Zondert Mij Barnabas en Saulus af.

Uit de Handelingen van de Apostelen

In die dagen  gedijde het woord des Heren en breidde zich uit.  Barnabas en Saulus keerden terug  na hun dienstwerk in Jeruzalem volbracht te hebben  en namen Johannes, die ook Marcus genoemd werd, mee.  In de gemeente van Antiochíë waren er profeten en leraren:  Barnabas, Simon die Niger genoemd werd,  Lúcius uit Cyréne,  Mánaën, jeugdvriend van de viervorst Herodes,  en Saulus.  Terwijl ze eens voor de Heer de heilige dienst verrichtten  en vastten,  sprak de heilige Geest:  “Zondert Mij Barnabas en Saulus af voor het werk  waartoe Ik hen heb geroepen.”  Na vasten en gebed legden ze hun toen de handen op  en lieten hen vertrekken.  Aldus door de heilige Geest uitgezonden  gingen zij naar Seleucië en voeren vandaar naar Cyprus.  Zij kwamen aan in Sálamis  en predikten er het woord Gods  in de synagogen van de Joden.

Tussenzang                   Ps. 67(66), 2-3, 5, 6, 8

Geef dat de volken U eren, o God,
dat alle volken U eren!
Alleluia

God, wees ons barmhartig en zegen ons,
toon ons het licht van uw aanschijn;
opdat men op aarde uw wegen mag kennen,
in alle landen uw heil.

Laat alle naties van vreugde juichen
omdat Gij de volken rechtvaardig regeert
en alles op aarde bestuurt.

Geef dat de volken U eren, o God,
dat alle volken U eren.
God geve ons zo zijn zegen
dat heel de aarde Hem vreest.

Alleluia                 Kol. 3, 1

Alleluia.
Als gij dan met Christus ten leven zijt gewekt
zoekt wat boven is,
daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods.
Alleluia.

Evangelie                 Joh. 12, 44-50

Als een licht ben Ik in de wereld gekomen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes.

In die tijd verklaarde Jezus met luide stem:  “Wie in Mij gelooft, gelooft niet in Mij  maar in Hem die Mij gezonden heeft;  en wie Mij ziet  ziet Hem die Mij gezonden heeft.  Als een licht ben Ik in de wereld gekomen,  opdat alwie in Mij gelooft,  niet in de duisternis blijft.  Indien iemand mijn woorden hoort  zonder ze te onderhouden  dan veroordeel Ik hem niet,  want Ik ben niet gekomen om de wereld te veroordelen  maar om de wereld te redden.  Want wie Mij verwerpt en mijn woorden niet aanvaardt  heeft reeds iemand die hem veroordeelt:  het woord dat Ik gesproken heb,  dat zal hem veroordelen op de laatste dag.  Ik heb immers niet uit Mijzelf gesproken,  maar de Vader die Mij gezonden heeft, Hij heeft Mij opgedragen,  wat Ik moet zeggen en verkondigen.  Ik weet dat zijn opdracht eeuwig leven betekent.  Wat Ik dus verkondig  verkondig Ik zoals de Vader het Mij gezegd heeft.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.