij at met zondaars en tollenaars,
en zij zeiden tot zijn leerlingen :
“Hoe kan Hij eten en drinken met tollenaars en zondaars?”
Jezus hoorde dit en antwoordde hun :
“Niet de gezonden hebben een dokter nodig maar de zieken.
“Ik ben niet gekomen omrechtvaardigen
maar om zondaars te roepen.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Vrijdag – H. Antonius, abt

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
De gedachte van psalm 95 wordt voortgezet in de lezing. Hier wordt het beeld gebruikt van God, die na zes dagen werk, rustte van zijn werk. Tot die sabbatrust bij God worden wij uitgenodigd: we ontdekken deze rust wanneer we luisteren naar zijn Woord en ons eraan overgeven. Het ‘rusten in God’ heeft niets te maken met ‘niets-doen’, evenmin met verveling, passiviteit of gewoon luiheid. Het heeft integendeel alles weg van een intens leven, van bruisend van leven door de dagen gaan, van zich uitermate bewust worden dat men er is, dat men bestaat. Wat kan ik doen om die intense rust op te roepen en vast te houden?

EERSTE LEZING               I Sam. 8, 4-7.10-22a

Gij zult bij de Heer uw nood klagen
over de koning die gij zelf gewild hebt,
maar de Heer zal niet antwoorden.

Uit het eerste boek Samuël

In die dagen kwamen de oudsten van Israël bijeen,
begaven zich naar Samuël in Rama en zeiden tot hem :
“Gij zijt oud geworden
en uw zonen volgen uw voorbeeld niet.
“Stel daarom een koning aan om rechter over ons te zijn,
een koning zoals alle andere volken die hebben.”
maar Samuël vond het ongepast dat ze voorstelden :
“Geef ons een koning om rechter over ons te zijn.”
daarom bad hij tot de Heer.
Maar de Heer zei tot Samuël :
“Geef gehoor aan het volk, wat zij u ook vragen,
want ze verwerpen niet u, maar Mij;
Mij willen ze niet langer als koning.”

Toen bracht Samuël het volk
dat hem om een koning had gevraagd,
op de hoogte van wat de Heer had gezegd.
Hij zei :
“De koning die over u heerst
zal de volgende rechten doen gelden :
“Uw zonen zal hij opeisen voor zijn wagens,
voor zijn paarden en om zijn wagen te escorteren,
om ze aan te stellen
als leider van duizend en leider van vijftig,
om zijn akkers te ploegen,
zijn oogst binnen te halen,
wapens te maken voor de oorlog
en zijn wagens uit te rusten.
“Uw dochters zal hij opeisen om zalf te bereiden,
te koken en te bakken.
“Uw beste akkers, wijngaarden en olijftuinen
zal hij u afnemen en ze aan zijn dienaren geven.
“Van uw oogsten en de opbrengst van uw wijngaarden
zal hij tienden heffen
en die aan zijn hovelingen en dienaren geven.
“Uw slaven en slavinnen, uw sterkste jongemannen en uw ezels
zal hij voor zichzelf laten werken.
“Van uw schapen en geiten zal hij tienden heffen.
“Zo wordt gij zijn slaven.
“Als het zover is,
zult gij bij de Heer uw nood klagen over de koning
die gij zelf gewild hebt,
maar dan zal de Heer niet antwoorden.”
Maar het volk wilde niet naar Samuël luisteren en zei :
“Toch moeten wij een koning hebben !
“Dan zijn wij gelijk aan alle andere volken.
“Onze koning zal rechter over ons zijn
en voor ons uittrekken om onze oorlogen te voeren.”
Samuël hoorde de verlangens van het volk aan
en bracht ze over aan de heer.
De Heer zei tot Samuël :
“Ga in op hun verzoek
en stel een koning over hen aan.”

TUSSENZANG

Uw gunsten, Heer, wil ik bezingen,
uw trouw verkondigen aan elk geslacht.

Gelukkig is het volk dat weet wat blijdschap is,
omdat het leeft, Heer, in het licht van uw gelaat.
Van dag tot dag vertrouwt het op uw Naam,
vindt het zijn kracht in uw gerechtigheid.

Want Gij zijt onze roem en onze sterkte,
uw gunst maakt ons een groot en machtig volk.
Want van de Heer ontvingen wij ons schild,
de Heilige van Israël gaf ons een koning.

