Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging

Het gesprek van Jezus met Nikodemus maakt duidelijk hoe groot Gods liefde voor de mensen is. Het zijn geen toevallig gekozen woorden die alleen voor Nikodemus bedoeld zijn, Jezus’ woorden zijn altijd bedoeld voor alle mensen van alle tijden, en dus ook voor ons. Hij vraagt de mens om het eigen leven te richten op God. Als we dat niet doen, maken we God machteloos om zijn liefde kenbaar te maken. Als we ons afwenden van het licht dat Jezus in de wereld wil laten schijnen, dan kan het licht ons niet bereiken. Niet omdat het niet effectief genoeg zou zijn, maar omdat wij door het bouwen van hindernissen verhinderen dat het tot ons komt.
Dat geeft de mens een zekere verantwoordelijkheid, die hij in vrijheid kan opnemen of weigeren. Hij kan keuzes maken, ten goede of ten kwade.

Eerste lezing                                                              Hand. 5,17-26
De mannen die gij in de kerker hebt gezet bevinden zich in de tempel en onderrichten het volk.

Uit de Handelingen van de Apostelen
 

In die dagen werden de hogepriester en heel zijn aanhang,  die de partij der Sadduceeën vormden,  met hevige afgunst vervuld.  Zij grepen de apostelen en zetten hen in de stadsgevangenis.  Maar in de nacht  ontsloot een engel des Heren de deuren van de gevangenis,  leidde hen naar buiten en zei:  “Gaat,  treedt weer op in de tempel  en predikt aan het volk al deze woorden des Levens.”  Zij gaven hieraan gehoor,  gingen tegen de morgen naar de tempel  en gaven er onderricht.  Toen nu de hogepriester kwam met de zijnen  riepen zij het Sanhedrin bijeen,  de raad der oudsten van het volk van Israël  en stuurden dienaren naar de gevangenis om hen te halen.  Maar bij aankomst vonden de dienaren hen niet meer in de kerker.  Zij keerden terug met het bericht:  “Wij vonden de gevangenis stevig op slot  en de wachten voor de deuren op hun post,  maar toen wij opendeden troffen wij niemand aan.”  Toen zij dit vernamen  vroegen de tempelcommandant en de hogepriesters,  – ongerust daarover –  zich af wat voor gevolgen dit zou kunnen hebben.  Maar iemand kwam hun melden:  “De mannen die gij in de kerker hebt gezet,  bevinden zich in de tempel en onderrichten het volk.”  Daarop ging de bevelhebber met zijn dienaren hen halen,  maar zonder geweld te gebruiken,  uit angst door het volk gestenigd te worden.

Tussenzang                     Ps. 34 (33), 2-3, 4-5, 6-7, 8-9

Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer.
Alleluia

De Heer zal ik prijzen iedere dag,
zijn lof ligt mij steeds op de lippen.
Mijn geest is fier op de gunst van de Heer,
laat elk die het hoort zich verheugen.

Verheerlijkt de Heer te zamen met mij
en laat ons eendrachtig zijn Naam vereren
Ik ging tot de Heer en Hij heeft mij verhoord,
Hij heeft mij gered uit al wat ik vreesde.

Verlaat u op Hem, dan wordt ge gelukkig,
want Hij stelt u niet teleur
Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer
en redt hen uit hun ellende.

De engel van God legt een schans om hen heen,
om elk die God vreest te beschermen.
Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is,
gelukkig is hij die zijn heil zoekt bij Hem.

Alleluia                          Kol. 3,1

Alleluia.
Als gij dan met Christus ten leven zijt gewekt
zoekt wat boven is,
daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods.
Alleluia

 Evangelie                           Joh. 3, 16-21

God heeft zijn Zoon naar de wereld gezonden, opdat de wereld door Hem zou worden gered.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 

In die tijd zei Jezus tot Nikodémus:  “Zozeer heeft God de wereld liefgehad  dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven,  opdat alwie in Hem gelooft niet verloren zal gaan  maar eeuwig leven zal hebben.  God heeft zijn Zoon  niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen,  maar opdat de wereld door Hem zou worden gered.  Wie in Hem gelooft wordt niet geoordeeld,  maar wie niet gelooft is al veroordeeld,  omdat hij niet heeft geloofd  in de Naam van de eniggeboren Zoon Gods.  Hierin bestaat het oordeel:  het licht is in de wereld gekomen,  maar de mensen beminden de duisternis meer dan het licht,  omdat hun daden slecht waren.  Ieder die slecht handelt heeft afschuw van het licht  en gaat niet naar het licht toe  uit vrees dat zijn werken openbaar gemaakt worden.  Maar wie de waarheid doet gaat naar het licht,  opdat van zijn daden moge blijken dat zij in God zijn gedaan.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.