Tweelingbroers uit de 2e helft van de 2e eeuw in Syrië. Beiden geneesheren die kostenloos werkten.
Eerste slachtoffers van Diocletianus tijdens de christenvervolgeling.
In 303 onthoofd.
Uitnodiging
Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?
Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.
Elke dag ter beschikking
Overweging
Oktober in het jaar 520. Niemand blijkt zich nog de eerste tempel te herinneren. Vaagweg leeft bij de oudsten nog het beeld van de grootste tempel van Salomo. Een aantal ballingen zijn begonnen aan de heropbouw, maar algauw slaat de ontmoediging toe: er is nog zo veel werk aan Gods woning! En dan spreekt God: Hij die zich getoond heeft als bevrijder bij de uittocht zal zijn volk niet in de steek laten. Er moet in de toekomst gekeken worden. Het beeld van eertijds moet losgelaten worden. Het is alsof God ook vandaag zijn ontmoedigde kerkopbouwers moed inspreekt, en hen zegt: overstijg uw heimwee naar de Kerk van gisteren, en vat moed: bouw aan de Kerk van de komende eeuwen!
EERSTE LEZING Hag. 1, 15b-2,9
Nog een korte tijd, en dan vervul Ik dit huis met heerlijkheid.
Uit de Profeet Haggai
In het tweede jaar van koning Darius,
in de zevende maand, op de eenentwintigste dag
werd het woord van de Heer
aan de profeet Haggai toevertrouwd :
“Zeg aan Zerubbabel, de zoon van Kaltiël,
de landvoogd van Juda,
en aan de hogepriester Jozua, de zoon van Jehosadak,
en aan de rest van het volk het volgende :
Is er onder u nog iemand overgebleven,
die dit huis gezien heeft
in zijn vroegere heerlijkheid ?
“En wat ziet gij nu ?
“Is er voor u nog iets aan te zien ?
“Niettemin, houd goede moed, Zerubbabel ;
– zo luidt de godsspraak van de Heer –
houd goede moed, gij hogepriester Jozua, zoon van Jehosadak ;
houdt goede moed, gij allen die het land bewoont
– zo luidt de godsspraak van de Heer -.
“Gaat aan het werk ! Ik ben met u !
“Zo luidt de godsspraak van de Heer der hemelse machten.
“Ik houd Mij aan de belofte, die Ik gedaan heb,
toen gij uit Egypte zijt weggetrokken.
“Mijn geest blijft in uw midden ; weest niet bevreesd.
“Zo spreekt de Heer van de hemelse machten :
Nog een korte tijd, een zeer korte tijd,
en Ik breng de hemel en de aarde,
de zee en het land in beroering ;
alle volken breng Ik in beroering :
dan komen alle volken met hun schatten hierheen
en dan vervul Ik dit huis met heerlijkheid,
zegt de Heer van de hemelse machten.
“Aan Mij behoort het zilver,
aan Mij behoort het goud,
zo luidt de godsspraak van de Heer der hemelse machten.
“De heerlijkheid van dit tweede huis
zal groter zijn dan die van het eerste,
zegt de Heer van de hemelse machten.
“En dit is de plaats waar Ik vrede zal geven,
zo luidt de godsspraak van de Heer van de hemelse machten.”
TUSSENZANG Ps. 43(42), 1, 2, 3, 4
Vertrouw op God, eens zal ik Hem weer loven,
mijn Redder en mijn God.
God, schaf mij recht,
kom voor mij op bij dit onheilig volk,
bevrijd mij van de man vol valsheid en bedrog.
Gij zijt mijn kracht, waarom verstoot Gij mij ?
waarom loop ik dan treurig rond,
door vijanden gekweld ?
Zend mij uw licht, uw steun om mij te leiden,
om mij te voeren naar uw berg en in uw tent.
Dan ga ik naar uw altaar, God die blijdschap geeft,
en loof U bij de citer, God, mijn God.
ALLELUIA cf. Hand. 16, 14b
Alleluia.
Maak ons hart ontvankelijk, Heer,
en dat wij ons richten naar het woord van uw Zoon.
Alleluia.
EVANGELIE Lc. 9, 18-22
Gij zijt de Gezalfde van God.
De Mensenzoon moet veel lijden.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas
Toen Jezus eens alleen aan het bidden was
en zijn leerlingen bij Hem kwamen
stelde Hij hun de vraag :
“Wie zeggen de mensen, dat Ik ben ?”
Zij antwoordden :
“Johannes de Doper,
anderen zeggen : Elia,
en weer anderen : een van de oude profeten is opgestaan.”
Hierop zei Hij tot hen :
“Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben ?”
Nu antwoordde Petrus :
“De Gezalfde van God.”
Maar Hij verbood hun nadrukkelijk dit aan iemand te zeggen.
“De Mensenzoon
-zo sprak Hij –
moet veel lijden
en door de oudsten,
hogepriesters en schriftgeleerden verworpen worden,
maar na ter dood te zijn gebracht
zal Hi op de derde dag verrijzen.”
____________________________________________________________________
Laudato Si
Encycliek van
PAUS FRANCISCUS
Over de zorg voor het gemeenschappelijk huis
125. Als wij nadenken wat de geëigende relaties van de mens zijn met de
wereld die hem omgeeft, dan is het noodzakelijk een juiste opvatting over
arbeid te hebben, omdat, als wij spreken over de relatie van de mens met
de dingen, de vraag opkomt omtrent de zin en het doel van de invloed van
de mens op de werkelijkheid. Wij hebben het niet alleen over handarbeid of
het bewerken van de aarde, maar over iedere activiteit die een of andere
verandering van het bestaande inhoudt, van het uitwerken van een maatschappelijk advies tot de planning van een technische ontwikkeling. Iedere
vorm van arbeid veronderstelt een idee over de relatie die de mens kan of
moet aanknopen met wat anders is dan hij. De christelijke spiritualiteit
heeft samen met de contemplatieve verwondering over de schepselen die
wij bij de heilige Franciscus van Assisi vinden, ook een rijk en gezond idee
ontwikkeld over arbeid, zoals wij dat bijvoorbeeld ontmoeten in het leven
van de zalige Charles de Foucauld en zijn leerlingen.
Wordt vervolgd
Elke dag om 7 am
De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen
Laudato Si Officiële Nederlandse vertaling
________________________________________________________________