Toen Jezus Jericho naderde, zat er langs de weg een blinde te bedelen…(die begon te roepen Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!) (Lucas 18:35,38)

Jericho, een oord van palmen, gelegen aan de noordzijde van de Dode Zee, wordt als de oudste stad van de wereld beschouwd. Jericho was ook de eerste stad, die door de Israëlieten veroverd werd, toen zij het beloofde land binnen kwamen, na hun 40-jarige zwerftocht door de woestijn. Hier genas Jezus een blinde en bezocht hijMeer lezen over “Toen Jezus Jericho naderde, zat er langs de weg een blinde te bedelen…(die begon te roepen Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!) (Lucas 18:35,38)”

‘Toen Jezus in de streek van Caesarea Filippi gekomen was, stelde Hij zijn leerlingen deze vraag: Wie is, volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?’ (Matteüs 16:13)

Op zijn reizen bereikte Jezus in het noorden Caesarea Filippi, een gebied met een weelderige vegetatie waar een van de bronnen van de Jordaan ontspringt. Op deze plaats erkende Petrus Jezus als de Messias, waarop Jezus hem zei, ‘Gij zijt Petrus, de rots, en op deze rots zal ik mijn kerk bouwen en de poortenMeer lezen over “‘Toen Jezus in de streek van Caesarea Filippi gekomen was, stelde Hij zijn leerlingen deze vraag: Wie is, volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?’ (Matteüs 16:13)”

‘Eens ging Jezus op een sabbat door de korenvelden; zijn leerlingen nu kregen honger en begonnen aren te plukken en te eten’ (Matteüs 12:1)

Tarwe oogst in Galilea. Toen zij op de sabbat langs een dergelijk tarweveld kwamen, stond Jezus toe dat zijn discipelen enkele aren plukten en de korrels aten.  Aldus verruimde Jezus, op eigen gezag, de enge uitleg van de bijbelse wetten.

‘Zij kwamen in Kafarnaüm, en op de eerstvolgende sabbat ging Hij naar de synagoge waar Hij als leraar optrad’ (Marcus 1:21)

Jezus predikte vaak in de synagoge van Kafarnaüm, zijn tweede woonplaats. In deze stad verrichtte hij vele genezingen. Hij genas onder andere de schoonmoeder van Petrus en de dienaar van de Romeinse centurio.

Het Meer van Galilea.

Het grootste deel van zijn openbare leven bracht Jezus door in de omgeving van het Meer van Galilea. Het is het grootste zoet-watermeer van het Heilige Land en ligt ruim 200 meter beneden de zeespiegel. Zover het oog reikt zijn zijn oevers in cultuur gebracht. Veel inwoners van de streek voorzagen in hun levensonderhoud metMeer lezen over “Het Meer van Galilea.”

‘eens toen Hij zich bij het Meer van Galilea ophield, zag Hij twee broers, Simon die Petrus wordt genoemd en diens broer Andreas, bezig het net uit te werpen’ (Matteüs 4:18)

In Tabgha heeft Jezus zijn eerste apostelen gevonden. Dit waren eerst Simon Petrus en Andreas en even later de broers Jacobus en Johannes die met hun vader Zebedeus ook aan het Meer aan het werk waren. (Matteüs 4:21)

‘Hij werd…van gedaante veranderd: zijn gelaat begon te stralen als de zon en zijn kleed werd glanzend als het licht’ (Matteüs 17:2)

Dit is het interieur van de Latijnse kerk van de Gedaanteverandering op de berg Tabor. In de kerk laat het doorschijnende mozaïek de van gedaante veranderende Jezus zien, geflankeerd door Mozes en Elia.

‘…Jezus (nam) Petrus, Jacobus en diens broeder Johannes met zich mee en bracht hen boven op een hoge berg, waar zij alleen waren’ (Matteüs 17:1)

Volgens de Byzantijnse overlevering was de berg Tabor het toneel van de gedaanteverandering van Jezus. In de beschrijving ervan in het Nieuwe Testament wordt de berg niet genoemd. De top van de berg wordt al duizenden jaren aanbeden.

‘Hij (Jezus) nam de vijf broden en de twee vissen, sloeg de ogen ten hemel, en…brak de broden die Hij aan zijn leerlingen gaf en de leerlingen gaven ze weer aan het volk’ (Matteüs 14:19)

De belangrijkste bekendheid kreeg Tabgha door het wonder van de broodvermenigvuldiging. Jezus voedde 5000 mensen met 5 broden en 2 vissen. (Matteüs 14:19) Op deze plaats is in de 5e eeuw door de Byzantijnen de Broodvermenigvuldigingskerk opgericht. Deze prachtige details van de mozaïekvloer zijn er van overgebleven. Duitse Benediktijnen beheren thans de kerk.

‘ …(Hij) ging…de berg op en…onderrichtte hen aldus: Zalig de armen van geest'(Matteüs 5:1-3)

Op een hoge berg ten noorden van het Meer van Galilea preekte Jezus de bergrede. Later werd ter herinnering hieraan op deze plaats de van een koepel voorziene Kerk van de Zaligsprekingen gebouwd, welke uitziet over het landschap en op het blauwe meer, die door Jezus’ woorden werden geheiligd. De kerk staat in een vanMeer lezen over “‘ …(Hij) ging…de berg op en…onderrichtte hen aldus: Zalig de armen van geest'(Matteüs 5:1-3)”