OPENINGSWOORD

Hoe kleiner een mens is,
hoe groter het werk dat God in hem kan verrichten.
Ondanks de schijnbaar kleine rol die Maria
in het leven van Jezus vervulde,
heeft God haar ten hemel opgenomen.
Zij deelt in de eeuwigheid
die ook voor ons allen is weggelegd.
Voor ons is Maria een betrouwbare gids op Gods weg.
Deze feestelijke dag is daarom ook een feest van de hoop:
God zal ook naar ons omzien, zoals naar Maria,
en ons laten delen in zijn barmhartige liefde.
Laten wij ons klein maken
om zijn genade in ons toe te laten.

EERSTE LEZING                                  Apok. 11, 19a; 12, 1-6a.10ab

Een Vrouw, bekleed met de zon, de maan onder haar voeten.

Uit de Openbaring van de heilige apostel Johannes

De tempel van God in de hemel ging open,
en de ark van zijn verbond
werd zichtbaar in zijn tempel.
En er verscheen een groot teken aan de hemel:
een Vrouw,
bekleed met de zon, de maan onder haar voeten
en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren.
Zij was zwanger en kreet in haar weeën en barensnood.

Toen verscheen aan de hemel een ander teken:
een grote, vuurrode Draak.
Hij had zeven koppen en tien horens
en op elke kop een diadeem.

En zijn staart
vaagde een derde deel van de sterren des hemels weg
en wierp die op de aarde.
En de Draak stond vóór de Vrouw die zou baren,
om zodra zij gebaard had, haar kind te verslinden.
En zij baarde een kind,
een zoon,
die alle volken zal weiden met een ijzeren staf.
En haar kind
werd ijlings weggevoerd naar God en zijn troon.
En de Vrouw vluchtte naar de woestijn
waar zij een plaats heeft, door God bereid.

En ik hoorde een stem in de hemel roepen:
“Nu is gekomen het heil en de macht
en het koningschap van onze God
en de heerschappij van zijn Gezalfde.”

Antwoordpsalm                                       Ps. 45(44), 10-11, 12 en 16

Keervers
Aan uw zijde staat de koningin, met goud getooid.

Princessen komen u daar tegemoet,
en naast u staat de koningin, getooid met goud uit Ofir.
Nu luister, dochter, wees aandachtig,
vergeet uw volk, vergeet uw vaderhuis.

Uw schoonheid wekt de liefde van de koning,
brengt hem uw hulde, want hij is uw heer.
Men haalt hen in met blijdschap en gejuich,
zij treden binnen in de koninklijke woning.

TWEEDE LEZING                                               1 Kor. 15, 20-26

Als eerste en voornaamste Christus, vervolgens zij die Christus toebehoren.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen
van Korinte

broeders en zusters,

Christus is opgewekt uit de doden
als eersteling van hen die ontslapen zijn.
Want omdat door een mens de dood is gekomen,
komt door een mens ook de opstanding der doden.
Zoals allen sterven in Adam,
zo zullen ook allen in Christus herleven.
Maar ieder in zijn eigen rangorde:
als eerste en voornaamste Christus,
vervolgens, bij zijn komst, zij die Christus toebehoren;
daarna komt het einde,
wanneer Christus het koningschap
aan God de Vader zal overdragen,
na alle heerschappijen
en alle machten en krachten te hebben onttroond.
Want het is vastgesteld dat Hij het koningschap zal uitoefenen,
tot Hij al zijn vijanden onder zijn voeten heeft gelegd.
En de laatste vijand die vernietigd wordt, is de dood.

Vers voor het evangelie

Alleluia.
Maria is ten hemel opgenomen:
het koor van de engelen jubelt.
Alleluia.

EVANGELIE                                                              Lc. 1, 39-56

Hij deed aan mij zijn wonderwerken en slaat trotsen van hart uiteen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

In die dagen reisde Maria met spoed naar het bergland,
naar een stad in Juda.
Zij ging het huis van Zacharias binnen en groette Elisabet.

Zodra Elisabet de groet van Maria hoorde,
sprong het kind op in haar schoot.
Elisabet werd vervuld met de heilige Geest
en riep met luide stem:
“Gij zijt gezegend onder de vrouwen
en gezegend is de vrucht van uw schoot.
“Waaraan heb ik het te danken
dat de moeder van mijn Heer naar mij toekomt?
“Zie, zodra de klank van uw groet mijn oor bereikte,
sprong het kind van vreugde op in mijn schoot.
“Zalig zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen
wat haar vanwege de Heer gezegd is.”

En Maria sprak:
“Mijn hart prijst hoog de Heer.
“Van vreugde juicht mijn geest om God, mijn redder,
daar Hij welwillend neerzag op de kleinheid van zijn dienstmaagd.
“En zie, van heden af prijst elk geslacht mij zalig
omdat Hij die machtig is, aan mij zijn wonderwerken deed,
en heilig is zijn Naam.
“Barmhartig is Hij, van geslacht tot geslacht,
voor hen die Hem vrezen.
“Hij toont de kracht van zijn arm;
slaat trotsen van hart uiteen.
“Heersers ontneemt Hij hun troon,
maar Hij verheft de geringen.

“Die hongeren overlaadt Hij met gaven,
en rijken zendt Hij heen met lege handen.
“Zijn dienaar Israël heeft Hij zich aangetrokken,
indachtig zijn barmhartigheid voor eeuwig
jegens Abraham en zijn geslacht,
gelijk Hij had gezegd tot onze vaderen.”

Nadat Maria ongeveer drie maanden bij Elisabet gebleven was
keerde zij naar huis terug.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.