Uitnodiging
Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?
Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.
Elke morgen vanaf 7 uur ter beschikking
Openingswoord
Na de verrijzenis van de Heer
wordt alles anders voor de leerlingen.
Ze leven van de overvloed die Hij geeft
en van de liefde die Hij hun toedraagt.
In de kracht van de Heilige Geest
verkondigen ze dat Hij leeft en leven geeft.
De Heer vervult ook ons van zijn liefde en zijn Geest
wanneer we samenkomen om zijn Woord te beluisteren
en doen wat Hij heeft voorgedaan.
Laten we Hem vieren, belijden en ontvangen
om nog sterker te leven en te spreken in zijn Naam.
EERSTE LEZING Hand. 5 .27b-32.40b-41
Van dit alles zijn wij getuigen maar ook de heilige Geest.
Uit de Handelingen der Apostelen
In die dagen ondervroeg de hogepriester de apostelen:
“Hebben wij u niet uitdrukkelijk verboden
in de naam van Jezus onderricht te geven?
Door uw toedoen is heel Jeruzalem vol van uw leer.
Bovendien wilt gij ons het bloed van die man aanrekenen.
”Maar Petrus en de andere apostelen gaven ten antwoord:
“Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen.
De God van onze vaderen heeft Jezus ten leven gewekt,
aan wie gij u vergrepen hebt
door Hem aan het kruis te slaan.
Hem heeft God als Leidsman en Verlosser verheven
aan zijn rechterhand
om aan Israël
bekering en kwijtschelding van zonden te schenken.
Van dit alles zijn wij getuigen,
maar ook de heilige Geest
die God geschonken heeft aan wie Hem gehoorzamen.”
Maar men verbood de apostelen te spreken in de naam van Jezus
en stelden hen in vrijheid.
Zij verlieten de Hoge Raad,
verheugd dat ze waardig bevonden waren
smaad te lijden omwille van Jezus’ naam.
Antwoordpsalm Ps. 30(29) 2 en 4, 5 en 6, 11 en12a en 13b
Keervers
U zal ik loven, Heer, want Gij hebt mij bevrijd.
U zal ik loven, Heer, want Gij hebt mij bevrijd,
Gij hebt mijn vijanden niet laten zegevieren.
Heer, uit het dodenrijk hebt Gij mijn ziel verlost,
Gij hebt mij losgemaakt van die ten grave dalen.
Bezingt de Heer dan met mij, al zijn vromen,
en dankt zijn Naam die hoogverheven is.
Zijn toorn duurt kort, maar zijn genade levenslang,
de avond brengt geween, de ochtend blijdschap.
Heer, luister en ontferm u over mij,
mijn God, sta mij terzijde met uw hulp.
Gij hebt mijn rouwklacht in een vreugdedans veranderd,
U zal ik loven, Heer mijn God, in eeuwigheid.
TWEEDE LEZING Apok. 5, 11-14
Waardig is het Lam dat geslacht werd, te ontvangen de macht en de rijkdom.
Ik, Johannes, zag toe
en hoorde de stem van talloze engelen rondom de troon
en de stem van levende wezens en van de oudsten;
en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen
en duizenden duizendtallen;
en zij riepen luid:
“Waardig is het Lam dat geslacht werd
te ontvangen de macht en de rijkdom,
de wijsheid en de kracht,
en eer en heerlijkheid en lof.”
En elk schepsel in de hemel en op de aarde
en onder de aarde en in de zee,
het ganse heelal hoorde ik roepen:
“Aan Hem die gezeten is op de troon
en aan het Lam
zij de lof en de eer en de roem en de kracht
in de eeuwen der eeuwen!”
En de vier levende wezens zeiden:
“Amen.”
En de oudsten vielen in aanbidding neer.
Vers voor het evangelie Lc. 24,26
Alleluia.
Moest de Messias dat alles niet lijden
om in zijn glorie binnen te gaan?
Alleluia
EVANGELIE Joh. 21, 1- 19 of 21, 1-14
Jezus trad dichterbij, nam het brood en gaf het hun en zo ook de vis.
bij het meer van Tiberias.
De verschijning verliep als volgt:
er waren bijeen:
Simon Petrus, Tomas die ook Dídymus genoemd wordt,
Natánaël uit Kana in Galilea,
de zonen van Zebedeüs en nog twee van zijn leerlingen.
Simon Petrus zei tot hen:
“Ik ga vissen!”
Zij antwoordden:
“Dan gaan wij mee.”
Zij gingen dus op weg en klommen in de boot
maar ze vingen die nacht niets.
Toen het reeds morgen begon te worden
stond Jezus aan het strand,
maar de leerlingen wisten niet dat het Jezus was.
Jezus sprak hen aan:
“Vrienden, hebben jullie soms wat vis?”
“Neen”,
zeiden ze.
Toen beval Hij hun:
“Werpt het net uit, rechts van de boot,
daar zult ge iets vangen.”
Nadat ze dit gedaan hadden,
waren ze niet meer bij machte het net op te halen
vanwege de grote hoeveelheid vissen.
Daarop zei de leerling van wie Jezus veel hield tot Petrus:
“Het is de Heer!”Toen Simon Petrus hoorde dat het de Heer was
trok hij zijn bovenkleed aan
– want hij droeg slechts een onderkleed –
en sprong in het meer.
De andere leerlingen kwamen met de boot,
want zij waren niet ver van de kust,
slechts ongeveer tweehonderd el,
en sleepten het net met de vissen achter zich aan.
Toen zij aan land waren gestapt
zagen zij dat er een houtskoolvuur was aangelegd
met vis erop en brood.
Jezus sprak tot hen:
“Haalt wat van de vis die gij juist gevangen hebt.”
Simon Petrus ging weer aan boord
en sleepte het net aan land.
Het was vol grote vissen, honderddrieënvijftig stuks,
en ofschoon het er zoveel waren, scheurde het net niet.
Jezus zei hun:
“Komt ontbijten.”
Wetend dat het de Heer was
durfde geen van de leerlingen Hem vragen:
“Wie zijt Gij?”
Jezus trad dichterbij,
nam het brood en gaf het hun,
en zo ook de vis.
Dit nu was de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen
sinds Hij uit de doden was opgestaan.
(Na het ontbijt zei Jezus tot Simon Petrus:
“Simon, zoon van Johannes,
hebt gij Mij meer lief dan dezen Mij liefhebben?”
Simon antwoordde:
“Ja Heer,
Gij weet dat ik U bemin.”
Jezus zei hem:
“Weid mijn lammeren.”
Nog een tweede maal zei Hij tot hem:
“Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij lief?”
En deze antwoordde:
“Ja Heer, Gij weet dat ik U bemin.”
Jezus hernam:
“Hoed mijn schapen.”
Voor de derde maal vroeg Jezus:
“Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij lief?”
Nu werd Petrus bedroefd,
omdat Hij hem voor de derde maal vroeg:
Hebt ge Mij lief?
en hij zei Hem:
“Heer, Gij weet alles; Gij weet dat ik U bemin.”
Daarop zei Jezus hem:
“Weid mijn schapen.
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
Toen ge jong waart
deedt ge zelf uw gordel om en gingt waarheen ge wilde,
maar wanneer ge oud zijt zult ge uw handen uitstrekken,
een ander zal u omgorden
en u brengen waarheen ge niet wilt.”
Hiermee zinspeelde Hij op de dood
waardoor Petrus God zou verheerlijken.
En na deze woorden zei Hij hem:
“Volg Mij.”
_____________________________________________________________
Fratelli tutti
Encycliek van
PAUS FRANCISCUS
Over broederschap en sociale vriendschap
267. Ik wil benadrukken dat “het ondenkbaar is dat de staten tegenwoordig
niet kunnen beschikken over andere middelen dan de doodstraf om het
leven van andere personen te beschermen tegen een onrechtvaardige
agressor”. Bijzonder ernstig zijn de zogenaamde buitengerechtelijke of
buitenwettelijke executies, die “opzettelijke moorden zijn, bedreven door
sommige staten en hun vertegenwoordigers en die men vaak wil laten
doorgaan voor botsingen met criminelen of gepresenteerd worden als
ongewenste gevolgen van een redelijk, noodzakelijk en evenredig gebruik
van geweld om de wet te handhaven”.
Wordt vervolgd
Elke dag om 7 am
De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen en de zondagen
Fratelli tutti Officiële Nederlandse vertaling
_____________________________________________________________________________