http://kerkengeloof.wordpress.com

Maandag in de vierendertigste week

Boek met kaars 40

 

Uitnodiging

Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?

Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.

Iedere dag beschikbaar.

Overweging
Het einde van het kerkelijk jaar neemt beurtelings het boek Daniël en de Apocalyps als daglezing. Het gaat om twee boeken die spreken over de eindtijd, dus ook liturgisch zitten we juist als we deze boeken nu lezen.  Beide boeken gebruiken vrij ongewone beelden die men in de apocalyptische literatuur vindt. Deze literatuur spreekt over de geheimen van de eindtijd in beelden en symbolen die we zonder verklaring niet verstaan. Het boek Daniël begint met zes verhalen uit de Babylonische tijd. Vandaag krijgen we het eerste verhaal. Daniël en zijn gezellen blijven in ballingschap trouw aan hun joodse overtuiging en gebruiken.

 

EERSTE LEZING                    Dan. 1, 1-6.8-20

Niemand bleek zich te kunnen meten
met Daniël, Chananja, Misaël en Azarja.

Begin van de profeet Daniël

In het derde jaar van de regering van Jojakim,
de koning van Juda,
trok Nebukadnessar, de koning van Babel, naar Jeruzalem
en sloeg het beleg om de stad.
De Heer leverde Jojakim, de koning van Juda,
aan de koning van Babel uit,
en ook een deel van het tempelvaatwerk,
dat Nebukadnessar plaatste
in de schatkamer van de tempel van zijn god.
Aan Aspenaz, zijn hofmaarschalk,
gaf de koning bevel
uit de Israëlieten enkele jongemannen te kiezen,
die van koninklijken bloede waren of van voorname afkomst,
zonder enig lichaamsgebrek, welgevormd, veelzijdig ontwikkeld,
met uitgebreide kennis en een scherp verstand,
geschikt om dienst te doen in het paleis van de koning.
Hij moest hen de taal en het schrift van de Chaldeeën leren.
De koning bepaalde
dat hun dagelijks menu moest bestaan
uit de gerechten van de koninklijke tafel
en de wijn die hij zelf dronk.
De opleiding zou drie jaar duren ;
daarna zouden zij bij de koning in dienst treden.
Tot deze jongemannen
behoorden ook Daniël, Chananja, Misaël en Azarja,
allen uit Juda.
Daniël echter nam zich voor,
zich niet te verontreinigen
aan de gerechten van de koninklijke tafel
en aan de wijn die de koning schonk.
Daarom vroeg hij de hofmaarschalk om voedsel
waaraan hij zich niet verontreinigen zou.
En God stemde de hofmaarschalk welwillend
en goedgunstig jegens Daniël.
De hofmaarschalk zei tot Daniël :
“Ik vrees dat mijn heer, de koning,
die uw spijs en drank bepaald heeft,
zal vinden dat u er niet zo goed uitziet
als de andere jongemannen van uw leeftijd
en dan krijg ik door uw schuld
moeilijkheden met de koning.”
Daarop wendde Daniël zich tot de kamerdienaar
aan wiens zorgen de hofmaarschalk
Daniël, Chananja, Misaël en Azarja had toevertrouwd,
met het verzoek :
“Probeer het eens met uw dienaren
en geef ons tien dagen lang
alleen groenten te eten en water te drinken ;
vergelijk daarna ons uiterlijk met dat van de jongemannen
die de gerechten van de koninklijke tafel eten
en handel dan met uw dienaren naar uw bevindingen.”
De kamerdienaar stemde met het voorstel in
en gedurende tien dagen
gaf hij hun bij wijze van proef de gevraagde kost.
Toen de tien dagen voorbij waren,
zagen zij er gezonder en welvarender uit
dan al de andere jongemannen,
die de gerechten van de koninklijke tafel hadden gegeten.
Voortaan nam de kamerdienaar de spijzen en de wijn
die voor hen bestemd waren weg en gaf hun groenten.
Aan deze vier jongemannen schonk God wetenschap,
kennis van heel de literatuur en wijsheid ;
aan Daniël gaf hij inzicht in visioenen en dromen.
Toen de tijd verstreken was
die koning Nebukadnessar had vastgesteld
en ze voor hem moesten verschijnen,
stelde de hofmaarschalk hen aan de koning voor.
Tijdens het onderhoud dat de koning met hen had,
bleek niemand zich te kunnen meten
met Daniël, Chananja, Misaël en Azarja.
Zo traden zij in dienst van de koning.
En telkens als de koning hen raadpleegde,
kon hij vaststellen dat hun wijsheid en inzicht
tienmaal groter was
dan die van welke wichelaar of bezweerder ook
in heel zijn rijk.

