Uitnodiging
Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?
Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.
Elke dag ter beschikking
Openingswoord
Onze wereld slingert heen en weer
op de golven van het leven en van de tijd.
Nu eens ervaren we kracht, dan weer moedeloosheid.
In de stormen van ons leven staan we echter niet alleen.
Christus is immers het vaste anker van ons heil.
Als een goede herder spreekt Hij ons aan
en tilt Hij ons op uit het water.
Vandaag, op Roepingenzondag, bidden we tot God
dat wij ‘ja’ zeggen op zijn roepstem
om zaaiers van hoop te worden in het leven van velen
en in een wereld op zoek naar perspectief.
EERSTE LEZING Hand. 13, 14.43-52
Voortaan richten wij ons tot de heidenen.
In die dagen reisden Paulus en Barnabas
langs Perge naar Antiochië in Pisidië,
waar zij op de sabbat de synagoge binnengingen.
Na afloop van de dienst in de synagoge
liepen vele Joden en godvrezende proselieten
met Paulus en Barnabas mee;
dezen spraken hen toe en drongen er bij hen op aan
in de genade van God te volharden.
De volgende sabbat kwam bijna de hele stad bijeen
om naar het woord van God te luisteren.
Bij het zien van die grote menigte
werden de Joden zeer afgunstig
en beantwoordden de uiteenzetting van Paulus
met beschimpingen.
Toen verklaarden Paulus en Barnabas in alle vrijmoedigheid:
“Tot u moest wel het eerst het woord van God gesproken worden,
maar omdat gij het afwijst
en uzelf het eeuwige leven niet waardig keurt,
daarom richten wij ons voortaan tot de heidenen.
Want aldus luidt de opdracht van de Heer tot ons:
Ik heb u bestemd als een licht voor de heidenen,
opdat gij redding zoudt brengen
tot aan het uiteinde van de aarde.”
Toen de heidenen dit hoorden waren zij verheugd en verheerlijkten het woord van God,
en allen die tot het eeuwig leven waren voorbestemd
namen het geloof aan.
Het woord des Heren verbreidde zich door heel die streek,
maar de Joden hitsten de godvrezende vrouwen op
die uit de toonaangevende kringen kwamen en ook de voornaamste burgers uit de stad;
zij veroorzaakten een vervolging tegen Paulus en Barnabas
en verjoegen hen uit hun gebied.
Dezen schudden het stof van hun voeten ten teken dat zij met hen gebroken hadden
en gingen naar Ikonium.
De leerlingen waren echter vervuld van vreugde
en van de heilige Geest.
Antwoordpsalm Ps. 100(99), 2, 3, 5
Keervers
Wij zijn zijn kudde en zijn volk.
Juicht voor de Heer, alle landen,
dient met blijdschap de Heer,
treedt voor zijn aanschijn met jubel.
Waarlijk, de Heer is God,
Hij is de Schepper en Meester,
wij zijn kudde, zijn volk.
Hij is ons goed gezind,
eindeloos is zijn erbarmen,
zijn trouw van geslacht op geslacht.
TWEEDE LEZING Apok. 7, 9.14b-17
Het Lam zal hen weiden en voeren naar de waterbronnen van het leven.
Ik, Johannes, zag een geweldige menigte, die niemand tellen kon,
uit alle rassen en stammen en volken en talen.
Zij stonden voor de troon en voor het Lam,
gekleed in witte gewaden en met palmtakken in de hand.
Toen zei een van de oudsten tot mij:
“Dat zijn degenen die komen uit de grote verdrukking,
die hun gewaden hebben wit gewassen
in het bloed van het Lam.
Daarom staan zij voor de troon van God
en dienen Hem dag en nacht in zijn tempel,
en Hij die op de troon is gezeten
zal zijn tent over hen uitspreiden.
Zij zullen nooit meer honger of dorst lijden,
geen zonnesteek of woestijngloed zal hen treffen,
want het Lam in het midden van de troon
zal hen weiden en voeren naar de waterbronnen van het leven
en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.”
Vers voor het evangelie Joh. 10, 14
Alleluia.
Ik ben de goede Herder, zegt de Heer.
Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij.
Alleluia
EVANGELIE Joh. 10,27-30
Ik geef mijn schapen eeuwig leven.
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Mijn schapen luisteren naar mijn stem
en Ik ken ze
en ze volgen Mij.
Ik geef hun eeuwig leven;
en niemand zal ze van Mij wegroven.
Mijn Vader immers die ze Mij gegeven heeft
is groter dan allen;
en niemand kan iets uit de hand van mijn Vader roven.
Ik en de Vader, Wij zijn één.”
________________________________________________________________
Fratelli tutti
Encycliek van
PAUS FRANCISCUS
Over broederschap en sociale vriendschap
274. Uitgaande van onze geloofservaring en de wijsheid die zich in
de loop der eeuwen heeft opgestapeld, maar ook lerend van onze vele
zwakheden en ons vallen, weten wij als de gelovigen van de verschillende
religies dat God tegenwoordig stellen iets goeds is voor onze samenleving.
God zoeken met een oprecht hart, helpt ons, mits wij het niet met onze
ideologische of instrumentele belangen verduisteren, om elkaar te
erkennen als medereizigers, als echte broeders en zusters. Wij geloven dat
“wanneer men in naam van een ideologie God uit de maatschappij wil
verdrijven, men uiteindelijk afgoden vereert en de mens al snel zichzelf
kwijtraakt, zijn waardigheid vertrapt wordt, zijn rechten worden geschonden.
U weet goed tot wat voor wreedheden het ontnemen van de vrijheid
van geweten en de vrijheid van godsdienst kan leiden en hoe door die
wonde een radicaal verarmde mensheid ontstaat, omdat zij beroofd is van
hoop en ideële referenties”.
Wordt vervolgd
Elke dag om 7 am
De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen en de zondagen
Fratelli tutti Officiële Nederlandse vertaling
_____________________________________________________________________________