ALLELUIA                     Ps. 27(26), 11

Alleluia.
Toon mij uw weg, Heer, bij tegenstand,
leid mij langs effen paden.
Alleluia.

EVANGELIE                       Mc. 2, 1-12

De Mensenzoon heeft macht op aarde zonden te vergeven.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

Toen Jezus in Kafarnaüm was teruggekeerd
en men hoorde dat Hij thuis was,
stroomden de mensen in zulk een aantal samen,
dat zelfs de ruimte voor de deur geen plaats meer bood
toen Hij hun zijn leer verkondigde.
Men kwam een lamme bij Hem brengen
die door vier mannen gedragen werd.
Omdat zij wegens de menigte geen mogelijkheid zagen
hem dicht bij Jezus te brengen,
legden ze het dak bloot boven de plaats waar Jezus zich bevond,
maakten er een opening in
en lieten het bed waarop de lamme uitgestrekt lag zakken.
Toen Jezus hun geloof zag, zei Hij tot de lamme :
“Mijn zoon, uw zonden zijn u vergeven.”
Er zaten enkele schriftgeleerden bij.
Ze zeiden bij zichzelf :
“Wat zegt die man daar ?
“Hij spreekt godslasterlijk !
“Wie anders kan er zonden vergeven dan God alleen ?”
Uit zichzelf wist Jezus aanstonds dat zij zo redeneerden
en Hij zei hun :
“Wat redeneert gij toch bij uzelf ?
“Wat is gemakkelijker, tot de lamme te zeggen :
Uw zonden zijn u vergeven,
of :
Sta op, neem uw bed en loop ?
“Welnu, opdat ge zult weten
dat de Mensenzoon macht heeft op aarde zonden te vergeven,
– sprak Hij tot de lamme –
“Ik zeg u,
sta op, neem uw bed mee en ga naar huis.”
De man stond op, nam zijn bed
en voor aller ogen ging hij onmiddellijk naar buiten.
Iedereen stond er versteld van,
en ze verheerlijkten God en zeiden :
“Zoiets hebben wij nog nooit gezien.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Donderdag – Eerste week door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Weer citeert de auteur meesterlijk uit het Oude Testament, uit psalm 95: ‘Luister heden naar zijn stem’. Hij voegt er aan toe: spreek elkaar moed in, elke dag, zolang dat heden duurt. Dit is een prachtige verwijzing naar het liturgische heden, het hodie van de liturgie. Het is altijd nu in de liturgie. Het Woord van God werd gesproken, maar wordt ook altijd opnieuw gesproken, telkens wij het lezen of er naar luisteren. Het wil nieuwe geschiedenis maken. Als wij er met een ontvankelijk hart naar luisteren, stellen wij ons open voor iemand die op ons afkomt, die ons werkelijk aanspreekt. Hoe kan ik zo luisteren dat ik Gods Woord ontdek als een woord dat tot mij persoonlijk wordt gesproken?

EERSTE LEZING                      I Sam. 4, 1-11

De Israëlieten werden verslagen
en de ark van God werd buitgemaakt.