TUSSENZANG                 Dan. 3, 52, 53, 54, 55, 56

Geprezen zijt Gij, Heer, God onzer vaderen,
U komt de lof toe in alle eeuwen.

Geprezen uw heilige roemrijke Naam,
U komt de lof toe in alle eeuwen.

Geprezen zijt Gij in het huis van uw glorie,
U komt de lof toe in alle eeuwen.

Geprezen zijt Gij op de troon van uw koninkrijk,
U komt de lof toe in alle eeuwen.

Geprezen zijt Gij die de diepten doorschouwt,
tronend op kerubs, in alle eeuwen.

Geprezen zijt Gij in de koepel des hemels,
U komt de lof toe in alle eeuwen.

 

ALLELUIA                  Mt. 24, 42a, 44

Alleluia.
Weest waakzaam
want de Mensenzoon komt op het uur
waarop gij het niet verwacht.
Alleluia.

 

EVANGELIE               Lc. 21, 1-4

Een behoeftige weduwe wierp twee penningen in de offerkist.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

In die tijd gebeurde het dat Jezus opkeek
en zag hoe de rijken hun gaven in de offerkist wierpen,
maar Hij zag ook een behoeftige weduwe
die er twee penningen inwierp.
En Hij sprak :
“Waarlijk, Ik zeg u :
die arme weduwe heeft er het meeste van allen ingeworpen.
“Die mensen hebben allen
iets van hun overvloed bij de gaven voor God geworpen,
maar zij offerde van haar armoe alles waar ze van leven moest.”

________________________________________________________

Laudato Si

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS

Over de zorg voor het gemeenschappelijke huis

194. Willen er nieuwe modellen van ontwikkeling ontstaan, dan is het
noodzakelijk “het model van de globale ontwikkeling te veranderen”, en
dit houdt in op verantwoordelijke wijze na te denken “over de zin van de
economie en het doeleinde ervan om de vormen van disfunctioneren en
vervormingen ervan te corrigeren”. Het is niet voldoende als middenweg
de zorg voor de natuur af te stemmen op het financiële rendement of het
behoud van het milieu op de vooruitgang. Bij dit thema zijn middenwegen
alleen maar een kleine vertraging van de ramp. Het gaat er eenvoudigweg
om de vooruitgang opnieuw te definiëren. Een technologische en economische
ontwikkeling die geen betere wereld en een integraal hogere kwaliteit
van leven achterlaat, kan niet als vooruitgang worden beschouwd. Anderzijds
gaat vaak de werkelijke kwaliteit van het leven van de mensen
achteruit – door de verslechtering van het milieu, de lage kwaliteit van de
voedingsmiddelen of het uitgeput raken van enkele hulpbronnen – in de
context van een groei van de economie. In dit kader wordt het discours
van de houdbare groei van de economie vaak een afleidingsmanoeuvre en
een middel tot rechtvaardiging dat waarden van het ecologische discours
opneemt in de logica van het geld en de technocratie en wordt de
verantwoordelijkheid voor maatschappij en milieu van de ondernemingen
meestal gereduceerd tot een reeks acties die gericht zijn op marketing en imago.

Wordt vervolgd
Elke dag om 7 am

 

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen en de zondagen
Laudato Si Officiële Nederlandse vertaling
_____________________________________________________________________________

Geef een reactie

Ontdek meer van KERK en GELOOF/CHURCH and FAITH

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder