Maandag – H. Pius van Pietrelcina, pr.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.
Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.
Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. 

OVERWEGING

Na een langdurige ballingschap (van 587 tot 538) komt het Godsvolk terug thuis in het Beloofde Land. De heropbouw van de tempel neemt een aanvang, dankzij de door de Perzische koning bevolen hulp van andere (andersgelovige) volkeren. Deze beslissing wordt gezien als een voorzichtige stap in de richting van Gods universele heilsplan:  een bewonderenswaardige poging om de eerbied te bevorderen voor de diversiteit tussen mensen en volkeren. In deze tijd van geloofsversnippering en vooroordelen kan de eerste lezing ons helpen om in eigen hart te kijken: welke houding hebben we tegenover andersgelovigen? En besteden we voldoende aandacht aan onze persoonlijke relatie met god, aan de verdieping ervan, zodat we straks kunnen getuigen van Hem?

EERSTE  LEZING                                             Ezr. 1,1-6

Laten al degenen die tot het volk van de Heer behoren
terugkeren naar Jeruzalem en er een tempel bouwen.

Begin van het boek Ezra

 

In het eerste regeringsjaar van Cyrus,
de koning van Perzië,
liet de HEER de voorspelling
die Hij door Jeremia gedaan had, in vervulling gaan.
Hij gaf Cyrus, de koning van Perzië, in
om in heel zijn koninkrijk een boodschap af te kondigen
en brieven rond te sturen van de volgende inhoud.
Zo spreekt Cyrus, de koning van Perzië:
“De HEER, de God des hemels,
heeft mij alle koninkrijken der aarde geschonken.
Hij heeft mij opgedragen voor Hem
een tempel te bouwen in Jeruzalem in Juda.
Laten al degenen onder u die tot zijn volk behoren,
onder zijn hoede terugkeren naar Jeruzalem in Juda
en een tempel bouwen ter ere van de HEER,
de God van Israël, de God die in Jeruzalem woont.
Overal waar er nog Israëlieten zijn,
zullen deze van hun medeburgers zilver en goud,
have en vee ontvangen, en bovendien wijgeschenken
voor de tempel van God in Jeruzalem.”
De familiehoofden van Juda en Benjamin,
de priesters en de levieten,
allen wie God het ingaf,
troffen voorbereidingen voor de terugreis
om de tempel van de HEER
in Jeruzalem weer op te bouwen.
En hun buren gaven hun als bijdragen
zilveren en gouden voorwerpen,
have en vee en allerlei kostbaarheden
en nog andere geschenken, die ze spontaan aanboden.

TUSSENZANG                Ps.  126(125), 1-2ab, 2cd-3, 4-5, 6

Geweldig was het wat de Heer ons deed.

De Heer bracht Sions ballingen terug :
het was alsof wij droomden.
Toen lachten alle monden
en juichte elk tong.

Toen zei men bij de volken :
geweldig is het wat de Heer hen deed.
Geweldig was het wat de Heer ons deed,
daarom zijn wij zo blij.

Keer nu ons lot ten goede, Heer,
zoals een beek doet in de Zuid-woestijn.
Die onder tranen zaaien
zij oogsten met gejuich.

Vol zorgen gaan zij uit
met zaaizakken beladen;
maar keren zingend weer
beladen met hun schoven.

ALLELUIA                         Joh. 14, 5

Alleluia.
Ik ben de weg, de waarheid en het leven, zegt de Heer;
niemand komt tot de Vader tenzij door Mij.
Alleluia.

EVANGELIE                    Lc. 8, 16-18

De lamp wordt op de standaard geplaatst
opdat al wie binnenkomt het licht kan zien.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

 

In die tijd zei Jezus tot de menigte:
“Niemand steekt een lamp aan
om die onder een schaal te verbergen
of onder een rustbank te zetten,
maar hij plaatst ze op een standaard,
opdat al wie binnenkomt het licht kan zien.
Niets is verborgen dat niet openbaar gemaakt,
niets geheim dat niet bekend zal worden
en aan het licht zal komen.
Let dus op hoe gij luistert.
Aan wie heeft zal gegeven worden;
maar wie niet heeft:
zelfs wat hij meent te hebben, zal hem nog ontnomen worden.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.

Vijfentwintigste zondag door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Openingswoord

De Heer roept ons hier samen
om zijn Naam te verheerlijken
en om Hem te danken voor Jezus,
die ons redding en vrede heeft gebracht.
Paulus roept ons ook om te bidden
‘in een geest die haat en ruzie uitsluit’.
Tijdens de Vredesweek,
die vandaag van start gaat (za)/die gisteren van start ging (zo),
willen we bidden om vrede in onze wereld,
dichtbij en veraf.
Moge Gods Geest ons hier de kracht geven
om actief mee te werken
aan de vrede die iedereen nodig heeft.

EERSTE  LEZING                                     Am. 8, 4-7

Tegen hen die de kleine man voor geld verkoopt.

Uit de Profeet Amos
.

Hoort toe, gij die de armen verdrukt
en de misdeelden in het land verdelgt,
gij die redeneert: wanneer is de nieuwe maan voorbij?
dan kunnen we ons koren verkopen!
En wanneer de Sabbat?
dan kunnen we ons graan uitstallen.
Dan verkleinen wij de korenmaat,
dan verhogen wij de prijs
en bedriegen wij met een vervalste weegschaal.
Dan kopen wij de kleine man voor geld,
de arme voor een paar schoenen,
en verhandelen wij zelfs de afval van ons koren.
De HEER heeft gezworen bij de heerlijkheid van Jakob:
Geen van hun daden zal Ik ooit vergeten!

Antwoordpsalm                                  Ps. 113(112), 1-2, 5-6, 7-8

Keervers
Looft de Heer, die de kleine man verheft.

Looft nu, dienaars des Heren,
Looft de naam van de Heer.
De naam van de Heer zij geprezen
vandaag en in eeuwigheid.

Wie is als de Heer onze God,
hoog boven de sterren gezeten?
Die van omhoog overziet
het hemelgewelf en de aarde.

Die machtelozen tilt uit het stof,
van vuilnishopen de armen weghaalt.
Om hen in de kring van de vorsten te plaatsen,
te midden der machtigen van zijn volk.

TWEEDE  LEZING                                 I Tim. 2, 1-8

Voor alle mensen wordt er gebeden tot God, die wil dat alle mensen gered worden.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan Timóteüs
.

Dierbare,

Vóór alles vraag ik u
gebeden, smekingen, voorbeden en dankzeggingen te verrichten
voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten
opdat wij ongestoord en rustig
een in alle opzichten godvruchtig en waardig leven kunnen leiden.
Dit is goed en welgevallig in het oog van God, onze Heiland
die wil dat alle mensen gered worden
en tot de kennis van de waarheid komen.
Want God is één,
één is ook de middelaar tussen God en de mensen,
de mens Christus Jezus
die zichzelf gegeven heeft als losprijs voor allen:
op de vastgestelde tijd legde Hij zijn getuigenis af.
En ik ben hiervan aangesteld als heraut en apostel
– ik spreek de waarheid, ik lieg niet –
om de volken te onderrichten in het ware geloof.
Ik wil dus
dat op elke plaats waar de gemeente samenkomt om te bidden
de mannen hun handen opheffen in een geest van godsvrucht,
die haat en ruzie uitsluit.

Vers voor het evangelie                                 2 Kor. 8,9

Alleluia.
Jezus is arm geworden, terwijl Hij rijk was,
opdat gij rijk zoudt worden door zijn armoede.
Alleluia.

EVANGELIE                                             Lc. 16, 1-13 

Gij kunt niet God dienen en de mammon.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
.

In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen:
(“Er was eens een rijk man. Hij had een rentmeester
die bij hem werd aangeklaagd omdat hij zijn bezit verkwistte.
Hij riep hem dus en vroeg:
Wat hoor ik daar van u?
Geef rekenschap van uw beheer,
want gij kunt niet langer rentmeester blijven.
Toen redeneerde de rentmeester bij zichzelf:
Wat zal ik doen nu mijn heer mij het rentmeesterschap afneemt?
Spitten kan ik niet, en bedelen: daarvoor schaam ik mij.
Ik weet al wat ik ga doen,
opdat ik na mijn ontslag als rentmeester, onderdak vind.
Hij ontbood de schuldenaars van zijn heer, één voor één,
en zei tot de eerste:
Hoeveel zijt ge aan mijn meester schuldig?
Deze antwoordde:
Honderd vaten olie.
Maar hij zei:
Hier hebt ge uw schuldbekentenis;
ga gauw zitten en schrijf: vijftig.
Daarop vroeg hij nog aan een tweede:
En hoeveel zijt gij schuldig?
Deze antwoordde:
Honderd maten tarwe.
Hij zei hem:
Hier hebt ge uw schuldbekentenis; schrijf: tachtig.
De heer prees het in de onrechtvaardige rentmeester
dat hij met overleg had gehandeld,
want de kinderen van deze wereld
handelen onderling met meer overleg
dan de kinderen van het licht.
Zo zeg Ik u ook:
Maakt u vrienden door middel van de onrechtvaardige mammon,
opdat zij – wanneer die u komt te ontvallen –
u in de eeuwige tenten opnemen.)
Wie betrouwbaar is in het kleinste
is ook betrouwbaar in het grote;
en wie onrechtvaardig is in het kleinste
is ook onrechtvaardig in het grote.
Zijt ge dus niet betrouwbaar geweest
met betrekking tot de onrechtvaardige mammon,
wie zal u dan het waarachtige goed toevertrouwen?
Als ge niet betrouwbaar zijt geweest
in het beheren van andermans goed,
wie zal u dan geven wat gij het uwe kunt noemen?
Geen knecht kan twee heren dienen,
want hij zal dan de een haten en de ander liefhebben,
ofwel de een aanhangen en de ander verachten.
Gij kunt niet God dienen en de mammon.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.

Zaterdag – H. Matteüs, apostel en evangelist

 Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Vandaag viert de Kerk de heilige Matteüs, de tollenaar die door Jezus werd geroepen om Hem te volgen. Waarom riep Jezus uitgerekend een tollenaar ? Welke kwaliteiten maakten hem geschikt als leerling? Werden tollenaars en zondaars in het evangelie niet in één adem genoemd ? Maar van deze man staat ook geschreven: ‘Hij stond op en volgde Hem’. Bij de Heer telt niet de vraag wat iemand bezit, wie iemand is, zelfs niet hoe vaak hij tekortschoot in het leven. Bij Jezus telt alleen de bereidheid waarmee iemand op zijn uitnodiging ingaat. Voor Matteüs worden zijn winstgevend beroep, zijn inkomen, zijn bestaanszekerheid onbelangrijk. Hij heeft Diegene ontmoet van wie hij méér dan dat alles verwachten kan: de ware zin van het leven.

EERSTE LEZING                        Ef. 4, 1-7.11-13

Sommigen maakte Hij apostelen, anderen profeten.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van
Efeze

Broeders en zusters,

Ik, de gevangene in de Heer vraag u met aandrang :
leidt een leven dat beantwoordt
aan de roeping die gij van God ontvangen hebt,
in alle deemoed en zachtheid, in lankmoedigheid,
liefdevol elkaar verdragend.
Beijvert u
de eenheid des Geestes te behouden door de band van de vrede :
één lichaam en één Geest,
zoals gij ook geroepen zijt tot een en dezelfde hoop,
waarvoor Gods roeping borg staat.
Eén Heer, één geloof, één doop.
Eén God, en Vader van allen,
die is boven allen, en met allen, en in allen.

Maar aan ieder van ons afzonderlijk is de genade verleend
naar de maat van Christus’ gave :
sommigen maakte Hij apostelen, anderen profeten,
anderen evangelisten, weer anderen herders en leraars.
Zo heeft hij de heiligen toegerust voor het werk der bediening,
tot opbouw van het lichaam van Christus,
totdat wij allen tezamen komen
tot de eenheid in het geloof en de kennis van Gods Zoon,
tot de volmaakte Man,
tot de gehele omvang van de volheid van de Christus.

TUSSENZANG                                           Ps. 19(18), 2-3, 4-5

Over heel de aarde klinkt hun roep.

De hemel verkondigt Gods heerlijkheid,
het uitspansel toont ons het werk van zijn handen.
De dag roept het toe aan de volgende dag,
de nacht geeft het door aan de nacht.

Geen woord wordt gesproken, geen stem weerklinkt,
geen enkel geluid is te horen ;
toch klinkt over heel de aarde hun roep,
hun boodschap dringt door tot de rand van de wereld.

ALLELUIA

Alleluia.
U, God, loven wij.
U, Heer, prijzen wij.
U looft het roemvolle koor der apostelen.
Alleluia.

EVANGELIE                        Mt. 9, 9-13

Volg Mij. De man stond op en volgde Hem.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

In die tijd trok Jezus verder
en Hij zag iemand aan het tolhuis zitten
die Matteüs heette.
Hij zei tot hem :
“Volg Mij.”
De man stond op en volgde Hem.
Terwijl Hij nu in diens woning aan tafel aanlag,
kwamen ook vele tollenaars en zondaars
met Jezus en zijn leerlingen aanliggen.
Toen de Farizeeën dat zagen,
zeiden ze tot zijn leerlingen :
“Waarom eet uw Meester met tollenaars en zondaars ?”
Jezus hoorde dit en zei :
“Niet de gezonden hebben een dokter nodig, maar de zieken.
“Gaat heen en leert wat het zeggen wil :
Ik wil liever barmhartigheid dan offers.
“Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen,
maar zondaars.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Vrijdag HH. Koreaanse martelaren

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

OVERWEGING

Onze tijd wordt gekenmerkt door een grote diversiteit van meningen en tegengestelde standpunten. Het wordt steeds moeilijker om uit te maken wat waarheid is en wat niet. In de samenleving worden vertrouwde waarden in vraag gesteld, grote principes sneuvelen, ons geloof moeten we eerder verdedigen dan dat we gelegenheid krijgen om het vrijmoedig te verkondigen. Precies met deze situatie wordt Paulus geconfronteerd in zijn tijd. Hij pleit ervoor om terug te keren naar de bron wanneer we de weg niet meer weten, of wanneer we uit zelfverdediging oogkleppen dreigen op te zetten. Christenen mogen zich keren naar Gods woord. Dan worden zij open en ontvankelijke mensen, die op een gezonde manier afstand kunnen nemen van uiterlijke rijkdom, en onthecht kunnen leven.

EERSTE LEZING                                           I Tim. 6, 2c-12
Gij, man Gods, moet streven naar gerechtigheid.

HH. Andreas Kim Taegon, priester, en Paulus Chong Hasang, en gezellen, martelaren. Vrijdag in week 24 door het jaar

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan Timoteüs
.

Dierbare, Zo moet gij leren en vermanen.
Wie een afwijkende leer verkondigt
en zich niet houdt
aan de gezonde beginselen van onze Heer Jezus Christus
en de leer van onze godsdienst,
is een verwaand mens,
zonder werkelijke wetenschap
maar met een ziekelijke belangstelling
voor twistvragen en woordenstrijd.
Hieruit kan niets anders voortkomen dan afgunst,
onenigheid, gelaster, achterdocht en eindeloze discussies,
het werk van mensen wier geest verward is
en van de waarheid verstoken.
Zij zien in de godsvrucht een bron van inkomsten.
Nu brengt de godsvrucht ongetwijfeld grote winst
maar alleen voor hem die tevreden is met wat hij heeft.
Want wij hebben in deze wereld niets meegebracht
en kunnen er ook niets uit meenemen.
Als wij voedsel en kleding hebben, moet ons dat genoeg zijn.
Zij die zich willen verrijken vallen in verzoeking
en in de strik van allerlei dwaze en kwalijke begeerten
die een mens in verderf en ondergang storten.
Want de geldzucht is de wortel van alle kwaad.
Door deze hartstocht zijn sommigen al van het geloof afgedwaald
en hebben zich afgemarteld met kwellingen zonder tal.
Gij echter, man Gods, moet dit alles mijden.
Streef naar gerechtigheid,
godsvrucht, geloof, liefde, volharding, zachtmoedigheid.
Strijd de goede strijd van het geloof,
grijp het eeuwige leven.
Daartoe zijt gij geroepen,
daartoe hebt gij de goede belijdenis afgelegd
ten overstaan van vele getuigen.

TUSSENZANG                           Ps. 49(48), 6-7, 8-10, 17-18, 19-20

Zalig de armen van geest,
want aan hen behoort het Rijk der hemelen (Mt. 5,3).

Waarom zou ik vrezen voor slechte tijden,
wanneer ik door booswichten word belaagd?
Door mensen die rekenen op hun rijkdom
en die zich beroemen op hun bezit.

Er is toch geen mens die zich vrij kan kopen,
zijn eigen losgeld betalen aan God?
Te hoog is de prijs voor een eeuwig leven,
nooit is er genoeg om de dood te ontgaan.

Verlies dus de moed niet wanneer iemand rijk wordt,
wanneer in zijn huis de weelde steeds groeit.
Hij zal als hij dood gaat niets mee kunnen nemen,
zijn rijkdommen gaan niet met hem in het graf.

Al prijst hij zich tijdens zijn leven gelukkig :
je bent te benijden, het gaat je goed;
Toch moet hij zich eens bij zijn vaderen voegen
die nooit meer het licht van de zon zullen zien.

ALLELUIA                                             Ps. 130(129), 5

Alleluia.
Op de Heer stel ik mijn hoop,
op zijn woord vertrouw ik.
Alleluia.

EVANGELIE                                           Lc. 8, 1-3
Vrouwen vergezelden de Heer;
zij zorgden voor Hem uit eigen middelen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
.

In die tijd trok Jezus predikend rond
door stad en dorp
en verkondigde de Blijde Boodschap van het Rijk Gods.
De twaalf vergezelden Hem
en ook enkele vrouwen
die van boze geesten en ziekten verlost waren:
Maria die Magdalena wordt genoemd,
uit wie zeven duivels waren weggegaan,
Johanna, de vrouw van Herodes’ rentmeester Chuzas,
Susanna en vele anderen, die uit eigen middelen voor hen zorgden.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Donderdag H. Januarius, b. en mrt.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

OVERWEGING

Hier wordt Timoteüs persoonlijk aangesproken. De voorlezing ui de Schrift kan hier alleen het Oude Testament bedoelen, dus een vast onderdeel van de liturgie waarop een soort homilie volgde. Verder wordt ook verwezen naar een ritueel waarbij Timoteüs als ambtsdrager is aangesteld. Dit ritueel bestond uit handoplegging door een college van oudsten samen met een rituele formule.

EERSTE LEZING                                   I Tim. 4, 12-16
Blijf voortdurend zorg besteden aan uzelf en aan uw onderricht.
Zodoende redt gij uzelf en hen die naar u luisteren.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan Timoteüs
.

Dierbare,

Niemand mag uw jeugd minachten.
Wees een voorbeeld voor de gelovigen door woord en gedrag,
in liefde, in geloof en in onschuld.
In afwachting van mijn komst
moet gij u toeleggen op de voorlezing,
de vermaning en het onderricht.
Verwaarloos de genadegave niet die in u is
en die u krachtens een profetenwoord werd geschonken
onder handoplegging van de gezamenlijke presbyters.
Neem dit alles ter harte, ga er geheel in op,
dan zullen uw vorderingen voor allen zichtbaar zijn.
Blijf voortdurend zorg besteden aan uzelf en aan uw onderricht.
Zodoende redt gij uzelf en hen die naar u luisteren.

TUSSENZANG                            Ps. 111(110), 7-8, 9, 10

Geweldig is alles wat de Heer verricht.
Alleluia.

Het werk van zijn handen is goed en betrouwbaar,
al wat Hij besluit staat onwrikbaar vast.
Het blijft door de eeuwen en altijd van kracht,
het is doordacht en rechtvaardig.

Hij heeft zijn volk verlossing gebracht,
voor eeuwig met hen zijn verbond gesloten;
heilig en hooggeëerd is zijn Naam.

De vrees voor God is begin van wijsheid,
verstandig doet ieder die Hem vereert;
in eeuwigheid moet men Hem loven.

ALLELUIA                                              Joh. 8, 12

Alleluia.
Ik ben het licht der wereld, zegt de Heer;
wie Mij volgt zal het licht des levens bezitten.
Alleluia.

EVANGELIE                                  Lc. 7, 36-50
Haar zonden zijn haar vergeven, al waren ze vele,
want zij heeft veel liefde betoond.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
.

Een van de Farizeeën vroeg Jezus eens bij zich te eten.
Jezus trad het huis van de Farizeeër binnen en ging aanliggen.
Een vrouw nu, die in de stad als een zondares bekend stond,
was te weten gekomen
dat Jezus in het huis van de Farizeeër te gast was.
Zij nam een albasten vaasje met balsem mee
en ging schreiend achter Hem, bij zijn voeten staan.
Haar tranen maakten zijn voeten nat,
die ze met haar hoofdhaar afdroogde.
Zij kuste ze keer op keer en zalfde ze met de balsem.
Toen de Farizeeër die Hem uitgenodigd had dit zag,
zei hij bij zichzelf:
“Als dit een profeet was zou Hij weten
wie en wat voor een vrouw het is die Hem aanraakt;
het is immers een zondares.”
Jezus gaf hem ten antwoord:
“Simon, Ik heb u iets te zeggen.”
Waarop deze zei:
“Zeg het, Meester.”
“Een geldschieter had twee schuldenaars,
de een was hem vijfhonderd, de ander vijftig tienlingen schuldig.
Omdat zij die niet konden teruggeven
schold hij ze aan allebei kwijt.
Wie van hen zal nu het meest van hem houden?”
“Ik veronderstel,
– antwoordde Simon –
diegene aan wie hij het meeste heeft kwijtgescholden.”
Jezus zei tot hem:
“Uw oordeel is juist.”
Daarop keerde Hij zich tot de vrouw en zei tot Simon:
“Ge ziet die vrouw daar?
Ik kwam uw huis binnen;
gij hebt niet eens water over mijn voeten gegoten,
maar mijn voeten zijn nat geworden door haar tranen
en zij heeft ze met haar haren afgedroogd.
Gij hebt Mij niet eens een kus gegeven,
maar zij hield, sinds Ik binnenkwam,
niet op mijn voeten te kussen.
Gij hebt mijn hoofd niet met olie gezalfd,
maar zij heeft mijn voeten gezalfd met balsem.
Daarom zeg Ik u:
haar zonden zijn haar vergeven, al waren ze vele,
want zij heeft veel liefde getoond.
Weinig liefde betoont hij
aan wie weinig wordt vergeven.”
Daarop sprak Hij tot haar:
“Uw zonden zijn vergeven.”
De medeaanliggenden vroegen zich af:
Wie is deze man, die zelfs zonden vergeeft?”
Jezus zei tot de vrouw:
“Uw geloof heeft u gered: ga in vrede.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Woensdag in de vierentwintigste week door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.
Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.
Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven.

OVERWEGING

In het gewone leven is het niet zo eenvoudig om God op het spoor te komen. Waar zien wij die grenzeloze, mateloze liefde en dat pleidooi voor de gerechtigheid zoals Jezus dat indertijd voorleefde? Onze cultuur is er een van zoveel beelden, we maken dankzij de sociale media deel uit van zovele levens van onbekenden, dat we niet zien waar het gebeurt, waar God aan het licht komt, waar Hij zijn sporen achterlaat. Omdat de wijze waarop God zichtbaar wordt in ons leven, nooit beantwoordt aan de beelden die we gewoon zijn. Dan is het belangrijk om terug waakzaam te worden, om op te letten waar het leven extra glans krijgt en vruchten draagt: daar komen wij God op het spoor!

EERSTE LEZING                                  I Tim. 3, 14-16

Het geheim van onze godsdienst is zonder twijfel verheven.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan Timoteüs

 

Dierbare,

Ik schrijf u dit in de hoop vrij spoedig bij u te komen.
Mocht ik worden opgehouden,
dan weet gij hoe men zich behoort te gedragen in het huis Gods,
dat is, de kerk van de levende God,
pijler en grondslag van de waarheid.
Ja, het geheim van onze godsdienst is zonder twijfel verheven:
Christus is geopenbaard in het vlees,
gerechtvaardigd in de Geest,
verschenen aan de engelen,
verkondigd onder de volken,
geloofd in heel de wereld
en opgenomen in heerlijkheid.

TUSSENZANG                                        Ps. 111(110), 1-2, 3-4, 5-6

Geweldig is alles wat de Heer verricht.
Alleluia.

De Heer wil ik danken uit heel mijn hart,
te midden der vromen, voor heel de gemeente.
Geweldig is alles wat Hij verricht,
de aandacht boeiend van elk die het nagaat.

Mildheid en majesteit spreekt uit zijn daden,
eeuwig blijft Hij rechtvaardig en trouw.
Wonderen deed Hij om nooit te vergeten,
minzaam en liefdevol toont zich de Heer.

Voedsel geeft Hij aan die Hem vereren,
altijd herinnert Hij zich zijn verbond.
Hij toonde zijn volk de kracht van zijn daden
en gaf hen het heidense land in bezit.

ALLELUIA                                              Joh. 6, 64b, 69b

Alleluia.
Uw woorden, Heer, zijn geest en leven;
uw woorden zijn woorden van eeuwig leven.
Alleluia.

EVANGELIE                                            Lc. 7, 31-35

Wij hebben voor u op de fluit gespeeld en gij hebt niet gedanst;
wij hebben een treurlied gezongen, en gij hebt niet gehuild.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

 

In die tijd zei Jezus:
“Waarmee zal Ik de mensen van dit geslacht vergelijken?
Op wie gelijken ze?
Ze gelijken op kinderen die op het marktplein zitten
en elkaar toeroepen:
Wij hebben voor u op de fluit gespeeld
en gij hebt niet gedanst;
wij hebben een treurlied gezongen
en gij hebt niet gehuild.
Immers, Johannes de Doper is gekomen,
eet geen brood en drinkt geen wijn
en gij zegt: hij is van de duivel bezeten!
De Mensenzoon is gekomen, Hij eet en drinkt wel en gij zegt:
Kijk die gulzigaard en wijndrinker,
die vriend van tollenaars en zondaars!
Maar de Wijsheid vindt rechtvaardiging bij al haar kinderen.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.

Dinsdag – H. Robertus Bellarmino, b. en krkl.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.
Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.
Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

OVERWEGING

Op het eerste gezicht weten we dat het bij een biologische dood niet mogelijk is om terug levend te worden. Maar wanneer we beseffen dat er een liefde is die sterker is dan de dood is er wel troost mogelijk. Het evangelie wil ons vandaag sterken in het besef dat er situaties zijn die meer dood dan leven in zich dragen. Zodanig zelfs, dat wij geneigd zijn om ons erbij neer te leggen. Uitgerekend dan roept Jezus ons op om recht te gaan staan, om een nieuw begin te maken, om voor het leven te kiezen en daar alle gevolgen van te dragen. Als wij hiervoor openstaan, kunnen wij dan op een andere manier kijken naar de evolutie in ons kerkelijk landschap?

EERSTE  LEZING                                          I Tim. 3, 1-13
Een leider in de gemeente moet onberispelijk zijn.
Diakens moeten trouw zijn aan het geheim van het geloof
met een zuiver geweten.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan Timoteüs

 

Dierbare,

Dit woord is betrouwbaar:
streeft iemand naar het leidersambt,
dan begeert hij een voortreffelijke taak.
Een leider in de gemeente moet onberispelijk zijn,
de man van één vrouw,
matig, verstandig, beschaafd,
gastvrij, bekwaam om te onderwijzen,
niet aan de wijn verslaafd,
niet opvliegend maar inschikkelijk,
niet strijdlustig, niet geldzuchtig,
iemand die zijn eigen huis goed bestuurt
en met ernst en waardigheid gezag oefent over zijn kinderen.
Als iemand zijn eigen huisgezin niet weet te besturen,
hoe zal hij dan zorg kunnen dragen voor de gemeente Gods?
Hij mag geen pas bekeerde zijn, opdat hij niet verwaand wordt
en hem het vonnis van de duivel treft.
Hij moet ook goed aangeschreven staan bij hen
die niet tot de gemeente behoren;
anders komt hij in opspraak
en valt misschien in de strikken van de duivel.
Evenzo moeten de diakens mannen van eer zijn,
mannen van hun woord,
niet aan de wijn verslaafd of belust op winstbejag,
trouw aan het geheim van het geloof met een zuiver geweten.
Ook zij moeten eerst een onderzoek ondergaan;
daarna kunnen zij, als er geen klachten zijn hun dienst vervullen.
Eveneens moeten hun vrouwen eerzaam zijn,
geen kwaadspreeksters,
matig en in alle opzichten betrouwbaar.
Diakens moeten mannen van één vrouw zijn
en hun kinderen en hun huisgezin goed weten te leiden.
Zij die hun dienst goed vervullen
verwerven zich een eervolle rang en een grote openheid,
gebaseerd op het geloof in Christus Jezus.

TUSSENZANG                Ps. 101(100), 1-2ab, 2cd-3ab, 5, 6

Ik volg steeds de weg van de onschuld.

Van goedheid en recht wil ik zingen,
U loven, o Heer.
Ik volg steeds de weg van de onschuld :
kom mij tegemoet !

Met zuiver hart wil ik leven
ook binnen mijn huis.
Ik zal geen plannen beramen
in strijd met het recht.

Wie steeds zijn naaste belastert
hem snoer ik de mond;
wie trots en hooghartig rondloopt,
ik wil hem niet zien.

Ik zoek in het land de getrouwen
om bij mij te zijn:
die onberispelijk leven,
die neem ik in dienst.

ALLELUIA               cf. Lc. 8, 15

Alleluia.
Zalig zij die het woord Gods dat zij hoorden,
in een goed en edel hart bewaren
en vrucht voortbrengen door hun standvastigheid.
Alleluia.

EVANGELIE                     Lc. 7, 11-17

Jongeling, Ik zeg je : sta op!

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
.

In die tijd begaf Jezus zich naar een stad die Naïn heette;
zijn leerlingen en een grote groep mensen gingen met Hem mee.
Hij was juist in de nabijheid van de stadspoort gekomen,
toen daar een dode werd uitgedragen,
de enige zoon van zijn moeder
die weduwe was.
Een groot aantal mensen uit de stad vergezelde haar.
Toen de Heer haar zag
gevoelde Hij medelijden met haar en sprak:
“Schrei maar niet.”
Daarop trad Hij op de lijkbaar toe en raakte die aan.
De dragers bleven staan en Hij sprak:
“Jongeling, Ik zeg je: sta op!”
De dode kwam overeind zitten en begon te spreken
en Jezus gaf hem aan zijn moeder terug.
Allen werden door ontzag bevangen
en zij verheerlijkten God en zeiden:
“Een groot profeet is onder ons opgestaan”, en:
“God heeft genadig neergezien op zijn volk.”
En dit verhaal over Hem deed de ronde
door heel het Joodse land en de wijde omtrek.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.

Maandag HH. Cornelius, paus en Cyprianus, b., mrt.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

OVERWEGING

Het bestaan van huiskerken bracht rivaliteiten met zich mee. De ecclesia was de samenkomst van allen, maar in de christelijke gemeenschappen ontstond onderlinge concurrentie, na-ijver en onenigheid. De eucharistie werd voorafgegaan door een maaltijd, waar de onenigheden duidelijk werden. Wie rijk genoeg was vervoegde de andere rijken aan tafel: ze aten overvloedig en rijkelijk, terwijl de arme christenen aan een andere tafel hun karig maal nuttigden (zie ook de overweging op 13 september 2017) Een kerkgemeenschap die zich terugtrekt in individualisme, is geen gemeenschap meer van broeders en zusters. Ze legt een tegengesteld getuigenis af van Jezus’ boodschap.

EERSTE  LEZING                                       I Tim. 2,1-8
Ik vraag u gebeden te verrichten voor alle mensen.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan Timoteüs
.

Dierbare,

Allereerst vraag ik u
gebeden, smekingen, voorbeden en dankzeggingen te verrichten
voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten,
opdat wij ongestoord en rustig
een in alle opzichten godvruchtig en waardig leven kunnen leiden.
Dit is goed en welgevallig in het oog van God, onze Heiland,
die wil dat alle mensen gered worden
en tot de kennis van de waarheid komen.
Want God is één,
één is ook de middelaar tussen God en de mensen,
de mens Christus Jezus,
die zichzelf gegeven heeft als losprijs voor allen:
op de vastgestelde tijd legde Hij zijn getuigenis af.
En ik ben hiervan aangesteld als heraut en apostel
– ik spreek de waarheid, ik lieg niet –
om de volken te onderrichten in het ware geloof.
Ik wil dus
dat op elke plaats waar de gemeente samenkomt om te bidden,
de mannen hun handen opheffen in een geest van godsvrucht,
die haat en ruzie uitsluit.

TUSSENZANG                                      Ps. 28(27), 2, 7, 8-9

Gezegend de Heer, die mijn smeken gehoord heeft.

Hoor naar mijn smeken, als ik U aanroep,
mijn handen hef naar uw heiligdom.
Gezegend de Heer, die mijn smeken gehoord heeft,
de Heer, mijn kracht en mijn schild.

De Heer is een sterke macht voor zijn volk,
en voor zijn gezalfde een veilige burcht.
Red, Heer, uw volk en zegen uw erfdeel ;
hoed hen en draag hen voor immer.

ALLELUIA                                            Mt. 11, 25

Alleluia.
Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde,
omdat Gij deze dingen
hebt geopenbaard aan kinderen.
Alleluia.

EVANGELIE                                           Lc. 7, 1-10
Zelfs in Israël heb Ik zo’n groot geloof niet gevonden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
.

In die tijd ging Jezus,
na afloop van zijn onderricht aan het luisterende volk,
naar Kafarnaüm.
Daar was een honderdman, die een knecht had
aan wie hem veel gelegen was;
die knecht was ziek en lag op sterven.
Omdat de honderdman van Jezus hoorde,
zond hij enkele oudsten van de Joden naar Hem toe
met het verzoek zijn knecht te komen genezen.
Bij Jezus gekomen riepen zij met aandrang zijn hulp in.
Ze zeiden:
“Hij verdient dat Gij hem deze gunst bewijst,
want hij houdt van ons volk
en hij heeft op eigen kosten de synagoge voor ons gebouwd.”
Daarop ging Jezus met hen mee.
Maar toen Hij niet ver meer van het huis was,
liet de honderdman Hem door vrienden zeggen:
“Heer, doe geen verdere moeite;
ik ben niet waard dat Gij onder mijn dak komt.
Daarom meende ik ook er geen aanspraak op te mogen maken
persoonlijk naar U toe te komen.
Maar een woord van U is voldoende
om mijn knecht te doen genezen.
Want al ben ik zelf een ondergeschikte,
ik heb weer manschappen onder mij:
en tot de een zeg ik: ga, en hij gaat,
en tot een ander: kom; en hij komt,
en aan mijn knecht: doe dit, en hij doet het.”
Toen Jezus dit hoorde stond Hij verwonderd over hem.
Hij keerde zich om en zei tot het volk dat Hem volgde:
“Ik zeg u:
zelfs in Israël heb Ik zo’n groot geloof niet gevonden.”
Toen de mensen die gestuurd waren, in het huis terugkeerden,
vonden zij de knecht weer gezond.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

               

Vierentwintigste zondag door het jaar

 Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord

In de liturgie van vandaag
horen we het als een refrein terugkeren:
‘Gods naam is barmhartigheid’.
Hij wacht ons geduldig op
tot ook wij ons naar Hem toekeren.
Net zoals de vader in het evangelie
vol vreugde zijn verloren zoon omhelst
en alles klaar laat maken
om feest te vieren,
zo worden ook wij vandaag uitgenodigd
aan Gods tafel.
Laten wij in deze viering bidden
om de kracht van Gods Geest,
zodat bekering in ons kan groeien.

EERSTE LEZING                                     Ex. 32, 7-11.13-14

De Heer zag af van het onheil waarmee Hij zijn volk had bedreigd.

Uit het boek Exodus

 

In die dagen sprak de HEER tot Mozes:
“Ga nu naar beneden,
want het volk dat gij uit Egypte hebt geleid,
is tot zonde vervallen.
Zij zijn nu al afgeweken van de weg
die Ik hun had voorgeschreven;
ze hebben een stierebeeld gemaakt,
ze buigen zich daarvoor neer,
ze dragen er offers voor op en schreeuwen:
Israël, dit is de god die u uit Egypte heeft geleid.”
Ook sprak de HEER tot Mozes:
“Ik zie nu hoe halsstarrig dit volk is.
Laat Mij begaan;
dan kan Ik hen in mijn brandende toorn vernietigen.
Maar van u zal Ik een groot volk maken.”

Mozes trachtte de HEER, zijn God, gunstig te stemmen en vroeg:
“Waarom HEER, uw toorn laten woeden tegen het volk
dat Gij met grote kracht en sterke hand
uit Egypte hebt geleid?
Denk aan uw dienaren Abraham, Isaäk en Israël,
aan wie Gij onder ede beloofd hebt:
Ik zal uw nageslacht talrijk maken als de sterren aan de hemel,
en heel het land waarover Ik heb gesproken
zal Ik uw nakomelingen voor altijd in bezit geven.
Het zal voor eeuwig hun erfdeel zijn.”

Toen zag de HEER af van het onheil
waarmee Hij zijn volk had bedreigd.

Antwoordpsalm                               Ps. 51(50) 3-4, 12-13, 17 en 19

Keervers
Ik ga weer naar mijn vader.

God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid,
delg mijn zondigheid in uw erbarmen.
Was mijn schuld volkomen van mij af,
reinig mij van al mijn zonden.

Schep in mij een zuiver hart, mijn God,
geef mij weer een vastberaden geest.
Wil mij niet verstoten van uw aanschijn,
neem uw heilige Geest niet van mij weg.

Heer, maak Gij mijn lippen los,
dat mijn mond uw lof kan zingen.
Wat ik offer, God, is mijn boetvaardigheid,
een vermorzeld en vernederd hart wijst Gij niet af.

TWEEDE   LEZING                                   I Tim. 1,12-17

Christus is gekomen om zondaars te redden.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan Timóteüs

Dierbare,

Ik zeg dank aan Hem die mij sterkt,
aan Christus Jezus onze Heer,
dat Hij mij zijn vertrouwen heeft geschonken
door mij in zijn dienst te nemen,
hoewel ik eertijds een godslasteraar was,
een vervolger en geweldenaar.
Maar mij is barmhartigheid bewezen
omdat ik, nog ongelovig, handelde in onwetendheid.
En ik werd in rijke overvloed de genade van onze Heer deelachtig
en daarmee het geloof en de liefde die in Christus Jezus zijn.
Dit woord is betrouwbaar en volkomen geloofwaardig:
“Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden.”
En de eerste van hen ben ik.
Daarom juist is mij barmhartigheid bewezen:
Jezus Christus wilde heel zijn lankmoedigheid bewijzen,
aan mij als eerste, als een model voor allen
die in de toekomst op Hem zouden vertrouwen
en eeuwig leven winnen.
Aan de Koning der eeuwen,
aan de onvergankelijke, onzichtbare, enige God
zij eer en roem in de eeuwen der eeuwen!
Amen.

Vers voor het evangelie                              2 Kor. 5, 19

Alleluia.
God heeft in Christus de wereld met zich verzoend
en Hij gaf ons de boodschap van de verzoening mee.
Alleluia.

EVANGELIE                                           Lc. 15, 1-32 of 1-10

Er zal in de hemel vreugde zijn over één zondaar die zich bekeert.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

In die tijd kwamen tollenaars en zondaars van allerlei slag
bij Jezus om naar Hem te luisteren.
De Farizeeën en de schriftgeleerden morden daarover en zeiden:
“Die man ontvangt zondaars en eet met hen.”
Hij hield hun deze gelijkenis voor:
“Wanneer iemand onder u honderd schapen heeft
en er één van verliest,
laat hij dan niet de negenennegentig in de wildernis achter
om op zoek te gaan naar het verlorene
totdat hij het vindt?
En als hij het vindt legt hij het vol vreugde op zijn schouders
en hij gaat naar huis, roept zijn vrienden en buren bij elkaar
en zegt hun:
Deelt in mijn vreugde,
want mijn schaap dat verloren was geraakt heb ik gevonden.
Ik zeg u:
zo zal er in de hemel meer vreugde zijn
over één zondaar die zich bekeert,
dan over negenennegentig rechtvaardigen
die geen bekering nodig hebben.
Of welke vrouw die tien zilverstukken bezit en er één verliest,
steekt niet een lamp aan,
veegt niet het huis en zoekt niet zorgvuldig totdat ze het vindt?
En als ze het gevonden heeft
roept ze haar vriendinnen en buurvrouwen bij elkaar en zegt:
Deelt in mijn vreugde,
want het zilverstuk dat ik had verloren, heb ik gevonden.
Zo zeg Ik u, is er vreugde bij de engelen van God
over één zondaar die zich bekeert.”
(Hij sprak:
“Een man had twee zonen.
Nu zei de jongste van hen tot zijn vader:
Vader geef mij het deel van het bezit waarop ik recht heb. En hij verdeelde zijn vermogen onder hen.
Niet lang daarna pakte de jongste alles bij elkaar
en vertrok naar een ver land.
Daar verkwistte hij zijn bezit in een losbandig leven.
Toen hij alles opgemaakt had
kwam er een verschrikkelijke hongersnood over dat land
en hij begon gebrek te lijden.
Nu ging hij in dienst bij een der inwoners van dat land
die hem het veld instuurde om varkens te hoeden.
En al had hij graag zijn buik willen vullen
met de schillen die de varkens aten,
niemand gaf ze hem.
Toen kwam hij tot nadenken en zei:
Hoeveel dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed,
en ik verga hier van honger.
Ik ga weer naar mijn vader
en ik zal hem zeggen:
Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u;
ik ben niet meer waard uw zoon te heten
maar neem mij aan als een van uw dagloners.
Hij ging dus op weg naar zijn vader.
Zijn vader zag hem al in de verte aankomen
en hij werd door medelijden bewogen;
hij snelde op hem toe,
viel hem om de hals en kuste hem hartelijk.
Maar de zoon zei tot hem:
Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u;
ik ben niet meer waard uw zoon te heten.
Doch de vader gelastte zijn knechten:
Haalt vlug het mooiste kleed en trekt het hem aan,
steekt hem een ring aan zijn vinger en trekt hem sandalen aan.
Haalt het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren,
want deze zoon van mij, was dood en is weer levend geworden,
hij was verloren en is teruggevonden.
Ze begonnen dus feest te vieren.

Intussen was zijn oudste zoon op het land.
Toen hij echter terugkeerde en het huis naderde
hoorde hij muziek en dans.
Hij riep een van de knechten
en vroeg wat dat te betekenen had.
Deze antwoordde:
Uw broer is thuisgekomen
en uw vader heeft het gemeste kalf laten slachten
omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen.
Maar hij werd kwaad en wilde niet naar binnen.
Toen zijn vader naar buiten kwam en bij hem aandrong
gaf hij zijn vader ten antwoord:
Al zoveel jaren dien ik u en nooit heb ik uw geboden overtreden,
toch hebt gij mij nooit een bokje gegeven
om eens met mijn vrienden feest te vieren.
En nu die zoon van u is teruggekomen
die uw vermogen heeft verbrast met slechte vrouwen,
hebt ge voor hem het gemeste kalf laten slachten.
Toen antwoordde de vader:
Jongen, jij bent altijd bij me
en alles van mij is ook van jou.
“Maar er moet feest en vrolijkheid zijn,
omdat die broer van je dood was en levend is geworden,
verloren was en is teruggevonden.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Zaterdag Kruisverheffing

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
De dubbele beweging in de hymne uit de Filippenzebrief – vernedering en verheffing – komt terug in het evangelie en is eigenlijk hét kenmerkende beeld van dit feest. de betekenis van het kruis wordt helemaal omgevormd: van een verschrikkelijk marteltuig, dat wijst op afwijzing, vervloeking en vernedering, wordt het door de kracht van Gods liefde omgevormd tot een verheven troon van verheerlijking. In de oosterse iconen wordt dit verbeeldt doordat Jezus niet aan het kruis wordt geslagen, maar zelf – bewust en vrij – het kruis ‘bestijgt’. Omdat het kruis spreekt van de almacht van Gods liefde, mogen wij als christenen dit teken bezingen en vereren.

EERSTE LEZING                                                       Num. 21, 4-9

Ieder die door een slang was gebeten
en zijn ogen op de bronzen slang richtte, bleef in leven.

Uit het Boek Numeri

Van de berg Hor trokken de Israëlieten
in de richting van de Rietzee,
want zij wilden om Edom heentrekken.
Maar onderweg werd het volk ongeduldig.
Het keerde zich tegen God
en tegen Mozes :
“Hebt gij ons uit Egypte gevoerd om te sterven in de woestijn?
“Er is geen brood,
er is geen water
en dat minderwaardige eten staat ons tegen.”
Toen zond de Heer giftige slangen op het volk af.
Deze beten de Israëlieten
en velen van hen vonden de dood.
Nu kwam het volk naar Mozes en zei :
“Wij hebben gezondigd,
want wij hebben ons tegen de Heer en tegen u gekeerd.
“Bid de Heer,
dat hij die slangen van ons wegneemt.”
Toen bad Mozes voor het volk
en de Heer zei tot hem :
“Maak zo’n giftige slang
en zet die op een paal.
Iedereen die gebeten is en ernaar opziet,
zal in leven blijven.”
Mozes maakte een bronzen slang
en zette die op een paal.
Ieder die door een slang was gebeten
en zijn ogen op de bronzen slang richtte,
bleef in leven.

TUSSENZANG                                    Ps. 78(77), 1-2, 34-35, 36-37, 38

Laten wij nooit vergeten wat God heeft gedaan.

Luister, mijn volk, naar mijn onderrichting,
open uw oren voor wat Ik u zeg.
Een wijze les zal Ik u verhalen
die in het verleden verborgen ligt.

Zij zochten Hem enkel wanneer Hij hen sloeg,
dan zochten zij Hem rouwmoedig ;
dan wisten ze weer dat de Heer hun rots was,
de Allerhoogste hun redder.

Maar met hun mond bedrogen zij Hem,
zij logen Hem voor met hun tong ;
want innerlijk waren zij niet oprecht,
geloofden niet in zijn verbond.

Toch was Hij barmhartig, vergaf hun zonden
en roeide hen niet geheel uit.
Telkens opnieuw bedwong Hij zijn toorn
en hield Hij zijn gramschap in toom.

TWEEDE LEZING                                                      Fil. 2, 6-11

Hij heeft zichzelf ontledigd,
daarom heeft God Hem hoog verheven.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van
Filippi

Broeders en zusters,

Hij die bestond in goddelijke majesteit
heeft zich niet willen vastklampen
aan de gelijkheid met God.

Hij heeft zichzelf ontledigd
en het bestaan van een slaaf op zich genomen.
Hij is aan de mensen gelijk geworden.

En als mens verschenen
heeft Hij zich vernederd
door gehoorzaam te worden tot de dood,
tot de dood aan een kruis.

Daarom heeft God Hem hoog verheven
en Hem de naam verleend
die boven alle namen is.

Opdat bij het noemen van zijn naam
zich iedere knie zou buigen
in de hemel, op aarde en onder de aarde ;
en iedere tong zou belijden,
tot eer van God de Vader :
Jezus Christus is de Heer.

ALLELUIA

Alleluia.
Wij aanbidden en loven U, Christus,
omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld hebt verlost.
Alleluia.

EVANGELIE                                                               Joh. 3, 13-17

De Mensenzoon moet omhoog verheven worden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd zei Jezus tot Nikodemus :
“Nooit is er iemand naar de hemel opgeklommen ;
tenzij Hij die uit de hemel is neergedaald,
de Mensenzoon.
“En deze Mensenzoon moet omhoog worden geheven
zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn,
opdat eenieder die gelooft
in Hem eeuwig leven zal hebben.
“Zozeer immers heeft God de wereld lief gehad
dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven,
opdat alwie in Hem gelooft, niet verloren zal gaan
maar eeuwig leven zal hebben.
“God heeft zijn Zoon
niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen,
maar opdat de wereld door Hem zou worden gered.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.