Uitnodiging
Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?
Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.
Elke morgen vanaf 7 uur ter beschikking
Openingswoord
Vandaag onderbreken we onze gewone gang van zaken
om samen met Simon Petrus naar het diepe te varen.
Alle drukte leggen we naast ons neer
om te kunnen luisteren naar een diepere boodschap.
We stellen ons helemaal open
voor woorden waarin we God dichtbij weten
en waarin we onze roeping ontwaren.
Laten we bidden dat deze eucharistieviering diepte schenkt aan ons leven
en ons de moed geeft om het niet te begeven bij twijfel of angst.
Laten we ons hart en onze geest openen
om de Heer te begroeten in zijn barmhartigheid.
EERSTE LEZING Jes. 6, 1-2a.3-8
Uit de profeet Jesaja
In het sterfjaar van koning Uzziahu zag ik de Heer,
gezeten op een hoge en verheven troon:
Zijn sleep bedekte heel de vloer van de tempel.
Hij was omgeven met serafs – elk had zes vleugels –
en ze riepen elkaar toe:
“Heilig, heilig, heilig, de Heer der hemelse machten!
“Heel de aarde is vol van zijn glorie!”
Het luide roepen deed de drempels schudden in hun voegen
en het heiligdom stond vol rook.
Toen riep ik: “Wee mij, ik ben verloren!
“Want ik ben een mens met onreine lippen
en ik woon temidden van een volk met onreine lippen,
en toch hebben mijn ogen de Koning,
de Heer der hemelse machten, gezien!”
Maar een van de serafs vloog naar mij toe met een gloeiende
kool
die hij met een tang van het altaar genomen had;
hij raakte mijn mond daarmee aan en sprak:
“Nu dit uw lippen aangeraakt heeft, zijn uw zonden verdwenen,
uw misstappen vergeven.”
Daarop hoorde ik de Heer spreken:
“Wie moet Ik zenden?
“Wie zal voor ons gaan?”
En ik antwoordde:
“Hier ben ik, zend mij!”
Antwoordpsalm Ps. 138(137), 1-2a, 2bc-3, 4-5, 7c-8
Keervers
Te midden van de engelen zing ik voor U, o Heer.
U wil ik prijzen, Heer, uit heel mijn hart,
omdat Gij naar mijn bidden hebt geluisterd.
Te midden van de engelen zing ik voor U
en werp mij neer, gebogen naar uw tempel.
U prijs ik om uw goedheid en uw trouw,
want verder dan uw faam gaat, hebt Gij woord gehouden.
Verhoor mij elke dag dat ik U aanroep,
dan geeft Ge mij weer nieuwe kracht.
U zullen alle koningen der aarde prijzen
wanneer zij horen wat Gij hebt gezegd.
De daden van de Heer zullen zij loven,
want zonder weerga is de luister van de Heer.
Steeds is uw uitgestrekte hand mijn redding.
De Heer volbrengt voor mij al wat ik onderneem.
Uw goedheid, Heer, blijft duren zonder einde:
Vergeet het maaksel van uw handen niet.
TWEEDE LEZING I Kor. 15, 1-11
Zo verkondigen wij en dàt hebt gij geloofd.
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen
van Korinte
Broeders en zusters,
Ik vestig uw aandacht op het evangelie dat ik u heb verkondigd,
dat gij hebt ontvangen,
waarop gij gegrondvest zijt
en waardoor gij ook gered wordt :
In welke bewoordingen heb ik het u verkondigd ?
Ik neem aan dat gij die onthouden hebt ;
anders zoudt gij het geloof zonder nadenken hebben aanvaard.
Op de eerste plaats dan heb ik u overgeleverd
wat ik ook zelf als overlevering heb ontvangen,
namelijk dat Christus gestorven is voor onze zonden,
volgens de Schriften
en dat Hij begraven is,
en dat Hij is opgestaan op de derde dag,
volgens de Schriften,
en dat Hij verschenen is aan Kefas en daarna aan de Twaalf.
Vervolgens is Hij verschenen
aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk,
van wie de meesten nog in leven zijn,
hoewel sommigen zijn gestorven.
Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus,
daarna aan de apostelen.
En het laatst van allen is Hij ook verschenen aan mij,
de misgeboorte.
Ja, ik ben de minste van de apostelen,
niet waard apostel te heten, want ik heb Gods kerk vervolgd.
Maar door de genade van God ben ik wat ik ben
en zijn genade aan mij is niet vergeefs geweest.
Ik heb harder gewerkt dan alle anderen,
niet ik, maar de genade van God met mij.
Maar of zij het nu zijn of ik,
dàt verkondigen wij en dàt hebt gij geloofd.
Vers voor het evangelie Mt. 4, 19
Alleluia.
Komt, volgt Mij, zegt de Heer,
Ik zal van u vissers van mensen maken.
Alleluia
EVANGELIE Lc. 5, 1-11
Zij lieten alles achter om Hem te volgen.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas
Op zekere dag
stond Jezus aan de oever van het meer van Gennésaret,
terwijl de mensen op Hem aandrongen
om het woord Gods te horen.
Hij zag nu twee boten liggen aan de oever van het meer ;
de vissers waren eruit gegaan en spoelden hun netten.
Hij stapte in een van de boten, die van Simon
en vroeg hem een eindje van wal te steken.
Hij ging zitten
en vanuit de boot vervolgde Hij zijn onderricht aan het volk.
Toen Hij zijn toespraak had geëindigd zei Hij tot Simon :
“Vaar nu naar het diepe
en gooi uw netten uit voor de vangst.”
Simon antwoordde :
“Meester,
de hele nacht hebben we gezwoegd zonder iets te vangen ;
maar op uw woord zal ik de netten uitgooien.”
Ze deden het en vingen zulk een massa vissen in hun netten
dat deze dreigden te scheuren.
Daarom wenkten ze hun maats in de andere boot
om hen te komen helpen.
Toen die gekomen waren
vulden zij beide boten tot zinkens toe.
Bij het zien daarvan viel Simon Petrus Jezus te voet en zei :
“Heer, ga van mij weg
want ik ben een zondig mens.”
Ontzetting had zich meester gemaakt van hem
en van allen die bij hem waren,
vanwege de vangst die ze gedaan hadden.
Zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs,
die met Simon samenwerkten.
Jezus echter sprak tot Simon :
“Wees niet bevreesd,
voortaan zult ge mensen vangen.”
Ze brachten de boten aan land
en lieten alles achter om Hem te volgen.
____________________________________________________________________________________
Fratelli tutti
Encycliek van
PAUS FRANCISCUS
Over broederschap en sociale vriendschap
184. Liefde is het hart van ieder gezond en open sociaal leven. Maar
tegenwoordig “wordt ze gemakkelijk als irrelevant voor de interpretatie en
de oriëntatie van de morele verantwoordelijkheden beschouwd”. Ze is
veel meer dan een subjectief sentiment, als ze gepaard gaat met een inzet
voor de waarheid, zodat ze niet gemakkelijk “ten prooi valt aan toevallige
emoties en meningen van individuen”. Juist haar verband met de waarheid
bevordert in de liefde haar universaliteit en behoedt haar ervoor
“verbannen te worden naar het beperkte domein van privérelaties”.
Anders zal zij worden “uitgesloten van projecten en processen betreffende
de opbouw van een menselijke ontwikkeling met een universele reikwijdte,
in de dialoog tussen kennis en praktijk”. Zonder de waarheid wordt
emotionaliteit beroofd van een relationele en sociale inhoud. De opening
naar de waarheid beschermt daarom de liefde tegen een vals geloof dat
“haar een menselijke en universele draagwijdte ontneemt.
Wordt vervolgd
Elke dag om 7 am
De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007. Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen en de zondagen Fratelli tutti Officiële Nederlandse vertaling _____________________________________________________________________________