http://kerkengeloof.wordpress.com

Donderdag van de vijfde week in de veertigdagentijd

Uitnodiging

Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?

Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.

Elke dag ter beschikking

 

Overweging

Jezus stelt Abraham tot model, want hij heeft, in tegenstelling tot de gesprekspartners, geloofd. Jezus laat zelfs vermoeden dat Hij nog groter is dan Abraham. De kritische vraag luidt: ‘Zijt gij soms groter dan onze vader Abraham ?’ Dat hebben we nog ergens gehoord: In het verhaal van de Samaritaanse bij de put van Jakob. Daar luidt de vraag: ‘Zijt gij soms groter dan onze vader Jakob ? De houding van de vrouw evolueert echter van schamper ongeloof naar groeiend gloof in Jezus. Vandaag zien we hoe het aanvankelijk spottend ongeloof omslaat in groeiende boosaardigheid. Het kruis is niet meer veraf.

EERSTE LEZING                 Gen. 17, 3-9

Gij zult de vader worden van een menigte volken.

Uit het Boek Genesis

In die tijd wierp Abram zich ter aarde,
en God sprak tot hem :“Dit is mijn verbond met u :
Gij zult de vader worden van een menigte volken.
“Gij zult niet langer Abram heten ;
uw naam zal Abraham zijn,
want Ik maak u tot vader van een menigte volken.
“Ik zal u zeer vruchtbaar maken,
volken zal Ik van u maken,
zelfs koningen zullen uit u voortkomen.
“Ik sluit een verbond met u en uw nakomelingen,
geslacht na geslacht,
een altijd durend verbond :
Ik zal uw God zijn en de God van uw nakomelingen,
“Geheel Kanaän, het land waar gij nu als vreemdeling verblijft,
zal Ik aan u en uw nakomelingen geven
om het voor altijd te bezitten,
en Ik zal hun God zijn.”
Verder zei God nog tot Abraham :
“Gij van uw kant moet mijn verbond onderhouden,
gij en uw nakomelingen, geslacht na geslacht.”

TUSSENZANG              Ps. 105 (104), 4-5, 6-7, 8-9

Voor eeuwig blijft zijn verbond van kracht.

Verlaat u op God, op zijn machtige arm,
blijft altijd zijn Aanschijn zoeken.
Vergeet nooit de wonderen die Hij deed,
zijn tekenen en zijn beloften.

Gij, kroost van zijn dienaar Abraham,
gij zonen van Jakob, zijn welbeminde.
De Heer, Hij is onze enige God,
wat Hij beslist geldt voor heel de aarde.

Voor eeuwig blijft zijn verbond van kracht,
wat Hij belooft heeft voor duizend geslachten.
De bond die Hij vroeger met Abraham sloot,
de eed die Hij Isaäk eens heeft gezworen.

 

VERS VOOR HET EVANGELIE                cf. Lc. 8, 15

Zalig zij die het woord dat zij hoorden
in een goed en edel hart bewaren
en vrucht voortbrengen
door hun standvastigheid.

of whom thou sayest :
He is our God.
“Yet ye know Him not.
“I, on the other hand, know Him
And if I said that I do not know Him
I would be like unto thee : A liar.
“But I know Him and keep His word.
“Abraham, thy father rejoiced for joy
At the thought that he would see my day :
He saw it and rejoiced.”
Then the Jews said to Him :
“Thou art not yet fifty years old
and Thou hast seen Abraham?”
Jesus answered them :
“Verily, verily, I say unto thee :
for Abraham was I.”
Toe they picked up stones to stone Him
but Jesus withdrew and left the temple.

 

EVANGELIE                                  Joh 8:51-59

Abraham, uw vader, verheugde zich van vreugde bij de gedachte mijn dag te zien.

Uit het heilige evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd zei Jezus tot de Joden:
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
Indien iemand mijn woord bewaart
zal in eeuwigheid de dood niet zien.”
Toen zeiden de Joden tot Hem:
“Nu weten wij zeker dat Gij van de duivel bezeten zijt.
“Want Abraham en de profeten zijn gestorven ,
terwijl Gij beweert:
Als iemand mijn woord bewaart
zal hij in eeuwigheid de dood niet smaken.
“Zijt Gij soms groter dan onze vader Abraham?
Die gestorven is?
“Zelfs de profeten zijn gestorven.
“Voor wie houdt Gij Uzelf?”
Jezus antwoordde:
“Indien Ik Mijzelf verheerlijk, dan is Mijn heerlijkheid niets ;
Maar het is Mijn Vader die Mij verheerlijkt,
van Wie gij zegt:
Hij is onze God.
“Hem kent gij niet.
“Ik daarentegen ken Hem.
En als ik zou zeggen dat ik Hem niet ken
Ik zou zijn als u: een leugenaar.
“Maar ik ken Hem en houd Zijn woord.
“Abraham, uw vader verheugde zich van vreugde
Bij de gedachte dat hij mijn dag zou zien:
Hij zag het en verheugde zich.”
Toen zeiden de Joden tot Hem :
“Gij zijt nog geen vijftig jaar oud
en Gij hebt Abraham gezien?”
Jezus antwoordde hun :
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u :
Voor Abraham was Ik.”
Toe pakten zij stenen om Hem te stenigen
maar Jezus trok zich terug en verliet de tempel.

___________________________________________________________________________________

Laudato Si

Encycliek door

PAUS FRANCISCUS

Over de zorg voor het gemeenschappelijke huis

68. Deze verantwoordelijkheid ten opzichte van een aarde die van God
is, houdt in dat de mens, begiftigd met verstand, de natuurwetten en het
delicate evenwicht tussen de wezens van deze wereld eerbiedigt, “want zijn
bevel heeft hen allen geschapen. Hij bepaalde hun plaats voor eeuwig, gaf
hun een wet die voor altijd geldt” (Ps. 148, 5b-6). Hieruit volgt het feit dat
de bijbelse wetgeving de mens verschillende normen voorhoudt, niet alleen
met betrekking tot andere mensen, maar ook met betrekking tot andere
levende wezens: “Ook als een ezel of een os van uw broeder ten val komt,
moogt ge niet toezien zonder een hand uit te steken […]. Wanneer gij
onderweg in een boom of op de grond een vogelnestje vindt met jongen of
met eitjes en het wijfje zit erop, dan moogt ge het wijfje niet meenemen en
de jongen achterlaten” (Deut. 22, 4.6). In deze lijn wordt de rust op de
zevende dag niet alleen maar voorgehouden voor de mens, maar ook opdat
“uw rund en uw ezel kunnen rusten” (Ex. 23, 12). Zo realiseren wij ons dat
de Bijbel geen aanleiding geeft tot een despotisch antropocentrisme dat
zich niet bekommert om de andere schepselen.

Wordt vervolgd
Elke dag om 7 am

 

De Bijbeltekst in dit nummer is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor weekdagen en zondagen
Laudato Si Officiële Nederlandse vertaling
_____________________________________________________________________________

 

Jueves de la quinta semana de Cuaresma

Invitación

¿Puedo pedirle que preste atención a:
la lectura diaria del Evangelio?

Esta invitación tiene por objeto hacerle partícipe de la alegría del Evangelio.
Todos, sin excepción,
pueden experimentar esa alegría abriendo su corazón
a la acción sanadora de la palabra de Dios.

Disponible todos los días


Consideración

Jesús pone a Abraham como modelo, porque él, a diferencia de sus interlocutores, creyó. Jesús incluso da a entender que Él es aún más grande que Abraham. La pregunta crítica es: «¿Acaso eres tú más grande que nuestro padre Abraham?». Eso ya lo hemos oído en alguna parte: en la historia de la samaritana junto al pozo de Jacob. Allí la pregunta es: «¿Acaso eres tú más grande que nuestro padre Jacob?». Sin embargo, la actitud de la mujer evoluciona de una incredulidad burlona a una fe creciente en Jesús. Hoy vemos cómo la incredulidad inicialmente burlona se convierte en creciente malicia. La cruz ya no está lejos.

PRIMERA LECTURA                  Génesis 17, 3-9

Serás padre de una multitud de pueblos.

Del Libro del Génesis

En aquel tiempo, Abram se postró en tierra,
y Dios le dijo: «Esta es mi alianza contigo:
Serás padre de una multitud de pueblos.
Ya no te llamarás Abram;
tu nombre será Abraham,
porque te haré padre de una multitud de pueblos.
«Te haré muy fecundo,
de ti haré naciones,
y de ti saldrán reyes.
«Establezco un pacto contigo y con tu descendencia,
de generación en generación,
un pacto eterno:
Yo seré tu Dios y el Dios de tu descendencia,
«Todo Canaán, la tierra en la que ahora resides como extranjero,
te daré a ti y a tu descendencia
para que la poseáis para siempre,
y yo seré su Dios».
Además, Dios dijo a Abraham:
«Por tu parte, debes guardar mi alianza,
tú y tu descendencia, de generación en generación».

INTERLUDIO                      Sal . 105 (104), 4-5, 6-7, 8-9

Su alianza permanece para siempre.

Confía en Dios, en su brazo poderoso,
busca siempre su rostro.
No olvidéis jamás los milagros que Él hizo,
sus señales y sus promesas.

Vosotros, descendientes de su siervo Abraham,
vosotros, hijos de Jacob, su amado.
El Señor es nuestro único Dios,
lo que Él decide se cumple en toda la tierra.

Su alianza permanece para siempre,
lo que Él prometió para mil generaciones.
La alianza que Él hizo antaño con Abraham,
el juramento que una vez hizo a Isaac.

VERSÍCULO ANTES DEL EVANGELIO                           cf. Lc. 8, 15

Bienaventurados los que guardan la palabra que han oído
en un corazón bueno y noble
y dan fruto
por su perseverancia.

de quienes tú dices:
Él es nuestro Dios.
«Sin embargo, vosotros no le conocéis.
«Yo, por el contrario, le conozco
Y si dijera que no le conozco
sería como tú: un mentiroso.
«Pero yo le conozco y guardo su palabra.
Abraham, tu padre, se regocijó de alegría
al pensar que vería mi día:
lo vio y se regocijó».
Entonces los judíos le dijeron:
«Aún no tienes cincuenta años
¿y has visto a Abraham?»
Jesús les respondió:
«En verdad, en verdad os digo:
yo era Abraham».
Entonces cogieron piedras para apedrearlo,
pero Jesús se retiró y salió del templo.

EVANGELIO                         Jn 8, 51-59

Abraham, vuestro padre, se regocijó de alegría al pensar en ver mi día.

Del santo evangelio de nuestro Señor Jesucristo según Juan

En aquel tiempo, Jesús dijo a los judíos:
«En verdad, en verdad os digo:
Si alguien guarda mi palabra,
no verá la muerte jamás».
Entonces los judíos le dijeron:
«Ahora sabemos con certeza que estás poseído por el diablo.
Porque Abraham y los profetas han muerto,
mientras que tú afirmas:
Si alguien guarda mi palabra,
no saboreará la muerte por los siglos.
¿Acaso eres tú más grande que nuestro padre Abraham?
que murió?
«Incluso los profetas murieron.
«¿Por quién te tienes a ti mismo?»
Jesús respondió:
«Si yo me glorifico a mí mismo, mi gloria no es nada;
pero es mi Padre quien me glorifica,
de quien vosotros decís:
Él es nuestro Dios.
«A él no lo conocéis.
«Yo, en cambio, lo conozco.
Y si dijera que no lo conozco,
sería como vosotros: un mentiroso.
«Pero yo lo conozco y guardo su palabra.
«Abraham, vuestro padre, se regocijó de alegría
al pensar que vería mi día:
lo vio y se regocijó».
Entonces los judíos le dijeron:
«Aún no tienes cincuenta años
¿y has visto a Abraham?»
Jesús les respondió:
«En verdad, en verdad os digo:
Antes de que existiera Abraham, yo ya era».
Entonces cogieron piedras para apedrearlo,
pero Jesús se retiró y salió del templo.

___________________________________________________________________________________

Laudato Si

Encíclica de

EL PAPA FRANCISCO

Sobre el cuidado de la casa común

68. Esta responsabilidad hacia una tierra que es de Dios
implica que el ser humano, dotado de razón, respete las leyes de la naturaleza y el
delicado equilibrio entre los seres de este mundo, «pues su
mando los ha creado a todos; les ha asignado su lugar para siempre, les ha dado
una ley que perdura para siempre» (Sal. 148, 5b-6). De ello se desprende que la legislación bíblica propone al ser humano diversas normas, no solo en relación con otras personas, sino también en relación con otros seres vivos: «Si el asno o el buey de tu hermano se cae,
no te quedes mirando sin echar una mano […]. Cuando encuentres, en tu camino, un nido de pájaro en un árbol o en el suelo, con crías o con huevos, y la hembra esté sentada sobre ellos, no te llevarás a la hembra y dejarás allí a las crías» (Dt 22, 4.6). En esta línea, el descanso del
séptimo día no solo se prescribe para el ser humano, sino también para que
«tu buey y tu asno puedan descansar» (Éxodo 23, 12). Así nos damos cuenta de que
la Biblia no da pie a un antropocentrismo despótico que no se preocupa por las demás criaturas.

Continuará…
Todos los días a las 2 am

 

El texto bíblico de este número está tomado de La Nueva Traducción de la Biblia,
©Sociedad Bíblica Neerlandesa 2004/2007.
Reflexiones extraídas de Sugerencias litúrgicas para los días de la semana y los domingos
Laudato Si. Traducción oficial al español
_____________________________________________________________________________

Thursday of the fifth week of Lent

Invitation

May I draw your attention to:
the daily reading of the Gospel?

This invitation aims to share with you the joy of the Gospel. Everyone, without exception,
can experience that joy by opening their hearts
to the healing power of God’s word.

Available every day


Consideration

Jesus holds up Abraham as a model, for he, unlike his interlocutors, believed. Jesus even suggests that He is greater than Abraham. The critical question is: ‘Are you greater than our father Abraham?’ We have heard that somewhere before: in the story of the Samaritan woman at Jacob’s well. There the question is: ‘Are you greater than our father Jacob?’ The woman’s attitude, however, evolves from scornful unbelief to growing faith in Jesus. Today we see how the initial mocking disbelief turns into growing malice. The cross is no longer far off.

FIRST READING                  Gen. 17, 3-9

You shall become the father of a multitude of nations.

From the Book of Genesis

At that time, Abram fell prostrate,
and God said to him: “This is my covenant with you:
You shall become the father of a multitude of nations.
“You shall no longer be called Abram;
your name shall be Abraham,
for I am making you the father of a multitude of nations.
“I will make you exceedingly fruitful,
I will make nations of you,
and kings shall come from you.
“I am establishing a covenant between me and you,
and your descendants,
generation after generation,
an everlasting covenant:
I will be your God and the God of your descendants,
“All the land of Canaan, where you are now a stranger,
I will give to you and your descendants;
to possess it for ever,
and I will be their God.”
God also said to Abraham:
“You, for your part, must keep my covenant,
you and your descendants, generation after generation.”

INTERLUDIO                      Ps. 105 (104), 4-5, 6-7, 8-9

His covenant remains in force for ever.

Put your trust in God, in his mighty arm,
and seek his face always.
Never forget the wonders He performed,
His signs and His promises.

You, the offspring of His servant Abraham,
you sons of Jacob, His beloved.
The Lord, He is our only God,
what He decrees applies to the whole earth.

His covenant remains in force for ever,
what He has promised for a thousand generations.
The covenant He made with Abraham of old,
the oath He once swore to Isaac.

VERSES BEFORE THE GOSPEL                   cf. Lk 8, 15

Blessed are those who hear the word
and keep it in a good and noble heart;
and bear fruit;
through their steadfastness.

of whom thou sayest:
He is our God.
“Yet ye know Him not.
“I, on the other hand, know Him;
And if I said that I do not know Him
I would be like unto thee: A liar.
“But I know Him and keep His word.
“Abraham, thy father rejoiced for joy
At the thought that he would see my day:
He saw it and rejoiced.”
Then the Jews said to Him:
“Thou art not yet fifty years old
and Thou hast seen Abraham?”
Jesus answered them:
“Verily, verily, I say unto you:
for I am Abraham.”
Then they picked up stones to stone Him
but Jesus withdrew and left the temple.

GOSPEL                      John 8, 51-59

Abraham, your father, rejoiced with joy at the thought of seeing my day.

From the Holy Gospel of our Lord Jesus Christ according to John

At that time, Jesus said to the Jews:
“Truly, truly, I say to you:
If anyone keeps my word,
he shall never see death.”
Then the Jews said to him:
“Now we know for certain that you are possessed by the devil.
“For Abraham and the prophets have died,
yet you claim:
‘If anyone keeps my word,
he will never taste death.’
“Are you greater than our father Abraham?
Who has died?
“Even the prophets have died.
“Who do You think You are?”
Jesus answered:
“If I glorify Myself, My glory is nothing;
But it is My Father who glorifies Me,
Of whom you say:
He is our God.
“You do not know Him.
“I, on the other hand, know Him.
And if I were to say that I do not know Him,
I would be like you: a liar.
“But I know Him and keep His word.
“Abraham, your father, rejoiced with joy
at the thought that he would see my day:
He saw it and rejoiced.”
Then the Jews said to Him:
“You are not yet fifty years old
and You have seen Abraham?”
Jesus answered them:
“Truly, truly, I say to you:
Before Abraham was, I am.”
Then they picked up stones to stone Him
but Jesus withdrew and left the temple.

___________________________________________________________________________________

Laudato Si

Encyclical by

POPE FRANCIS

On Care for Our Common Home

68. This responsibility towards a world that belongs to God
implies that human beings, endowed with reason, must respect the laws of nature and the
delicate balance between the creatures of this world, “for by his
command he made them all; he established them for ever, and gave
them a law that remains for ever” (Ps. 148:5b–6). It follows from this that
biblical law sets out various standards for human beings, not only
in relation to other people, but also in relation to other
living creatures: “If your brother’s donkey or ox falls down,
you must not stand idly by without lifting a hand […]. When you find a bird’s nest in a tree or on the ground,
with young or with eggs, and the mother is sitting on them, you must not take the mother and leave the young behind”
(Deut. 22:4, 6). In this vein, the rest on the seventh day is not merely prescribed for humans,
but also so that “your ox and your donkey may rest” (Ex. 23:12). Thus we realise that
the Bible does not give rise to a despotic anthropocentrism that cares nothing for other creatures.

To be continued…
Every day at 1 am

 

The Bible text in this issue is taken from The New Bible Translation,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Reflections from Liturgical Suggestions for Weekdays and Sundays
Laudato Si Official English translation
_____________________________________________________________________________

Woensdag – Aankondiging van de Heer Maria Boodschap

 Maria Boodschap. Aankondiging van de Menswording van Jezus Christus

Uitnodiging

Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor het dagelijks lezen van het Evangelie?

Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Elke dag ter beschikking.

Overweging De passage van het bezoek van de engel Gabriël aan Maria vertoont alle kenmerken van een roepingsverhaal. Het initiatief komt van Godswege; er is een begroeting met de belofte van Gods nabijheid; Maria krijgt eigenlijk een nieuwe naam die haar zending uitdrukt: ‘de Begenadigde’. In Christus zal God ons vrijmaken van zonde, en zullen wij deel krijgen aan de heerlijkheid van zijn goddelijk leven. De echte vrijheid is het ja van Maria. Kunnen wij ons met eenzelfde ja overgeven aan de boodschap van Jezus? EERSTE LEZING       Jes. 7, 10-14 Zie, de maagd zal ontvangen,  Uit de Profeet Jesaja In die dagen sprak Jesaja tot Achaz : “Vraag de Heer, uw God, om een teken, hetzij hoog aan de hemel of diep in de hel.” Maar Achaz atwoordde : “Ik vraag niet om een teken ; ik wil de Heer niet op de proef stellen.” En Jesaja sprak : “Luister dan, huis van David, is het u niet genoeg mensen te ergeren, dat gij ook mijn God tot ergernis wilt zijn ? “Daarom geeft de Heer u ook ongevraagd een teken : Zie, de maagd zal ontvangen en een zoon baren, en zij zal hem noemen ‘Immanuël’ : “God-met-ons” TUSSENZANG          Ps. 40(39), 7-8, 9, 10, 11 Ja, ik kom, Heer, om uw wil te doen. Geschenk en offerande hebt Gij nooit verlangd, maar wel hebt Gij mijn oren voor uw stem geopend. Gij vraagt geen brandoffer, geen zoenoffer van mij ; dus zei ik : ja, ik kom, zoals van mij geschreven staat . Uw wil te doen, mijn God, dat is mijn vreugde, uw wet is in mijn hart gegrift. In de bijeenkomsten heb ik gerechtigheid gepredikt, mijn lippen niet gesloten, Heer, Gij weet het. Ik hield uw weldaden niet in mijn hart verborgen, uw trouw, uw bijstand maakte ik bekend. Uw gunsten heb ik niet geheim gehouden, noch uw getrouwheid, voor de mensen om mij heen.   TWEEDE LEZING             Hebr. 10, 4-10 In de boekrol staat er over mij geschreven: Ik ben gekomen, o God, om uw wil te doen. Uit de brief aan de Hebreeën Broeders en zusters, Het is uitgesloten dat het bloed van stieren en bokken zonden zouden wegnemen. Daarom zegt Christus dan ook, als Hij in de wereld komt : “Slachtoffers en gaven hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt voor mij een lichaam bereid. “Brandoffers en zoenoffers konden U niet behagen. “Toen zei ik : Hier ben ik. “Zoals er in de boekrol over mij geschreven staat : Ik ben gekomen, o God, om uw wil te doen.” Eerst zegt Hij : “Slachtoffers en gaven, brandoffers en zoenoffers hebt Gij niet gewild ; die konden U niet behagen hoewel de wet voorschrijft dat ze gebracht moeten worden.” En dan zegt Hij : “Hier ben ik, ik ben gekomen om uw wil te doen.” Hij schaft dus het eerste af om het tweede te laten gelden. Door die wil zijn wij geheiligd, eens voor al, door het offer van het lichaam van Jezus Christus.   VERS VOOR HET EVANGELIE              Joh. 1, 14ab (Alleluia.) Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. En wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd. (Alleluia.)   EVANGELIE            Lc. 1, 26-38 Gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen. Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas In die tijd werd de engel Gabriël van Godswege gezonden naar een stad in Galilea, Nazaret, tot een maagd die verloofd was met een man die Jozef heette, uit het huis van David ; de naam van de maagd was Maria. Hij trad bij haar binnen en sprak : “Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u, Gij zijt de gezegende onder de vrouwen.” Zij schrok van dat woord en vroeg zich af wat die groet toch wel kon betekenen. Maar de engel zei tot haar : “Vrees niet, Maria, want gij hebt genade gevonden bij God. “Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen en gij moet Hem de naam Jezus geven. “Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. “God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen.” Maria echter sprak tot de engel : “Hoe zal dit geschieden daar ik geen man beken ?” Hierop gaf de engel haar ten antwoord : “De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen ; daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht, heilig genoemd worden, Zoon van God. “Weet dat zelfs Elisabeth, uw bloedverwante, in haar ouderdom een zoon heeft ontvangen en, ofschoon zij onvruchtbaar heette, is zij nu in haar zesde maand ; want voor God is niets onmogelijk.” Nu zei Maria : “Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord.” En de engel ging van haar heen.

Laudato Si 

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS 

Over de zorg voor het gemeenschappelijk huis 

67. Wij zijn God niet. De aarde gaat aan ons vooraf en is ons geschonken. Dat gegeven staat het toe een antwoord te geven op een beschuldiging die wordt ingebracht tegen het joods-christelijke denken: er is gezegd dat men, uitgaande van het verhaal van Genesis, dat ertoe uitnodigt de aarde te onderwerpen (vgl. Gen. 1, 28), een wilde exploitatie van de natuur zou bevorderen door een beeld van de mens als heerser en verwoester. Dit is niet een juiste interpretatie van de Bijbel, zoals de Kerk die verstaat. Ook al is het waar dat de christenen soms de Schriften op een onjuiste wijze hebben geïnterpreteerd, dan moeten wij vandaag met kracht afwijzen dat uit het feit dat wij geschapen zijn naar het beeld van God en uit de opdracht om de aarde te onderwerpen een absolute heerschappij over de andere schepselen mag worden afgeleid. Het is belangrijk de bijbelteksten met een juiste hermeneutiek in hun context te lezen en eraan te herinneren dat zij ons uitnodigen de tuin van de wereld “te bebouwen en te bewaken” (vgl. Gen. 2, 15). Terwijl “bebouwen” betekent een terrein ploegen en bewerken, wil “bewaken” zeggen beschermen, verzorgen, behoeden, bewaren, toezicht houden. Dat houdt een relatie in van verantwoordelijke wederkerigheid tussen mens en natuur. Iedere gemeenschap kan uit de aarde nemen wat hij nodig heeft voor eigen overleven, maar zij heeft ook de plicht haar te beschermen en de continuïteit van haar vruchtbaarheid voor de toekomstige generaties te waarborgen. Ten slotte, “aan God behoort de aarde” (Ps. 24, 1), aan Hem behoort “de aarde met al wat erop is” (Deut. 10, 14). Daarom wijst God iedere pretentie van absoluut bezit af: “Verkoop van land mag terugkoop niet uitsluiten, want het land behoort aan Mij; gij zijt er vreemdelingen en gasten” (Lev. 25, 23). Wordt vervolgd Elke dag om 7 am   De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007. Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen en de zondagen Laudato Si Officiële Nederlandse vertaling ________________________________________________________________________    

Miércoles – Anunciación del Señor Mensaje de María

 Anunciación. Anuncio de la Encarnación de Jesucristo

Invitación

¿Puedo pedirle que preste atención a… la lectura diaria del Evangelio?

Esta invitación tiene por objeto hacerle partícipe de la alegría del Evangelio. Todos, sin excepción, pueden experimentar esa alegría abriendo su corazón a la acción sanadora de la palabra de Dios.

Disponible todos los días.

Consideración: El pasaje de la visita del ángel Gabriel a María presenta todas las características de una historia de vocación. La iniciativa viene de Dios; hay un saludo con la promesa de la cercanía de Dios; María recibe, en realidad, un nuevo nombre que expresa su misión: «la Llena de Gracia». En Cristo, Dios nos liberará del pecado y participaremos de la gloria de su vida divina. La verdadera libertad es el«sí» deMaría. ¿Podemosentregarnosconelmismo«sí»al mensaje de Jesús? PRIMERA LECTURA           Is. 7, 10-14 He aquí que la virgen concebirá, Del profeta Isaías En aquellos días, Isaías dijo a Acaz: «Pide una señal al Señor, tu Dios, ya sea en lo alto del cielo o en lo profundo del infierno». Pero Acaz respondió: «No pediré señal; no quiero poner a prueba al Señor». E Isaías dijo: «Escucha, pues, casa de David, ¿no os basta con irritar a los hombres, que también queréis ser una ofensa para mi Dios? «Por eso, el Señor os dará una señal sin que la hayáis pedido: He aquí que la virgen concebirá y dará a luz un hijo, y le llamará «Emmanuel»: «Dios con nosotros» INTERLUDIO                 Sal . 40(39), 7-8, 9, 10, 11 Sí, vengo, Señor, para hacer tu voluntad. Nunca has deseado ofrendas ni sacrificios, pero sí has abierto mis oídos a tu voz. No me pides holocaustos ni sacrificios de expiación; por eso dije: sí, vengo, como está escrito de mí. Hacer tu voluntad, Dios mío, es mi alegría, tu ley está grabada en mi corazón. En las asambleas he predicado la justicia, no he callado mis labios, Señor, tú lo sabes. No he ocultado en mi corazón tus bondades, he dado a conocer tu fidelidad, tu ayuda. No he ocultado tus favores, ni tu fidelidad, ante quienes me rodean. SEGUNDA LECTURA                Heb. 10, 4-10 En el rollo está escrito acerca de mí: He venido, oh Dios, para hacer tu voluntad. De la carta a los Hebreos Hermanos y hermanas, Es imposible que la sangre de toros y machos cabríos quite los pecados. Por eso dice Cristo, al venir al mundo: «No quisiste sacrificios ni ofrendas, pero me preparaste un cuerpo. «Los holocaustos y las ofrendas de expiación no te agradaban. Entonces dije: Aquí estoy. Como está escrito en el rollo del libro acerca de mí: He venido, oh Dios, para hacer tu voluntad». Primero dice: «Sacrificios y ofrendas, no quisiste holocaustos ni sacrificios de expiación; no te complacían, aunque la ley prescribe que deben ofrecerse». Y luego dice: «Aquí estoy, he venido para hacer tu voluntad». Así, anula lo primero para dar validez a lo segundo. Por esa voluntad hemos sido santificados, de una vez por todas, por el sacrificio del cuerpo de Jesucristo. VERSÍCULO ANTES DEL EVANGELIO                       Jn 1, 14ab (Aleluya.) El Verbo se hizo carne y habitó entre nosotros. Y hemos contemplado su gloria. (Aleluya.) EVANGELIO                        Lc . 1 ,26-38 «Quedarás embarazada y darás a luz un hijo». Del santo Evangelio de nuestro Señor Jesucristo según Lucas En aquellos días el ángel Gabriel fue enviado por Dios a una ciudad de Galilea llamada Nazaret, a una virgen desposada con un hombre llamado José, de la casa de David; el nombre de la virgen era María. Él entró donde ella estaba y le dijo: «Alégrate, llena de gracia, el Señor está contigo, tú eres la bendita entre las mujeres». Ella se asustó ante esas palabras; y se preguntaba qué significaría aquel saludo. Pero el ángel le dijo: «No temas, María, porque has hallado gracia ante Dios. «He aquí que concebirás y darás a luz un hijo, y le pondrás por nombre Jesús. «Él será grande, y será llamado Hijo del Altísimo. El Señor Dios le dará el trono de su padre David, y reinará para siempre sobre la casa de Jacob, y su reino no tendrá fin». María, sin embargo, dijo al ángel: «¿Cómo será esto, puesto que no conozco varón?» Entonces el ángel le respondió: «El Espíritu Santo vendrá sobre ti y el poder del Altísimo te cubrirá con su sombra; por eso, el que va a nacer será llamado santo, Hijo de Dios. «Sabed que incluso Isabel, tu pariente, ha concebido un hijo en su vejez; y, aunque se la consideraba estéril, ahora está en su sexto mes; porque nada es imposible para Dios». Entonces María dijo: «He aquí la sierva del Señor; hágase en mí según tu palabra». Y el ángel se alejó de ella.

Laudato Si 

Encíclica de

EL PAPA FRANCISCO 

Sobre el cuidado de la casa común 

67. Nosotros no somos Dios. La tierra nos precede y nos ha sido donada. Este hecho permite responder a una acusación que se formula contra el pensamiento judeocristiano: se ha dicho que partiendo del relato del Génesis, que invita a someter la tierra (cf. Génesis 1, 28), se fomentaría una explotación desenfrenada de la naturaleza mediante una imagen del hombre como dominador y destructor. Esta no es una interpretación correcta de la Biblia, tal y como la entiende la Iglesia. Aunque sea cierto que los cristianos a veces han interpretado las Escrituras de manera errónea, hoy debemos rechazar con firmeza que del hecho de que hayamos sido creados a imagen de Dios y del mandato de someter la tierra se pueda deducir un dominio absoluto sobre las demás criaturas. Es importante leer los textos bíblicos con una hermenéutica adecuada en su contexto y recordar que nos invitan a «cultivar y cuidar» el jardín del mundo (cf. Génesis 2, 15). Mientras que «cultivar» significa arar y labrar un terreno, «cuidar» significa proteger, atender, preservar, preservar y vigilar. Esto implica una relación de responsabilidad y reciprocidad entre el ser humano y la naturaleza. Cada comunidad puede tomar de la tierra lo que necesita para su propia supervivencia, pero también tiene el deber de protegerla y garantizar la continuidad de su fertilidad para las generaciones futuras. Por último, «a Dios pertenece la tierra» (Sal. 24, 1), a Él pertenece «la tierra y todo lo que hay en ella» (Dt. 10, 14). Por eso, Dios rechaza toda pretensión de posesión absoluta: «La venta de la tierra no excluirá su recompra, pues la tierra me pertenece; vosotros sois extranjeros y huéspedes» (Lev. 25, 23). Continuará… Todos los días a las 2 am El texto bíblico de esta edición está tomado deLa Nueva Traducción de la Biblia, ©Sociedad Bíblica Neerlandesa 2004/2007. Reflexiones extraídas de Sugerencias litúrgicas para los días de la semana y los domingos Laudato Si. Traducción oficial al español ________________________________________________________________________

Wednesday – The Annunciation of the Lord The Annunciation

 The Annunciation. The Annunciation of the Incarnation of Jesus Christ

Invitation

May I draw your attention to the daily reading of the Gospel?

This invitation aims to share with you the joy of the Gospel. Everyone, without exception, can experience that joy by opening their heart to the healing power of God’s word.

Available every day.

Consideration The passage describing the angel Gabriel’s visit to Mary bears all the hallmarks of a vocation story. The initiative comes from God; there is a greeting accompanied by the promise of God’s closeness; Mary is, in fact, given a new name that expresses her mission: ‘the Blessed One’. In Christ, God will free us from sin, and we shall share in the glory of his divine life. True freedom is Mary’s ‘yes’. Can we, with the same‘yes’, surrender ourselves to the message of Jesus? FIRST READING           Isa. 7, 10–14 Behold, the virgin shall conceive, From the Prophet Isaiah In those days Isaiah spoke to Ahaz: “Ask the Lord your God for a sign, whether high in heaven or deep in hell.” But Ahaz replied: “I will not ask for a sign; I will not put the Lord to the test.” And Isaiah said: “Hear then, house of David, is it not enough for you to provoke people, that you would also provoke my God? “Therefore the Lord will give you a sign without your asking: Behold, the virgin shall conceive and bear a son, and she shall call his name ‘Immanuel’: ‘God-with-us’” INTERLUDIUM        Ps . 40(39), 7-8, 9, 10, 11 Yes, I am coming, Lord, to do your will. You have never asked for gifts or sacrifices, but you have opened my ears to your voice. You do not ask for burnt offerings or sin offerings from me; so I said: yes, I am coming, as it is written of me. To do your will, my God, is my joy; your law is written upon my heart. In the assemblies I have proclaimed justice; my lips have not been sealed, Lord, you know it. I have not kept your benefits hidden in my heart; I have made known your faithfulness, your help. I have not kept your favours secret, nor your faithfulness, from those around me. SECOND READING             Heb.10, 4–10 In the scroll it is written of me: ‘I have come, O God, to do your will.’ From the Letter to the Hebrews Brothers and sisters, It is impossible that the blood of bulls and goats should take away sins. That is why Christ says, when he comes into the world: ‘You did not desire sacrifices and offerings, but you prepared a body for me. “Burnt offerings and sin offerings were not pleasing to You. “Then I said: Here I am. “As it is written about me in the scroll: I have come, O God, to do Your will.” First He says: “Sacrifices and offerings, You did not desire burnt offerings and sin offerings; they could not please You, though the law prescribes that they must be offered.” And then He says: “Here I am, I have come to do Your will.” He thus abolishes the first to establish the second. By that will we have been sanctified, once and for all, through the sacrifice of the body of Jesus Christ. VERS BEFORE THE GOSPEL          John 1, 14ab (Alleluia.) The Word became flesh and dwelt among us. And we beheld his glory. (Alleluia.) GOSPEL                 Luke 1, 26-38 You will conceive and give birth to a son. From the Holy Gospel of our Lord Jesus Christ according to Luke At that time, the angel Gabriel was sent by God to a town in Galilee called Nazareth, to a virgin betrothed to a man named Joseph, of the house of David; the virgin’s name was Mary. He came to her and said: “Hail, full of grace, the Lord is with you, you are blessed among women.” She was greatly troubled by these words; and she wondered what this greeting might mean. But the angel said to her: “Do not be afraid, Mary, for you have found favour with God. “Behold, you will conceive and bear a son; and you shall call His name Jesus. “He will be great; and will be called the Son of the Most High. “The Lord God will give Him the throne of His father David; and He will reign over the house of Jacob for ever; and of His kingdom there will be no end.” But Mary said to the angel: “How can this be, since I have no husband?” To this the angel replied: “The Holy Spirit will come upon you, and the power of the Most High will overshadow you; therefore the child to be born will be called holy, the Son of God. “Know that even Elizabeth, your relative, has conceived a son in her old age; and though she was called barren, she is now in her sixth month; for nothing is impossible with God.” Then Mary said: “Behold the handmaid of the Lord; let it be done to me according to your word.” And the angel departed from her.

Laudato Si 

Encyclical of

POPE FRANCIS 

On Care for Our Common Home 

67. We are not God. The earth precedes us and has been given to us. This fact allows us to respond to an accusation levelled against Judeo-Christian thought: it has been said that based on the account in Genesis, which invites us to subdue the earth (cf. Gen. 1:28), we would promote a reckless exploitation of nature through an image of man as ruler and destroyer. This is not a correct interpretation of the Bible, as the Church understands it. Even if it is true that Christians have sometimes interpreted the Scriptures incorrectly, we must today firmly reject the notion that an absolute dominion over other creatures may be derived from the fact that we are created in the image of God and from the command to subdue the earth. It is important to read the biblical texts in their context using sound hermeneutics and to remember that they invite us to ‘cultivate and keep’ the garden of the world (cf. Gen. 2:15). Whilst ‘cultivate’ means to plough and work the land, ‘keep’ means to protect, care for, safeguard, preserve, and keep watch over. This implies a relationship of responsible reciprocity between humanity and nature. Every community may take from the earth what it needs for its own survival, but it also has the duty to protect it and to ensure the continuity of its fertility for future generations. Finally, “the earth is the Lord’s” (Ps. 24:1); to Him belongs “the earth and all that is in it” (Deut. 10:14). Therefore, God rejects any claim to absolute ownership: “The sale of land must not preclude its redemption, for the land belongs to Me; you are strangers and sojourners” (Lev. 25:23). To be continued Every day at 1 am The Bible text in this edition is taken fromThe New Bible Translation, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007. Reflections from Liturgical Suggestions for Weekdays and Sundays Laudato Si Official English translation ________________________________________________________________________

Dinsdag van de vijfde week in de veertigdagentijd

Uitnodiging

Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?

Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.

Elke dag ter beschikking

Overweging

‘Hij die Mij gezonden heeft is met Mij; Hij heeft Mij niet alleen gelaten omdat ik altijd doe wat Hem behaagt’. Alleen al mediteren over deze woorden, ze herhalen in ons hart, maakt van ons gelukkige mensen. Dank zij Jezus, door Hem en in Hem, kunnen wij eenzelfde innige band met God omgaan. Voelen we ons in de steek gelaten of alleen ? God zal ons niet alleen laten. Datgene doen wat de Heer behaagt ? Dat is het perfecte antwoord op zijn liefde. Zo worden wij mensen die steeds meer gelijken op diegenen om wie het God in den beginne te doen was: mensen naar zijn beeld en gelijkenis.

 

EERSTE LEZING                 Num. 21, 4-9

Iedereen die gebeten is en opziet naar de bronzen slang, zal in leven blijven.

Uit het Boek Numeri

In die tijd trokken de Hebreeën van de berg Hor
in de richting van de Rietzee,
want zij wilden om Edom heentrekken.
Maar onderweg werd het volk ongeduldig.
Het keerde zich tegen God en tegen Mozes.
“Hebt gij ons uit Egypte gevoerd om te sterven in de woestijn ?
“Er is geen brood, er is geen water
en dat minderwaardige eten staat ons tegen.”
Toen zond de Heer giftige slangen op het volk af.
Deze beten de Israëlieten en velen van hen vonden de dood.
Nu kwam het volk naar Mozes en zei :
“Wij hebben gezondigd,
want wij hebben ons tegen de Heer en tegen u gekeerd.
“Bid de Heer, dat hij die slangen van ons wegneemt.”
Toen bad Mozes voor het volk
en de Heer zei tot hem :
“Maak zo’n giftige slang en zet die op een paal.
“Iedereen die gebeten is en er naar opziet,
zal in leven blijven.”
Mozes maakte een bronzen slang
en zette die op een paal.
Ieder die door een slang was gebeten
en zijn ogen op de bronzen slang richtte,
bleef in leven.

TUSSENZANG           Ps. 102(101), 2-3, 16-18, 19-21

Heer, verhoor mijn gebed,
laat mijn geroep U bereiken.

Heer, verhoor mijn gebed,
laat mijn geroep U bereiken.
Verberg uw gelaat niet voor mij
wanneer de zorgen mij drukken.
Schenk mij uw aandacht, Heer,
verhoor mij zodra ik U aanroep.

De heidenen zullen uw Naam weer duchten,
de vorsten der aarde uw heerlijkheid, Heer ;
wanneer Gij de muren van Sion herbouwt,
wanneer Gij daar weerkeert in volle luister;
wanneer Gij de stem der geplunderden hoort,
hun smeekbeden niet naast U neerlegt.

Stelt dit dan op schrift voor het komend geslacht
en laat onze zonen de Heer ervoor danken.
De Heer ziet omlaag van zijn heilige hoogte,
Hij ziet uit de hemel op aarde neer.
Hij zal het geschrei der gevangen horen,
verlossen die aan de dood zijn gewijd.

 

VERS VOOR HET EVANGELIE                   Ps. 130(129), 5 en 7

Op de Heer stel ik mijn hoop,
op zijn woord vertrouw ik;
want de Heer is steeds barmhartig,
zijn genade onbeperkt.

 

EVANGELIE                 Joh. 8, 21-30

Wanneer gij de Mensenzoon omhoog zult hebben geheven, zult gij inzien dat Ik ben.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd sprak Jezus tot de Farizeeën :
“Ik ga heen
en gij zult Mij zoeken,
maar in uw zonden zult ge sterven.
“Waar Ik heenga kunt gij niet komen.”
De Joden zeiden daarop :
“Hij zal toch geen zelfmoord plegen
dat Hij zegt :
Waar Ik heenga kunt gij niet komen ?”
Maar Hij hernam :
“Gij zijt van beneden,
Ik ben van boven.
“Gij zijt van deze wereld,
Ik ben niet van deze wereld.
“Daarom zei Ik u
dat gij in uw zonden zult sterven,
want als gij niet gelooft dat Ik ben,
zult gij in uw zonden sterven.”
Zij vroegen Hem toen :
“Wie zijt Gij dan?”
Jezus antwoordde :
“Waarom zou Ik eigenlijk daar nog met u over spreken?
“Veel zou Ik over u kunnen zeggen tot uw veroordeling.
“Maar Hij die Mij gezonden heeft is waarachtig,
en wat Ik van Hem heb gehoord
dat zeg Ik tot de wereld.”
Zij begrepen niet dat Hij hun van de Vader sprak.
Daarop zei Jezus :
“Wanneer gij de Mensenzoon omhoog zult hebben geheven,
dan zult gij inzien dat Ik ben
en dat Ik uit Mijzelf niets doe,
maar dit alles zeg
zoals de Vader het Mij heeft geleerd.
“En Hij die Mij gezonden heeft
is met Mij ;
Hij heeft Mij niet alleen gelaten
omdat Ik altijd doe wat Hem behaagt.”
Toen Hij aldus sprak
gingen er velen in Hem geloven.
____________________________________________________________

Laudato Si

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS

Over de zorg voor het gemeenschappelijk huis

66. De scheppingsverhalen in het boek Genesis bevatten in hun symbolische en verhalende taal een grondig onderricht over het menselijk bestaan
en zijn historische werkelijkheid. Deze verhalen suggereren dat hetmenselijk bestaan gebaseerd is op drie fundamentele,
nauw met elkaar verbonden relaties: de relatie met God, die met de naaste en die met de aarde. Volgens de Bijbel zijn deze drie vitale relaties verbroken, niet alleen buiten ons, maar ook in ons. Deze breuk is de zonde. De harmonie tussen
Schepper, mensheid en heel de schepping is verwoest, omdat wij de pretentie hebben gehad de plaats van God in te nemen.
Dit feit heeft ook de aard veranderd van de opdracht de aarde te onderwerpen (vgl. Gen. 1, 28) en
haar te bewerken en te bewaken (vgl. Gen. 2, 15). Als gevolg is de
oorspronkelijk harmonische relatie tussen mens en natuur veranderd in
een conflict (vgl. Gen. 3, 17-19). Daarom is het veelbetekenend dat de
harmonie die de heilige Franciscus van Assisi beleefde met alle schepselen,
is geïnterpreteerd als een genezing van deze breuk. De heilige Bonaventura
zei dat door de universele verzoening met alle schepselen Franciscus op de
een of andere wijze werd teruggebracht tot de staat van oorspronkelijke onschuld.
Verre van dat model wordt vandaag de zonde in al haar
verwoestende kracht zichtbaar in de oorlogen, in de verschillende vormen
van geweld en mishandeling, in het in de steek laten van de meest kwetsbaren, in de aanvallen op de natuur.

Wordt vervolgd
Elke dag om 7 am

 

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen en de zondagen
Laudato Si Officiële Nederlandse vertaling

________________________________________________________________________

 

Martes de la quinta semana de Cuaresma

Invitación

¿Puedo pedirle que preste atención a:
la lectura diaria del Evangelio?

Esta invitación tiene por objeto hacerle partícipe de la alegría del Evangelio.
Todos, sin excepción,
pueden experimentar esa alegría abriendo su corazón
a la acción sanadora de la palabra de Dios.

Disponible todos los días


Consideración

«El que me ha enviado está conmigo; no me ha dejado solo, porque siempre hago lo que le agrada». El mero hecho de meditar estas palabras, de repetirlas en nuestro corazón, nos convierte en personas felices. Gracias a Jesús, por Él y en Él, podemos mantener el mismo vínculo íntimo con Dios. ¿Nos sentimos abandonados o solos? Dios no nos dejará solos. ¿Hacer lo que agrada al Señor? Esa es la respuesta perfecta a su amor. Así nos convertimos en personas que se parecen cada vez más a aquellos por quienes Dios se preocupó desde el principio: personas a su imagen y semejanza.

PRIMERA LECTURA                 Núm. 21, 4-9

Todo aquel que haya sido mordido y mire a la serpiente de bronce, vivirá.

Del Libro de los Números

En aquellos días, los hebreos partieron del monte Hor
en dirección al Mar Rojo,
pues querían rodear Edom.
Pero durante el camino, el pueblo se impacientó.
Se rebeló contra Dios y contra Moisés.
«¿Nos habéis sacado de Egipto para morir en el desierto?
No hay pan, no hay agua,
y esta comida de mala calidad nos repugna».
Entonces el Señor envió serpientes venenosas contra el pueblo.
Estas mordieron a los israelitas y muchos de ellos murieron.
Entonces el pueblo acudió a Moisés y le dijo:
«Hemos pecado,
porque nos hemos rebelado contra el Señor y contra ti.
Ruega al Señor que aleje de nosotros esas serpientes».
Entonces Moisés oró por el pueblo
y el Señor le dijo:
«Haz una serpiente venenosa como esas y colócala sobre un poste.
«Todo aquel que haya sido mordido y la mire,
permanecerá con vida».
Moisés hizo una serpiente de bronce
y la colocó sobre un poste.
Todo aquel que había sido mordido por una serpiente
y fijaba la vista en la serpiente de bronce,
permanecía con vida.

INTERLUDIO                       Sal . 102(101), 2-3, 16-18,19-21

Señor, escucha mi oración,
que mi clamor llegue hasta ti.

Señor, escucha mi oración,
que mi clamor llegue hasta ti.
No me escondas tu rostro,
cuando me agobien las preocupaciones.
Préstame atención, Señor,
escúchame en cuanto te invoque.

Los paganos volverán a temer tu Nombre,
los príncipes de la tierra, tu gloria, Señor;
cuando reconstruyas los muros de Sión,
cuando vuelvas allí en todo tu esplendor;
cuando oigas la voz de los oprimidos,
no des oído a sus súplicas.

Escribe esto para la generación venidera
y que nuestros hijos den gracias al Señor por ello.
El Señor mira desde su santa altura,
mira desde el cielo a la tierra.
Oirá el clamor de los cautivos,
porque el Señor es siempre misericordioso,
su misericordia es infinita.

EVANGELIO                     Jn  8, 21-30

Cuando hayáis levantado al Hijo del hombre, sabréis que yo soy.

Del santo evangelio de nuestro Señor Jesucristo según Juan

En aquel tiempo, Jesús dijo a los fariseos:
«Me voy,
y vosotros me buscaréis,
pero moriréis en vuestros pecados.
“Adonde yo voy, vosotros no podéis venir.”
Los judíos le respondieron:
“¿Acaso se va a suicidar,
puesto que dice:
“¿Adonde yo voy, vosotros no podéis venir?”
Pero Él les respondió:
«Vosotros sois de abajo,
yo soy de arriba.
Vosotros sois de este mundo,
yo no soy de este mundo.
Por eso os he dicho
que moriréis en vuestros pecados,
porque si no creéis que yo soy,
moriréis en vuestros pecados».
Entonces le preguntaron:
«¿Quién eres, pues?»
Jesús respondió:
«¿Por qué habría de hablaros aún de eso?
Mucho podría decir de vosotros para vuestra condenación.
«Pero el que me ha enviado es veraz,
y lo que he oído de Él,
eso digo al mundo».
No entendían que les hablaba del Padre.
Entonces Jesús dijo:
«Cuando hayáis levantado al Hijo del Hombre,
entonces comprenderéis que yo soy,
y que nada hago por mí mismo,
sino que digo todo esto,
tal como el Padre me lo ha enseñado.
«Y el que me ha enviado
está conmigo;
no me ha dejado solo,
porque siempre hago lo que le agrada».
Cuando dijo esto,
muchos creyeron en él.
____________________________________________________________

Laudato Si

Encíclica de

EL PAPA FRANCISCO

Sobre el cuidado de la casa común

66. Los relatos de la creación del libro del Génesis contienen, en su lenguaje
simbólico y narrativo, una profunda enseñanza sobre la existencia humana
y su realidad histórica. Estos relatos sugieren que la
existencia humana se basa en tres relaciones fundamentales y estrechamente
: la relación con Dios, la del prójimo y la de la
tierra. Según la Biblia, estas tres relaciones vitales se han roto, no solo
fuera de nosotros, sino también en nuestro interior. Esta ruptura es el pecado.
La armonía entre el Creador, la humanidad y toda la creación ha sido destruida,
porque hemos tenido la pretensión de ocupar el lugar de Dios.
Este hecho también ha cambiado la naturaleza
del mandato de someter la tierra (cf. Génesis 1, 28) y
de la cultivar y custodiar (cf. Génesis 2, 15). Como consecuencia, la
relación originalmente armoniosa entre el hombre y la naturaleza se ha transformado en
un conflicto (cf. Génesis 3, 17-19). Por eso es significativo que la
armonía que san Francisco de Asís experimentaba con todas las criaturas
se haya interpretado como una sanación de esta ruptura. San Buenaventura
dijo que, a través de la reconciliación universal con todas las criaturas, Francisco fue, de una manera u otra,
inocencia original. Lejos de ese modelo, hoy el pecado se manifiesta en toda su
fuerza destructiva en las guerras, en las diversas formas
de violencia y maltrato, en el abandono de los más vulnerables, en los ataques a la naturaleza.

Continuará
Todos los días a las 2 am

 

El texto bíblico de esta edición está tomado deLa Nueva Traducción de la Biblia,
©Sociedad Bíblica Neerlandesa 2004/2007.

Reflexiones extraídas de Sugerencias litúrgicas para los días de la semana y los domingos
Laudato Si. Traducción oficial al español

________________________________________________________________________

Tuesday of the fifth week of Lent

Invitation

May I draw your attention to:
the daily reading of the Gospel?

This invitation aims to share with you the joy of the Gospel. Everyone, without exception,
can experience that joy by opening their hearts
to the healing power of God’s word.

Available every day


Consideration

‘He who sent me is with me; he has not left me alone, because I always do what pleases him.’ Simply meditating on these words, repeating them in our hearts, makes us happy people. Thanks to Jesus, through him and in him, we can share the same intimate bond with God. Do we feel abandoned or alone? God will not leave us alone. Doing what pleases the Lord? That is the perfect response to His love. In this way, we become people who increasingly resemble those for whom God intended from the beginning: people in His image and likeness.

FIRST READING                    Num. 21, 4-9

Anyone who has been bitten and looks up at the bronze serpent shall live.

From the Book of Numbers

At that time, the Israelites set out from Mount Hor
towards the Red Sea,
for they wished to go round Edom.
But on the way, the people grew impatient.
They turned against God and against Moses.
“Have you brought us out of Egypt only to die in the wilderness?
“There is no bread, there is no water,
and we are sick of this miserable food.”
Then the Lord sent poisonous snakes among the people.
These bit the Israelites, and many of them died.
Now the people came to Moses and said:
“We have sinned,
for we have turned against the Lord and against you.
“Pray to the Lord that he may take these snakes away from us.”
Then Moses prayed for the people
and the Lord said to him:
“Make a bronze snake and set it on a pole.
“Anyone who has been bitten and looks at it,
shall live.”
Moses made a bronze serpent
and set it on a pole.
Anyone who had been bitten by a serpent
and looked at the bronze serpent,
lived.

RESPONSORIAL PSALM                 Ps . 102(101), 2-3, 16-18, 19-21

Lord, hear my prayer,
let my cry come before you.

Lord, hear my prayer,
let my cry come before you.
Do not hide your face from me;
when troubles weigh me down.
Give me your attention, Lord,
hear me as soon as I call upon you.

The nations shall again revere your Name,
the rulers of the earth your glory, Lord;
when you rebuild the walls of Zion,
when You return there in full splendour;
when You hear the voice of the oppressed,
do not turn a deaf ear to their pleas.

Write this down for the coming generation
and let our sons give thanks to the Lord for it.
The Lord looks down from His holy height,
He looks down from heaven upon the earth.
He will hear the cry of the prisoners,
for the Lord is ever merciful,
his mercy is boundless.

GOSPEL                        John 8, 21-30

When you have lifted up the Son of Man, you will know that I am He.

From the Holy Gospel of our Lord Jesus Christ according to John

At that time, Jesus spoke to the Pharisees:
“I am going away;
and you will seek Me,
but you will die in your sins.
‘Where I am going, you cannot come.’
The Jews then said:
‘Surely He is not going to commit suicide;
since He says:
“Where I am going, you cannot come?”
But He replied:
“You are from below,
I am from above.
“You are of this world,
I am not of this world.
“That is why I told you
that you will die in your sins,
for if you do not believe that I am,
you will die in your sins.”
They then asked Him:
“Who are You, then?”
Jesus replied:
“Why should I even speak to you about this?
“I could say much against you to condemn you.
“But He who sent Me is true,
and what I have heard from Him
that I speak to the world.”
They did not understand that He was speaking to them of the Father.
Then Jesus said:
“When you have lifted up the Son of Man,
then you will realise that I am He
and that I do nothing of My own accord,
but speak all these things,
just as the Father has taught Me.
“And He who sent Me
is with Me;
He has not left Me alone,
because I always do what pleases Him.”
When He had spoken thus,
many came to believe in Him.
____________________________________________________________

Laudato Si

Encyclical of

POPE FRANCIS

On Care for Our Common Home

66. The creation stories in the Book of Genesis, through their symbolic
and narrative language, offer a profound teaching on human existence
and its historical reality. These stories suggest that
human existence is based on three fundamental, closely
interconnected relationships: the relationship with God, with our neighbour, and with the earth.
According to the Bible, these three vital relationships have been broken, not only
outside us, but also within us. This rupture is sin. The harmony between
the Creator, humanity and all creation has been destroyed, because we have presumed to take
God’s place. This fact has also altered the nature of the command to subdue the earth (cf. Gen. 1:28) and to
cultivate and keep it (cf. Gen. 2:15). As a result, the
originally harmonious relationship between humanity and nature has turned into
a conflict (cf. Gen. 3:17–19). It is therefore significant that the
harmony which Saint Francis of Assisi experienced with all creatures
has been interpreted as a healing of this rupture. Saint Bonaventure said that through
universal reconciliation with all creatures, Francis was in some way restored to the state of original
innocence.40 Far from that model, today sin is visible in all its
devastating power in wars, in the various forms
of violence and abuse, in the abandonment of the most vulnerable, in the attacks on nature.

To be continued
Every day at 1 am

 

The Bible text in this edition is taken fromThe New Bible Translation,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Reflections from Liturgical Suggestions for Weekdays and Sundays
Laudato Si Official English
translation

________________________________________________________________________

Maandag van de vijfde week in de veertigdagentijd

Uitnodiging

Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?

Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.

Elke dag ter beschikking

 

 

Overweging
De lezingen  lopen meer parallel dan men zou denken. Tweemaal vinden we een beschuldigde van overspel. Tweemaal treffen we hypocriete rechters. Tweemaal is er een verlossende redder voor de vrouw. Jezus neemt de zonde niet licht op.
Maar Hij is barmhartig voor de zondaars, klaagt vooral de hypocriete rechters aan, zoals Daniël dat  deed.
Wij moeten opletten met dit verhaal dat ons leert niet te oordelen. Al te gemakkelijk vereenzelvigen wij ons met de zondige vrouw die genade krijgt, net zoals wij naar vergiffenis verlangen.  Zjn we soms ook niet de aanklagers?

EERSTE LEZING        Dan. 13, 1-9, 15-17, 19-30, 33-62 

Ofschoon ik niet gedaan heb hetgeen ze mij boosaardig ten laste leggen, moet ik toch sterven.

Uit de Profeet Daniël

Lang geleden woonde er in Babel een man die Joakim heette.
Hij had een vrouw, Susanna genaamd, de dochter van Chelkia ;
zij was buitengewoon mooi en vroom.
Omdat haar ouders rechtschapen mensen waren
hadden ze hun dochter volgens de wet van Mozes opgevoed.
Joakim was zeer rijk en bezat een park, dat bij zijn huis lag ;
bij hem kwamen de Joden samen,
omdat hij de aanzienlijkste man onder hen was.
Nu waren er dat jaar twee oudsten uit het volk
tot rechters aangesteld ;
van hen gold wat de Heer gezegd heeft :
De goddeloosheid is in Babel begonnen,
bij de oudsten die rechters waren en voorgaven
het volk te besturen.
Ze waren voortdurend in het huis van Joakim,
waar ieder die rechtszaken had zich tot hen wendde.
Als het volk tegen de middag vertrokken was,
ging Susanna wandelen in het park van haar man.
De twee oudsten sloegen haar dagelijks gade,
als zij zich ging verpozen,
en een hartstochtelijke begeerte naar haar kwam in hen op.
Zij verdraaiden de stem van hun geweten,
wendden hun ogen af van de hemel en dachten niet aan de dreiging
van de rechtvaardige straffen.
Terwijl zij naar een geschikte dag uitzagen,
ging Susanna vergezeld van twee dienstmeisjes,
volgens haar gewoonte weer eens het park in.
En omdat het warm was, wilde zij er een bad nemen ;
er was immers niemand behalve de twee oudsten,
die zich hadden verscholen en haar begluurden.
Susanna zei dus tot de dienstmeisjes :
“Ga olie en balsem halen en sluit de poort van het park,
dan ga ik een bad nemen.”
Zodra de dienstmeisjes vertrokken waren,
kwamen de twee oudsten te voorschijn en liepen op haar toe
en zeiden :
“Susanna, de poort van het park is gesloten
en er is niemand die ons ziet ;
wij branden van begeerte naar je :
wees ons daarom terwille en heb gemeenschap met ons,
anders zullen we tegen jou getuigen,
dat er een jongeman bij je was
en dat je daarom de dienstmeisjes hadt weggestuurd.”
Susanna zuchtte diep en sprak :
“Van alle kanten word ik bedreigd :
want doe ik het, dan wacht mij de dood ;
doe ik het niet, dan zal ik uw hand niet ontkomen.
“Maar liever val ik onschuldig in uw handen
dan te zondigen tegen de Heer.”
Daarop begon Susanna luid te roepen,
maar de twee oudsten schreeuwden tegen haar in
en een van hen liep naar de poort van het park en opende die.
Toen degenen die in huis waren
het geschreeuw in het park hoorden,
kwamen ze door de zij-ingang toegesneld om te zien
wat Susanna overkomen was.
Toen de oudsten hun verhaal deden,
geraakten de bedienden in grote verlegenheid,
want nog nooit was zoiets van Susanna verteld.
Toen het volk de volgende dag
weer bij haar man Joakim samenkwam,
gingen de oudsten er toe over om hun goddeloos plan uit te voeren
en Susanna ter dood te brengen.
Voor het verzamelde volk bevalen ze :
“Laat Susanna halen, de dochter van Chelkia,
de vrouw van Joakim.”
Men liet haar halen.
Zij verscheen, vergezeld van haar ouders,
haar kinderen en al haar verwanten.
Haar verwanten en allen die haar zagen weenden.
Terwijl de twee oudsten voor het volk gingen staan
en hun handen op haar hoofd legden,
blikte Susanna schreiend op naar de hemel,
want in haar hart bleef zij vertrouwen op de Heer.
Toen verklaarden de oudsten :
“Terwijl we alleen in het park wandelden,
kwam zij met twee dienstmeisjes naar binnen,
sloot de poort en stuurde de meisjes weg.
“Daarop kwam er een jonge man naar haar toe,
die zich schuil had gehouden, en ging bij haar liggen.
“Toen we vanuit een hoek van het park het misdrijf bemerkten,
snelden we naar hen toe
en zagen dat ze met elkaar gemeenschap hadden.
“Hem konden wij niet te pakken krijgen,
omdat hij sterker was dan wij,
de poort opende en zich uit de voeten maakte ;
maar haar grepen we
en we vroegen haar, wie die jongman was ;
maar ze wilde het ons niet zeggen. Dat getuigen wij.”
De vergadering geloofde hen,
gezien zij oudsten van het volk waren en rechters,
en veroordeelde Susanna ter dood.

