Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven.

Overweging
“Heilig” noemen wij mensen in wie de genade van het doopsel tot volle wasdom is gekomen. Reeds van bij de oorsprong van de prille Kerk vierden de eerste christenen eucharistie boven de graven van de martelaren. Het waren gewijde plaatsen, die de kracht van de heiligen tastbaar maakte. Om die kracht duidelijk te maken werden later kerken en basilieken gebouwd boven deze graftombes. Het kerkgebouw is met andere woorden een teken dat Gods kracht en deze van de martelaren zichtbaar maakt. Laten we in deze moeilijke tijden voor de Kerk, wanneer we ontgoocheld en gekwetst, ontmoedigd en teneergeslagen zijn, de blik richten op Petrus en Paulus. Dan zullen we ons herinneren hoe vrijmoedig en zonder schaamte zij spraken over Jezus Christus, hun en onze Heer.

EERSTE LEZING                    Hand. 28, 11-16.30-31

Tenslotte gingen we dan op Rome aan.

Uit de handelingen van de Apostelen

Na drie maanden voeren wij weg op een schip uit Alexandrië
dat op het eiland overwinterd had.
Het droeg de Dioskuren als schegbeeld.
Wij legden aan in Syracuse en bleven daar drie dagen.
Vandaar voeren we langs de kust en kwamen in Regium.
Doordat er ‘s anderendaags een zuidenwind opstak,
waren we de volgende dag al in Puteoli.
Daar troffen wij broeders aan
en wij werden uitgenodigd zeven dagen bij hen te blijven.
Tenslotte gingen we dan op Rome aan.
Ook vandaar kwamen de broeders,
die al van ons gehoord hadden,
tot aan Forum Appii en Tres Tabernae.
Toen Paulus hen zag, dankte hij God
en schepte nieuwe moed.
Na onze aankomst in Rome kreeg Paulus verlof
op zichzelf te wonen met de soldaat die hem bewaakte.
Volle twee jaar vertoefde hij in een eigen huurwoning
en ontving allen die bij hem kwamen.
Hij predikte het Rijk Gods
en gaf onderricht in de leer over de Heer Jezus Christus
in alle vrijmoedigheid,
zonder enige belemmering.

TUSSENZANG             Ps. 98(97), 1, 2-3ab, 3c-4, 5-6

Zijn weldaden deed de Heer ons kennen,
de volkeren zijn gerechtigheid.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang
omdat Hij wonderen deed.
Zijn hand deed zich krachtig gelden,
de macht van zijn heilige arm.

Zijn weldaden deed Hij ons kennen,
de volkeren zijn gerechtigheid.
Opnieuw bleek zijn goedheid en trouw
te gunste van Israëls huis.

Geheel de aarde aanschouwde
wat onze God voor ons deed.
Verheerlijkt de Heer, alle landen,
weest blij, verheugt u en zingt.

Zingt voor de Heer bij de citer,
met citer en psalterspel.
Laat schallen trompet en bazuin
en danst voor de Heer, uw koning.

ALLELUIA

Alleluia.
U, God, loven wij.
U, Heer, prijzen wij.
U looft het roemvolle koor der apostelen.
Alleluia.

EVANGELIE                    Mt. 14, 22-33

Zeg mij over het water naar U toe te komen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

Na de broodvermenigvuldiging
dwong Jezus zijn leerlingen in de boot te gaan
en alvast naar de overkant te varen,
terwijl Hij het volk naar huis zou zenden.
Toen Hij het volk had weggezonden,
ging Hij de berg op om in afzondering te bidden.
De avond viel en Hij was daar alleen.
De boot was reeds een heel eind uit de kust verwijderd
en werd geteisterd door de golven,
want zij hadden tegenwind.
Tegen de morgen
kwam Jezus te voet over het meer naar hen toe.
Maar toen de leerlingen Hem zo over het meer zagen gaan,
raakten zij van streek
omdat zij een spook meenden te zien
en zij begonnen van angst te schreeuwen.
Maar Jezus zei onmiddellijk tot hen :
“Wees gerust, Ik ben het.
“Vreest niet.”
“Heer,- antwoordde Petrus – als Gij het zijt,
zeg mij dan dat ik over het water naar U toe moet komen.”
Waarop Jezus sprak :
“Kom!”
Petrus stapte uit de boot
en liep over het water naar Jezus toe.
Maar toen hij merkte hoe hevig de wind was,
werd hij bang;
hij begon te zinken en schreeuwde :
“Heer, red mij !”
Terstond stak Jezus zijn hand uit en greep hem vast,
terwijl Hij tot hem zei :
“Kleingelovige, waarom hebt ge getwijfeld ?”

Nadat zij in de boot gestapt waren,
ging de wind liggen.
De inzittenden wierpen zich voor Hem neer en zeiden :
“Waarlijk, Gij zijt de Zoon van God.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,©Nederlands BijbelgenootschDe bijbeltekstap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.