http://kerkengeloof.wordpress.com

Vierde zondag in de veertigdagentijd

Boek met kaars 40

 

Uitnodiging

Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?

Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.

Elke dag ter beschikking

Openingswoord

Jezus vertelt ons vandaag de gelijkenis van de barmhartige vader.
In de liefde van de vader voor zijn beide zonen
herkennen we Gods onvoorwaardelijke liefde voor alle mensen.
God wacht ook ons geduldig op
en wil ons zijn liefde toezeggen.
De actie van Broederlijk Delen nodigt ons uit
om Gods liefde niet voor onszelf te houden,
maar deze te delen met wie niet meetellen in deze wereld.
Laten we groeien in solidariteit en verbondenheid
met onze broers en zussen in het Zuiden.
God wil immers al zijn kinderen met elkaar verzoenen
en samenbrengen rond de tafel op het grote feest van Pasen.

EERSTE LEZING                       Joz. 5, 9a.10-12

Toen het volk van God in het beloofde land binnengegaan was, vierde het daar het paasfeest.

Uit het boek Jozua

In die dagen sprak de Heer tot Jozua:
“Vandaag heb Ik de smaad van Egypte van u afgewenteld!”

Terwijl de Israëlieten in Gilgal gelegerd waren,
vierden zij het paasfeest op de veertiende dag van de maand,
in de avond in de vlakte van Jericho.
En daags na Pasen, juist op die dag,
aten zij ongezuurd brood en geroosterd graan
dat van het land zelf afkomstig was.
De volgende dag hield het manna op;
ze konden nu eten wat het land voortbracht.
Voortaan kregen de Israëlieten geen manna meer;
zij aten gedurende heel het jaar wat Kanaän voortbracht.

Antwoordpsalm                   Ps. 34(33) 2-3, 4-5, 6-7

Keervers
Proeft en merkt op hoe mild de Heer is.

De Heer zal ik prijzen iedere dag,
zijn lof ligt mij steeds op de lippen.
Mijn geest is fier op de gunst van de Heer,
laat elk die het hoort zich verheugen.

Verheerlijkt de Heer tezamen met mij
en laat ons eendrachtig zijn Naam vereren.
Ik ging tot de Heer en Hij heeft mij verhoord,
Hij heeft mij gered uit al wat ik vreesde.

Ziet naar Hem op, dan straalt uw gelaat
en zult ge niet blozen van schaamte.
Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer
en redt hen uit hun ellende.

TWEEDE LEZING                            2 Kor. 5, 17-21

God heeft ons door Christus met zich verzoend.

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen
van Korinte

Wie in Christus is, is een nieuwe schepping:
Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen.
En dit alles komt van God.
Hij heeft ons door Christus met zich verzoend
en ons de dienst van die verzoening toevertrouwd.
Ja, God was het
die in Christus de wereld met zich verzoende:
Hij telde de fouten van de mensen niet
en ons gaf Hij de boodschap van de verzoening mee.

Wij zijn dus gezanten van Christus,
God roept u op door ons woord.
Wij smeken u in Christus’ naam:
Laat u met God verzoenen!
Hem die geen zonde heeft gekend,
heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt,
opdat wij door Hem Gods eigen heiligheid zouden worden.

Vers voor het evangelie

Lof en eer zij U, Heer Jezus.
Ik ga weer naar mijn vader en ik zal hem zeggen:
Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u.
Lof en eer zij U, Heer Jezus.

EVANGELIE                    Lc. 15, 1-3.11-32

Uw broer was dood en is levend geworden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

In die tijd kwamen telkens weer
tollenaars en zondaars van allerlei slag bij Jezus
om naar Hem te luisteren.
De Farizeeën en de schriftgeleerden morden daarover en zeiden :
“Die man ontvangt zondaars en eet met hen.”
Hij hield hun deze gelijkenis voor :
“Een man had twee zonen.
“Nu zei de jongste van hen tot zijn vader:
Vader geef mij het deel van het bezit waarop ik recht heb.
“En hij verdeelde zijn vermogen onder hen.
“Niet lang daarna pakte de jongste zoon alles bij elkaar
en vertrok naar een ver land.
“Daar verkwistte hij zijn bezit in een losbandig leven.
“Toen hij alles opgemaakt had
kwam er een verschrikkelijke hongersnood over dat land
en hij begon gebrek te lijden.
“Nu ging hij in dienst bij een der inwoners van dat land
die hem het veld instuurde om varkens te hoeden.
“En al had hij graag zijn buik willen vullen
met de schillen die de varkens aten,
niemand gaf ze hem.
“Toen kwam hij tot nadenken en zei :
Hoeveel dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed,
en ik verga hier van de honger.
“Ik ga weer naar mijn vader
en ik zal hem zeggen :
Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u;
ik ben niet meer waard uw zoon te heten
maar neem mij aan als een van uw dagloners.
“Hij ging dus op weg naar zijn vader.
“Zijn vader zag hem al in de verte aankomen
en hij werd door medelijden bewogen ;
hij snelde op hem toe
viel hem om de hals en kuste hem hartelijk.
“Maar de zoon zei tot hem :
Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u;
ik ben niet meer waard uw zoon te heten.
“Doch de vader gelastte zijn knechten :
Haalt vlug het mooiste kleed en trekt het hem aan,
steekt hem een ring aan zijn vinger en trekt hem sandalen aan.
Haalt het gemeste kalf en slacht het ; laten we eten en feestvieren,
want deze zoon van mij was dood en is weer levend geworden,
hij was verloren en is teruggevonden.
“Ze begonnen dus feest te vieren.

“Intussen was zijn oudste zoon op het land.
“Toen hij echter terugkeerde en het huis naderde
hoorde hij muziek en dans.
“Hij riep een van de knechten
en vroeg wat dat te betekenen had.
“Deze antwoordde :
Uw broer is thuisgekomen
en uw vader heeft het gemeste kalf laten slachten
omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen.
“Maar hij werd kwaad en wilde niet naar binnen.
“Toen zijn vader naar buiten kwam en bij hem aandrong
gaf hij zijn vader ten antwoord :
Al zoveel jaren dien ik u en nooit heb ik uw geboden overtreden,
toch hebt gij mij nooit een bokje gegeven
om eens met mijn vrienden feest te vieren.
“En nu die zoon van u is gekomen
die uw vermogen heeft verbrast met slechte vrouwen,
hebt ge voor hem het gemeste kalf laten slachten.
“Toen antwoordde de vader :
Jongen, jij bent altijd bij me
en alles wat van mij is is ook van jou.
“Maar er moet feest en vrolijkheid zijn,
omdat die broer van je dood was en levend is geworden,
verloren was en is teruggevonden.”

____________________________________________________________________________________

 

Fratelli tutti

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS

Over broederschap en sociale vriendschap

Vooral de minsten
233. Het bevorderen van de sociale vriendschap impliceert niet alleen de
toenadering tussen maatschappelijke groeperingen die door een historische
conflictperiode ver van elkaar af staan, maar ook het zoeken naar een
vernieuwde ontmoeting met de meest verarmde en kwetsbare sectoren.
Vrede “is niet alleen afwezigheid van oorlog, maar de onvermoeibare inzet
– vooral van degenen onder ons die een functie met een grotere
verantwoordelijkheid hebben – om de vaak vergeten of genegeerde waardigheid
van onze broeders en zusters te erkennen, te garanderen en concreet weer
te herstellen, opdat zij zich hoofdrolspelers in het lot van hun eigen natie
kunnen voelen”.

Wordt vervolgd
Elke dag om 7 am

 

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen en de zondagen
Fratelli tutti Officiële Nederlandse vertaling
_____________________________________________________________________________

 

Geef een reactie

Ontdek meer van KERK en GELOOF/CHURCH and FAITH

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder