Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

OVERWEGING

De overgave aan God, oprecht geloof, dat interesseert God. Niet de geschenken, het grote bezit of wat dan ook. De mens die God wil ontmoeten dient zijn eigenwaan achter zich te laten. In Jezus biedt God ons daartoe de middelen aan. Allereerst door het water van de doop waarin wij deel krijgen aan het mysterie van het geloof. De sacramenten ontvangen is telkens weer een akte van geloof, en dat kan alleen maar met het hart.

EERSTE LEZING               II Kon. 5, 1-15a

Er waren veel melaatsen in Israël; toch werd niemand van hen gereinigd, behalve de Syriër, Naäman.

Uit het tweede Boek der Koningen

In die dagen was Naäman,
de legeroverste van de koning van Aram,
zeer gezien bij zijn heer en had grote invloed,
want door hem had God de Heer voor Aram uitkomst gebracht.
Hij was een groot soldaat,
maar de man leed aan een huidziekte.
Nu hadden Aramese benden eens
een strooptocht ondernomen in Israël
en daarbij een jong meisje buitgemaakt;
dat was nu in dienst bij de vrouw van Naäman.
Ze zei tot haar meesteres :
“Och, kon mijn heer maar eens naar de profeet gaan
die in Samaria woont;
die zou hem wel van zijn ziekte afhelpen.”
Naäman ging aan zijn heer vertellen
wat het meisje uit Israël gezegd had.
Toen zei de koning van Aram :
“Ga erheen;
ik zal u een brief meegeven voor de koning van Israël.”

Hij ging op weg, nam tien talenten zilver,
zesduizend sikkel goud en tien feestgewaden mee,
en meldde zich met de brief bij de koning van Israël.
Daarin stond :
Met deze brief zend ik mijn dienaar Naäman tot u ;
ik verzoek u hem van zijn huidziekte te genezen.
Zodra de koning van Israël de brief gelezen had,
scheurde hij zijn kleren en zei :
“Ben ik soms God, met macht over leven en dood,
dat hij iemand naar mij toestuurt
die ik van zijn huidziekte moet genezen?
“Let maar eens op mijn woorden :
“hij zoekt ruzie met mij.”
Toen Elisa, de man Gods,
hoorde dat de koning van Israël zijn kleren gescheurd had,
liet hij de koning vragen :
“Waarom hebt gij uw kleren gescheurd ?
Stuur hem naar mij toe.
Dan zal hij weten dat er een profeet is in Israël. ”
Toen ging Naäman met zijn paarden en wagen op weg
en hield sil voor het huis van Elisa.
Deze zond iemand met de boodschap :
Was u zevenmaal in de jordaan;
dan zal uw huid weer gezond worden en zult gij gereinigd zijn.
Toen werd Naäman boos en ging heen.
Hij zei :
“Ik had gedacht :
hij zal naar buiten komen en vóór me gaan staan.
“Dan zal hij de naam van de Heer zijn God aanroepen,
met zijn hand over de plek strijken en de ziekte wegnemen.
“Zijn de Abana en de Parpar, de rivieren van Damascus,
soms niet beter dan al de wateren van Israël?
“Kan ik mij daarin niet wassen om gereinigd te worden?”
Hij keerde zich om en ging verontwaardigd heen.
Maar zijn dienaren gingen naar hem toe en zeiden :
“Vader, gesteld dat de profeet u iets moeilijks opgedragen had,
dan hadt gij het toch ook gedaan ?
“waarom dan niet, nu hij u zegt dat ge u maar hoeft te wassen
om weer rein te worden ?”
Toen ging hij naar de Jordaan en dompelde zich zevenmaal onder,
zoals de man Gods gezegd had.
Zijn huid werd weer als die van een klein kind
en hij was gereinigd.
Hij keerde met heel zijn gevolg naar de man Gods terug,
trad het huis binnen,
ging vóór hem staan en zei :
“Nu weet ik dat er alleen in Israël een god is,
en nergens anders op aarde.”

TUSSENZANG                 Ps. 42(41), 2, 3, 43(42),3, 4

Mijn ziel heeft dorst naar God, de God die leeft,
zal ik Hem ooit bereiken en zijn Aanschijn zien ?

Zoals het hert de beekjes zoekt,
zo zoekt mijn geest naar U, mijn God.
Mijn ziel heeft dorst naar God, de God die leeft,
zal ik Hem ooit bereiken en zijn Aanschijn zien ?

Zend mij uw licht, uw steun om mij te leiden,
om mij te voeren naar uw berg en in uw tent.
Dan ga ik naar uw altaar, God die blijdschap geeft,
en loof U bij de citer, God, mijn God.

VERS VOOR HET EVANGELIE                    Joh. II, 25a en 26

Ik ben de verrijzenis en het leven, zegt de Heer;
wie in Mij gelooft zal in eeuwigheid niet sterven.

EVANGELIE                          Lc. 4,24-30

Zoals Elia en Elisa wordt Jezus niet enkel tot de Israëlieten gezonden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

Toen Jezus in Nazareth kwam,
zei hij tot het volk in de synagoge :
“Voorwaar, Ik zeg u :
geen profeet wordt aanvaard in zijn eigen vaderstad.
“En het is waar wat Ik u zeg :
in de tijd van Elia immers,
toen de hemel drie jaar en zes maanden gesloten bleef
en een grote hongersnood uitbrak over het hele land,
waren er veel weduwen in Israël ;
toch werd Elia tot niemand van haar gezonden
dan tot een weduwe te Sarepta, in het gebied van Sidon.
“En in de tijd van de profeet Elisa
waren er veel melaatsen in Israël ;
toch werd niemand van hen gereinigd,
behalve de Syriër Naäman.”
Toen ze dit hoorden
werden allen die in de synagoge waren woedend.
Ze sprongen overeind,
joegen Hem de stad uit
en dreven Hem voort
tot aan de steile rand van de berg waarop hun stad gebouwd was,
om Hem daar in de afgrond te storten.
Maar Hij ging midden tussen hen door en vertrok.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.