Nadat Susanna ter dood veroordeeld was
riep zij met luide stem :
“Eeuwige God, die het verborgene kent
en alles reeds weet, voordat het gebeurt,
Gij weet dat deze oudsten
een vals getuigenis tegen mij hebben afgelegd ;
en ofschoon ik het niet gedaan heb
hetgeen ze mij boosaardig ten laste leggen,
moet ik toch sterven.”
De Heer verhoorde haar gebed.
Terwijl zij werd weggeleid om gedood te worden,
gaf God een jongeman, Daniël geheten, een heilig besluit in.
Deze jongeman riep met luide stem :
“Ik ben onschuldig aan haar bloed!”
Waarop het volk zich naar hem toekeerde en vroeg :
“Wat bedoel je daarmee?”
Hij ging in hun midden staan en zei :
“Zijn jullie niet goed wijs, zonen van Israël ?

“Veroordelen jullie een dochter van Israël
zonder nader onderzoek en kennis van zaken ?
“Ga terug naar de rechtszaal, want dezen hier
hebben een vals getuigenis tegen haar afgelegd.”
Daarop ging al het volk haastig naar de rechtszaal terug.
Daar zeiden de oudsten tot Daniël :
“Neem plaats in ons midden en deel ons je bedoelingen mee,
want God heeft je het gezag van de ouderdom verleend.”
Toe zei Daniël tot hen :
“Zonder ze van elkaar af,
dan zal ik ze aan een verhoor onderwerpen.”
Ze werden dus van elkaar gescheiden.
Daniël riep vervolgens een van de twee oudsten bij zich en zei :
“Je bent in boosheid vergrijsd,
maar nu krijg je de straf voor al de zonden die je bedreven hebt
door onrechtvaardige vonnissen te vellen :
onschuldigen heb je veroordeeld en schuldigen vrijgesproken
in strijd met het gebod van de Heer :
Breng iemand die onschuldig is en in zijn recht staat,
niet ter dood.
“Welnu, als je haar op heterdaad betrapt hebt,
zeg dan onder wat voor een boom heb je ze samen gezien ?”
Hij antwoordde : “Onder een mastiekboom.”
Daniël hernam : “Die prachtige leugen kost je je kop !
“Want Gods engel heeft van God al bevel gekregen
je in tweeën te splijten.”
Nadat Daniël deze had laten wegleiden,
liet hij de ander voorkomen en zei tot hem :
“Je bent een afstammeling van Kanaän en niet van Juda !
De schoonheid heeft je verleid
en de hartstocht heeft je hoofd op hol gebracht.
“Zo handelen jullie met de dochters van Israël
en uit vrees waren die jullie ter wille,
maar een dochter van Juda
heeft zich niet willen schikken naar jullie boosheid.
“Welnu : Onder wat voor een boom
heb je ze betrapt?”
Hij antwoordde : “Onder een steeneik.”
Daniël hernam :
“Ook jij hebt door die prachtige leugen je kop verspeeld !
“Want Gods engel staat reeds klaar
om je met het zwaard doormidden te houwen
en jullie beiden te verdelgen.”
Hierop barste heel de vergadering los in luid gejuich
en men loofde God, die redt wie op Hem vertrouwt.
En nu Daniël met hun eigen woorden bewezen had
dat de twee oudsten een vals getuigenis hadden afgelegd,
keerde het volk zich tegen hen
en overeenkomstig de wet van Mozes
voltrokken ze aan de oudsten de straf
die zij in hun boosheid hun naaste hadden beraamd :
ze werden ter dood gebracht.
Zo werd die dag een onschuldige van de dood gered.

TUSSENZANG                     Ps. (23), 22 1-3a, 3b-4, 5, 6

Al voert mijn weg door donkere kloven,
ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt.

De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort ;
Hij laat mij weiden op groene velden.
Hij brengt mij aan water, waar ik kan rusten,
Hij geeft mij weer frisse moed.

Mijn schreden leidt Hij langs rechte paden
omwille van zijn Naam.
Al voert mijn weg door donkere kloven,
ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt.
Uw stok en uw herderstaf
geven mij moed en vetrouwen.

Gij nodigt mij aan uw tafel
tot ergernis van mijn bestrijders.
Met olie zalft Gij mijn hoofd,
mijn beker is overvol.

Voorspoed en zegen verlaten mij nooit
elke dag van mijn leven.
Het huis van de Heer zal mijn woning zijn
voor alle komende tijden.

VERS VOOR HET EVANGELIE                               Ez. 33, 11

Ik heb geen behagen in de dood van de goddeloze,
zegt de Heer,
maar veeleer daarin, dat hij zich bekeert en leeft.

EVANGELIE                                        Joh. 8, 1-11
Laat degene onder u die zonder zonden is, het eerst een steen op haar werpen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd begaf Jezus zich naar de Olijfberg.
’s Morgens vroeg verscheen Hij weer in de tempel
en al het volk kwam naar Hem toe.
Hij ging zitten en onderrichtte hen.
Toen brachten schriftgeleerden en Farizeeën Hem een vrouw
die op overspel was betrapt.
Zij plaatsten haar in het midden en zeiden tot Hem:
Meester, deze vrouw
is op heterdaad betrapt terwijl ze overspel bedreef.
Nu heeft Mozes ons in de Wet bevolen
zulke vrouwen te stenigen.
Maar Gij,
wat zegt Gij ervan?
Dit bedoelden ze als een strikvraag
in de hoop Hem ergens van te kunnen beschuldigen.
Jezus echter boog zich voorover
en schreef met zijn vinger op de grond.
Toen zij bij Hem aanhielden met vragen
richtte Hij zich op en zei tot hen:
Laat degene onder U die zonder zonden is,
het eerst een steen op haar werpen.
Weer boog Hij zich voorover en schreef op de grond.
Toen zij dit hoorden
dropen zij een voor een af,
de oudsten het eerst,
tot Jezus alleen achterbleef met de vrouw
die daar was blijven staan.
Nu richtte Jezus zich op en sprak tot haar:
Vrouw, waar zijn ze gebleven?
Heeft niemand u veroordeeld?
Zij antwoordde:
Niemand Heer.
Toen zei Jezus tot haar:
Ook Ik veroordeel U niet;
ga heen en zondig van nu af niet meer.

____________________________________________________

Laudato Si

Encycliek van

Paus Franciscus

Over de zorg voor ons gemeenschappelijk huis

De wijsheid van de Bijbelse verhalen
65. Zonder hier opnieuw de hele theologie van de schepping ter sprake te
brengen, vragen wij ons af wat de grote bijbelse verhalen ons zeggen over
de relatie van de mens met de wereld. De eerste beschrijving van het
scheppingswerk in het boek Genesis bevat Gods plan voor de schepping
van de mensheid. Na de schepping van man en vrouw wordt er gezegd dat
“God alles bezag wat Hij gemaakt had, en zag dat het heel goed was” (Gen.
1, 31). De Bijbel leert dat iedere mens uit liefde geschapen wordt, geschapen
naar het beeld van en de gelijkenis met God (vgl. Gen. 1, 26). Deze
woorden laten ons de immense waardigheid van iedere mens zien, die niet
iets is, maar iemand. Hij is in staat zichzelf te kennen, zichzelf te bezitten
en zichzelf in vrijheid te geven en in contact te treden met andere personen”.
De heilige Johannes Paulus II heeft eraan herinnerd hoe de heel
bijzondere liefde die de Schepper voor ieder mens heeft, “hem een oneindige
waardigheid verleent”.  Zij die zich inzetten voor de verdediging van
de menselijke waardigheid, kunnen in het christelijk geloof de diepste
redenen vinden voor die inzet. Wat voor een wonderbaarlijke zekerheid is
het te weten dat het leven van iedere persoon niet verloren gaat in een
hopeloze chaos, in een wereld die door puur toeval wordt geregeerd of door
cycli die zich zinloos herhalen! De Schepper kan tegen ieder van ons
zeggen: “Voordat Ik u in de moederschoot vormde, koos Ik u uit” (Jer. 1, 5).
Wij zijn ontvangen in Gods hart en daarom “is ieder van ons de vrucht
van een gedachte van God. Ieder van ons wordt gewild, ieder wordt
bemind, ieder is noodzakelijk”.

 

Wordt vervolgd
Elke dag om 7 am

 

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen en de zondagen
Laudato Si Officiële Nederlandse vertaling