Uit het eerste Boek Samuël

In die dagen
trokken de Israëlieten ten strijde tegen de Filistijnen ;
zij sloegen hun kamp op bij Eben-Haëzer,
terwijl de Filistijnen bij Afek gelegerd waren.
De Filistijnen stelden zich in slagorde tegenover de Israëlieten.
Het kwam tot een gevecht over de gehele linie.
De Israëlieten werden verslagen
en de Filistijnen doodden langs het front in het open veld
ongeveer vierduizend man.
Toen het volk in het kamp terugkeerde,
zeiden de oudsten van Israël :
“Waarom heeft de Heer ons vandaag door de Filistijnen geslagen?
” Wij gaan de ark van het verbond van de Heer uit Silo weghalen.
“Zij moet in ons midden komen
om ons uit de handen van onze vijanden te verlossen.”
Het volk liet de ark uit Silo halen,
de ark van het verbond van God,
de Heer van de hemelse machten,
die op de kerubs troont.
De twee zonen van Eli, Chofni en Pinechas,
begeleidden de ark.
Toen de ark van het verbond van de Heer
in het kamp aankwam,
hieven de Israëlieten zo’n machtig gejuich aan
dat de grond ervan dreunde.
De Filistijnen hoorden het en vroegen :
“Wat moet toch dat luide gejuich
in het kamp van de Hebreeën?”
Toen zij vernamen dat de ark van de Heer
in het kamp gekomen was,werden zij bang.
Ze zeiden :
“God is in het kamp gekomen!
“Wee ons, dat is nog nooit gebeurd.
“Wee ons!
“Wie redt ons uit de handen van die geweldige God?
“Dit is immers dezelfde God
die de Egyptenaren in de woestijn
met allerlei plagen geslagen heeft?
” Weest moedig, Filistijnen, en gedraagt u als mannen.
“Anders wordt gij de slaven van de Hebreeën,
zoals zij het van u zijn geweest.
“Weest mannen en weert u.”
De Filistijnen gingen tot de aanval, over.
De Israëlieten werden verslagen
en vluchtten naar hun tenten.
Het was een zware nederlaag ;
dertigduizend man voetvolk van Israël sneuvelden :
de ark van God werd buitgemaakt
en de twee zonen van Eli, Chofni en Pinechas, kwamen om.

TUSSENZANG                Ps. 44(43), 10-11, 14-15, 24-25

Rijs op en kom ons helpen, Heer,
red ons in uw barmhartigheid.

Gij hebt ons afgestoten en beschaamd,
en trekt niet meer uit met onze legers.
Gij hebt ons laten vluchten voor de vijand,
zij die ons haten plunderen ons uit.

nu worden wij gehoond door onze buren,
de mensen om ons heen bespotten ons.
Wij worden bij de heidenen besproken,
de volken schudden over ons het hoofd.

Waarom verbergt Gij uw gelaat voor ons ?
Ziet Gij ons leed en onze kwelling niet ?
Wij zijn tot in het stof vernederd,
wij liggen aan de aarde vastgekleefd.

ALLELUIA                  Ps. 19(18), 9

Alleluia.
Uw voorschriften, Heer, zijn betrouwbaar,
onwetenden maken zij wijs.
Alleluia.

EVANGELIE               Mc. 1, 40-45

Terstond verdween de melaatsheid en de man was gereinigd.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

Er kwam eens een melaatse bij Jezus
die op zijn knieën viel en Hem smeekte :
“Als Gij wilt, kunt Gij mij reinigen.”
Door medelijden bewogen stak Jezus de hand uit,
raakte de man aan en sprak tot hem :
“Ik wil, word rein.”
Terstond verdween de melaatsheid en was hij gereinigd.
terwijl Jezus hem wegstuurde, vermaande Hij hem met klem :
“Zorg ervoor dat ge aan niemand iets zegt,
maar ga u laten zien aan de priester
en offer voor uw reiniging wat Mozes heeft voorgeschreven,
om ze het bewijs te leveren.”
Eenmaal vertrokken
begon de man zijn verhaal overal in het openbaar te vertellen
en ruchtbaarheid aan de zaak te geven,
met het gevolg
dat Jezus niet meer openlijk in de stad kon komen,
maar buiten op eenzame plaatsen verbleef.
Toch kwamen de mensen van alle kanten naar Hem toe.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

 

Woensdag – Eerste week door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Christus is ons bestaan komen delen. Hij kwam aan onze kant staan. Als hogepriester was Hij brug tussen God en mens, en kon Hij onze belangen bij God verdedigen. Door zijn gehoorzaamheid in lijden en dood werd Hij verheerlijkt, en doorbrak Hij onze uitzichtloze situatie. De weg naar God, en naar eeuwig leven bij God, over de dood heen, ligt nu voor ons open. Hoe verandert dat mijn leven, mijn zienswijze op mens en wereld?

EERSTE LEZING               I Sam. 3, 1-10. 19-20

Spreek, Heer, uw dienaar luistert.

Uit het eerste boek Samuël

in die dagen
deed de jonge Samuël dienst in het heiligdom van de Heer,
onder het toezicht van Eli.
Het woord van de Heer was toen een zeldzaamheid
en een visioen kwam niet dikwijls voor.
Op zekere dag had Eli zich te slapen gelegd
op zijn gewone plaats ;
zijn ogen begonnen zwak te worden
en hij kon niet meer zien.
De lamp van God was nog niet gedoofd
en Samuël lag te slapen in het heiligdom van de Heer,
waar de ark van God stond.
Toen riep de Heer :
“Samuël!”
Samuël antwoordde :
“Hier ben ik.”
Hij liep haastig naar Eli en zei :
“Hier ben ik. U hebt mij toch geroepen?”
Maar Eli antwoordde :
“Ik heb niet geroepen; ga maar weer slapen.”
Toen riep de Heer opnieuw :
“Samuël!”
Samuël stond op,  ging naar Eli en zei :
“Hier ben ik. U hebt mij toch geroepen?”
Eli antwoordde :
“Ik heb niet geroepen, mijn jongen ; ga maar weer slapen.”
Samuël kende de Heer nog niet :
een woord van de Heer was hem nog nooit geopenbaard.
En weer riep de Heer Samuël ; nu voor de derde maal.
Samuël stond op, ging naar Eli en zei:
“Hier ben ik. U hebt mij toch geroepen?”
Toen begreep Eli dat het de Heer was die de jongen riep.
En hij zei tot Samuël :
“Ga slapen, en mocht de Heer je roepen
dan moet je zeggen :
Spreek, Heer, uw dienaar luistert.”
Samuël ging dus weer op zijn gewone plaats slapen.
Toen kwam de Heer bij hem staan en riep,
evenals de vorige malen :
“Samuël, Samuël !”
En Samuël antwoordde :
“Spreek, Heer, uw dienaar luistert.”

Samuël groeide op ; de Heer was met hem
en liet niet een van zijn woorden onvervuld.
En heel Israël van Dan tot Berseba, kwam te weten
dat Samuël inderdaad profeet was geworden van de Heer.

TUSSENZANG           Ps. 40(39), 2, 5, 7-8a, 8b-9, 10

Ja, ik kom, Heer, om uw wil te doen.

Met groot vertrouwen heb ik op de Heer gehoopt,
Hij heeft zich tot mij neergebogen,
mijn geroep verhoord.

Gelukkig is de man, die op de Heer zijn hoop stelt,
die met opstandigen en onoprechten niet verkeert.

Geschenk en offerande hebt Gij nooit verlangd,
maar wel hebt Gij mijn oren voor uw stem geopend.

Gij vraagt geen brandoffer, geen zoenoffer van mij ;
dus zei ik : Ja, ik kom, zoals van mij geschreven staat :
Uw wil te doen, mijn God, dat is mijn vreugde,
uw wet is in mijn hart gegrift.

In de bijeenkomsten heb ik gerechtigheid gepredikt,
mijn lippen niet gesloten, Heer, Gij weet het.

ALLELUIA                          I Sam. 3, 9 ; Joh. 6,69b

Alleluia.
Spreek, Heer, uw dienaar luistert ;
uw woorden zijn woorden van eeuwig leven.
Alleluia.

EVANGELIE                  Mc. 1, 29-39

Velen die aan allerhande ziekten leden werden door Jezus genezen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd
kwam Jzus uit de synagoge,
en ging met Jakobus en Johannes
naar het huis van Simon en Andreas.
De schoonmoeder van Simon lag met koorts te bed ;
zij spraken Hem aanstonds over haar.
Jezus ging naar haar toe,
pakte ze bij de hand en deed haar opstaan ;
zij werd vrij van koorts en bediende hen.
In de avond, na zonsondergang,
bracht men allen die lijdend of bezeten waren bij Hem.
Heel de stad stroomde voor de deur samen.
Velen die aan allerhande ziekten leden genas Hij
en Hij dreef tal van geesten uit,
maar Hij liet niet toe dat de boze geesten spraken.
omdat zij Hem kenden.
Vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij op,
ging naar buiten en begaf zich naar een eenzame plaats
waar Hij bleef bidden.
Simon en zijn metgezellen kwamen Hem achterop
en toen ze Hem gevonden hadden zeiden ze :
“iedereen zoekt U.”
Hij antwoordde hun :
“Laten we ergens anders heen gaan,
naar de dorpen in de omtrek,
opdat Ik ook daar kan prediken.
“Daartoe immers ben Ik uitgegaan.”
Hij trok door heel Galilea,
predikte in hun synagogen
en dreef de boze geesten uit.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.