Dinsdag HH. Martelaren van Gorcum

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

OVERWEGING

De daglezing neemt niet veel op uit de Jacobcyclus. Maar we krijgen wel de mooiste verhalen: gisteren het visioen in Bethel en vandaag het gevecht met de engel. De tekst zegt: ‘U hebt met God gestreden en met mensen’. In feite staat dit symbool voor wat in vele mensenlevens gebeurt. Er komt een moment waarop alles  op het spel staat, waar een levensbeslissing moet genomen worden. Jakob wordt door dit gevecht met de engel levenslang getekend. Hij is nooit meer dezelfde. Hij is een ander mens geworden. Daarom krijgt hij ook een nieuwe naam.

EERSTE LEZING                             Gen. 32,23-33
Voortaan zult gij Israël heten, want gij hebt met God gestreden

Uit het boek Genesis

In die dagen stond Jakob op
en stak met zijn twee vrouwen, zijn twee slavinnen
en zijn elf kinderen het wed van de Jabbok over.
Toen Jakob hen met zijn bezittingen over de rivier gebracht had,
bleef hij alleen achter.
En een man worstelde met hem,
tot het aanbreken van de dageraad.
Toen de man gewaar werd dat hij Jakob niet aankon,
stootte hij hem bij de worsteling boven tegen de heup,
zodat die ontwricht werd.
Daarop zei de man :
“Laat mij gaan, want de dageraad is aangebroken.”
Maar Jakob antwoordde :
“Ik laat u niet gaan, wanneer gij mij niet zegent.”
De man vroeg :
“Hoe is uw naam?”
Hij gaf ten antwoord : “Jakob.”
Toen zei de man :
“Voortaan zult gij geen Jakob meer heten, maar Israël,
want gij hebt met God gestreden en met mensen
en gij hebt hen overwonnen.”
Nu vroeg Jakob :
“Maak mij uw naam bekend.”
Maar de man zei :
“Waarom vraagt ge naar mijn naam?”
Toen gaf hij hem ter plaatse zijn zegen.
Jakob noemde die plaats Peniël, want-zo zei hij-
“ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht,
en ik ben toch in leven gebleven.”
De zon ging op, zodra hij Peniël voorbij was.
Sindsdien was hij mank aan zijn heup.
Vandaar dat de Israëlieten tot op de huidige dag
de spier die boven aan de heup ligt niet eten,
omdat God Jakob boven tegen de heup,
tegen de spier van het heupgewricht had gestoten.

TUSSENZANG                   Ps. 17(16), 1, 2-3, 6-7, 8 b, 15

Ik ben rechtschapen en mag U aanschouwen, Heer.

Luister, Heer, want mijn zaak is rechtvaardig,
let op mijn luid geroep.
Wil mijn gebed aanhoren ;
mijn lippen bedriegen U niet.

Mijn oordeel verwacht ik van U,
uw ogen zien wat mij toekomt.
Zie in mijn hart, ga mij na in de nacht,
of stel mij met vuur op de proef :
Gij vindt geen onrecht in mij.

Nu roep ik U aan, want Gij zult mij verhoren,
wend dus uw oor naar mij, hoor naar mijn stem.
Toon mij de grootheid van Uw erbarmen,
redder van ieder die vlucht in uw hand.

Verberg mij onder de schuts van uw vleugels ;
ik ben rechtschapen en mag U aanschouwen,
uw aanblik verzadigt mij als ik ontwaak.

ALLELUIA                            1 Petr. 1, 25

Alleluia.
Het woord des Heren blijft in eeuwigheid ;
en dit woord is de boodschap
die u in het evangelie is verkondigd.
Alleluia.

EVANGELIE                           Mt. 9, 32-38
De oogst is wel groot maar arbeiders zijn er weinig.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd bracht men Jezus een stomme
die door de duivel bezeten was.
Zodra de duivel was uitgedreven begon de stomme te spreken.
De mensen zeiden vol verbazing :
“Nog nooit heeft men in Israël zo iets gezien.”
Maar de Farizeeën zeiden :
“De vorst der duivels stelt Hem in staat
de duivels uit te drijven.”
Jezus ging rond door alle steden en dorpen,
waar Hij onderricht gaf in hun synagogen
en de Blijde Boodschap verkondigde van het Koninkrijk
en alle ziekten en kwalen genas.
Bij het zien van die menigte mensen
werd Hij door medelijden bewogen,
omdat ze afgetobd neerlagen
als schapen zonder herder.
Toen sprak Hij tot zijn leerlingen :
“De oogst is wel groot
maar arbeiders zijn er weinig.
“Vraagt daarom de Heer van de oogst
arbeiders te sturen om te oogsten.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Gepubliceerd door leopardoel

I am an 89-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: